Vrijdag 18/09/2020

GezondheidHuidkanker

Vier keer meer huidkankers in 13 jaar tijd: ‘Als je de blauwe pot Nivea gebruikt als zonnecrème, ben je goed voor de barbecue’

Beeld Koen Bauters

Nu we met ons tere quarantainevelletje massaal in onze bubbels uitzwermen naar zonovergoten stranden, zomerse terrassen en warme vakantiebestemmingen houden niet alleen de virologen, maar ook de dermatologen hun hart vast. De ongenadige zon bezorgt ons steeds vaker huidkanker. Bij ons is het inmiddels de snelst toenemende en meest voorkomende kanker. En, in zijn kwaadaardigste gedaante, ook één van de dodelijkste. Experts slaken – vanonder een stevige zonnewering én van kop tot teen ingesmeerd – een noodkreet. 

In 2017, het recentste jaar waarover gegevens beschikbaar zijn, waren er 41.000 gevallen van huidkanker in België. Een stijging met bijna 5 procent tegenover 2016, en een verviervoudiging sinds 2004. In 3.361 gevallen was de diagnose: melanoom, de gevaarlijkste want razendsnel uitzaaiende huidkanker. Tussen 2004 en 2017 steeg het aantal melanomen in Vlaanderen jaarlijks met gemiddeld 6,1 procent (5,3 procent voor België). Eén Belg op de zes krijgt vóór zijn 75ste met huidkanker af te rekenen.

Brigitta Boonen (experte huidkanker en voorzitter van Euroskin, een Europese ngo): “Zoals bij alle kankers speelt de vergrijzing een rol. Een deel van de kankers ontstaat door een opgestapelde blootstelling aan zonlicht. Hoe ouder je bent, hoe groter de kans op huidkanker. Een andere belangrijke factor is onze levensstijl: vanaf de jaren 70 en vooral in de jaren 90 was de zonnebank heel populair. Pakketreizen werden spotgoedkoop, waardoor iedereen naar de zon kon, of in de winter op skivakantie.

“Voorts vindt men een bruin tintje nog altijd belangrijk. Vooral mensen met een lichtere huid willen een kleur krijgen die ze van nature niet hebben. Terwijl wij zeggen: go with your own glow. Probeer je huidskleur niet te veranderen, want dan loopt het slecht af.”

Toch is huidkanker geen ziekte die vooral ouderen treft.

Boonen: “De gemiddelde leeftijd is in Vlaanderen 58 jaar voor vrouwen en 62,2 voor mannen, maar zeker een kwart van de patiënten is jonger dan 45. Vergeleken met andere kankers, die meestal zestigplussers treffen, komt huidkanker veel meer bij jonge mensen voor. Vrouwen krijgen het vaker dan mannen, vooral in de leeftijd van 30 tot 50 jaar. We denken dat dat onder andere komt omdat vrouwen vaker naar de zonnebank gaan en ook iets meer in de zon liggen – al beschermen ze zich over het algemeen dan weer iets beter.”

Er bestaan verschillende soorten huidkanker.

Boonen: “Je hebt ruwweg drie grote groepen: de basaalcelcarcinoom, de plaveiselcelcarcinoom en de melanoom. Basaalcelcarcinomen, zo’n 75 procent van alle huidkankers, zijn de minst kwaadaardige: ze groeien langzaam en zaaien bijna nooit uit. Ze moeten wel behandeld worden, omdat ze anders diep in de huid kunnen groeien. Plaveiselcelcarcinomen zijn kwaadaardiger en kunnen uitzaaien. De meest gevaarlijke huidkankers zijn de melanomen. Die zaaien vrij agressief uit, waardoor je er snel bij moet zijn – in een later stadium zijn ze moeilijker te behandelen.

“Zo’n 75 tot 95 procent van de huidkankers is het gevolg van blootstelling aan ultraviolet licht (uv, red.). Bij het ontstaan van melanoom spelen korte maar hevige blootstellingen aan uv-licht een rol, zoals verbranden of een beurt onder de zonnebank. Bij de andere kankers speelt vooral de blootstelling aan uv doorheen de jaren: plaveiselcelkanker komt vooral voor op plaatsen die vaak blootgesteld worden. Je ziet dat type dikwijls bij mensen die veel buiten werken, al dan niet met ontbloot bovenlijf.

“Een basaalcelkanker lijkt relatief onschuldig, maar de behandeling heeft soms ook nawerkingen en de littekens zitten vaak op zeer zichtbare plaatsen. Niet alleen dat vlekje wordt weggenomen, ook een groot stuk weefsel errond. En je hebt toch liever geen groot litteken midden in je gezicht.”

BLEEK IS PAPPERIG

Jolien Durwael (32) was pas 27 toen ze de diagnose kreeg.

Jolien Durwael: “Ik ging bij de dermatoloog omdat ik een vreemd vlekje op mijn borstkas had. ‘Het zal wel niks zijn’, dacht ik. Dat ene vlekje was inderdaad niks, maar er bleek er nog eentje op mijn rechterbil te zitten. De dermatoloog haalde er een collega bij en ze stonden met z’n tweeën naar mijn poep te kijken. Vreemd, dacht ik: ik loop nooit met mijn billen bloot. Toen wist ik nog niet dat huidkanker ook op plekken toeslaat die niet het meest worden blootgesteld aan de zon.”

Was je een zonneklopper?

Durwael: “Ik lag graag op het strand of aan het zwembad met een cocktail. Ik schaam me er nu een beetje om. Ik smeerde me wel in, maar zeker niet met een factor 50 – dan bruinde ik niet snel genoeg. Ik was zoals de meeste Belgen: zodra er een streepje zon was, moest ik ervan profiteren.

“Ik ging ook weleens onder de zonnebank. Voor veel vrouwen zal dit herkenbaar klinken: vóór de vakantie onder de zonnebank om alvast een kleurtje op te bouwen, en erna nog een keer om mijn bruine teint te behouden. Surreëel, als ik eraan terugdenk.”

Alles voor dat gebruinde velletje.

Durwael: “Terwijl ik blond ben en een bleek huidtype heb. Ik moest best veel moeite doen voor die bruine kleur. Nu ik niet meer in de zon kom en mijn gewone, bleke vel heb, krijg ik vaak de vraag: ‘Ben jij altijd zo bleek?’ Alsof ik een outcast ben en dat erg hoor te vinden. Terwijl ik het vooral een verademing vind dat al dat zonnen niet meer hoeft.

“Een gebruinde huid associëren we nog altijd met sexy, fit en gezond. Ik heb zelfs vriendinnen die vinden dat ze er magerder uitzien met een bruin kleurtje, alsof een bleke huid hen papperig maakt. Dan kunnen ze beter sporten dan in de zon te gaan liggen. Maar ik snap het wel: ik vind mezelf er ook beter uitzien in de zomer, met wat sproetjes. Maar we moeten dringend beseffen dat een gebruinde huid niks is om trots op te zijn. Het is een huid die afziet, die aan het genezen is van de traumatische inslag van de zon – vergelijk het met een korst op een wonde.”

Kan je je vriendinnen daarvan overtuigen?

Durwael: “De boodschap die het meeste effect heeft, is: als je te veel in de zon zit, krijg je snel rimpels. Voor veel jonge mensen is huidkanker een ver-van-mijn-bedshow, maar rimpels krijgen we allemaal.”

Voor jou liep het goed af.

Durwael: “De dermatoloog had het vlekje weggesneden en opgestuurd voor onderzoek. Een week later kreeg ik telefoon, ik moest direct naar het ziekenhuis komen. ‘Maar ik moet werken’, zei ik verbouwereerd. ‘Gezondheid is belangrijker dan werk’, zei de dokter. Toen wist ik: dit is ernstig.

“Ik had ontzettend veel geluk dat het vlekje nog niet naar binnen was gegroeid. Ze hebben een tweede keer gesneden, zodat alles zeker weg was. Het litteken is zo groot als twee 2 euro-munten naast elkaar. Goed dat ik geen kleine poep heb: ik kon wel een stukje missen (lacht). Daarna kreeg ik nog plaatselijke chemo. Ik ben er een week slecht van geweest, maar daar bleef het bij.”

Hoe groot was de kans dat de kanker zou wegblijven?

Durwael: “Ik heb intussen twaalf vlekjes laten verwijderen, en twee bleken potentieel gevaarlijk. Ik ga nog halfjaarlijks op controle en dat zal wel zo blijven voor de rest van mijn leven. Ik weet nu ook dat ik een erfelijke kwetsbaarheid heb.”

Zit je nog in de zon?

Durwael: “Ja, maar altijd heel kort. Ik bescherm me extreem goed, zeker nu ik zwanger ben. Soms draag ik zelfs factor 100. Het is een gewoonte geworden: zomer of winter, bewolkt of zon, na het tandenpoetsen smeer ik mijn hele lichaam in.”

HEEL JE LEVEN PATIËNT

Waar op het lichaam komen huidkankers het meest voor?

Boonen: “Bij mannen vooral op de hoofdhuid, omdat zij vaak minder haar hebben, op de oren en op de rug. Bij vrouwen zijn het eerder de armen, de benen en het gezicht. Maar ze kunnen ook op lippen, neus of achter de oren zitten.”

Welke mensen lopen een groter risico?

Boonen: “Mensen met een zeer lichte huid – huidtype 1. Hun huid maakt geen melanine aan, een stof die tegen uv beschermt. Zij zouden zelfs helemaal niet in de zon mogen komen. Ook mensen die familieleden hebben die huidkanker hebben gehad, lopen een hoger risico, net als mensen die medicatie nemen die de immuniteit onderdrukt of middelen tegen acne. Wie veel pigmentvlekken heeft, is ook best voorzichtig.”

Is het zinvol om jaarlijks bij de dermatoloog langs te gaan, of is dat alleen aan te raden voor de risicogroep?

Boonen: “Ik denk dat het vooral voor die laatste zinvol is. Anders kunnen de dermatologen het niet meer bolwerken. Voor de meeste mensen is het nuttiger zélf je vlekjes te controleren. Als er alarmsignalen zijn, ga je naar de huisarts. Die kan je eventueel naar een huidspecialist doorverwijzen.

“Duitsland is het enige land ter wereld waar iedereen vanaf 35 jaar op huidkanker wordt gescreend. Maar het is nog niet duidelijk of dat het aantal sterfgevallen heeft doen dalen.”

Wat zijn de alarmsignalen?

Boonen: “Als je vlekjes van vorm of kleur veranderen, jeuken, irriteren, bloeden of groter worden, laat je ze best nakijken.”

Wie vroeger uitgezaaid melanoom had, was zo goed als ten dode opgeschreven. Met immunotherapie en doelgerichte therapie is de overlevingskans flink gestegen: vandaag is bijna 40 procent van de patiënten na vijf jaar nog in leven. Maar meer dan de helft haalt het dus nog altijd niet.

Boonen: “Dat zijn dan nog de patiënten die de therapie hebben gekregen, want er zijn er bij wie ze niet aanslaat.”

Het risico dat na vijf jaar een nieuwe tumor opduikt, is 36 procent.

Boonen: “Ook de minder agressieve vormen komen vaak twee à drie keer terug. Je blijft dus patiënt, wat betekent dat je je hele leven moet opletten. Dat zet ook een enorme druk op de dermatologen. Mensen moeten vaak maandenlang op een consultatie wachten.”

DOBBEREN OP ZEE

Bij de gemiddelde Belg is de kennis over melanomen zeer gering. Ook Paul De Knop (65), oud-rector van de VUB, wist er weinig over toen hij vier jaar geleden de diagnose kreeg.

Paul De Knop: “Ik ben er alles over beginnen te lezen. Eigenlijk is het één van de makkelijkst te behandelen kankers, als men er tijdig bij is. Ik ben veel te laat naar de dermatoloog gegaan. Dat verwijt ik mezelf wel een beetje, maar ik ben zeker niet de enige met uitstelgedrag: 64 procent van de Belgen gaat nooit langs bij een dermatoloog.”

Paul De Knop.Beeld Koen Bauters

Deed u dat weleens?

De Knop: “Jawel, maar niet regelmatig. Als kind ben ik vaak verbrand. Bovendien behoor ik tot de risicogroep, met mijn bleke huid en – vroeger toch – rossig blond haar. In de zomer hoefde ik nog maar buiten te komen, of ik had al een roodverbrande neus. Ik heb ook veel gesport: voetbal, fietsen, skiën, triatlon. Als student legde ik mijn examens vervroegd af om in Spanje zeillessen te gaan geven aan kinderen. Elke zomer dobberde ik zes weken in een rubberbootje op zee. Verder hoef je niet te zoeken naar de oorzaak.

“Wat veel mensen niet weten is ook dat je in de zon altijd een zonnebril moet dragen. Een collega van me zat op hetzelfde ogenblik als ik in de wachtzaal bij de dermatologische oncoloog. Hij had een melanoom op zijn iris. Daar zijn ze ontzettend moeilijk te behandelen. De man is er intussen niet meer.

“Nadat het melanoom op mijn kuit was ontdekt, wees de scan uit dat er al uitzaaiingen waren tot in mijn lies. Dan zit je in de vierde, terminale fase.”

Sinds immunotherapie hoeft een uitgezaaide huidkanker geen doodsvonnis meer te betekenen.

De Knop: “Lei Clijsters (voormalig voetballer, Rode Duivel en vader van Kim, red.) werd voor zijn uitgezaaide huidkanker door dezelfde arts behandeld als ik. Toen hij elf jaar geleden overleed, bestond die immunotherapie nog niet. Ik geloof er ook echt in: je eigen immuunsysteem boosten om de kanker aan te pakken. Omdat er na zeven maanden therapie toch weer zones oplichtten op de scans, heb ik ook nog targettherapie gekregen: die werkt rechtstreeks in op de eiwitten die de kankercellen nodig hebben.”

De nieuwe therapieën zijn niet zonder risico.

De Knop: “Elke nieuwe behandeling heeft bijwerkingen. Tegenwoordig sterven steeds meer mensen niet meer aan de kanker zelf, maar aan de gevolgen van de therapieën. Immuno- en targettherapie veroorzaken vaak hartproblemen. Naar die bijwerkingen moet nog veel onderzoek gebeuren – voor de financiering daarvan heb ik een fonds opgericht. Ik ben zelf met de targettherapie moeten stoppen omdat ik te veel last kreeg. Op een bepaald moment stond ik vol uitslag en ik heb ook andere collateral damage.”

Paul De Knop.Beeld Koen Bauters

Kunt u nog sporten?

De Knop: “Ik probeer dat zo veel mogelijk te doen. Als ik buiten ga zwemmen, is het gekleed. Fietsen of wandelen doe ik alleen naar de avond toe, als er niet te veel uv-straling meer is. Zelfs bij warm weer draag ik een lange broek, lange mouwen, handschoenen, een tropenpet, een zonnebril én een buff – zo’n lap stof rond je hals die je ook over je mond kunt trekken. Sinds Covid is zo’n buff wat meer ingeburgerd, maar vroeger trok ik er de aandacht mee – ik ben zelfs twee keer staande gehouden door de politie. Gewone kledij beschermt niet volledig. Omdat uv-werende kledij nauwelijks te vinden is bij ons, koop ik vaak speciale kledij voor surfers of voor mensen die naar de tropen trekken.

“Twee jaar geleden zijn alle beroepsrenners in een Alpenrit van de Tour de France door hun shirt heen verbrand. In samenwerking met Sport Vlaanderen ben ik nu de Smeerem-campagne begonnen, om sporters te sensibiliseren. Nog beter zou zijn dat er reglementering kwam. Een paar jaar geleden was het heel warm tijdens de Antwerp 10 Miles. Het motto was: veel drinken. Over bescherming tegen de zon werd niet gerept. Nu ben ik met een bedrijfje bezig om dispensers voor zonnecrème te ontwerpen. We willen gemeentebesturen overtuigen om die in parken of aan het strand te zetten. Sinds Covid zijn we het gewoon overal alcoholgel neer te poten, waarom zouden we niet hetzelfde doen met zonnecrème?”

Durft u mensen aan te spreken als u ze onbeschermd ziet zonnen?

De Knop: “Dat niet, maar ik heb weleens in een concertzaal gezeten achter een dame die in mijn ogen een melanoom op haar rug had: een moedervlek die duidelijk grillig van vorm was en verkleuringen had. Het hele concert zat ik me af te vragen of ik haar zou aanspreken. Uiteindelijk heb ik het gedaan: ‘Ik zit zelf met huidkanker en ik zou, als ik u was, eens naar een dermatoloog gaan.’ Die vrouw schrok enorm.

“Waar ik kwaad van word, zijn truckchauffeurs die hun blote arm door het raampje laten hangen, of mensen die onbeschermd met een cabrio rijden. Campagnes zouden ons dat moeten doen inzien. Op de campus van de VUB proberen we ons steentje bij te dragen: omdat alle studenten er op het gras gaan liggen bij mooi weer, delen we nu bij bepaalde evenementen gratis zonnecrème uit.”

Bent u aan de beterhand?

De Knop: “Sinds de targettherapie is stopgezet, zijn er gelukkig geen uitzaaiingen meer. Ik ben nu wel in behandeling voor chronische lymfatische leukemie. Die was een jaar eerder vastgesteld, maar tot nu onbehandeld gebleven. De operaties en behandelingen hebben me met blijvende pijn opgezadeld, maar zoals ze in de sportwereld zeggen: no pain, no gain.”

UV-WERENDE KLEDING

Hoe kunnen we ons het best beschermen?

Boonen: “Door zo veel mogelijk uit de zon te blijven, vooral als ze op haar hoogste punt staat – bij ons is dat in de zomer rond half twee ’s middags. Als je anderhalf uur voor en na dat tijdstip uit de zon blijft, kun je al 50 procent van je dagelijkse blootstelling aan uv-licht vermijden. Je kunt ook naar je schaduw kijken: is die korter dan jezelf, dan ga je best niet in de zon. En vanaf een uv-index boven de 3 zou je je buiten moeten beschermen.

“Als je je toch aan zonlicht wilt of moet blootstellen, zorg dan voor bescherming. Is kledij geen optie, smeer je dan in. Zonnecrème geeft wel geen 100 procent bescherming, omdat mensen niet vaak en niet dik genoeg smeren, of plekjes vergeten. Omdat mensen zweten, zwemmen of andere activiteiten doen, of gewoon door de invloed van het zonlicht, is zonnecrème ook snel uitgewerkt.

“Je moet ook opletten met de beschermingsfactor. Bij testen in laboratoria gebruikt men 2 milligram zonnecrème per vierkante centimeter. In de praktijk smeren mensen maar de helft of een derde daarvan, waardoor een crème met factor 30 maar een bescherming van factor 15 biedt. Regelmatig smeren is dus de boodschap, want 2 milligram per vierkante centimeter is echt wel veel. Dat smeert werkelijk niemand.

“Die factors kunnen ook misleidend zijn. Hoe lang je in de zon mag blijven met een bepaalde factor hangt van meerdere dingen af, zoals het uur van de dag, je huidtype, hoe dik en hoe vaak je smeert en hoeveel uv-straling er is. Er bestaan wel formules en tabellen om te berekenen welke factor je het best gebruikt, maar die zijn niet perfect.”

Zou men niet beter iets duidelijkers verzinnen?

Boonen: “Wij pleiten ervoor om gewoon de zonnecrème te kiezen die je zelf het aangenaamst vindt – die zal je ook vaker gebruiken – en je om de twee uur in te smeren.”

Voor de cosmeticaindustrie betekent ‘waterbestendig’ dat 50 procent van de beschermingsfactor nog intact is als je twee keer twintig minuten in een verwarmd bad hebt gezeten. Dat is wat anders dan zwemmen, van een waterglijbaan roetsjen of in het zand rollen.

Boonen: “Daarom moet je je altijd opnieuw insmeren als je bent gaan zwemmen. Maar ook voor je het water ingaat, want in tegenstelling tot wat velen denken biedt water geen bescherming tegen uv-stralen. Als je alle regeltjes moet volgen, ben je dus de hele dag aan het smeren. Dat is bijna niet vol te houden. Ga je met het hele gezin naar het strand, dan heb je aan het eind van de dag een paar tubes opgebruikt als je het perfect wilt doen. Daarom zijn schaduw en kledij belangrijk.”

Het goede nieuws is dat er weinig verschil is tussen dure en goedkope merken zonnecrème.

Boonen: “Uit de jaarlijkse test van Test-Aankoop komen goedkopere crèmes er soms zelfs beter uit dan duurdere.”

Is een zonnecrème beter dan een lotion, spray of olie?

Boonen: “Normaal gezien werken die even goed. Een spray is makkelijker in gebruik, maar wordt doorgaans wel minder dik aangebracht.”

Voor wie vindt dat gewone zonnecrèmes te veel chemische stoffen bevatten, zijn er ook producten met natuurlijke zonnefilters.

Boonen: “Er zijn zeker natuurlijke producten die even effectief zijn. Je kunt ook zelf zonnecrème maken met onder andere zinkoxide, maar commerciële zonnecrèmes moeten natuurlijk aan heel wat voorwaarden voldoen. Over de chemische stoffen erin is het laatste woord zeker nog niet gezegd, maar zo’n crème is nog altijd beter dan er helemaal géén te gebruiken.

“Met producten voor baby’s moet je wel extra voorzichtig zijn. Baby’s mogen het eerste jaar niet in de zon komen – hun huid kun je vergelijken met de huid op je billen of andere plekken waar geen zon komt. Ook kinderen zijn gevoeliger voor uv-licht, omdat hun huid nog dun is en de straling er dus makkelijker in doordringt.”

Een reden voor sommigen om niet te smeren, is dat je dan niet bruint.

Boonen: “Dat klopt niet. Met zonnecrème bruin je ook, en op een veel veiligere en vaak minder pijnlijke manier.”

Moeten ook mensen met een donkere of zwarte huid zich insmeren?

Boonen: “Die kunnen ook rood worden, maar omdat ze een veel hogere bescherming hebben, zal het bij hen veel langer duren. Ze zullen ook niet om de twee uur moeten smeren.”

Een recent Zwitsers onderzoek wees uit dat een kwart van de zeer goedkoop gemaakte T-shirts onvoldoende beschermt tegen de zon.

Boonen: “Hoe dikker en steviger kleding is geweven, hoe meer bescherming ze biedt. Hetzelfde geldt voor parasols: als die uit redelijk dun textiel zijn gemaakt, komt er ook nog uv-straling door.”

Er is ook uv-werende kleding.

Boonen: “Die beschermt ongeveer even goed als zonnecrème met een factor 50. Voor kinderen kan die handig zijn, omdat zij voortdurend in en uit het water gaan. In Australië en andere Angelsaksische landen dragen kinderen allemaal zulke kleding. Ze worden er ook veel beter beschermd dan bij ons. Maar ik wil de mensen niet op kosten jagen: gewone T-shirts volstaan doorgaans.

“Onderschat echter de kracht van de zon in andere landen niet. In het zuiden of tegen de evenaar is die veel groter dan bij ons. Ik zie in het buitenland soms roodverbrande kinderen waar ik niet goed van word.”

Wie in de schaduw 100 procent veilig denkt te zijn, is er ook aan voor de moeite.

Boonen: “Hoe meer je aan de rand van de schaduwbron zit, bijvoorbeeld een boomkruin of een afdak, hoe groter de dosis. uv-straling gaat ook door wolken. Ook de oppervlakte waarop je je bevindt, maakt een verschil. Water weerkaatst meer dan dubbel zoveel uv-straling als gras, en zand nog eens drie keer zoveel als water. Op het strand incasseer je zo ongeveer 15 procent extra straling.

“Bij het ontwerpen van steden en gebouwen wordt soms de stralingsfactor al berekend, om mogelijke schaduwplaatsen in te bouwen. In Canada zie je al overal zitbankjes in de schaduw. Daar staan aan het strand en in recreatieparken ook verdelers van zonnecrème. Met de klimaatopwarming zullen deze dingen ook steeds belangrijker worden bij ons.”

VERKEERD LOTJE

Je moet geen zonneklopper zijn om een melanoom te krijgen. In 2016 kreeg Greet Mertens (46) te horen dat het vlekje op haar schouder er één was.

Greet Mertens.Beeld Koen Bauters

Greet Mertens: “Ik heb nooit liggen bakken in de zon, maar heb wel altijd veel gesport. Ik tennis al lang, maar dan droeg ik een petje en een T-shirt, nooit een topje zonder mouwen. Heb ik genoeg gesmeerd? Natuurlijk stel je je die vraag. Het houdt mijn moeder ook bezig: heeft ze me in mijn kindertijd wel genoeg beschermd? Als kind zaten we bijna elk weekend aan zee, maar als je de foto’s erop nakijkt, sta ik daar nooit onbeschermd of in mijn blootje op. Al vermoed ik dat de zonneproducten toen veel minder sterk waren.

“Het vlekje op mijn rechterschouder viel me pas op toen ik het had opengehaald aan de ritsluiting van een truitje. Het bloedde erg en daarna jeukte het. Mijn grootmoeder zei altijd: als het jeukt, dan is het aan het genezen, maar het wondje genas niet. Op aandringen van mijn moeder maakte ik een afspraak bij de dermatoloog, maar ik moest nog een maand of vier wachten. Gelukkig heeft mijn moeder toen een afspraak geregeld bij een bevriende dermatoloog. Die wierp één blik op het vlekje: ‘Dit is kanker in de hoogste graad.’

“De kankercellen zaten al 2,4 centimeter diep. De chirurg vreesde voor uitzaaiingen, maar dat bleek tot zijn verbazing niet het geval. Hij heeft alles weggesneden – het leek alsof er een kies uit mijn schouder was gehaald. Nadien zagen ze dat de kanker enorm agressief was. Had ik gewacht tot mijn geplande afspraak in januari, dan had ik einde 2017 niet gehaald.”

Greet Mertens.Beeld Koen Bauters

Nadat ze het melanoom hadden weggesneden, moest je geregeld onder de scanner.

Mertens: “Twee jaar later bleken er uitzaaiingen te zitten in de lymfeklieren van mijn oksel. Met zo’n agressieve kanker was dat wellicht te verwachten. Na een nieuwe operatie ben ik dertig keer bestraald en kreeg ik immunotherapie. Na twaalf sessies begon mijn immuunsysteem mijn eigen lichaam aan te vallen en kreeg ik de ene na de andere longontsteking. De therapie is stopgezet en voorlopig is het afwachten.

“Ik heb vriendinnen die jarenlang in de zon hebben gelegen, tot hun huid eruitzag als perkament. Zij hebben geen huidkanker gekregen en ik wel. Om de één of andere reden heb ik dat lotje getrokken. Ik kan alleen maar iedereen aanraden, ook de mensen die géén zonnekloppers zijn, zich op tijd en stond te laten controleren.”

WEG MET ZONNEBANKEN

In 2017 pleitte de Hoge Gezondheidsraad voor een verbod op zonnebanken, een advies dat niet werd gevolgd.

Boonen: “De Stichting Tegen Kanker heeft ook altijd voor een verbod gepleit. Het ligt nu opnieuw op tafel. In Australië, Brazilië en Iran zijn zonnebanken al langer verboden. Uit een Australische studie blijkt dat met het verbod de komende generaties liefst 31.000 melanomen zullen worden voorkomen.

“Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek, een instelling van de WHO, beschouwt zonnebanken als zeer kankerverwekkend, net als asbest en tabak. Een Europees rapport stelde dat élk gebruik het risico op huidkanker verhoogt, dus vanaf de eerste keer. Het ontkrachtte ook de mythes waar de sector graag mee uitpakt: onder andere dat zonnebanken nuttig zijn om vitamine D aan te maken. Elke dag een kwartiertje buitenkomen, niet eens op een zonnige dag, is genoeg om voldoende vitamine D te hebben.”

Waarom zijn zonnebanken zo schadelijk?

Boonen: “De uv-straling is niet te vergelijken met die van zonlicht. De verhouding tussen uv A- en uv B-straling, de twee componenten waaruit uv-licht vooral bestaat, is totaal anders. Vroeger dacht men dat vooral uv B schadelijk was, maar nu weten we dat uv A, waarvan er in verhouding veel meer in zonnebanklicht zit, mogelijk nog schadelijker is. Je kan ook onder een zonnebank flink verbranden.

“De lampen zijn ook veel te sterk. De maximale sterkte die wettelijk is vastgelegd, komt overeen met een uv-index van 12. Op een zonnige dag aan het Belgische strand ligt die rond de 7,5. Voor uv-index 12 moet je naar de tropen. Uit inspecties blijkt dan nog eens dat een derde van de zonnebankcentra zich niet aan de stralingsnormen houdt. Mensen liggen er ook volledig naakt onder, wat op het strand meestal niet het geval is, én ze worden aan twee kanten gebakken. Zonder zonnecrème, want dat mag niet onder zo’n ding. Bovendien gaan sommigen er om de paar dagen onder. Vergeleken met andere Europese landen liggen wij Belgen zéér veel onder de zonnebank.”

Volgens een recente studie weet één op de vijf Belgen niet wat een melanoom is. In de leeftijdscategorie van 16 tot 24 was dat zelfs één op de twee. Een kwart van de mensen zou ook geen idee hebben van waar ze op moeten letten bij huidvlekjes, één op de drie controleert zichzelf nooit en slechts 17 procent zegt zich op zonnige dagen voldoende in te smeren.

Boonen: “In Australië heeft men dertig jaar gesensibiliseerd, de laatste jaren met onder anderen acteur en huidkankerpatiënt Hugh Jackman, en nu pas merkt men dat het aantal kankers bij jongeren begint te dalen. Gedragsverandering is een werk van lange adem. De Australische collega’s zeggen: het is geen nagel die je er moet inkloppen, maar een schroef die je regelmatig moet aandraaien – anders komt ze na een tijd weer los. Je moet non-stop sensibiliseren. De vraag is of het dan niet beter is om een aantal structurele maatregelen te nemen. In landen als Noorwegen, Australië, Ierland en Duitsland heeft men al een nationaal plan van aanpak voor huidkanker, en dat levert resultaten op.”

BLAUWE POT NIVEA

Vandaag stelt Lieve Lijnen (71) het goed, maar ze is door het oog van de naald gekropen. Wat ze tien jaar geleden aanzag als een onschuldige blaar op haar rechterhiel bleek een agressief melanoom te zijn. Een gevolg wellicht van jarenlang onbeschermd zonnen.

Lieve Lijnen.Beeld Koen Bauters

Lieve Lijnen: “Voor mijn generatie was de zon iets onschuldigs. Als kind woonde ik op de buiten en elk jaar gingen we op vakantie naar de zee.”

Werd je dan ingesmeerd?

Lijnen: “Ja, met de blauwe pot van Nivea. We dachten dat we ons zo beschermden, maar als je je daarmee invet, ben je eigenlijk goed voor de barbecue. Die blauwe Nivea werkt prima om je huid te hydrateren, alleen is het geen zonnecrème.

“Ik trok ook elke zomer de bergen in als gids. Nooit heeft iemand me gezegd dat de uv-stralen daar nog sterker zijn. Hooguit scheurden we een driehoekje uit papier om onze neus te bedekken. Ik ben ontelbare keren verbrand, net als al mijn leeftijdsgenoten. Het idee was: je moet eerst verbranden, en pas als de vellen van je huid vallen, kan het bruinen echt beginnen. We trokken ze er bij elkaar af: ‘Kijk eens wat een groot vel ik van je schouders heb gehaald!’ Wij waren de generatie van álles voor een bruin kleurtje.”

Bruin je makkelijk?

Lijnen: “Nee, ik heb een bleke huid, vol moedervlekjes, en lichtbruin haar. Ik werd snel rood.

“Later ben ik met mijn man en kinderen naar Florida verhuisd. Ook daar was niemand bezig met bescherming tegen de zon. Ik smeerde mijn kinderen toen in met een factor 5! Urenlang hebben ze zo op het strand of aan het zwembad gespeeld. Eén van de leukste dingen in Florida was de Ichetucknee-rivier afdobberen, met je achterste in een binnenband en je snoet in de zon. Wisten wij veel dat de weerkaatsing van de zon op water het nog gevaarlijker maakte.

“Met al die zon werd ik natuurlijk wel bruin. Daar was ik trots op. Kwam er bezoek uit België, dan zag je ze bewonderend kijken. Een gebruinde huid was de maatstaf waaraan je welvaart werd afgemeten. Was je op vakantie geweest en kwam je niet bruin terug, dan had je geen goeie vakantie gehad.”

Terug in België kochten jullie een zonnebank.

Lijnen: “Al mijn vriendinnen hadden er één. Maar niemand legde uit hoe lang je onder zo’n ding mocht liggen. Ik probeerde zelf in te schatten tot waar ik kon gaan, zonder te verbranden.”

Hoe vaak ging je eronder?

Lijnen: “Soms twee tot drie keer per week. Nu moet ik er haast om lachen, maar destijds vonden we een zonnebank heel handig: je kon er in je blootje onder, zodat je geen afdrukken op je lichaam kreeg van je badpak of bikini. Het was als je eigen naaktstrand. En op koude winteravonden ging ik eronder om mijn lichaam wat op te warmen voor ik in bed kroop. Toen mijn dochters wat ouder werden, gingen ze er ook onder.”

Zijn ze zich nu bewust van de risico’s?

Lijnen: “De ene heeft het huidtype van mijn man en bruint makkelijk, de ander heeft helaas mijn huid. Zij gaat nu om de zes maanden naar de dermatoloog. Wat staat al die mensen die onbezorgd in de zon hebben gezeten in hun jeugd nog allemaal te wachten? Die gedachte beangstigt me.”

Kamp je met een schuldgevoel?

Lijnen: “In het begin heel erg. Nu denk ik: ik heb het nooit bewust gedaan. Een bevriende dermatoloog raadde ons vroeger zelfs aan om onder de zonnebank te gaan als voorbereiding op een vakantie. De grootste zonnebankgebruiker in mijn vriendenkring was de dochter van een dermatoloog.”

Lieve Lijnen.Beeld Koen Bauters

Even heeft het er voor jou heel slecht uitgezien.

Lijnen: “Toen bleek dat er uitzaaiingen in mijn hersenen waren, dacht ik dat het afgelopen was. Goddank wees een bevriende arts me op targettherapie. Het was zo nieuw dat ik het alleen kon krijgen door deel te nemen aan een studie. ‘Wat als dit niet aanslaat?’ vroeg ik de oncoloog. ‘Dan wordt Kerstmis halen heel moeilijk’, zei hij. Drie maanden later waren mijn tumoren nog nauwelijks zichtbaar op de scan. Twee jaar later moest ik overschakelen op immunotherapie, door de bijwerkingen. Sinds een jaar ben ik niet meer in behandeling, Bij de scans lichten er geen tumoren meer op, maar genezen ben ik niet.

“Telkens ik onder de scanner moet, is het met een bang hartje. Bij Melanoompunt, de lotgenotenvereniging die ik heb helpen oprichten, hebben ze daar een term voor: scanxiety. Misschien kan ik het aantal scans over een paar jaar afbouwen, maar helemaal gerust zal ik nooit meer zijn.”

Durf je nu nog in de zon te komen?

Lijnen: “Ja, maar nooit tussen twaalf en vier. Ik draag ook altijd iets op mijn hoofd en smeer me in. Ik heb altijd een tube factor 50 bij en zodra de zon er is, zal ik aan iedereen in het gezelschap vragen of ze zich wel hebben ingesmeerd. Het is een beetje een obsessie geworden. Zelfs mijn kleinkinderen weten dat ze me met niks méér pijn kunnen doen dan door niet te smeren en te lang in de zon te zitten.

“We hebben een appartement aan zee. Van in mijn woonkamer zie ik hoe mensen met kleine kinderen urenlang in de zon zitten, zonder een tube zonnecrème in zicht. Wat een verschil met Nieuw-Zeeland, waar één van mijn dochters woont. Haar kindje van 3 wordt in de crèche om de twee uur ingesmeerd. De insmeerbeurten worden bijgehouden op een lijst aan de muur, zoals in onze crèches de toiletbezoekjes. Niet ingesmeerd betekent: niet buiten. Daar moeten we in België ook naartoe. Ik begrijp het, hoor: het zonnetje is aangenaam. Maar het zal op een andere manier moeten.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234