Zondag 31/05/2020

InterviewRik Pareit

‘Verlof, maar dan tot in de eeuwigheid’: het laatste interview met overleden VTM-journalist Rik Pareit

Rik Pareit.Beeld Stefaan Temmerman

VTM-journalist Rik Pareit kreeg in 2010 te horen dat hij prostaatkanker heeft. Eind september vorig jaar, enkele dagen voor zijn dood, werd hij nog geïnterviewd door zijn ex-collega en vriend Mark Coenen. ‘Of er in de hemel een welkomstcomité zal staan met een glaasje cava en een fanfare, dat weet ik nog niet.’

De palliatieve afdeling van de kliniek in Lier waar ik Rik Pareit op een prachtige najaarse septemberdag ga interviewen, is moeilijk te vinden, zeker voor een mens als ik, gezegend met het oriëntatievermogen van een ringworm. Maar misschien is dat ook wel de bedoeling: plekken waar het leven eindigt, moeten misschien niet makkelijk te vinden zijn.

Als ik de kamer binnenkom, wuift Rik mij weer naar buiten: hij wil dutten na het eten.

Ik snuister wat in zijn muziekcollectie: onberispelijke smaak. Nick Lowe, Dylan, Leon Bridges, Gregory Porter, The National. Boz Scaggs en ELO. En boeken, veel boeken. Over Bruegel. De Bourgondiërs, Cyriel Buysse, Ooit gelukkig van Nico Dijkshoorn. Die laatste blijkt, als ik later het interview uittik, een zeer toepasselijke titel te zijn,

Na een halfuurtje is Rik wakker en geheel bij de pinken, al klinkt zijn stem verzwakt. Het is zijn laatste interview. Een gesprek op de rand van zijn bed, op de rand van zijn leven. Over het leven. De laatste woorden van ‘Mr. Blue Sky’.

“Gisteren had ik een aanval van rilkoorts, ik lag helemaal te daveren, Gelukkig waren ze er snel bij. Ik heb allerlei pillen gekregen en een slaapmiddel – waar je niet verslaafd aan raakt, zei de verpleegster.”

BIO

• studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven • werkte van 1981 tot 1988 voor de VRT, onder meer op de verkeersredactie en als strip­recensent op Studio Brussel • schreef scenario’s voor Roodvonk, het jeugdprogramma dat Marcel Vanthilt presenteerde • was daarna enkele jaren persverant­woordelijke voor de Belgische Vereni­ging van Banken • werkte van 1998 tot 2018 op de nieuwsdienst van VTM, vooral voor politie­ke items en financiële reportages • stripkenner, coauteur van Geheimzinnige sterren. Over het Belgische stripverhaal (1996) • was kankerpatiënt sinds 2010, over­leed op 5 oktober 2019   

En zelfs áls je er verslaafd aan zou raken: zo erg zou dat niet zijn, toch? Jij mag, vind ik, alle pillen nemen die er zijn.

“Ja, dat is waar. Ik geneer mij daar allemaal niet mee voor, hoor.”

Wij kennen elkaar al lang, van bij Studio Brussel. Jaren tachtig van de vorige eeuw.

“Ik heb een heel parcours doorlopen bij de VRT: eerst de verkeersredactie, dan recensent van strips bij Studio Brussel, bij Chris Dusauchoit en Chantal Pattyn.

“Ik heb ook bij de jeugddienst van de televisie gewerkt. Daarna ben ik naar de Socialistische Omroep gegaan, om jongerenprogramma’s te maken. En dan naar de financiële sector, woordvoerder bij de banken. Uiteindelijk ben ik bij VTM terechtgekomen, waar ik de financiële specialist werd.

“Ik wilde niet in één hokje gevangen worden: ik heb zowel voor de arbeiders als voor de kapitalisten gewerkt.” (lacht)

Je was van alle markten thuis. Tot de kanker kwam aankloppen.

“Ik kreeg mijn diagnose toen ik 57 was. In 2010 ben ik geopereerd, ze hebben de prostaat weggenomen, met zo’n robot. Operatie goed verlopen, de kanker was ingekapseld, zei men, niet uitgezaaid. Ik zal niet zeggen dat er euforie was maar er was toch grote blijdschap in de familie.

“Kort daarop begon die welbekende PSA (Prostaat Specifiek Allergeen; een hoge PSA kan wijzen op de aanwezigheid van kanker, red.) weer te stijgen. Heel lichtjes. Toen zijn ze opnieuw gaan behandelen: ik heb ze echt allemaal gehad: hormonen, bestralingen, pillen, noem maar op. Als prostaatkanker uitzaait, doet die dat meestal in het bot en de longen. Maar het blijft prostaatkanker, gek genoeg. Ik loop dus al tien jaar rond met kanker, maar zeker negen daarvan waren goed. Als ik eerlijk ben: ik heb nog heel veel kunnen doen tijdens mijn ziekte. Het was zeker niet allemaal negatief.”

Je ziet het aan je berichten op Facebook: het keert pas op het einde van 2018. Daarvóór lijkt er niets of niet veel aan de hand te zijn. Je schrijft dan ook: het venijn zat in de staart.

“Ik had toen complicaties, omdat de bestralingen mijn organen hadden aangetast. Zo ben ik drie keer na elkaar op de spoed beland. Dat was het kantelpunt: ik moest een paar keer geopereerd worden en dat was heel zwaar. Ik heb dan twee maanden gerecupereerd in een zorgcentrum in Zandhoven. Op een bepaald moment kwam er hier een kamer vrij en zeiden ze: je staat op de lijst, kom maar af. Het probleem was achteraf wel dat ik eigenlijk te ‘goed’ was om hier te liggen, en te slecht om naar huis te gaan. Dus zeiden ze na een tijd: ‘Je bent eigenlijk nog te goed, ga maar terug naar huis.’

“Meestal mag je hier maar drie maanden liggen, omdat men wil dat de ergste gevallen voorrang krijgen. Maar ik ben gebleven.

“Nu spreekt men daar niet meer over. Ik zal nu dus een erg geval zijn. (glimlacht)

“Ik krijg ook geen behandeling meer: ik word niet gereanimeerd als ik hier een hartaanval zou krijgen. Ik zou het ook niet willen. Het probleem is dan meteen opgelost. Er waren zogezegd nog drie behandelingen mogelijk, maar die zijn uiteindelijk nooit toegepast.

“Er was er een waarbij ik ingespoten zou worden met een radioactieve vloeistof: een spuitje met strontium. Uiteindelijk besliste men om dat niet te doen. Je moet blijkbaar minstens nog drie maanden leven na die spuit, want als je sneller sterft en je wordt gecremeerd, dan riskeer je een nucleaire ontploffing.” (grinnikt)

Als je wraak wilt nemen op iemand, moet je het wel zo doen.

“Ik vond het ongepast dat ze mij dat gewoon in een mailtje hebben gemeld. En voor andere chemo was ik te zwak. Dus uiteindelijk waren er geen mogelijkheden meer.

“Het is wachten en afwachten hoelang het nog duurt.”

Ze laten de natuur haar gang gaan.

“Ja, dat is het. Pas op, ik word hier zeer goed behandeld, schrijf dat zeker in uw stuk. Alleen het eten is discutabel, maar dat is in elk ziekenhuis zo. Soms brengt Karin (zijn vrouw, MC) eten mee en dan eten we eens geen ziekenhuiskost. Hamburgers en frieten van de Quick. Leve de fastfood.”

Rik krijgt telefoon van zijn vrouw. Na een paar minuten nemen we de draad weer op. En plots begint hij zelf vragen te stellen: “Mark, jij hebt ook prostaatkanker gehad. Ben je eigenlijk bang om te hervallen?”

“Ik probeer dat te verdringen”, antwoord ik. “Ik ben een redelijke stoïcijn. Ik leef gezond, mijn PSA-waarde is bijna onmeetbaar, dus dat is allemaal positief. En als het dan toch verkeerd loopt, dan zal ik dat op het moment zelf wel bekijken. Ik los het probleem op als het zich stelt. De methode-Dehaene. Ik noem wat wij hebben ook altijd: de bierkaai. Daar kun je niet tegen vechten, je moet gewoon proberen verder te leven. Mijn broer heeft ook kanker. Longen. Hij is sinds zijn diagnose nog getrouwd, heeft een huis gekocht en trekt rond met een camper. Dat is eigenlijk een welgemeende fuck you in het gezicht van die kanker. Dat bewonder ik zeer. Je moet positief blijven, anders slaat de somberheid toe.”

Rik Pareit in het ziekenhuis van Lier, kort voor zijn overlijden: ‘De dood aanvaarden kun je alleen als je een heel mooi leven hebt gehad.’Beeld Stefaan Temmerman

Rik Pareit: “Je broer heeft gelijk. Zelfs toen ik steeds zieker werd, heb ik altijd geprobeerd om zo positief mogelijk te blijven en mijn leven verder te leven. Al heeft deze ziekte ook grote nadelen, waar je steeds harder en steeds vaker mee geconfronteerd wordt. Uiteindelijk kun je niets meer. Niet leuk.

“Ik ben gelovig, maar worstel wel met mijn lot. Ik had daarover regelmatig gesprekken met een vriend die diaken is. Die gesprekken helpen wel. Ik had een beeld van een God die straft en beloont. Later, ooit, als er een laatste oordeel komt, dan krijg je je rapport. Ik heb daar lang mijn geloof op gebaseerd. Ik vond dat het leven onrechtvaardig is. Zij die zich misdragen, worden daar eigenlijk tijdens hun leven niet voor gestraft. Ik dacht dat ze hun straf na de dood zouden krijgen. De dood maakt iedereen gelijk: plots ben je niet meer beroemd.”

Doodgaan is een vorm van immanente rechtvaardigheid.

“Ik moest af van het beeld van straf en beloning. Er is geen selectie door God. Je moet ervan uitgaan dat God liefde is. Ik worstel daar wel nog altijd mee; mijn ziekte leidt ook tot een soort van geloofscrisis. Ik ben altijd gelovig geweest, al ging ik alleen op feestdagen naar de kerk. Tot een paar jaar geleden ging ik soms gewoon in een kerk zitten. Om tot rust te komen, om na te denken over de dingen van het leven. Bidden is een ritueel. Het helpt wel, maar je verwacht ook iets terug en dat komt er nooit.”

Helpt het je om je huidige toestand te dragen?

“Ja, een beetje. Maar niet veel. Ik geloof dat er iets is na de dood.”

Een fastfoodrestaurant. Een heel groot.

(glimlacht) “Wie weet. Ik stel mij ook deze vraag: als je gelooft in een leven na de dood, ga je dan je ouders terugzien en iedereen die je hebt gekend die al dood is? Op welke plaats gaan ze die allemaal bij elkaar brengen? Er zijn al miljarden en miljarden mensen dood.”

Er zijn al 108 miljard mensen geweest vóór ons. Dat gaat een serieus groot hamburgerrestaurant moeten zijn.

“En stel dat je je ouders terugziet: hoe oud zouden die dan zijn? Je gaat ervan uit dat je hen ziet zoals je ze het laatst gezien hebt. Allemaal rare gedachten.

“Ik ga er tegelijk van uit dat we na de dood geen stoffelijke identiteit zullen zien. De dood is een zwart gat. Ik hoop dat er daarna iets is, maar ik ben niet zeker. Mijn geloof is ook hoop : hoop dat er iets bestaat. Het is eigenlijk soms meer hoop dan geloof, als ik erover nadenk. Misschien zijn we blij met een dooie mus.

“Ik overweeg euthanasie als mijn lijden te groot wordt, maar je eigen doodsmoment kiezen, datum, uur, dat is niet evident. Sommige mensen denken dat het een simpele beslissing is, maar dat is het niet.”

Geeft het je niet een soort gevoel van veiligheid? Dat het kan?

“Als ik alleen nog maar naar het plafond kan staren, niet meer kan lezen, niet meer kan luisteren naar muziek, dan zal het gebeuren. Dat zijn de parameters, waarop ik mijn beslissing ga baseren. Als de pijn nu al te groot wordt, krijg ik morfine, maar hoe meer morfine je krijgt, hoe suffer je wordt. Het voordeel van hier te zijn is dat ze er altijd vlug bij zijn. Dat is comfortabel, maar mijn wereld wordt wel steeds kleiner.

“Ik lees nog wat, ik kijk naar een film, ga nog eens naar huis. Dat is het ongeveer. Ik word 67 in december. Als ik dat nog haal.

“Wat is dood? Rust in vrede. Rest in peace. In feite is dood verlof, maar dan tot in de eeuwigheid. Of er in de hemel een welkomstcomité zal staan met een glaasje cava en een fanfare, dat weet ik nog niet.”

Stel dat dat wel zo zou zijn: wat moeten ze dan spelen?

“Iets van Sergeant Peppers van de Beatles. En als ik dan bovenkom, staan alle mensen mij op te wachten zoals op de hoes van Sergeant Peppers. Mijn vader op zijn sloefen, mijn moeder, mijn grootmoeder en een hoop volk dat ik niet meer ken. En die zeggen dan dingen als: ‘Elaba, zeg, ik ben wel uw overgrootmoeder, hè.’”

Herman de Coninck schreef dat hij oefende in doodgaan om het te kunnen als het echt gebeurde. Ik heb het gevoel dat jij dat ook een beetje doet.

“Ik verwacht dat ik dit jaar nog ga sterven, ik verzwak altijd maar. Mijn vrouw en mijn familie zitten er een beetje door, ze weten dat het niet goed eindigt, alleen weten ze niet wanneer. Net zoals ik.

“Als je met de dood voor ogen leeft, dan rol je je leven voor je ogen opnieuw af. Dat heb ik ook gedaan: ik heb weer contact gezocht met mensen die ik uit het oog verloren was, zelfs mijn eerste lief. Van heel lang geleden. We hebben afgesproken om elkaar nog eens te ontmoeten. Wie weet komt het er nog van.

“Ik had zoiets al eens gedaan, vlak na de operatie. Alles was goed verlopen, de kanker leek weg. Ik heb toen contact opgenomen met mensen die ik al heel lang niet meer gezien had maar die wel een grote invloed hebben gehad in mijn leven. Om hun de boodschap te geven: ik leef nog en ga nog lang leven. Ik ben ziek geweest maar ben aan het genezen.

“Een van de mensen die ik heb teruggezien, is Rik Coolsaet (Belgische politicoloog, red.), een vriend van vroeger, die een grote invloed heeft gehad op mijn politieke denken. Hij heeft mij echt begeesterd, hij zorgde ervoor dat ik helemaal de linkse kant opging. Hij was preses van Germaanse voor mij, en heeft mij overtuigd om hem op te volgen. Hij heeft mij ook het politieke pad opgestuurd, waardoor ik mij ging inzetten voor de maatschappij, en ging betogen tegen de apartheid in Zuid-Afrika en tegen de staatsgreep tegen Allende in Chili. Halverwege de jaren zeventig was dat.

“Een korte babbel met die mensen was voor mij al genoeg. Ik wilde hun gewoon zeggen dat ik dankbaar was dat ze in mijn leven waren. Dat ik iets aan hen had gehad. Ik wilde hen in de bloemetjes zetten.”

‘Mijn geloof is soms meer hoop. Misschien zijn we blij met een dooie mus.’ Beeld Stefaan Temmerman

Stel dat je een contract zou kunnen tekenen dat je leven verlengt, hoe oud zou je dan willen worden?

“Ik zou er nog tien jaar willen bij doen. Mijn vader is 80 geworden. Die is ouder geworden dan ik. Hoor mij, ik babbel al over mijzelf in de verleden tijd. Ik had gehoopt nog te kunnen genieten van mijn pensioen, maar ik lig in mijn bed, en mijn wereld is gekrompen tot een paar vierkante meter. Dat is wel een frustratie, als je weet dat de meeste mensen die extra jaren wel krijgen.”

Ben je opstandig over wat je meemaakt?

“Nee. Toen ik tien jaar geleden de diagnose kreeg, was mijn eerste reactie: verbijstering. Ik heb zitten huilen in mijn auto. Waarom ik? Dat gaat wel nooit helemaal weg, dat gevoel. En toen wist ik niet eens of het al dan niet uitgezaaid was. Ik had toen nog niet het gevoel dat ik eraan ging sterven, maar ik verkeerde wel in de totale onzekerheid over mijn lot.

“De opluchting die je dan voelt, als ze je zeggen dat het niet uitgezaaid is: fantastisch. Tot het wel uitgezaaid bleek. Dat bericht kreeg ik vrij snel na de operatie en een jaar later is de behandeling gestart. Toen ben ik acteur Marc Van Eeghem een paar keer tegengekomen in de kliniek. Hij werd bestraald tegen dezelfde kanker. Hij heeft het niet zo lang uitgehouden. Ik heb spijt dat we elkaar niet beter hebben gekend.”

Ik heb hem ook gecontacteerd, toen ik geopereerd moest worden. Via Facebook. Hij reageerde daar heel mooi op, en heel positief. Ga voort met leven!, schreef hij. Hij stierf in december 2017.

“Ik had hem beter willen kennen maar ik was te verlegen om contact te zoeken. En nu is het te laat.”

Je hebt van Facebook het medium gemaakt waarop je verslag doet van je ziekte, meestal vergezeld door een tekst en een song die je leuk vindt. Daar zouden ze een boek van moeten maken, vind ik. Of een Spotify-lijst, op zijn minst.

“Muziek helpt. Ik ben een grote Van Morrison-fan, maar luister naar heel veel andere dingen ook. Ik ben gelukkig nog naar Jazz Middelheim kunnen gaan, deze zomer, dat was echt fantastisch. Heb nog een praatje geslagen met wat muzikanten, onder anderen met de Italiaanse trompettist Enrico Rava, een van mijn favorieten. Hij is 80. Die mannen worden wél allemaal oud. Ook die rockers. Ik zoek dat allemaal op: leeft die nog, hoe oud is hij?”

Je bent een journalist gebleven. Dat gaat er niet uit.

“Ik ben op Facebook gesukkeld via een prijsvraag, alsjeblieft. Toen dacht ik: dat is wel een handig middel om mensen op de hoogte te houden van mijn ziekte, ook ex-collega’s, die regelmatig vroegen hoe het met me was.”

Zijn er mensen die je niet op de begrafenis wilt zien?

“Nee, iedereen mag komen, zelfs de buurvrouw, met wie ik wel eens een akkefietje had over onze tuin. Toen haar man overleed, kregen we geen doodsbrief. Dat zegt wel iets. Maar ik ben zelf niet rancuneus, ik wil niet kleinzerig zijn.

“Het is echt allemaal te gek voor woorden: zoveel ruzie voor zoveel onnozele toestanden.

“Een van de positieve dingen van mijn leven is dat ik nooit echt bruggen opgeblazen heb. Ik kan met iedereen door één deur. Daar ben ik wel trots op.

“De dood aanvaarden kun je alleen als je een heel mooi leven hebt gehad. Ik heb van alles uitgespookt dat je niet mag uitspoken. Ik was jong in de tijd van de flower power en de vrije liefde en heb mij daarbij niet ingehouden. Zeker niet. Ik heb daar ook geen spijt van. Verbittering helpt niet.

“Ik heb altijd genoten, van cultuur, natuur, muziek, lezen, vakanties in Italië, de kinderen. Mijn vrouwen. Ik ben getrouwd en gescheiden en daarna weer getrouwd. Ik ben altijd een goed contact blijven hebben met mijn ex-vrouw, trouwens.

“Ik heb er tien jaar over gedaan om effectief te scheiden. Dat was een pijnlijk proces, voor iedereen, maar bij een scheiding is dat altijd zo. Ik heb mij daarvoor verontschuldigd bij de betrokkenen. Op een bepaald moment heb ik dan de knoop doorgehakt en dan is Jonas nog gekomen, na Eva en Mieke. Mijn oudste kinderen zijn nu dertigers, Jonas is zeventien.”

Hij werd geboren toen je 50 was.

“Wij hebben een goed contact, maar hij is een echte puber. Maar dat was ik ook. Hij kan geweldig goed tekenen. Die jongen heeft een doodzieke vader, maar gelukkig kan hij dat een beetje van zich af praten met zijn vrienden. Bij de dood stopt de eigen pijn, maar begint eigenlijk de pijn van je naasten. Je gaat ervan uit dat je je eigen begrafenis kunt meemaken, maar het zijn uw geliefden die achterblijven. Die moeten verder.”

Hoe zou je willen dat de mensen zich jou herinneren? Maak eens een lijstje.

“Oei. Onafhankelijk. Grappig. Dat moet er zeker bij. Ook: graag geleefd. Een levensgenieter, dat ben ik altijd geweest. En goedhartig. Groot gevoel voor rechtvaardigheid.”

Dat zijn christelijke waarden, voor een deel. Terwijl ik dacht dat je van de loge was!

“Ik heb mij geëngageerd voor een rechtvaardige wereld, ben opgekomen tegen apartheid en de atoomraketten. Dat de planeet in gevaar is en dat politici ontsporen: dat is mijn schuld niet. Ik heb altijd geprobeerd mijn kleine duit in het zakje te doen, al weet ik wel dat we individueel machteloos zijn.

“Dat heb ik ook willen doorgeven aan mijn kinderen: mijn dochters zijn heel gevoelig voor het onrecht in de wereld. Ik bewonder ze alle twee: Mieke heeft zonder partner een dochter op de wereld gezet. Ik vind dat heel moedig. We weten alleen dat het een Vlaams-Deens kleinkind is. De donor was een viking, zeg maar. En iedereen maar zeggen dat die kleine op mij lijkt.

“Dat geeft mij kracht: ik weet dat ik in mijn kinderen voortleef en dat ze een goed leven proberen te leiden. Mijn kleinzoon, zoon van mijn dochter Eva, is naar mij genoemd.”

Er zal dus met enig geluk nog minstens tachtig jaar een Rik Pareit zijn.

“Ja, dat is mooi. Dus ik hoop dat ik herinnerd zal worden als een goede vader.”

Is dat niet het belangrijkste?

“Ja, in feite wel.”

Rik heeft bijna twee uur gebabbeld en is moe. Ik stuur hem de volgende dag nog een berichtje om hem te bedanken, maar krijg pas een paar dagen later antwoord, van dochter Mieke: Rik kan zijn berichten niet meer lezen.

De landing is ingezet.

Rik sterft op zaterdag 5 oktober, om vijf voor twaalf ’s middags. ‘Vaarwel lieve collega en vooral dierbare vriend’, schrijft zijn beste vriend Patrick Van Gompel, net als Pareit VTM-journalist en stripfanaat, op Facebook. ‘Rik, de man van de nipte deadline, is vanmiddag gestorven om vijf voor twaalf. Hij heeft altijd zin voor humor gehad. Ik wil nog van alles vertellen maar dat gaat even niet. Rik toch, moedig man.’

Uit respect voor Rik ga ik bij zijn begrafenis pas op het allerlaatste nippertje de kerk binnen, want Rik kon moeilijk op tijd komen en heeft zijn hele leven geflirt, zeker met deadlines.

Veel verdriet, maar ook gedempte vrolijkheid, want hij was in al zijn gewoonheid ‘gene gewone’, zoals ze zeggen in de Kempen.

Goed geleefd, veel gelachen, veel te kort. Klotekanker.

Mijn vader, zei dochter Eva, was een soort van Lebowski, met zijn krulletjes en ringbaard en zijn T-shirt van de Rolling Stones. Nachtraaf, die nooit op tijd kon komen. Groot hart, grote, grappige vriend van velen.

Bij het buitengaan speelde ‘Mr. Blue Sky’ van ELO. Dat lied zette hij steevast op als ze met de familie op vakantie vertrokken met de auto.

Plots begon de zon te schijnen. ‘Mr. Blue Sky’ is vanaf nu zijn lied. Beste Rik, I’ll remember you this way.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234