Maandag 15/07/2019

Interview

Veldloopster Imana Truyers en vader Roel: “Haar leven hing aan een zijden draadje”

Beeld Bob Van Mol

Hij is 50, directeur van een lagere school en marathonloper. Zij is 25, verpleegkundige in het UZ Leuven en profatlete. Zondag had ze haar Belgische titel in het veldlopen moeten verdedigen, maar een blessure gooide roet in het eten. Roel en Imana Truyers, adoptievader en -dochter.

ROEL

“De band met Imana is onbreekbaar. Ik heb vijf kinderen, de oudste en jongste zijn adoptiekinderen, met tussenin drie biologische kinderen. Maar met respect tegenover de anderen durf ik te zeggen dat de band met Imana erg speciaal is. Artsen gaven ons indertijd 0,6 procent kans op eigen, biologische kinderen. Dus startten wij ­onmiddellijk adoptieprocedures. Na negen IVF-pogingen kregen we ook nog een eigen tweeling en een eigen zoon. Wonderen zijn het.”

“De band met Imana is zo speciaal, omdat ze de oudste is en haar leven aan een zijden draadje hing. Drie maanden was ze, toen het vliegtuig uit Rwanda landde op Zaventem. Imana was erg klein en verzwakt. Tijdens het vaderschapsverlof heb ik haar acht weken lang op mijn buik gedragen, fysiek dicht tegen mijn hart aan. Dat vergeet ik nooit.”

“In 1994 viel een handgeschreven brief in de bus van een Belgische missiezuster in Kigali, waar de genocide was uitgebroken. Daarin las ik voor het eerst haar naam: Musabyimana, ‘geschenk van god’. Na een tocht van honderden kilometers beviel Imana’s moeder van wat nu onze dochter is, twee maanden te vroeg. De moeder stierf en Imana werd ziek, malaria. In Rwanda was er amper eten; de geïmporteerde soja uit Amerika was schaars. De Belgische zuster zette de baby noodgedwongen op een van de laatste Sabena-vluchten. Zonder haar was ze er niet meer.”

“Imana zette het hele gezin aan het lopen. Dankzij haar ben ik nu een marathonloper. Ik bewonder haar karakter, haar vechtlust. Tegelijk is Imana ook de goedheid zelve. Ze heeft geen vijanden en deelt geen ‘kwakjes’ uit in de wedstrijd. Dat siert haar, maar maakt haar ook kwetsbaar.”

“In Hechtel liepen we úren door de velden, de bossen, langs het militair domein en praatten we. De waarheid ging ik niet uit de weg. Van jongs af aan zeiden we: ‘Imana, je komt niet uit de buik van je mama, maar uit de buik van het vliegtuig. Wij proberen je nieuwe mama en papa te zijn.’”

“We lopen nog altijd. Soms zeggen we niks en volstaat de stilte om elkaar te begrijpen. Uren hebben wij gelopen, zij aan zij. Dat heeft onze band enkel maar versterkt.”

“Jaren geleden werd ik uitgenodigd op de International Peace Marathon in Kigali. Met haar Tutsi-moeder en Hutu-vader stond Imana symbool voor de toekomst. Op de luchthaven van Kigali sprak een willekeurige man mij aan, een Oegandese priester die de weg zocht naar de juiste gate. Dat simpele feit heeft ons leven veranderd. De priester was kennelijk ooit actief in de parochie waaruit Imana voortkwam. Ik gaf hem mijn gegevens. Een tijd later kreeg ik een e-mail: bleek ze nog een broer en een zus te hebben.”

“Meer nog dan Imana, die toen twaalf was, was ik zelf nieuwsgierig naar haar afkomst. Vanwaar komt het meisje dat ons werd gegeven? Wat is haar verhaal? Ik ging op zoek en schreef alles op in een boekje: Brieven aan mijn dochter. Dat dagboek hield ik met mijn vrouw Heidi bij, opdat we niks zouden vergeten. Alles staat erin. Alles wat we haar ooit nog moesten vertellen. Achttien was ze, toen we de tijd rijp achtten haar dat boekje te geven, oud genoeg om de ruwheid van haar verhaal te kunnen opvangen.”

IMANA

“In mijn verste herinnering loop ik in de tuin in Hechtel. Alles is groen, er lopen konijnen rond, kippen, er vliegen parkieten. Ik zie velden en loop met vader door het militair domein. Ik was het enige zwarte meisje in Hechtel, maar niemand stelde zich vragen. Ooit kwam een vriendin thuis van de kleuterklas en zei: ‘Mama, er zit een groen kind in onze klas’.”

“Ik kom uit een warm, liefdevol nest. Vader en moeder voedden hun kinderen op een heel open manier op. Ze hielden niks achter. Na de ontmoeting van mijn vader met die Oegandese priester wist ik af van mijn biologische broer en zus. Dat was een schok, ja. Maar die schok bracht me niet uit evenwicht. Dat was anders toen ik het boekje van mijn ouders kreeg. Ik waardeer het dat ze me de harde waarheid op het gepaste moment hebben aangereikt. Niet te laat, niet te vroeg.”

“De Belgische zuster ontfermde zich over kinderen in de vluchtelingenkampen en bracht hen naar ziekenhuizen en weeshuizen, las ik. Zuster Maria trok naar de luchthaven van Kigali en scharrelde de overschotten van de vliegtuigmaaltijden bijeen om die uit te delen. In het boek las ik ook dat Hutu-rebellen na mijn vlucht uit Rwanda het weeshuis waren binnengevallen, waar ik net was vertrokken. Ze hebben er alle baby’s en kinderen onthoofd.” 
(stil)

“Nooit lag ik met mijn identiteit in de knoop. Thuis in Hechtel hingen veel Afrikaanse spullen aan de muur. Dat zei me niks. Kwamen er vriendinnetjes over de vloer, dan zei ik: ‘Niet op letten, mijn ouders zijn nogal zot van Afrika.’” (lacht)

“Hoe ouder ik werd, hoe groter de nieuwsgierigheid naar Rwanda. Hoe ziet dat land eruit? Leven mijn broer en zus nog? En mijn vader? Aan de hogeschool kwam ik voor het eerst met andere zwarte vrouwen in contact. Dat was wennen, maar het voelde goed aan. In de atletiekwereld zag ik Elodie Ouédraogo en Nafi Thiam. Met hen praatte ik over kleur en afkomst. Elodie leidde me ook naar de juiste plek om mijn haar te stylen: kapsalon Voodoo in Leuven.” (lacht)

“In 2015 reisde ik voor het eerst naar Rwanda. Mijn hele gezin was mee: vader, moeder, oudste broer, mijn tweelingzussen, zelfs mijn Ethiopische adoptiebroer, mijn vriend en mijn grootouders. Ik ontmoette er mijn biologische broer en zus. Ik spreek hun taal – Kinyarwanda – niet, maar voelde meteen een grote verbinding met hen. Een Rwandese tolk, het Frans machtig, vertaalde een paar woorden, maar dat hoefde zelfs niet. Hen zien, hen vastpakken, was zo intens en schoon.”

“Nog altijd houden we contact, via WhatsApp op de smartphone van mijn broers buurman.”

“Ik voel een grote dankbaarheid voor Rwanda. Die dankbaarheid uit zich in Thousand Hills of Hope, een organisatie die ik met mijn vader oprichtte ten behoeve van straat- en weeskinderen. En misschien studeer ik ooit wel Tropische ­Geneeskunde, dan is de cirkel helemaal rond.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden