Zondag 17/11/2019

Opvoeding

Vechtende jongens: grijp je in of laat je het ze zelf uitzoeken?

Beeld Fadi Nadrous

Twee broertjes hebben last van territoriumdrift, en soms gaat het er ruig aan toe. Hun ouders vragen zich af of het niet averechts werkt als ze ingrijpen. “We hebben de neiging om als een soort scheidsrechter te fungeren en bijvoorbeeld een kind als aanstichter te bestempelen. Dat zorgt ervoor dat kinderen hun gelijk willen halen bij jou, en daar dan nog meer om gaan knokken.” Meer interessante opvoedkwesties kan je vinden in onze Opvoedgids.

Een moeder vraagt zich af hoe ze het best kan omgaan met haar jongens van 3 en 6. Ze maken vaak ruzie. “Ze willen hetzelfde stukje van de douche, van de bank. Als de een iets heeft wil de ander minstens hetzelfde”, schrijft ze. “Af en toe gaat het er fysiek best ruig aan toe.”

Moeder en vader grijpen in ‘om het geruzie in goede banen te leiden’. Ze stellen grenzen aan de territoriumdrift en proberen de jongens te leren dat ze moeten delen, en dat ze lief moeten zijn voor elkaar. Maar, zo vragen ze zich af, beschermen ze hun jongens niet te veel? Zou het niet beter zijn om het ze zelf te laten uitzoeken?

“We hebben de neiging te snel in te grijpen”, zegt Tischa Neve, kinderpsycholoog en opvoedkundige. “Omdat we het zelf onrustig vinden als er ruzie is, of omdat we te snel willen helpen. Het is heel goed voor je ingrijpt even tot tien te tellen, en te kijken of ze het zelf kunnen oplossen.” Afwachten dus.

“Maar goed, als die van 6 op die van 3 zit in te timmeren, dan moet je natuurlijk iets doen”, vervolgt Neve. De manier waarop je ingrijpt, is dan van belang. “We hebben de neiging om als een soort scheidsrechter te fungeren en bijvoorbeeld een kind als aanstichter te bestempelen. Dat zorgt ervoor dat kinderen hun gelijk willen halen bij jou, en daar dan nog meer om gaan knokken. Het kan er ook voor zorgen dat de oudste denkt: ‘Ik krijg toch altijd de schuld’, en dat hij zich daar dan ook naar gaat gedragen. Of ze gaan vaker iets stiekem doen, als jij het niet ziet.” 

Mediator

Als ouder moet je je daarom niet als scheidsrechter, maar als mediator opstellen. “Dan beschrijf je wat er gebeurt, zonder daar een oordeel aan te verbinden. ‘Ik zie jou een speeltje afpakken’, en ‘Ik zie jou slaan’. Daarna kun je in zijn algemeenheid zeggen: ‘Slaan, dat doen we hier niet. Dat doet pijn. We zeggen het met woorden.’”

“Verder moet je ze zelf verantwoordelijk maken. ‘Jullie willen allebei op de computer. Hoe kunnen we dat oplossen?’ Hopelijk lukt het hen naar elkaar te laten luisteren. Het is heel simpel: als ze dit vaker doen, worden ze beter in het oplossen van ruzie.”

Zo is ruziemaken leerzaam, ook voor de kleinste. “Je moet het natuurlijk goed in de gaten houden, want die van 6 is sterker. Maar jongere kinderen leren bij ruzies van zich afbijten. En bij je broers en zussen kan dat op een veilige manier. Je kunt thuis oefenen met boos zijn.”

Jongens zijn daarbij vaak fysieker en ruwer dan meisjes, zegt Neve. “Dat is niet erg. Kijk wat er gebeurt. Als het echt onveilig wordt, grijp je natuurlijk in.” Iedere ouder moet zelf die grens bepalen.

Meer vragen en antwoorden over opvoeden kan je terugvinden in onze Opvoedgids.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234