Vrijdag 21/02/2020

ReportageBinnenkijker

Van twee naar één: als je het huis van de buren er ook nog eens bijneemt

Van twee huizen één maken, is expertwerk. De volledige circulatie moet immers veranderen.Beeld Faye pynaert

Net toen het gezin van Joke te groot werd voor een rijwoning, verkochten de buren hun huis. Hoewel hier ooit kalfjes werden vetgemest, is dit nu een gezellige gezinsplek.

‘Zie je die ringen in de muur? Daar stonden ­vroeger de kalfjes die werden vetgemest voordat ze aan de overkant van de straat geslacht werden. En achter in de tuin staat nog de oude stal mét voederbakken.” Slachten gebeurt al lang niet meer in deze wijk aan de rand van het Gentse centrum, maar de sporen zijn nog niet allemaal uitgewist. Een bewuste keuze, vertelt architect Jan Baes die samen met zijn vrouw Petra Decouttere ae-architecten vormt. “We wilden de ruwe sfeer van vroeger bewaren, zonder het luguber of bloederig te maken.”

De dubbele hoogte in de eethoek geeft massa's licht in wat ooit een donkere kamer was. De groene muren zorgen voor intimiteit. De lamp is een ontwerp van Josef Hoffmann uit 1917, heruitgegeven door het Weense bedrijf WOKA. Beeld Faye pynaert

Niet aankomen

Behoud zit diep in het DNA van de architecten. “Ons basisidee: als het in orde is, moet je er niet aankomen. Zonde van het materiaal en van het werk. Dus beginnen we steevast met de vraag: wat kunnen we houden? Pas daarna kijken we naar wat we willen afbreken of toevoegen.”

Niet toevallig was hun werk onderdeel van de expo A Weaving Generation, over architecten die hun ontwerp liever verweven met de aanwezige architectuur, dan er bruusk mee te breken. “De achterbouw van deze vroegere stadsboerderij was sfeervol, maar te donker om in te wonen. We maakten er een tuin van, maar lieten de dakstructuur staan. Door er glasplaten op te leggen, kun je altijd in de tuin zitten. Er groeien zelfs exotische planten.”

Het betonnen kruis is een ingreep van ae-architecten en draagt zowel de oude scheidingsmuur als beide achtergevels. Beeld Faye pynaert

Veel willen bewaren, brengt architecturale uitdagingen met zich mee. Want je vertrekt van een kakafonie aan stijlen en vele beperkingen. Alles strippen, tabula rasa maken en heropbouwen in je eigen signatuur lijkt gemakkelijker. Maar Jan Baes denkt er anders over. “Onze architectuur kan veel opnemen”, meent hij. En als we rondkijken, zien we dat hij gelijk heeft. In de antichambre (de ruimte die de hal scheidt van de leefruimte) vloeken de hedendaagse terrazzovloer en de berkenhouten maatwerkkasten niet met het moulureplafond. De blend is zo goed dat je vaak niet weet wat oud is en wat nieuw. Zo leek het halfronde, houtbekiste plafond ons een industrieel relict. Maar het bleek een ingreep van de architecten om de oude patio bij het interieur te betrekken.

De 'omgekeerde' lambrisering zorgt voor een gezellige avondsfeer.Beeld Faye pynaert

Noem dit gerust een verbouwing van de derde categorie. Geen routineklus van koterij afbreken en een nieuwe leefkeuken zetten, zoals zo vaak bij rijhuizen. Ooit waren dit namelijk twee huizen. Eigenares Joke kocht het eerste huisje in 2002. Eerst kwam er een man bij en daarna ook nog twee kinderen en plots werd het smalle pand een maatje te klein. Ze overwogen een verhuizing. Tot de buren, oudere mensen die er tot de jaren 90 dieren hielden, vertelden dat ze hun huis gingen verkopen.

Van twee huizen één maken, is expertwerk. De volledige circulatie moet immers veranderen. Via via belandden de eigenaars bij ae-architecten. Ze vroegen hen om licht, ruimte, natuurlijke materialen en een leefkeuken. En ze ­kregen het allemaal.

Om de vroegere patio bij de leefruimte te betrekken, kreeg die een gewelf van zichtbeton.Beeld Faye pynaert

Jan en Petra ontwierpen op het gelijkvloers een open plan met veel ruimtegevoel én geborgenheid. Dat wisten ze te ­realiseren door openingen te maken van 2m20 hoog. “Die hoogte vormt een doorgang, geeft een gevoel van openheid én bakent ook een aparte kamer af”, legt architect Baes uit. “Een huis mag geen optelsom zijn van losse huisgenoten. Voor ons is het essentieel dat je er echt kunt samenleven. Hier kun je elkaar altijd zien of horen, ook al zit je niet in dezelfde ruimte.”

In de dubbele hoogte boven de eethoek geven houten luiken uit op de eerste verdieping.Beeld Faye pynaert

In de dubbele hoogte boven de eethoek zijn er bijvoorbeeld houten luiken die uitgeven op de eerste verdieping. Vanuit de bibliotheek, het washok of de fitnessruimte kun je babbelen met wie aan het kookvuur staat. Jan: “Zoals in een traditioneel Engels landhuis.”

Beeld Faye pynaert
Beeld Faye pynaert

Het huis van de buren kochten ze in 2013 en nu, zes jaar later, is het af. Maar wel tot in de puntjes. In veel huizen zwakt de afwerking af naarmate de verdiepingen stijgen. Hier niet. De details op zolder zijn even aandachtig ontworpen en uitgevoerd als in de leefruimte. De centrale ingreep in de ­verbouwing is een groot betonnen kruis dat zowel de ­achtergevels draagt als de vroegere scheidingsmuur. Hierdoor wordt de ruimte gevoelsmatig ‘gevierendeeld’ in wat de architect kwadranten noemt: de keuken, de living, de ­eethoek en de tuin.

De dakstructuur van de oude achterbouw werd behouden en deels afgewerkt met glas zodat er een orangerie ontstond. Beeld Faye pynaert

Eenvoud behouden

Wie van twee huizen één maakt, heeft ruimte genoeg. Maar de architecten morsen er nergens mee. Sterker nog: ze optimaliseren elke vierkante centimeter. De metalen douche­constructie doet dienst als rekje voor shampoo, tussen de vaatwasmachine en het keukenkastje zit een uitschuifbaar handdoekrekje en onder de trap vind je een compacte ­bijkeuken met voorraadkast, verstopte keldertoegang en een doorgang naar de andere voordeur.

De bibliotheek is - net als de keuken - gemaakt van gerookte eik.Beeld Faye pynaert

Aan álles is gedacht. In de badkamer is er een stortkoker die je vuile kleren naar het washok brengt. Daar is een legplank boven de radiator gemaakt met uitsparingen, precies groot genoeg voor kleerhangers. Deze architecten maken je leven niet alleen mooier, maar ook makkelijker.

Beeld Faye pynaert

Opvallend is ook het kleurgebruik. Het mocht knallen. Kijk maar naar het felblauwe washok. Jan: “We houden van de oude kleuren van het Britse verfmerk Farrow & Ball. In de eethoek gebruikten we hun ‘Green Smoke’, in de tv-kamer ‘Hague blue’.” Ook werd er veel met ton sur ton gespeeld, wat een heel subtiel effect oplevert. Heel doordacht en ingetogen. Dat geldt voor het gehele project. Deze architectuur roept niet. Jan: “Jezelf temperen is een kunst. Architectuur gaat niet om tonen wat je allemaal kunt. Eenvoud behouden is een veel grotere uitdaging.”

AE-ARCHITECTEN •opgericht in 2005 door het koppel Jan Baes & Petra Decouttere •jarenlang combineerden ze hun eigen bureau met een job buitenshuis •Petra werkte onder andere voor Robbrecht en Daem, De Smet Vermeulen en Pascal François * •Jan werkte bij onder meer voor Coussée & Goris en Marie-José Van Hee * •sinds twee jaar werken ze allebei fulltime voor ae-architecten * beiden studeerden ze architectuur aan Sint-Lucas in Gent * hun ontwerp voor de het ontmoetingscentrum op de Standaertsite in Gent (samen met Murmuur en Carton123) won onlangs de Architectuurprijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234