Maandag 14/10/2019

Vakantieliefde

"Van Rome herinner ik me vrij weinig. Hele dagen lagen we samen in dat bedje met de gordijnen dicht"

Beeld Tzenko Stoyanov

Isabel (51) en Maurizio (54) liepen elkaar in 1992 tegen het lijf in een bar in Portugal. Het werd liefde. Wat volgde er? En hoe kijken ze daar nu op terug?

Isabel

“Hij was een Italiaanse jongen met donkere krullen en bruine ogen die mij ‘muisje’ noemde: sorcio, met een rollende ‘r’ voor in de mond. We ontmoetten elkaar in augustus ’92 in een bar in Albufeira, Portugal. Ondanks de hitte droeg hij een donkerblauw T-shirt met lange mouwen waarop in het Spaans stond: ‘Bel me maandag.’

“Ik zie hem nog op ons afstappen. Mijn vriendinnen en ik zaten op het terras voor de discotheek en ook hij was met wat vrienden. Wie van ons wie het eerst aansprak weet ik niet meer, wel dat we die avond al meteen gezoend hebben en dat ik hem twee maanden later opzocht in Rome.

“Hij was enig kind en woonde met zijn ouders net buiten het centrum in een klassiek appartementencomplex van zo’n vier verdiepingen hoog. In zijn donkere kamer stonden zijn zelfbeschilderde tinnen soldaatjes te glimmen terwijl wij plezier maakten in zijn kleine bed. ’s Nachts mocht ik er niet blijven, dan werd ik verbannen naar het conciërgekamertje beneden. Zo konden zijn ouders doen of ze niets in de gaten hadden.

“Van Rome herinner ik me vrij weinig, alleen wat vage beelden, het Colosseum, het rondrijden in zijn auto, en soms op de scooter, het hangen op feestjes. Ik was net 25 jaar, ik kwam voor deze jongen naar Rome, niet voor de historische rijkdommen. Hele dagen lagen we samen in dat bedje met de gordijnen dicht en ’s avonds gingen we uit, met z’n tweeën of met vrienden: dat was onze verhouding in een notendop. Had het zich afgespeeld in mijn eigen woonplaats, dan had ik er misschien nooit enige betekenis aan gehecht, maar nu kreeg alles door de afstand iets plechtigs, iets serieuzers dan het verdiende, al was ik ook erg gek op mijn knappe Italiaan.

“Ik vond hem lekker. Maar wat ons bond was niet alleen seks, we schreven elkaar ook brieven. Vijfentwintig jaar later herinner ik me nog steeds zijn adres: Via Giorgio Baglivi, zelfs de postcode weet ik nog uit mijn hoofd, zoveel brieven heb ik hem gestuurd. Daarnaast belde ik me arm. Niet dat we elkaar veel te zeggen hadden – de gesprekken gingen vooral over wat hij had gedaan die dag, en wat ik had gedaan, en langzaam maar zeker namen de brieven en het bellen zelf de plek in van onze grote liefde, in plaats van enkel het bewijs daarvoor te zijn.

“Hij kwam een paar keer naar mij, maar hij kende hier niemand, paste hier niet, net zomin als ik daar paste. Ik ging een tweede keer naar Rome en zelfs nog een derde keer.

“Tijdens een van de verblijven gingen we naar zijn familievakantiehuis aan de kust, maar ook daar brachten we voornamelijk onze tijd door in bed. Ik was enorm gecharmeerd door zijn toewijding. Hij was in alles een Italiaan, wat ik althans door alle films geneigd ben daarvoor aan te zien: op een keer vroeg hij me op mijn knieën voor het bad te gaan zitten. Hij pakte de douche en begon zacht mijn haren te wassen en na afloop spoelde hij de shampoo zorgvuldig uit, onderwijl voorzichtig mijn hoofdhuid masserend. Alsof ik van porselein was, net als de vriendinnen van zijn vrienden met wie we op de rand van de Trevifontein ijsjes aten.

“Ik koesterde me in die onbekende zorgzaamheid, de manier waarop hij mij, zijn sorcio, op handen droeg, ijs voor me kocht. Maar ik wist ook dat ik nooit één zou kunnen worden met zijn vrienden en me nooit thuis zou voelen bij het in katholicisme gedrenkte rollenspel tussen mannen en vrouwen. We spraken wel hartstochtelijk over een leven samen, over mijn eventuele verhuizing naar Rome, maar dat praten behoorde eerder tot het ritueel van liefkozen dan dat we werkelijk plannen maakten voor een gezamenlijke toekomst.

“Ik was een bierdrinkende studente in spijkerbroek en wijde trui; de Italiaanse meisjes waren dunne strepen die alleen maar water dronken. Eens, toen ik met een biertje een praatje maakte met een van hun mannen, hoorde ik een opgewonden geroezemoes. Als vrouw in het Rome van 1992 praatte je niet met mannen, maar bleef je in het vrouwenhoekje. Hoe had ik daarin mijn weg kunnen vinden?

“Maurizio studeerde rechten, hij kon zich inkopen in een maatschap en bleef aandringen. Ik moest voorgoed naar Rome komen, hij verweet me dat ik smoesjes bedacht en beweerde dat alle problemen overkomelijk waren. Onze liefde zou sterk genoeg zijn.

“In een laatste poging hem toch tegemoet te komen, onze verhouding te laten slagen, kocht ik een strakke broek en een strak T-shirt, zodat ik eruitzag als een echt Italiaans meisje. Maar dat werkte natuurlijk niet, en uiteindelijk schreef ik hem na negen maanden een afscheidsbrief van dertien kantjes, die ik op het postkantoor faxte naar zijn advocatenkantoor. Zo vergooide ik mijn toekomst in de upperclass van Rome met buitenhuizen aan de kust en een kasteel in de Marche.

“Maar spijt heb ik nooit gehad. Maurizio was ook jaloers, een man die niet begreep dat vrouwen ook vriendschappen met mannen kunnen hebben.

“En ik, ik was gewoon een meisje op zoek naar ongecompliceerd plezier en een beetje bang voor de liefde. Er komt wel weer een nieuwe man, dacht ik, toen ik die fax verstuurde, en dat was ook zo. Nog geen paar jaar later ontmoette ik mijn huidige echtgenoot met wie ik drie kinderen kreeg.”

Maurizio

“Ik herinner me die eerste avond van augustus 1992 in Albufeira nog precies. Er zijn geen foto’s van, maar als ik mijn ogen dicht doe, zie ik haar lopen: een en al lach. Ik zat aan de bar met mijn vrienden. Het viel me op hoeveel ze dronk. Zelf drink ik nooit meer dan twee biertjes, maar ik geloof dat zij er die avond wel een stuk of vijftien wegwerkte. Ze bestelde een biertje, dronk het op, ging naar de wc, kwam terug en bestelde de volgende.

“Ik werd vooral aangetrokken door haar echte, ongespeelde blijheid en wilde in haar buurt zijn. Mijn vrienden knipoogden: Maurizio, we laten jullie alleen, en aan het einde van de avond nam ik haar mee naar het appartement dat ik samen met de jongens huurde en daar zijn we de hele week gebleven. Misschien dat we voor de vorm nog een keer naar het strand zijn geweest, maar eigenlijk weet ik daar niks meer van. We lagen alleen maar in dat bed in die donkere kamer, en praatten veel en hadden heel veel seks.

“Isabel was anders dan Italiaanse meisjes, ze maakte me aan het lachen met haar grapjes. Zelf ben ik ook nogal makkelijk, en het is of ik daardoor juist terughoudende vrouwen aantrek, maar Isabel was probleemloos en vrolijk en ongecompliceerd.

“Althans, zo leek het. Want toen ik in september naar haar thuis ging, zag ik ook haar donkere kant en een paar maanden later toen ik haar tijdens de jaarwisseling opzocht opnieuw. Alsof ik een zwerfkat was waar ze ineens genoeg van kreeg, liet ze me midden op de dansvloer ineens staan. Net of ze schrok, en plots inzag wat het precies betekent als je een jongen iedere dag belt en uit Italië laat komen om het nieuwe jaar in te luiden. Tegelijk met het zorgeloze verdween als bij toverslag het vrijblijvende.

“Achteraf snap ik dat ze er natuurlijk helemaal niet aan toe was om zich te binden. Telkens als ik haar een mogelijke toekomst voorspiegelde in Rome, bedacht ze uitvluchten. Ze zou haar vriendinnen missen, ze moest nog studeren, er waren zo veel culturele verschillen. Vooral dat laatste vond ik een bespottelijk argument. Maar die avond van 31 december 1993, toen ze van een lief, vrolijk meisje kortstondig in een ijzig type veranderde, zag ik dat ze misschien gelijk had. Misschien pasten we minder bij elkaar dan we hoopten. In haar land bijvoorbeeld, worden kinderen op hun 18de de deur uitgeschopt en moeten ze het zelf maar zien te redden. Ik daarentegen bel op mijn 54ste nog twee, drie keer per dag met mijn moeder.

“Die avond tijdens dat feestje hoorde zij als familie voor me te zijn. Ik was afhankelijk van haar. Maar ze zei, een beetje verward: je komt te dichtbij, wat wil je precies van me. Wat willen we van elkaar? En hoewel er de volgende ochtend geen spoor van die twijfel te bekennen viel, was er voorgoed iets beschadigd.

“Toen ik haar in Albufeira had leren kennen was het vooral gezellig en opwindend geweest. Na vijf overvloedige dagen hadden we afscheid genomen op een verlaten parkeerterrein met fijn gelig grind. Daar vertrok haar bus naar het vliegveld. Ze was verdrietig, vroeg of ze bij me mocht blijven en huilde achter het glas toen ik haar nazwaaide. Toen dacht ik dat ze een voorbijgaande liefde was, daarna werd ik echt verliefd, maar die jaarwisseling zag ik in dat mijn eerste schatting toch de juiste was: ze was een één-zomerliefde, zij het een heel mooie. En een die ik mijn hele leven zou koesteren.

“Tot de dag van vandaag. Toen ze het uitmaakte met die lange fax was dat vooral een bevestiging van waar ik steeds meer van doordrongen was: alles heeft zijn plaats en tijd en wij hebben elkaar ontmoet op een verkeerd moment in ons leven.

“Uiteindelijk ben ik getrouwd met een Russische. Ondanks jaren communisme heeft de Russische cultuur gek genoeg veel overeenkomsten met de Italiaanse, zeker als het gaat om religie en familie.

“Vorige zomer kreeg ik ineens een berichtje van Isabel. Ze was met haar gezin in de Marche. Of ik soms in het buitenhuis van mijn familie was. Bijna hadden we elkaar ontmoet, maar op het laatste moment moest ik voor het werk naar China. Heel jammer. Want ik had haar graag willen zeggen dat zoals zij voetbalde met mij en de jongens, ik het een vrouw daarna nooit meer heb zien doen. Zo lief, mooi en stoer. En één vraag had ik willen stellen: ‘Welke indruk heb ik op je gemaakt? Was het een goede?’

“Ten slotte zou ik haar willen vertellen dat ik haar de uitvluchten die ze verzon om maar niet met me te trouwen en naar Italië te emigreren vanzelfsprekend nooit kwalijk heb genomen. Ze was nu eenmaal anders dan ik, en de timing was fout. Ze was een vrouw die ik nooit had kunnen doorgronden, ook al leek ze nog zo open.

“Maar laat ik daar niet dramatisch over doen. Liefdes komen en gaan; wat blijft zijn de mooie herinneringen.”

De namen Isabel en Maurizio zijn om privacyredenen gefingeerd

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234