Maandag 21/10/2019

Reizen

Val d’Hérens, waar koeien vechten om een eretitel en een luxeleventje

Koeien gaan met elkaar de strijd aan in een 'combat des reines'. Beeld Jonathan Vandevoorde

Op wandel in het Val d’Hérens, Zwitserland, kruis je behalve bergen ook tradities én een unieke voorliefde voor... vechtend vee. Hier mogen koeien elk jaar uitvechten wie koningin van de regio wordt. 

In de boomgaard wordt het gekwetter van vogels luider. Het geduld van een kruisspin in haar web, zwaar van de dauw, wordt beloond als ze eindelijk haar ontbijt te grazen neemt. De eerste van Jean-Lucs meer dan 8 miljoen bijen verlaat zoals elke zomerochtend de korf en proeft de kille alpenlucht. De eeuwenoude houten huizen van het gehucht Prolin, hoog boven het bergdal, vangen het eerste zonlicht. Het zal nog een uur duren alvorens de zonnestralen de kerktorens van Saint-Martin en Suen raken op de hellingen aan de overkant.

Samen met een wandelkameraad ben ik drie dagen met de rugzak onderweg in het Val d’Hérens, een agrarisch dal tussen de hoge bergen van Wallis, op jodel­afstand van de kantonale hoofdstad Sion. Hotels en berghutten laten we op deze tocht links liggen. We kiezen voor logeerboerderijen en kamers bij de locals. Daartussen: ruig terrein met goed gemarkeerde wandelpaden en op de bergpassen plakken oude sneeuw. Zere knieën gegarandeerd.

Onze eerste nacht brengen we in een bed and breakfast in Prolin door, een prachtig gerestaureerd oud boerenhuis dat eigendom is van ene Helen, een Engelse dame die al vijfendertig jaar tussen de negentien autochtone inwoners van het gehucht gedijt.

Met uitzondering van het skigebied van Thyon-Les Collons, gelegen hoog boven de bewoonde wereld, is hier geen grootschalige toeristische infrastructuur te bespeuren, integendeel. Alle pastorale clichés, precies zoals mijn verhaal begon, bestaan hier echt. Buiten Thyon kun je de hotels van Val d’Hérens op één hand tellen. Dorpjes zijn fotogenieke schuren en boerenwoningen van verweerd hout die samenhokken op de steile hellingen boven een kloof, uitgegraven door het riviertje de Borgne. Petunia’s en geraniums sieren de balkons.

Mariusje-van-alles

De Heidi-idylle is bijna te mooi om waar te zijn, maar respect voor traditie – naast de universele Zwitserse zindelijkheid – vinden de Hérensards het belangrijkste wat er is. Iedere bergmens hier spreekt fier zijn patois, een taaltje dat verwant is aan het dialect dat ze aan de andere kant van de gletsjers in Italië ook bezigen, want Frans is de taal van de burgerij in de Rhônevallei, in Sion.

Onderweg hebben we een rendez-vous met Marius Pannatier, een veeboer uit Evolène, het grootste dorp in het Val d’Hérens. We vinden hem ’s middags op de Alpage de Vouasson waar onze wandelroute doorheen loopt. Hij is met enkele kompanen druk doende om een stroomdraad rond een bergweide te spannen. 

Veeboer Marius Pannatier, onze gids. Beeld Jonathan Vandevoorde

Vouasson is een van de bergweiden waarop Marius graasrechten bezit. In dit deel van Zwitserland wordt consortage toegepast. Sappige percelen, die gemeenschappelijk eigendom zijn, worden volgens een jaarlijks te bepalen sleutel (gebaseerd op het aantal stuks vee dat elke boer bezit) toebedeeld aan de boeren die er hun koeien op laten grazen. Deze werkwijze garandeert niet alleen dat een eeuwenoud cultuurlandschap in stand wordt gehouden, waar insecten en flora wel bij varen, maar voorkomt ook ruzie in het dorp.

Marius is naast veeboer ook gids, parapenteleraar, toerskiër en timmerman. Sinds vorig jaar runt hij ook nog een gîte rural, waar we aan het eind van onze tocht willen overnachten. Deze multitasker is geen uitzondering. “Iedereen hier heeft meer dan één bron van inkomsten nodig”, legt hij uit. “Som­migen werken ’s winters in een hotel of op het ski­gebied. Ik heb besloten om te ondernemen in de agrotoeristische sector.”

Net zoals veel boeren in Val d’Hérens en in het nabijgelegen Val de Bagnes fokt Marius koeien van het lokale Hérens-ras (of Eringer-ras). Dit ras zou mogelijk uit het neolithicum stammen. Archeologische vondsten wijzen uit dat de oerrunderen al rond 3.000 voor de jaartelling in Wallis leefden. Marius zelf heeft 22 melkkoeien en 18 jonkies. 

“Veel collega’s stapten over op bontvee vanwege de hogere melkproductie. Maar mijn koeien leven langer en leveren nog ‘alle drie’. Namelijk melk, ongeveer 20 liter per dag, veel spiermassa aan de dunne botten, vlees dus, en niet te vergeten: de horens, voor de wedstrijden.” 

Er leeft veel bontvee in het Val d’Hérens, vanwege de kaasproductie. Beeld Jonathan Vandevoorde

Want in zijn schaarse vrije tijd gaat Marius met zijn beste koe naar de fameuze koeiengevechten, die in de eerste helft van het jaar in het zuidwesten van het kanton Wallis een weerkerende gekte zijn, de combats des reines.

Hérensardes hebben een sterk gevoel voor hiërarchie. Het zit volgens Marius in het instinct van de koeien – niet van de stieren – om te bepalen wie de baas is. De alfa­koe van een kudde is de matriarch. Elk jaar vanaf eind maart worden wedstrijden georganiseerd waarbij koeien van verschillende eigenaren met elkaar op de horens gaan. 

“Dan krijgen de dieren een nummer op hun rug en worden samen een kraal in gestuurd.” Meteen zoeken de matriarchen een tegenstandster op. Er wordt soms gestoten en vooral geduwd. Zodra de verliezer de aftocht blaast, is het duel over. Daarna zoekt de matriarch een andere koe om uit te dagen. Dat gaat onder gejuich van het publiek zo door totdat er aan het eind van het spektakel één overblijft. Zij wordt dan de ‘koningin’ van de alpage en de trots van haar eigenaar, die er een enorm grote koeienbel als trofee en veel aanzien aan overhoudt. 

De fameuze koeiengevechten zijn een jaarlijkse gekte. Beeld Jonathan Vandevoorde

Later komt de reine uit tegen de winnaressen uit andere dorpen. De uiteindelijke winnares wordt tot koningin van het jaar uitgeroepen. Daarna, tijdens de inalpe, worden de dieren naar de hogere bergweide gebracht waar ze als prinsessen een hele zomer lang een luilekkerleventje hebben. Marius’ beste koe, Marmotte, mag sinds 2013 de titel ‘reine d’Arbey’ dragen, genoemd naar de bergweide waar ze elk jaar de baas is.

Troeteldames

“Volgende week breng ik mijn koeien hiernaartoe, nu staan ze nog op de Alpage d’Arbey”, vertelt Marius, terwijl er een onstuimige wind opsteekt. Jammer, want die Marmotte en haar collega-vechtkoeien had ik graag eens van dichtbij gezien. Het is echter tijd om af te dalen, onweer ligt op de loer en dan wil je liever niet open en bloot op de berg staan. Marius belooft dat hij ons over een paar dagen zal meenemen naar de andere weide. “Dan zul je zien, mijn dames zijn echte troetelbeesten!”

Als ik de volgende ochtend op 2.165 meter hoogte uit het raam kijk, staan een paar dozijn koeien te niksen op de bergweide onder ons. Bonte koeien, geen hérens­ardes. We slapen in een van de vroegere stallen van Buvette de La Louère, die zijn omgebouwd tot strak ingerichte vakantiestudio’s. We zijn de enige gasten.

Agrotoerisme levert het dal in elk geval een positief imago op. En er zijn bij de overheden genoeg geldpotjes te halen om het plattelandstoerisme verder te ontwikkelen. Neem Ossona, een agrarisch gehucht, prachtig gelegen op een droog, zonnig plateau boven de kloof van de Borgne. Tot in de jaren 60 was dit gehucht alleen te voet te bereiken. Toen werd het uit armoe verlaten en raakten de gebouwen in verval. 

Met royale steun uit Bern werd in 2004 een revalidatieproject opgestart waardoor Ossona nu niet alleen een werkende bioboerderij en wijngaard heeft, maar je er ook kunt blijven slapen in een van de tot studio omgebouwde stallen. Er is een heerlijk restaurant dat alleen producten uit de streek verwerkt in de gerechten en Walliser-wijnen serveert (zelf geproefd!). Maar met de auto geraak je er niet en er is geen tv of wifi: kan de gemiddelde bergtoerist deze rust in de natuur nog wel waarderen, vraag ik me af.

Gouden eeuw

Na een dik uur stappen komen we bij de Buvette de Loveignoz aan. Groepjes wandelaars pauzeren op het terras met uitzicht. We bestellen een heerlijke assiette savoyarde, een koude schotel met ambachtelijke charcuterie en bergkazen. Alweer zien we alleen maar bonte koeien op de weide. Lise Es-Borrat, die de herberg en kaasmakerij bestiert, gaat de tafels langs voor een korte babbel met de gasten. Als ik haar vraag waar we die beroemde zwarte koeien van Val d’Hérens kunnen vinden, antwoordt ze diplomatisch. Ze begrijpt veehouders zoals Marius wel: “Het gaat hen vooral om tradities en het in stand houden van de cultuur rond het Hérens-ras. Plattelandstoerisme vind ik een goede zaak, maar van traditie kan ik geen kaas maken, laat staan mijn personeel betalen.”

Volgens haar ligt de economie van het Val d’Hérens al decennia op zijn gat. “De mooie houten huizen en hotels van Evolène dateren van betere toeristische tijden, maar staan met moeite nog overeind.” Lise doelt op de tweede helft van de negentiende eeuw, de ‘Gilded Age’ waarin de Engelse adel het alpinisme in Zwitserland ontdekt had. Klimmers werden aangetrokken door de hoge bergtoppen in de omgeving. Inwoners verhuurden kamers aan de bergtoeristen en de eerste luxehotels werden gebouwd. 

Evolène, het grootste dorp in het Val d’Hérens. Beeld Jonathan Vandevoorde

In de vorige eeuw was er ook werk genoeg dankzij de constructie van de Grand Dixence-stuwdam achter in het dal, met 285 meter de hoogste van Europa. Nu wekt de centrale een vijfde van Zwitserlands totale stroomverbruik op, maar daar komt nauwelijks nog een lokale werkkracht aan te pas. In de jaren 70 werd de economische motor van Val d’Hérens opnieuw het toerisme, dankzij Thyon-Les Collons, dat aangesloten is op het enorme wintersportgebied Les 4 Vallées. Maar dat is het dan zo ongeveer. 

“Veel bewoners willen een uitbreiding van het skigebied”, zegt Lise. “Anderen zijn daar fel tegen. Mijn veebedrijf draait goed om dat ik ‘moderne’ keuzes heb gemaakt, maar velen hebben het erg moeilijk met die focus op agrotoerisme.”

Koeienliefde

In de middag arriveren we in Evolène. Mijn rugzak is een stuk lichter geworden maar mijn knieën zijn de fikse hoogteverschillen van de afgelopen dagen meer dan zat. We hebben met Marius Pannatier afgesproken in zijn nieuwe bed and breakfast. Een houten arbeidersbarak, daterend uit de periode van de bouw van de stuwdam, stond al sinds 1940 achter zijn huis te verpieteren. Pas de laatste jaren heeft hij tijd gevonden om de keet te verbouwen en sinds afgelopen zomer verhuurt hij de comfortabele kamers aan toeristen. Marius’ echtgenote Catherine bekommert zich om de gasten. In 1999 heeft ze haar geboortestreek, de Elzas, voor Wallis verruild toen ze met Marius trouwde. Ze hebben drie kinderen.

Marius heeft bedacht om ons vanmiddag naar de Alpage d’Arbey te brengen zodat we met enkele van zijn hérensardes kennis kunnen maken. In het busje loodst hij ons over een hobbelig grindspoor de berg op tot waar het ophoudt. Met een voorraad kaas, spek, salami, brood en een fles wijn verdeeld in onze rugzakken volgen we Marius de steile grashelling omhoog naar de schitterend gelegen alpage met een adembenemend uitzicht over het dal.

Onderweg naar de bergweiden boven Evolène. Beeld Jonathan Vandevoorde

Geen koe te bekennen. “Ze zullen wel hogerop zitten”, mompelt hij. We klimmen verder, wat onhandig houvast zoekend tussen de graspollen, tot boven de boomgrens.

Na een uur of wat heb ik me behoorlijk in het zweet gewerkt en hoor ik eindelijk het karakteristieke ‘geklonk’ van koeienbellen. Het is een opwindend moment, alsof ik mijn eerste leeuw in de savanne spot. Marius wijst naar de kudde die hogerop tussen de rotsen staat. Achttien stuks staren ons aan zoals alleen koeien dat kunnen. Met onverstaanbare kreten in patois roept Marius ze alle bij hun naam om ze naar beneden te lokken, maar het duurt nog wel een uur, totdat onze picknick erop zit, voordat de nieuwsgierigheid het van de argwaan wint.

Marius Pannatier begroet zijn ‘reine’, Marmotte, de eerste koe van de kudde op Alpage d’Arbey. Beeld Jonathan Vandevoorde

Langzaam bewegen de zwarte beesten zich in onze richting, Marmotte voorop. Zij is Marius’ troetelkoe en de matriarch van de kudde. “Als ik ma Marmotte niet als eerste aai, wordt ze jaloers.” Er volgt een aandoenlijk tafereel waarbij Marius het dier knuffelt, zelf gelikt wordt en een kopje krijgt dat hem bijna van het richeltje waarop hij staat doet tuimelen.

Echte liefde

Als hij daarna naar Re­bel­le toe stapt, de tweede koe in de pikorde, is alle schroom weg en waggelt Marmotte nieuwsgierig op mij af terwijl de andere koeien verspreid rondom ons gaan staan. Mar­motte, de koningin, is enorm – 650 kilogram spieren en botten volgens Marius – en met haar brede neus en grote horens heeft ze meer weg van een Spaanse stier dan van de lieve Milka-koe die je hier zou verwachten. Ik doe liever niet al te klef met zo’n beest en aai ze op de rug en in de hals terwijl ik haar horens goed in de gaten houd. 

Intussen gaat Marius een voor een bij de andere koeien langs, tot bij Cibelle, het kneusje van de groep en zo te zien een echt knuffelbeest. Marius praat met ze allemaal, aait ze en omhelst ze. Het is echte liefde.

Op de terugrit naar het dorp plaag ik Marius met de vraag die mij bezig heeft gehouden sinds we de eerste keer over zijn koeien spraken, enkele dagen terug. Als hij echt zou moeten kiezen, wat zou hij doen? La vache ou la femme?

De zon gaat onder en de Dent Blanche tooit zich in een schitterend roze Alpen­glühen. Met een grote grijns stuurt Marius ons busje het donkere dal in. Hij weet het wel.

Beeld Jonathan Vandevoorde

PRAKTISCH

Vervoer

Met de auto rijd je in een dag naar Val d’Hérens via Basel en Sion (Brussel-Evolène: 840 kilometer). Een te overwegen alternatief is voordelig vliegen naar Zürich of Genève. In Zwitserland kom je met trein, bus en boot overal. Het goedkoopst reis je met de SwissPass (swiss-pass.ch).

Toeristische info

MySwitzerland.com / gratis infonummer 00800.100.200.30 (ook Nederlandstalig) / valais.ch / ­val­dherens.ch, ook voor reserveren van appartementen of gîtes / evolene-region.ch

Tips in Val d’Hérens

De aardpiramides van Euseigne: bizarre formaties op de weg naar Hérémence.

Dorpsmuseum van Evolène: vooral oude foto’s en gebruiksvoorwerpen. Veel over tradities en klederdracht.

Bezoek aan de bioboerderij van Ossona bij Saint-Martin (ook met overnachten, ossona.ch). Kom je wandelend vanuit La Luette (ongeveer 1 uur en 15 minuten), dan steek je een spectaculaire hangbrug over.

Geleid bezoek in de stuwdam van de Grande Dixence (grande-dixence.ch). Ideaal voor als het minder goed weer is.

Op de Alpage de Thyon kun je op het terras (uitzicht!) heerlijk eten. Je kunt ook de kaasmakerij bezoeken. In de zomer worden ’s avonds de koeien naar de stallen teruggebracht, leuk om mee te maken.

Slapen als een boer

Le Velazèt, de verzorgde b&b van Helen in een gerestaureerde boerenwoning in Prolin (levelazet.ch).

Alpage de Maze-La Louère. Slapen in een voormalige koeienstal (alpagedemase.ch).

Marius en Catherine Pannatier verhuren kamers en een groepsaccommodatie in hun Gîte Rural du Clos Lombard in Evolène ­(giteruralevolene.ch).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234