Dinsdag 21/05/2019

Interview

Vader van vermoorde Mélissa draagt nu een geel hesje: "We leven verdorie in België, niet onder Erdogan!”

Gino Russo voor zijn ­gigantische Dutroux-­archief. Beeld Eric de Mildt

Hoeveel slaag kan een mens in het leven krijgen en nog rechtop blijven staan? Gino Russo, vader van Mélissa, een van de slachtoffers van Marc Dutroux, en sinds kort drager van een geel hesje, geeft het voorbeeld. “De armoede van mijn ouders heeft het politieke beest in mij wakker gemaakt.”

In de lokalen van de vzw Julie et Mélissa, in een bescheiden appartement in Jemeppe, deelgemeente van Seraing, zit Gino Russo achter een dampende kop koffie. Op de ramen ligt een dikke laag plakkerig stof, het keukentje kan een opfrisbeurt gebruiken. Sinds het proces-Dutroux in 2004 is Russo hier alleen geweest om de verwarming aan en uit te zetten en de post op te halen. Het naambord aan de deur is er altijd blijven hangen.

Het appartementje puilt uit van de paperassen. Op de bovenverdieping neemt het archief van de zaak-Dutroux – een half miljoen pagina’s, netjes gesorteerd in thematische ringmappen – een volledige kamer in beslag. Ernaast, op de overloop, het al even imposante archief van de vzw zelf, met dossiers van slachtoffers van seksueel misbruik en van wat Russo ‘les injusticiables’ noemt, mensen die nooit verhaal hebben kunnen halen bij het gerecht en die ten einde raad bij de vzw Julie et Mélissa aanklopten.

Russo heeft het druk. Na bijna veertien jaar waakstand is de vzw sinds een maand weer actief. Er is iemand in dienst genomen om Russo te helpen bij het titanenwerk waarmee hij zichzelf heeft opgezadeld: de digitalisering van zijn bewogen verleden. Documenten scannen, beelden van videobanden op harde schijven kopiëren...

Aan het werk is hij niet meer. Russo is een SWT’er: een werkloze met bedrijfs­toeslag, het systeem dat in de plaats is gekomen van het vroegere brug­pensioen. Vier jaar geleden werd Russo ontslagen bij staalreus Arcelor­Mittal, waar hij zijn hele leven aan de slag was geweest, eerst als arbeider, daarna als vakbondsafgevaardigde. Na­dien heeft hij nog enkele jaren gewerkt als coach bij een Waalse reconversie­cel. “Om mensen bij te staan die pakweg dertig jaar hetzelfde werk hebben gedaan, op hun 48ste ontslagen worden en alles verliezen. Welk bedrijf wil zulke mensen nog aannemen? We voelen heel goed dat er op politiek vlak niets voorbereid wordt voor hen. Dus wat moeten ze?”

Russo grijnst. “Die worden allemaal gele hesjes.”

Gino Russo bij de gele hesjes: ‘Er gaapt een groot gat tussen wat men vertelt en hoe de mensen echt leven. Dat maakt de mensen die het moeilijk hebben enorm kwaad.’ Beeld Reporters / QUINET

Ook de papa van Mélissa trok begin december een geel hesje aan. Actievoerders vroegen hem of hij wilde meegaan naar de nationale betoging in Brussel. “Ik zei eerst nee, maar ik was de beweging wel al een tijdje aan het observeren. Ik heb met hen afgesproken, ze hebben me hun motieven uitgelegd en op 8 december ben ik met mijn hesje op de trein naar Brussel gestapt.”

Hun eindstation hebben de actievoerders die dag nooit bereikt. “De politie heeft ons verplicht vroeger af te stappen om ons door een controle­post te laten gaan, waar we werden gefouilleerd alsof we terroristen waren. Met de metro ben ik uiteindelijk op de plaats van afspraak geraakt. Daar heb ik met enkele mensen gesproken en naar hun verhalen geluisterd. Een week later ben ik opnieuw met hen gaan betogen.”

U lijkt me niet meteen het doelpubliek van de gele hesjes.

Gino Russo: “Op financieel vlak niet, nee. Ik heb een inkomen en kan goed leven. Alle grote kosten zijn gedaan: ik heb een huis, een auto, mijn zoon heeft werk en staat op eigen benen. Ik ben geen 25-jarige die gaat samenwonen met zijn lief en aan kinderen wil beginnen, terwijl ik maar 800 euro per maand verdien, zoals de jongeren die ik op de betoging heb gesproken.

“De voorbije drie jaren heb ik mensen begeleid die ontslagen waren. Ik heb de armoede alleen maar zien toenemen. Zelfs ik, die mijn facturen nog altijd kan betalen, merk dat alles duurder wordt: elektriciteit, verwarming, taksen. Mijn verzekeringspremies worden elk jaar hoger, terwijl mijn inkomen hetzelfde blijft.”

Economen zeggen dat onze koopkracht er de laatste jaren alleen maar op vooruit is gegaan.

“Dat is wat we moeten geloven, maar de realiteit is anders. Er gaapt een groot gat tussen wat men vertelt en hoe de mensen echt leven. Maar daar wordt niet over gepraat en dat maakt de mensen die het moeilijk hebben om het einde van de maand te halen, enorm kwaad. Volgens mij gaat het na de feesten erger worden. Het nieuwe jaar gaat nog meer boze mensen brengen – beter gaat het er alleszins niet op worden. Er komt een mondiale recessie op ons af.”

Toen ik de straat inreed, zag ik op het einde een gebouw van staalbedrijf Arcelor­Mittal. Is dit het epicentrum van de Luikse gele hesjes?

“Er zijn behoorlijk wat arme plekken in Wallonië, en Jemeppe is er daar zeker een van, ja. Dit is de gemeente waar ik geboren en getogen ben. Jaar na jaar is het hier achteruitgegaan: meer armoede, meer daklozen, meer clochards. Je vindt hier ook alleen maar winkels zoals Aldi en Action.

“Dit is het staalbassin, het centrum van de oude staalnijverheid met de fabrieken van Cockerill. Vandaag is hier alleen nog Arcelor­Mittal, waarvan onlangs de helft is verkocht. ArcelorMittal heeft Ilva, een fabriek in het zuiden van Italië met de grootste staal­productie van Europa, opgekocht. Om in orde te zijn met de Europese concurrentieregels moest Mittal een deel van zijn bedrijf afstoten en het heeft daarvoor Wallonië uitgekozen.”

Toch zie je hier amper iets van verzet broeien. In Frankrijk zijn de gele hesjes standvastiger en meer zichtbaar. Hoe komt dat, denkt u?

“Wellicht hebben culturele en historische aspecten daar iets mee te maken. De Fransen zijn vastberadener, Belgen lijken gelaten.”

Christiane Taubira, minister van Justitie in Frankrijk onder François Hollande, wijst op de verpletterende verantwoordelijkheid van links, wiens staat ze als ‘wanhopig’ bestempelt.

“Ze heeft gelijk. De laatste jaren hebben linkse partijen overal in Europa gestreden voor burgerlijke rechten: het homohuwelijk, rechten voor nieuwkomers... Maar ze hebben de economische en sociale strijd uit het oog verloren. Links heeft zich veilig genesteld in de hoek van alles wat cultureel is. Ze hebben zich tot de bourgeoisie gewend en hun rug getoond aan de rest, waardoor de armen plots zonder vertegenwoordiging zaten. De vakbonden en het middenveld hebben praktisch geen macht meer en het parlement, dat geacht wordt iedereen te vertegenwoordigen, reageert niet.

“Zo is het kunnen gebeuren dat er tijdens de betoging op 8 december 450 personen zijn opgepakt. Gewone mensen, die ongevaarlijk waren. Ik kon me op tijd bekend­maken, anders was ik er ook bij geweest. De politie heeft hen op de grond gedwongen, met de armen op hun rug en hun handen vastgebonden met plastic bandjes. We leven verdorie in België, niet onder Erdogan! Ik begrijp niet dat niemand in de Kamer daar opheldering over heeft gevraagd. (nadrukkelijk) Dit is on-toe-laat-baar. Die mensen waren totaal niet gevaarlijk. En dan klaagt men dat we ons geloof in de overheid verliezen.”

We letten niet op omdat we het nog goed hebben. Zolang de koelkast maar gevuld is.

(op dreef) “Het is pure onwetendheid. De parlementaire elite begrijpt niet dat een verhoging van 10 procent van de levenskosten mensen in de armoede duwt. In het parlement zitten geen armoezaaiers, of een vertegenwoordiging daarvan. De PTB (de Waalse tegenhanger van de PVDA, red.) laat soms van zich horen, maar zij zijn de enigen. Waar zitten de socialisten en de groenen? Of de zogenaamde humanisten? Zij aanvaarden blijkbaar dat mensen zonder reden worden opgepakt en vastgebonden, terwijl de beelden over heel Europa gaan. Ik heb ze op de Italiaanse tv gezien, niet op de Belgische. Je vindt er ook geen foto’s van op het internet. De overheid verbergt haar fouten. Maar de mensen zijn geen idioten. De tijd dat men ons iets kon wijsmaken, is voorbij.” 

Gino Russo: ‘Ik zou de gele hesjes adviseren niets te eisen en alleen hun situatie te tonen. Het is niet aan de burgers om structurele problemen op te lossen.’ Beeld Eric de Mildt

Voelt u zich voor een stuk mee verantwoordelijk voor de huidige situatie? U bent altijd afgevaardigde geweest voor de FGTB, de Waalse socialistische vakbond.

“Je kunt niet ontkennen dat de vakbonden bourgeois geworden zijn. Ze hebben de band met de werknemer losgelaten, misschien niet altijd bewust. Dus trekken mensen een geel hesje aan en laten ze van zich horen. En als ze spreken, doen ze dat in eigen naam. Er zijn wel strategische vergaderingen, maar er is geen verticale organisatie. En dat is noodzakelijk als ze resultaten willen.”

‘Ik zou een leider kunnen zijn’, zei u onlangs in het online­magazine Wilfried.

“Dat had ik gekund, als ik twintig jaar jonger was geweest. Vandaag heb ik de kracht niet meer. Mijn leven heeft me emotioneel uitgeput. Ik voel me sowieso dichter bij de gewone mensen dan bij de elite, die ik in een bepaalde periode van mijn leven heb leren kennen. Ik kan wel raad geven aan de gele hesjes: ik zou ze adviseren niets te eisen en alleen hun situatie te tonen. Het is niet aan de burgers om structurele problemen op te lossen. Dat is de taak van het parlement en de regering.”

Ik zou u willen terugnemen naar 1996...

(lacht) “Ah, toen ik de zon was!”

U vormde destijds een bedreiging voor de grote politieke partijen. De Witte Mars had 300.000 mensen op de been gebracht, u had macht.

“Ja, dat heb ik ook zo gevoeld. Maar die macht kwam van de basis. Politici wisten niet hoe het dagelijkse leven van gewone mensen eruitzag. Ze beseften niet wat wij konden teweegbrengen. Daarom moeten we de gele hesjes niet negeren: het kan uitdoven, maar de beweging kan evengoed opflakkeren. Schrijf ze nog niet af.”

Kun je de gele hesjes vergelijken met de Witte Comités die in de jaren 90 her en der in het land ontstonden en die het tekortschieten van politie en gerecht aankaartten bij het misbruik en de verdwijning van kinderen?

“De Witte Comités en de gele hesjes gaan allebei over onrecht. Vroeger stonden het gerecht en de politie ter discussie, vandaag de economie. De Witte Mars is er gekomen omdat we ons verraden voelden door de instellingen. Als ouders van verdwenen en misbruikte kinderen klaagden we over de manier waarop het gerecht functioneerde en ons in de kou liet staan. Wij werden neergezet als die arme ouders, die zomaar wat zeiden omdat ze pijn hadden.

“Maar uiteindelijk hebben we over de hele lijn gelijk gekregen. De parlementaire onderzoeks­commissies hebben aangetoond dat de politie en het gerecht niet alles hebben gedaan om Julie en Mélissa terug te vinden. Een paar dagen na hun verdwijning stond de naam van Marc Dutroux al op de radar. Met die informatie is te weinig gedaan. Het land had zijn inwoners verraden en dat heeft de Witte Mars uitgelokt.

“Als volk hebben wij de gewoonte om te delegeren. We gaan stemmen en denken: de verkozenen zullen het zich wel aantrekken en het goed doen. Maar zij laten het afweten.”

Wat hebt u gedaan met de macht die u destijds in handen had?

“Ik heb er niet van geprofiteerd en dat is mijn geluk geweest. Ik had niets te bewijzen, ik heb gewoon geprobeerd te vertolken wat er leefde bij de ouders van de ontvoerde en vermoorde kinderen.

“Toen Julie en Mélissa in 1996 teruggevonden werden, zag ik op de kalender dat we nog maar drie jaren verwijderd waren van de volgende parlementsverkiezingen. We hadden drie jaar om iets te veranderen, om te corrigeren wat er in de zoektocht naar Julie en Mélissa fout was gelopen. Dat is gelukt, maar het heeft ons veel energie gekost. Als je een politieke strijd wilt voeren, kom je maar beter gewapend aan de start. Maar wij, de ouders, waren al lam­geslagen nog voor we eraan begonnen. En toch hebben we doorgezet. Het systeem heeft nooit gedacht dat we het zo lang zouden volhouden.”

Was de vzw Julie et Mélissa een hulpmiddel in die strijd?

“De vzw was in de eerste plaats een toevluchts­oord voor slachtoffers van seksueel misbruik die bot hadden gevangen bij het gerecht. Dat waren moeilijke dossiers, waarin een psycholoog ons bijstond. Op den duur kregen we iedereen over de vloer die niet tevreden was over het gerecht en mensen die vonden dat ze het slachtoffer waren van favoritisme. We hadden een groot bereik: ons trimestrieel tijdschrift had 10.000 abonnees. Er waren ook veel donateurs – subsidies heb ik altijd geweigerd. Met dat geld is de vzw kunnen blijven bestaan en kan ik vandaag opnieuw iemand in dienst nemen. Vroeger werkten hier drie meisjes. Een van hen heeft zelfs het assisenproces gevolgd.”

U en uw vrouw zijn nooit naar het proces in Aarlen willen gaan omdat jullie het niet eens waren met de visie van de onderzoekers. Maar onrechtstreeks waren jullie er toch?

“Via de vzw waren we erin geslaagd een perskaart te bemachtigen. Een van de meisjes is elke dag naar het proces geweest en maakte aantekeningen, die hier werden uitgetikt en verwerkt – het waren de meisjes die dat zo hadden beslist. Zij vonden dat als wij het woord wilden nemen, we op de hoogte moesten zijn van wat er gezegd was.”

Waar bent u, terug­blikkend, het meest trots op?

“Dat als je het vandaag over Julie en Mélissa hebt, de mensen weten over wie het gaat. In moord­zaken gaan de daders meestal met alle aandacht lopen – misdaad fascineert mensen, ze willen er alles over weten. Maar over de slachtoffers werd zelden gesproken. Dat is nu veranderd.

“Ik zou ook de wet-Franchimont kunnen noemen, en dat je na je verhoor een kopie van het proces-verbaal mee naar huis krijgt. Of dat wanneer je kind verdwijnt, het kindergeld niet meteen wordt ingehouden. Er zijn dankzij ons heel wat wetgevende initiatieven genomen, maar vooral op menselijk vlak ben ik blij dat het gemis van Mélissa zin heeft gehad. Ze is dood, maar ze leeft nog.

“Het klinkt nu alsof die periode achter me ligt, maar ze is eigenlijk nog altijd bezig. Als je Bruno Dayez (de advocaat van Marc Dutroux, red.) bezig hoort over de voorwaardelijke vrijlating van zijn cliënt, dan vraag je je toch af wat er door het hoofd gaat van die man. Eerst was er de vrijlating van Michelle Martin en het gedoe over het klooster waar ze verbleef, waarna een rechter zich over haar heeft ontfermd die overal rondtoetert dat we haar moeten vergeven. Het blijft maar bezig, wij krijgen geen rust. En behalve energie moet ik ook nog geld vrijmaken om daartegen in het verweer te gaan (Russo diende klacht in tegen Bruno Dayez bij de orde van advocaten, red.). Eigenlijk is het pure provocatie. En de pers gaat daar gewillig in mee.”

U kunt zich nog altijd boos maken.

“Ik bezit nog altijd het vermogen tot verontwaardiging, ja. Niet alleen over de zaak-Dutroux, maar over het leven in het algemeen. Het is gemakkelijker om in je zetel te blijven zitten en niets te doen, maar daar zul je niks mee bereiken.”

Hebt u uw rechtvaardigheidsgevoel en de aanleg voor politiek van thuis meegekregen? Uw moeder was secretaris van de communistische partij in Sicilië.

“Mijn ouders waren arm en ik denk dat ik onbewust hun strijd mee heb gevoerd om zich te integreren. Ik was een kind van de cité. Toen ik 10 jaar was, kocht mijn moeder mijn kleren op de markt. Ik droeg carnavaleske hemden en schoenen die op niets trokken. Ik zag de mensen kijken. De armoede van mijn ouders voelde aan als een onrecht. Dat heeft het politieke beest in mij wakker gemaakt.

“Ik ben maar tot mijn vierde middelbaar naar school geweest, daarna wachtte het bandwerk in de staalfabriek. Ik werkte in ploegen­shiften, voor een jongere is dat confronterend. Terwijl mijn vrienden in het weekend uitgingen, moest ik gaan werken.

“Op het werk verdedigde ik mijn collega’s. Als er onrecht was, kwam ik tussenbeide. Dat kwam de vakbonden ter ore, die me vroegen of ik lid wilde worden. Eerst zat ik als arbeider in de ondernemingsraad, waar het alleen maar ging over cijfers en diagrammen – ik snapte er niets van. Later werd ik afgevaardigde. Ik was de man van de vloer, ik nam het liever op voor de mensen.”

Er hebben veel politieke partijen bij u aan­geklopt. Waarom hebt u nooit toegehapt?

“Die waren niet geïnteresseerd in wat ik zei, dat was alleen maar om stemmen te ronselen. Toe­treden tot een partij en je eigen ideeën uitvoeren: vergeet het. Ik heb dat gezien bij mijn vrouw Carine, die van 2007 tot 2009 senator was voor Ecolo. Politiek is een soort sekte, een spel dat alleen ingewijden mogen spelen. Je stapt op een carrousel en moet meedraaien. Je dient een wets­voorstel in, maar omdat je niet tot de meerderheid behoort, wordt het afgekeurd.

“Er is vandaag te veel politiek. Er valt niet meer naast de politieke uitzendingen te kijken, politici struikelen over elkaar om op tv te komen. Ze zitten voortdurend in campagne­modus. Dat wordt problematisch: het gevaar bestaat dat de mensen gedegouteerd raken. Het zou weleens kunnen gaan zoals met de Vijfsterren­beweging van Beppe Grillo in Italië. Dat waren ook eerst mensen die op straten en pleinen stonden te protesteren. Nu zitten ze in de regering, waar ze ministers leveren voor de posten Werk en Justitie.”

De Vijfsterren­beweging heeft een nare bijklank omdat ze populistisch is.

“Meer nog: ze eisen die titel op. Ze voelen zich verraden door links en houden niet van rechts, omdat die voor de rijken rijden. Hun discours is simpel: het establishment buiten, wij gaan het zelf doen. Mensen worden met pensioen gestuurd om jongeren aan het werk te helpen, de armsten krijgen een extra uitkering. Gedaan ook met de onduidelijke geld­stromen. Goed, in Italië is het nogal karikaturaal, maar in België zijn er toch ook populisten? Bij N-VA zie ik niets anders. Ik zie trouwens het verschil niet tussen de N-VA en de extreem­rechtse Lega Nord in Italië – daar durven ze zelfs geen kinderen van vluchtelingen op te sluiten zoals bij ons. Nee, wij sluiten de ogen voor wat er gebeurt in ons land en maken ons liever druk over Órban en Trump. Maar er wordt niet uitgelegd waarom Órban en Trump er zijn, want dan moeten we het over de oorzaken hebben.

“Mensen hebben geen vertrouwen meer in traditionele politici, die doen alsof ze niets te maken hebben met populisme. Maar zij hebben het gecreëerd, ze oogsten wat ze gezaaid hebben. En dan wijzen ze het volk met de vinger.”

Met de gele hesjes dreigt het dezelfde kant op te gaan. Hen worden extreem­rechtse sympathieën toegedicht.

“Wat een dood­doener. Zelfs als zouden ze een groene broek aanhebben of een rode pet opzetten, dan nog werden ze voor extreem­rechts versleten. Wij hebben hetzelfde meegemaakt met de Witte Comités, die zogezegd ook extreem­rechts waren. Maar praat eens met die mensen: je zult zien dat ze lijden en dat ze zich daarom radicaal tonen. Ze worden onderdrukt. 

“Het establishment is bang voor emoties. Maar het is door emoties dat dingen veranderen, niet door rationele overwegingen. We leven in een maatschappij die wordt geregeerd door de ratio. Prestaties en performantie zijn de code­woorden. Mensen zijn productie­machines geworden die de economie moeten doen draaien. Als je koopt, gaat het alleen nog over het geld, niet over het product. Een auto? Hier is de lening. Een nieuwe keuken? Dit zijn onze afbetalings­voorwaarden. Ons systeem draait op schuld, die het geld creëert. Waar zit de emotie nog? Die zie je alleen maar op Facebook en Instagram.”

Verbaast het u soms dat u er nog bent, na alles wat u hebt meegemaakt?

“Ik heb me vaak afgevraagd hoe ik het volgehouden heb. Er is veel tegenslag geweest in mijn leven, maar ik kan nog altijd om mezelf lachen. Misschien ben ik er nog omdat ik nooit iets ge­wild heb. Ik heb het nooit gedaan voor de erkenning. Ik deed interviews, leerde politici kennen, begaf me in hogere kringen, maar ik verwachtte niets terug. Ik kon niet vernietigd worden – dat had het verlies van mijn dochter al gedaan.

“Ik heb alles op een dienblad aangeboden gekregen, maar ik ben altijd een gewone werk­nemer gebleven. Titels zouden me niet gelukkig gemaakt hebben. Mijn waarden zijn vriendschap, de uitwisseling tussen mensen, gezien worden. Daarom dat ik de gele hesjes een warm hart toedraag: zij worden niet geduld door de academici en de intelligentsia, die hen beschouwen als brol in de marge.

“Maar uiteindelijk willen de gele hesjes erkend worden voor wie ze zijn, net zoals iedereen.”

Uw vrouw Carine bracht twee jaar geleden het boek 14 maanden uit, waarin ze de periode beschrijft van Mélissa’s verdwijning. Hoe was het voor u om die maanden te herbeleven?

“Het boek deed me beseffen hoe uitzonderlijk het is dat Carine en ik nog samen zijn. Een trauma zoals dat van ons vraagt vaak om radicale ingrepen. Je wilt breken met het verleden en denkt dat je alles moet veranderen, ook je partner. Mensen zoeken het geluk, tegen elke prijs.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.