Dinsdag 15/10/2019

Reizen

Upper Mustang: diep in de Himalaya ligt een magisch gebied voor wie geen hoogtevrees heeft

De enige, rudimentaire weg in Upper Mustang, die zich op 4.000 meter hoogte naar de hoofdstad Lo Manthang slingert. Beeld David Devleeschauwer

Reizen naar een vergeten Tibetaans koninkrijk, goed weggestopt in het Nepalese Himalayagebergte, heeft iets zuiverends. Van onze in overdrive gaande maatschappij is er ginder niets te bespeuren, en zo willen de Tibetanen dat ook het liefst houden.

Natuurlijk kent iedereen Mustang. De een vertelt ons met een air alsof hij de slimste mens ter wereld is dat het gaat om een paard. Een wild paard uit de States, nietwaar? De ander zegt dat het een blitse auto is, wat anders?

Mustang, die iconische naam, staat nochtans voor zoveel meer. Wat dacht je van een rustig en ietwat geheim stukje Himalaya in Nepal met als naam Upper Mustang of ‘het verloren Koninkrijk van Lo’. Tot 2008 was dit effectief een boeddhistisch en ­soeverein koninkrijk, met een koningshuis en een geliefde koning die het beter vond voor zijn volk om buitenstaanders niet zomaar in ­groten getale toe te laten. Toen het koningshuis van Nepal zelf viel in 2008, en plaatsmaakte voor een ­republiek, werd ook koning (raj) Jigme Dorje Palbar Bista afgezet.

Toeristen worden sinds 1992 met mondjesmaat ­toegelaten op dit 2.000 vierkante kilometer grote stuk Himalaya. Tot 2011 bestond er zelfs geen weg doorheen Upper Mustang, richting de hoofdstad Lo Manthang. De enige manier om te reizen was te voet of te paard. Sinds vijf jaar verbindt een weg het dorpje Kagbeni, dat de ­toegangspoort is tot het ­voormalig koninkrijk, met het compacte hoofdstadje waar ooit de koning leefde.

Maar wrijf niet te snel in de handen. ‘Weg’ of ‘baan’ is een overstatement. Het ­kiezelbaantje slingert zich op een vervaarlijke en soms ­duizelingwekkende manier langs bergflanken, in dalen waardoor temperamentvolle rivieren stromen, door dorpjes en langs charmante tea houses. Reizigers met vertigo of angsthazen die de E40 al een uitdaging ­vinden, blijven beter weg of opteren voor een voettocht of tocht te paard, zodat er rustig door dalen gereisd kan ­worden. Kiezen, zoals wij, voor een 4x4-trip in Upper Mustang is een ­joyride, eentje die constant je adem beneemt, soms van absolute schoonheid, soms van lichte vrees. Zijn we ­moedig of gewoon naïef?

Er zijn twee vluchtjes en een korte 4x4-rit nodig om van Kathmandu naar de ­toegangspoort van Upper Mustang te geraken. Tenminste, als er geen lage wolken hangen tussen de hoge bergtoppen van de Himalaya of als er geen ­woeste wind blaast. We waren gewaarschuwd. Reizen naar Upper Mustang vergt wat flexibiliteit en een goeie zin voor humor en ­relativeringsvermorgen.

Het korte vluchtje van Kathmandu naar relaxed en smogvrij Pokhara is
a piece of cake. Wanneer we de dag erop naar het compacte luchthaventje van Pokhara worden gebracht, hangen er dichte en sneeuwwitte wolken in het dal waar we door moeten vliegen om Jomsom te bereiken, de enige luchthaven in Mustang. “De vlucht is vertraagd”, zegt Kusang, onze Nepalese gids en sherpa die ons de rest van de trip zal ­vergezellen. “Boven is er een cafeetje met wifi, geniet er maar van voordat je een wifi-loze regio induikt”, lacht hij.

Een monnik voor zijn klooster in Upper Mustang.. Beeld David Devleeschauwer

Enkele theetjes en een paar uur later beslissen we om een 4x4 te huren die ons naar Jomsom zal brengen. In plaats van twintig minuten vliegen, wordt het uren in de auto hobbelen door een pracht van een vochtige, ­snikhete en drukke vallei die eerst exotisch groen is, met palmbomen en apen die aan lianen slingeren, naar hoger, droger, koeler en stiller. Onze chauffeur sleurt aan zijn stuur alsof hij met een ­kolossale truck rijdt. Zijn gebedspoppetje aan de ­voorspiegel shaket alsof het Shakira zelve is. Het zinderende landschap passeert al ­hobbelend de revue.

De 4x4 volgt de Kali Gandaki-rivier die ergens rond de grens met Tibet ­ontstaat op meer dan 6.000 meter hoogte. Jomsom is een transitstadje dat uit een ­stoffige straat bestaat en een kleine luchthaven met ­wellicht het mooiste uitzicht ooit. De fameuze Dhaulagiri- en Nilgiri-pieken kijken uit over ons. Dhaulagiri is met 8.167 meter de zevende hoogste berg in de wereld en kostte onlangs het leven aan nog maar eens een buitenlandse klimmer die bezweek aan de hoogte: een Nederlan­der, deze keer. De Nilgiri Himal-keten is een gigantische, ­witbesneeuwde wand die tot 7.061 meter de hoogte in schiet. De lucht is strakblauw, de zomerregens zijn nog niet in aantocht en het legendarische, altijd aanwezige stof van Mustang waait op door de hoofdstraat van Jomsom.

Zeeën van koeien

Op de to-dolijst vandaag: met de Defender cruisen door de vallei en dan eeuwenoude fossielen zoeken in de ­bedding van de Kali Gandaki, die ooit als een handelsroute fungeerde tussen India en Tibet.

Om aan de hoogte te ­wennen, boekten we twee nachtjes in Kagbeni: volgens insiders een charmant dorpje. Eigenlijk is het een groene oase met appel- en perzikenboomgaarden en groene gerstvelden die fel afsteken tegen de grijsbruine achtergrond van het ­massieve gebergte. Het is er toeristisch, omdat dit het eindpunt is van Mustang. Je kunt er zonder permit nog komen en veel trekkings ­eindigen of beginnen hier.

Hoewel ‘toeristisch’ ook weer een overstatement is. We zijn begin juni en het New Asia Trekkers Home is zo goed als leeg. Ons kamertje ligt op de eerste verdieping, helemaal op het einde, met eigen badkamer (een luxe in deze contreien) en warm water dankzij zonnepanelen. Twee raampjes geven uit over de machtige bergen en de rurale dorpjes waar elke ­ochtend en bij valavond zeeën van koeien, paarden en geiten door de straten ­passeren. We verkennen Kagbeni dat een wirwar is van stoffige ­straatjes, ­pleintjes en ­passages die soms op de rivier uitkomen.

Dagelijks ritueel: geiten keren terug uit de velden richting stallen in het kleurrijke dorpje Geling. Beeld David Devleeschauwer

Reizen naar Upper Mustang is serieus goedkoper dan Bhutan, maar je hebt toch een visum nodig om voor tien dagen binnen te mogen. Prijs: 500 dollar per persoon. Low volume, low impact, oftewel leve het ‘zacht’ toerisme. In 2015 werden iets meer dan 600 ‘ACAP permits’ uitgedeeld. Een officiële gids moet je vergezellen en er zijn checkpoints.

We moeten onze papieren voor het eerst tonen boven Kagbeni, wanneer het weggetje zich hoger begint te wagen richting Lo Manthang. De gids vertelt dat de eerste stop het gehucht Chusang is, met zicht over de Kali Gandaki-rivier en in de verte het dorp.

Chele is nog zo’n ­idyllisch dorp, omringd door groene tuintjes en plantages waar stroompjes door kabbelen. In de flanken rond het dorp ­zitten troglodietwoningen, holwoningen die tot zo’n 50 meter boven de rivierbedding bengelen en die er al zijn sinds de 9de eeuw voor Christus.

Tuin van Eden

Voor we doorrijden en een grote klim maken, ontbijten we in een theehuis waar we op het dak gewokte noedels met groentjes plus ei en ­stomend hete koffie en verse gemberthee geserveerd ­krijgen. Terwijl normaal elke hiker vanaf hier verdwijnt in rustige valleien, kiezen wij het hogere pad om via het gehucht Syangmochen naar het dorpje Geling te rijden. Het is een serieuze klim met onwaarschijnlijke vergezichten die elkaar in sneltempo afwisselen. Bijna niemand neemt deze weg, enkel de occasionele minibus die de dorpjes met elkaar linkt. We klimmen tot bijna 4.000 meter wanneer we de Yamda La-pas met een chörten (gebedstempeltje) en duizenden gebedsvlaggetjes passeren. De wind blaast, de ­vlagjes wapperen en we nemen de enige selfie op deze trip. Syangmochen zelf is vijf huizen groot, waarvan er drie theehuisjes zijn waar je kunt slapen en eten. Hier stranden na een te lange hike of 4x4-tocht is geen straf.

De mooiste tuin van Eden is die van het dorpje Geling, dat eigenlijk het officiële beginpunt is van het oude Kingdom of Lo. Een groene vlek op 3.700 meter hoogte omgeven door pure droogte, met in de verte de royaal besneeuwde bergpieken van het Tibetaanse plateau. Geling heeft een zelf aangelegd netwerk van kristalheldere stroompjes die ingenieus het hele dorp vruchtbaar maken. Er is gras met gerstvelden en bosjes van berkenbomen die fel geelgroen ­kleuren. Paarden staan te drinken, geitjes lopen vrij rond, een groepje jakken ligt te zonnen en een paar beeldschone meisjes poetsen hun tanden (zonder tandpasta) in het water. Het klooster, de gompa van Geling, torent hoog boven het dorp uit. Er wonen enkele monniken die elke ochtend de dungchen (soort alpenhoorn) bovenhalen om de Himalaya toe te zingen. Een onderdeel van de gompa wordt herbouwd wegens wat schade door de grote aardbeving van 2015. Mustang werd gespaard, maar sommige oude ­gebouwen moesten er toch aan geloven.

Zonder 4x4 kom je in dit landschap niet ver. Beeld David Devleeschauwer

De volgende 4x4-rit is bijna niet neer te pennen. Zinderende landschappen met buitenaardse rotsfor­maties die intense kleuren ­aannemen van oplichtend okergeel tot bijna diep bordeaux­rood of zilvergrijs. Valleien worden altijd ­versierd door vruchtbare riviertjes die voor groene opflakkeringen zorgen. De topografie grift zich in ons geheugen, maar laat zich niet gemakkelijk omschrijven.

Ghemi is het volgende dorpje en onze favoriet. We slapen in het nieuwe Royal Mustang Guesthouse. Verwacht geen grote luxe: Ghemi heeft totaal geen elektriciteit. Na zonsondergang is het dorpje pikdonker en ­verzamelt iedereen in de keuken voor warme, stomende gerechten en Tibetaans bier.

China om de hoek

De volgende ochtend springen we terug in de 4x4 voor de rit naar Lo Manthang, de oude koninklijke hoofdstad die niet zo ver van de Tibetaanse grens ligt.

China loert om de hoek, op veel manieren. Met ‘Made in China’-spulletjes die nu in de winkeltjes van Lo Manthang opduiken. Met donaties in de vorm van ­zonnepanelen en wegen die aangelegd worden. In ruil voor wat, vragen we ons af. China wil een verbinding van Tibet naar de moderne wereld, naar Kathmandu en naar India, doorheen Upper Mustang, het ­laatste stukje wilde en authentieke Tibetaanse Himalaya.

Mustang heeft ook ­mineralen en rivieren die misschien wel perfect zijn om hydro-energie op te wekken. De Tibetanen kijken met argusogen naar hun grote buur. Veel van die Tibetanen ontvluchtten ooit Tibet en leven nu hier, waar ze nog met rust gelaten worden, voorlopig ver weg van de moderne wereld.

Wanneer we een foto nemen van de ouders van Ram Gurung, de schoonbroer van Thari die kookt in het hotel, ontdekken we een soort van sereniteit en kalmte in hun blik die we nog maar zelden zagen. Weten groot­vader Anjuk en grootmoeder Tashi dat de toekomst voor hun kleinzoon, de baby die ze daarnet vasthielden, er ­helemaal anders zal uitzien? Geen geheim koninkrijk meer waar het leven zoveel trager en puurder is dan daarbuiten?

Op de terugweg, enkele dagen later, zitten we op een terrasje van het Oms Home Hotel in Jomsom af te ­wachten of onze terugvlucht doorgaat of niet. Ik bestel nog een flashy oranje en mierzoet duindoornbessapje (de enige bessenplant die hier in deze extreme natuur groeit). De besjes worden door een coöperatieve geplukt die lokale dames tewerkstelt. Heerlijk om te drinken op een zonovergoten middag, ­wanneer je wacht op een vliegtuigje dat waarschijnlijk toch niet zal opdagen.

Maar
who cares, de tijd staat in Mustang voorlopig nog eventjes stil en wie zijn wij om dat te veranderen?

Beeld David Devleeschauwer

PRAKTISCH

Vliegen: we vlogen vanuit Brussel met Qatar Airways naar Kathmandu, vanaf 478 euro in economy, taksen inbegrepen. Er kan ook een gratis stop-over in Doha worden gemaakt op de heen- en terugreis, qatarairways.com. Vanuit Kathmandu zijn er twee korte vluchtjes nodig om in Mustang te geraken.

Slapen: wij verbleven in het ­luxueuze Pavilions Himalayas en de Tiger Mountain Lodge, pavilionshotels.com/himalayas en tigermountainpokhara.com

Reizen: wij reisden met eigen gids en chauffeur doorheen Mustang via de Nederlandstalige reisorganisatie MyHimalaya. Zo is er een 21-daagse begeleide groepsreis vanaf 3.130 euro p.p. (inclusief vluchten vanaf Brussel). Individueel op maat kan vanaf 1.700 euro p.p. voor 10 dagen, myhimalaya.be

Belangrijk: de beste periode om naar Mustang te reizen is vanaf mei tot september. Neem het best een eigen lichte slaapzak en liner mee. Warme kleren zoals een dikke fleece, sjaal, hand­schoenen en muts zijn handig voor ‘s avonds. Een eigen hoofdlamp is onmisbaar, net als een flexibele, stofvrije reistas. 

Let ook op voor hoogteziekte. Drink veel water en neem in overleg met de arts Diamox mee als je gevoelig bent voor ­hoogteziekte. Stofdoekjes, zoals je die vaak in Azië kunt kopen, of een goeie buff om voor het ­gelaat te trekken, kunnen handig zijn voor wie trekkings doet. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234