Maandag 22/07/2019

Interview

Unia-directeur Els Keytsman heeft een donorkind: "Ik wilde niet zomaar een kind van iemand"

Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Twintig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: Unia-directeur Els Keytsman (45). Wie is zij in het diepst van haar gedachten? 

1. Summertime sadness, kent u dat gevoel?

“Ik ken dat melancholische gevoel, als tiener had ik dat wel. Het schooljaar was afgelopen en toen zag je twee maanden je vrienden niet. Mijn ouders gingen ook nooit met hun kinderen op reis. Er kwam dus wel wat verveling bij kijken. Maar nu ben ik heel blij met mijn drie weken vakantie en die zijn zo voorbij. Wel merk ik dat de dagen beginnen te korten. De herfst komt eraan en daarna die donkere winter. Ik heb meer last van het donker en de koude dan van een hete zomer.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Over die vraag heb ik lang moeten nadenken. Ik vind het heel belangrijk om luisterbereid te zijn. In de ­eerste plaats naar mijn kind toe. Ik heb een pittige job en geen partner, waardoor ik het ook thuis druk heb. Maar ondanks die dagelijkse ratrace wil ik ­voldoende tijd voor mijn zoontje vrijmaken. Ik wil echt naar hem kunnen luisteren. Op zijn niveau."

“Ook professioneel vind ik het essentieel om te ­luisteren naar je personeel, om te peilen naar wat mensen écht bedoelen."

“We leven in een harde maatschappij, vind ik. Zodra je een beetje ‘anders’ bent, tussen aanhalingstekens, een alleenstaande mama zoals ik bijvoorbeeld, word je geframed. Een kind met autisme of ADHD wordt meteen geproblematiseerd. Mijn kind was nogal traag in de kleuterklas. Hij had wat motorische ­problemen, maar dat zou wel goed komen, dacht ik. Ieder kind heeft zijn eigen tempo om zich te ontwikkelen. Maar de juf van de tweede kleuterklas vond dat een kind mee moet kunnen, dat het klaar moet worden gestoomd om mee te draaien in de wereld van vandaag. Ik was geschokt toen ze dat zei. Alsof een kind van vier geen kind meer mag zijn. De ­dingen tijd geven en echt kijken wat er aan de hand is, zonder iemand meteen in een hokje te stoppen, vind ik cruciaal."

“Soms mis ik wel iemand om zulke zaken mee te bespreken. Gelukkig heb ik een groep BAM-moeders (bewust alleenstaande moeders, red.) leren kennen met wie ik mijn ervaringen kan delen.”

3. Wat is uw passie?

“Euhm. Passie is iets wat je hartstochtelijk graag doet, hé? Ik heb altijd jobs gezocht die ik met hart en ziel kan doen. Per slot van rekening neemt je werk de meeste tijd van de dag in."

“Al van jongs af aan was ik begaan met het milieu. De giframp in Bhopal (1984: 40 ton methylisocyanaat komt vrij uit een bestrijdingsmiddelenfabriek van Union Carbide en eist duizenden levens, red.), de aanslag op de Rainbow Warrior (1985: het vlaggenschip van Greenpeace ingezet om te protesteren tegen Franse kernproeven op Moruroa wordt door de Franse geheime dienst tot zinken gebracht, red.) en de kernramp van Tsjernobyl (1986: een van de kernreactoren ontploft en grote hoeveelheden radioactieve stoffen komen vrij, red.) hebben mijn ecologisch bewustzijn, in de brede zin van het woord, heel erg aangescherpt. Alles is met elkaar verbonden. We hebben maar één planeet en moeten er samen iets van maken. Die gedachte stuwt mij voort.”

4. Wat is uw zwakte?

“Ongeduld. Ik ben zeer ongeduldig. Het gaat allemaal te traag. Kijk naar de laatste klimaatrapporten. Er beweegt veel te weinig. Onder andere daarom ben ik uit de politiek gestapt. Het politieke bedrijf zou veel meer over visie en samenwerking moeten gaan, terwijl het nog louter met strategie bezig is. De politiek is een harde wereld en ik voelde mezelf ook harder worden. Jammer, want politicus zou een mooie job kunnen zijn. Maar politici geven vrijwillig de macht af aan grote multinationals. Of ze houden elkaar in de tang, waardoor ze in een impasse geraken. De grote problemen zullen maar opgelost raken als landen gaan samenwerken. En individuen, ja. Je ziet dat al op kleine schaal. Al die bewegingen, al die burgercomités, van voedselteams tot repaircafés tot ouders die zelf opvang beginnen te regelen omdat het systeem zo stroef en ingewikkeld geworden is. Ik verwacht wel wat van die kleinschalige initiatieven, maar ze krijgen veel te weinig steun.”

5. Wat is uw grootste angst?

“Dat mijn kind iets zou overkomen. Dat is een cliché natuurlijk, maar het klopt wel."

“Op mijn 35ste besefte ik dat ik een kind wilde. Dat was een heel raar gevoel, net een oerkracht die in mij naar boven kwam. Aangezien ik er alleen voor stond, heb ik heel lang en diep over die kinderwens nagedacht. Hoe zou ik dat aanpakken? Alle scenario’s zijn de revue gepasseerd, maar het beste leek me dan toch een kind van een anonieme donor. Toen ik uiteindelijk de beslissing genomen had, waren er nog heel lange wachttijden voor ik in de fertiliteitskliniek van Jette op gesprek kon. Dat hele proces heeft dus jaren geduurd."

“Ik ben heel blij dat ik die stap gezet heb en raad het ook iedereen met een kinderwens aan. Niet twijfelen. Zorg alleen dat je goed omringd bent, een sociaal netwerk is heel belangrijk. Mijn ouders springen dagelijks in. Mijn vader haalt mijn zoontje van school op, en mijn moeder kookt voor hem. Aanvankelijk reageerde mijn moeder niet zo positief. Besefte ik wel waaraan ik begon, zo helemaal alleen? En waarom zocht ik geen man met kinderen voor wie ik kon zorgen?

Maar ik wilde zelf een kind op de wereld zetten. In dat opzicht heb ik veel gehad aan de psychologische begeleiding in Jette. De psychologe benadrukte dat ik alles goed met mijn ouders moest doorpraten. En toen ik zwanger werd, waren ze natuurlijk heel blij. Het is belangrijk dat je heel open en eerlijk bent naar je omgeving toe. Dus geen fabeltjes verzinnen over een romantische onenightstand. Vanaf de crèche weet iedereen: Vince is een donorkindje.

Hijzelf weet ook dat hij geen vader heeft. Met vaderdag kiest hij een cadeautje voor wie hij maar wil. Dit jaar was dat opa. Ik gebruik ook expliciet het woord ‘donor’ en niet ‘vader’, want een vader is iemand die een rol speelt in je leven."

Beeld Stefaan Temmerman

“Ik mag heel blij zijn dat ik met mijn kinderwens in België leef. In Nederland, bijvoorbeeld, is het veel moeilijker voor alleenstaande moeders en in de Scandinavische landen word je al helemaal niet geholpen, vanuit de redenering dat er twee partners nodig zijn om een kind op te voeden."

“Want wat als ik wegval? Mocht mij iets overkomen, dan zal mijn jongste zus voor mijn kind zorgen. Toen ik haar vroeg of ze die verantwoordelijkheid op zich wilde nemen, zei ze meteen ja. We hebben dat zo laten vastleggen bij de notaris.”

6. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Een paar dagen geleden. Een tante van mij is ­gisteren overleden aan kanker, na een bijna levenslange strijd. Toen ik het nieuws kreeg dat ze gingen beginnen met palliatieve sedatie, heb ik gehuild."

“Ze had zowat hetzelfde wereldbeeld als ik. Inhoudelijk klikte het heel hard tussen ons.”

7. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Nog nooit denk ik. We hebben onlangs bijna brand gehad in ons huis, maar zelfs toen ben ik kalm en nuchter gebleven.”

8. Waar schaamt u zich soms voor?

“We hebben het hier zo goed en toch noem ik een miniprobleem als de vertragingen bij de NMBS mijn kleine hel op aarde. Als je dat vergelijkt met de oorlog in Jemen of hongersnood wereldwijd, dan schaam ik me wel.”

9. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Met een dubbel gevoel. Het klinkt misschien onnozel, maar pal op de statistische leeftijd van 43 moest ik beginnen te brillen. Dat vond ik heel erg, maar dan heb je vrienden en familie die een zware ziekte hebben en van wie het lichaam niet meer mee wil en dan besef je hoe relatief dat brillen wel is. Hoe ouder ik word, hoe comfortabeler ik me voel in mijn lichaam. Ik verzorg me ook goed en ga regelmatig naar de kapper en de schoonheidsspecialiste.

“Als puber zag ik er niet uit. Ik had ook helemaal geen smaak. Mijn haar schoot alle kanten op en dan die kleren uit de eighties, vreselijk. Foto’s van mezelf tussen mijn twaalfde en achttiende wil ik nooit gepubliceerd zien.” (lacht)

10. Wat vindt u erotisch?

“Een onverwacht gevoel van spanning tussen jezelf en de ander.”

11. Wat is uw goorste fantasie?

(lacht) “Ik heb geen gore gedachten. Ik ben nogal saai op dat vlak.”

12. Wat betekent liefde voor u?

“Er zijn voor elkaar. Liefde is ook een onmiskenbaar gevoel: je voelt écht dat je van iemand houdt, je voelt ook een gemis wanneer die er niet is.

“Er zijn natuurlijk verschillende soorten liefde. Ik probeer dat ook uit te leggen aan mijn zoon, wanneer hij zegt dat hij verliefd is op mij, of dat hij met mij wil trouwen. (lacht) Dat is natuurlijk een fase, maar soms ben ik toch wel bang dat hij zich te sterk aan mij zou binden. Hij ziet ook niemand anders in huis. Soms maak ik me zorgen: heeft hij wel genoeg mannelijke voorbeelden? Op school zijn er bijna geen mannelijke leerkrachten meer. En mijn mannelijke vrienden van vroeger zijn intussen getrouwd en gesetteld. Ik spreek dus vaker af met vriendinnen. Rond vaderdag zei mijn zoontje: ‘Mama, ik wil eigenlijk een papa.’ Zelf zou ik het ook wel fijn vinden om een partner te hebben, maar op dit moment is er dus ­niemand. Als je een donorkind wil, moet je die keuze maken vanuit een positieve instelling, niet vanuit een aversie tegen mannen."

“Het is niet ondenkbaar dat Vince later zijn donor wil leren kennen, maar dat is niet mogelijk, hij kan zijn naam niet achterhalen. Ik heb er heel lang mee geworsteld of ik al dan niet een anonieme donor wilde, want per slot van rekening heeft een kind het recht om te weten wie zijn ouders zijn. Maar wat is een ouder? Dat is de hele discussie. Een ouder draagt verantwoordelijkheid, heeft een rol. Een donor niet. Ik wilde niet zomaar een kind van iemand, want dan moet je die ook een rol toekennen, creëer je een band en ontstaan er bepaalde verwachtingen. Toen ik een voorstel kreeg van een homokoppel, heb ik het afgewezen. De anonimiteit leek me toch beter."

“Ik heb een weloverwogen beslissing genomen en ben daar heel open over tegenover mijn zoontje. Uiteindelijk is het een heel positief verhaal. Ik wou Vince heel, heel graag en dankzij die donor is hij er ook gekomen. Het is een gewenst kind, en een graag gezien kind. Maar ik snap dat adoptiekinderen of donorkinderen die het hele verhaal maar achteraf te horen krijgen, op het verkeerde moment, of door de verkeerde persoon, of op een totaal foute manier, hun zelfbeeld of identiteit aan diggelen zien gaan. Heel hun leven stort in elkaar. Oké, we weten niet waar een deel van Vince vandaan komt, maar dan rijst de vraag: zijn we onze genen of zijn we onze opvoeding? Nature en nurture houden elkaar wel in evenwicht, denk ik. Je bent ook wie je bent door de mensen die je op je levenspad ontmoet.”

13. Welk dier zou u willen zijn?

“Een stekende mug.” (lacht)

14. Hoe is de relatie met uw ouders?

“Goed. Mijn ouders zijn nog altijd samen, ze kennen elkaar al heel hun leven. Ik kom uit een liefdevol nest. Mijn ouders waren heel hard met ons bezig. Ze hebben mij ook altijd gesteund in de keuzes die ik heb gemaakt. Nu zijn ze 79 en 77 en een tijdje geleden hebben ze beslist om hun huis te verkopen. Het was veel te groot geworden, de moestuin was veranderd in een grasperk. Ze zijn bij mij in de buurt komen wonen om voor hun jongste kleinkind te zorgen. Ik zie hen dus elke dag. Daarvoor moest ik telkens naar de opvang bellen dat ik weer eens te laat zou zijn. Alweer vertraging met de trein." (lacht)

“Ik kom uit een vrijzinnige familie en ben opgevoed met sociaal-liberale waarden, zoals de gelijkheid van man en vrouw. Mijn bompa was schepen in Schorisse voor de PVV (voorloper van Open Vld, red.). Hij was zo’n beetje de compagnon de route van Herman De Croo. Toen mijn bompa stierf, kreeg hij een burgerlijke begrafenis."

In die tijd was dat een belevenis. Iedereen in het dorp kwam kijken om te zien hoe het eraan toeging. De oud-strijdersbond en ook Herman De Croo hebben toen speeches gegeven.”

15. Hoe kijkt u naar religie?

“Aangezien ik zelf uit een vrijzinnig nest kom, weet ik niet zoveel van religie, maar eerst bij Agalev en later bij Groen en zeker bij Vluchtelingenwerk heb ik gezien dat geloof echt een drijvende kracht kan zijn die mensen ertoe ­aanzet om anderen te helpen. Goed doen voor de ander is belangrijk.”

16. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Neen, maar wel op vooroordelen, op stereotypering. Toen ik nog op het kabinet werkte van Magda Aelvoet, was er een drink met collega’s. Er zat een zwarte vrouw in het gezelschap en ik hoor mezelf nog vragen: hoe bent ú hier terechtgekomen? Bent u hier om te studeren of te werken? Die vrouw bleek een politica te zijn die op bezoek was bij Magda Aelvoet. Dat was dus keigênant. Ik schaam me nog altijd voor die vraag.”

17. Wat is voor u de hel op aarde?

“Wel, zoals ik al zei: de minihel is voor mij de NMBS, de dagelijkse vertragingen op de lijn Brussel-Aalst. En de echte hel: plots gevaar lopen en voor de keuze staan: vluchten of niet. Dat is pas een beslissing. Alles moeten achterlaten. Ga ik alleen, of neem ik mijn kinderen mee? Hoe raak ik hier weg? Je leven in handen leggen van mensensmokkelaars.”

18. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

(denkt even na) “Ik was 16, 17. Mijn nonkel, de broer van mijn pa, was naar Spanje geëmigreerd omdat hij België beu was. Het regende hier altijd en voor alles moest je hier belastingen betalen. Hij had een huisje gekocht in de buurt van Torrevieja en mijn pepe wilde zijn zoon daar eens gaan bezoeken. Ik ging mee. Mijn eerste vliegreis.

Het vliegtuig steeg nog maar op en pepe nam al zijn fleske. (lacht) ‘Ik heb wat schrik, hohoho, maar ik heb daar iets goeds tegen.’ Toen we aankwamen, bleek onze komst toch niet zo goed afgesproken te zijn met mijn nonkel en tante, en de spanningen liepen op. Uiteindelijk is de boel gebarsten en heeft mijn pepe zijn valies genomen en is hij verdwenen. We hebben de Guardia Civil moeten bellen om hem terug te vinden. Spanje is voor mij lang het land geweest van het vreselijke familie­bezoek.” (lacht)

Beeld Stefaan Temmerman

19. Aan wie zou u eens ongezouten uw mening willen zeggen?

“Over het algemeen vind ik dat ik vrijuit mijn mening kan geven. Ik probeer dat meestal diplomatisch te doen. Ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik moest zwijgen. Misschien wel op het moment zelf, maar achteraf slaag ik er toch wel in om mijn standpunt uit te leggen."

“Wat ik wel zou willen doen, is iedereen eens heel hard door elkaar schudden. Zien we nu nog altijd niet in wat er aan de hand is met het klimaat? Het is nu toch overduidelijk? Waarom slagen we er maar niet in om het tij te keren? Dat kan er bij mij niet in.”

20. Wat betekent geld voor u?

“Over die kwestie heb ik grondig moeten nadenken: kon ik als alleenstaande vrouw wel een kind aan, financieel? Je hebt een goede job met een stabiel inkomen nodig om voor een kind te zorgen. In die zin is geld dus belangrijk."

“Voorts spendeer ik veel geld aan mijn woning, aan ­lekker veggie eten en aan schoenen. Schoenen zijn mijn zwakte.” (lacht)

ID-kit

• geboren in Zottegem op 8 september 1972
• studies: graduaat bedrijfs­management en licentiaat toegepaste economische wetenschappen (VUB)
• Vlaams ambtenaar van 1993 tot 1999
• werkte vervolgens op de groene kabinetten van Magda Aelvoet, Jef Tavernier en Adelheid Byttebier
• in 2004 aan de slag bij Groen! als beleidsmedewerker, zetelde tussen 2002 en 2008 in de gemeenteraad van Aalst
• stapte in 2008 uit de partijpolitiek en werd diensthoofd bij Oxfam Wereldwinkels
 werd in maart 2010 directeur van Vluchtelingen­werk Vlaanderen
 in februari 2016 aangesteld als codirecteur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum, sindsdien actief onder de naam Unia  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden