Dinsdag 10/12/2019

Portret

Topmodel Pat Cleveland (67): "Ik heb geleefd op champagne"

Beeld rv

Dat ze haar neus moest laten omtimmeren, kreeg ze als piepjong model te horen. Dat anders niemand haar zou willen. Nee bedankt, zei Pat Cleveland (67). Intussen werkt ze vijftig jaar als topmodel en schreef ze een boek over haar leven. 

Ik was het gewoon dat ze me ‘giraf’ nariepen, of ‘tandenstoker’, of dat ze vroegen waarom ik Popeye niet had mee­gebracht. Maar de dag dat ik bij Stephen Burrows (Amerikaans modeontwerper, red.) een van zijn jurken ­aantrok en ik hem ‘oh my God!’ hoorde roepen, voelde ik me voor het eerst in mijn leven mooi.” We schrijven 1965, Patricia Cleveland is nog geen zestien jaar oud.

Flits naar 2016. Hotel Jane in de New Yorkse West Village. In een nauwaansluitende, spiegelende jurk brengt Pat Cleveland (67) met de song ‘Hello Josephine’ hommage aan zangeres en danseres Josephine Baker. Ontwerpers, modellen, dragqueens, vrienden en tv-persoonlijkheden joelen en applaudisseren onder de ­discobal van de ooit beruchte/beroemde Studio 54. Cleveland stelt haar boek Walking with the Muses voor, dat leest als een ‘wie is wie’ in de modewereld en het nachtleven van de jaren 1970 tot nu. Vorige maand verscheen de paperbackversie, en een album met zes songs. Want performen, op alle mogelijke manieren, blijft haar groot talent. Zoals Vogue schreef: “Meer dan een model is ze een legende. Ze bracht revolutie op de catwalk door de manier waarop ze danst en dartelt door de shows.”

In het boek beschrijft ze, 330 pagina’s lang, haar ervaringen als model, haar ­reizen, haar flirts (Muhammad Ali, Jack Nicholson, Warren Beatty om er maar enkele te noemen), dagen van champagne en dagen van grote eenzaamheid. In de legendarische Studio 54 in New York gaat ze uit met Andy Warhol, Jerry Hall en Grace Jones en in Parijs danst ze met Karl Lagerfeld in de al even legendarische Club Sept.

Waarom wou ze dit memoir nu al schrijven, vraag ik haar, ze is toch nog volop actief? “Schrijven is iets dat ik niet kan laten, ik heb blaadjes en blaadjes volgekrabbeld, ik heb altijd een dagboek bijgehouden. Ik heb ook al een boekje met poëzie uitgebracht, In The Spirit Of Grace, met kleine stukjes. Ik probeer graag verschillende schrijfstijlen uit, ook scenario’s en verhalen, en op een dag vroeg iemand: maar waarom schrijf je je eigen geschiedenis niet neer? O, iemand is geïnteresseerd in mij, dacht ik. Ja, waarom vertel ik niet wat ik allemaal heb meegemaakt, nu mijn geheugen nog goed is?”

Exotisch

Oorspronkelijk wil Patricia Cleveland, dochter van een blanke jazzmuzikant en een zwarte kunstenares, modeontwerpster worden. Ze draagt met flair de korte rokjes en maxi-jassen die ze samen met haar moeder op de naaimachine stikt. Met haar bijzondere mix van Afrikaans, Cherokee, Zweeds en Iers bloed is ze een opvallende verschijning. Een moderedactrice van Vogue ziet haar op een dag op het perron van de ondergrondse. Ze ziet wel iets in een reportage over de exotische ontwerpster in spe. “Ik was nog geen zestien en plots werd ik, die lange bonenstaak, gevraagd om te poseren”, ­herinnert ze zich.

Haar moeder neemt het heft in handen en laat foto’s maken door een professionele fotograaf. De eersten die toehappen zijn de Johnsons, eigenaars van Ebony, een tijdschrift voor de zwarte gemeenschap. Met knikkende knieën trekken moeder en dochter naar het Waldorf Astoria hotel. “‘Ask miss Cleveland to walk for us’, zei meneer Johnson, en zo begon mijn professionele carrière als model”, vertelt ze.

Zo moeder, zo dochter

Met haar moeder als chaperonne mag Patricia meteen op tour voor vier maanden, en het is in de zuidelijke staten dat ze zich pas goed bewust wordt van haar huidskleur: plakkaatjes op de WC-deur waarop staat ‘alleen voor blanken’. Ze maakt ook kennis met mannen met losse handjes, en met het ongeregelde leven van een model; soms lange uren in een bus of trein, dan hollen van de ene show naar de volgende. “Eerste les: zorg dat je altijd iets te eten in je koffer hebt”, schrijft ze, “want tijd om te eten is er vaak niet.”

Terug in New York gaat ze opnieuw naar school en kan ze zich inschrijven bij het bekende Ford Models. Een hele eer, maar Eileen Ford zegt haar vlakaf: “Jij zult het nooit maken als model, meisje, tenzij je neus je laat opereren”, een raad die Pat in de wind slaat. Ze doet eindeloze ‘go sees’, met haar foto’s onder de arm, bij modehuizen en magazines. Soms krijgt ze een opdracht, even vaak wordt ze afgewezen. Voor het zelfvertrouwen van een zestienjarige toch geen cadeau, opper ik? “Ach,” zegt ze, “natuurlijk zijn er minder aangename kanten aan het vak, maar ik had me voorgenomen om me te gedragen als een eend. (uitbundig) Kwaak kwaak! Een eend gaat in de vijver en het water glijdt er als olie af. Dat was mijn theorie: als er dramatische dingen met je gebeuren, blijf er niet aan vasthangen. Schud het van je af. Ik doe niet aan zelfbeklag, ik heb wijsheid geput uit al mijn ervaringen.”

New York Fashion Week, 1977. Beeld WireImage

Of ze haar dochter Anna, die nu ook model is, heeft gewaarschuwd voor de valkuilen van het modellenbestaan? “Haar situatie is compleet anders, zij is opgegroeid in die wereld. Ik woonde bij mijn moeder die extreem artistiek was, maar die het niet gemakkelijk had. De filosofie die ik meekreeg, was: komaan, sta op en creëer iets. Als alleenstaande moeder heeft ze alles gedaan wat ze kon, en ik was het aan haar verplicht om iets met mijn leven te doen waar zij trots op kon zijn. Diezelfde filosofie geef ik door. Met dat verschil dat voor Anna de mode haar thuis is.”

Op een dag wordt ze naar de studio van Stephen Burrows gestuurd, een Afro-Amerikaanse ontwerper. Die verwacht een andere kandidate, maar laat haar – niet met volle overtuiging – toch zijn signatuurjurk ‘the lettuce’ (vanwege een ragfijne, ondulerende zoom) aantrekken. Wanneer ze tevoorschijn komt van achter het kamerscherm verstommen de stemmen. Tot de assistent uitroept: “Oh my Gawd!” Vervolgens iedereen in koor, nog eens: “Oh my God!” Ze past nog een paar jurken en de designer beslist: “Zij is het die we moeten hebben.” Ze wordt zijn vast model en er zal een levenslange vriendschap uit voortvloeien.

“We hadden het er nog over”, zegt Pat, “hoe alles veranderd is. Vroeger hadden ontwerpers een levend model in hun ­studio, ze namen de stof en drapeerden die rond je lichaam. Je bleef er vaak een hele dag, je at samen, ging samen dansen, samen op vakantie… Er zijn nog enkelingen die op die manier werken, maar het zijn uitzonderingen. De technologie heeft zoveel veranderd. Niet alleen in het maken van kleren en hoe ze bij een ruim publiek terechtkomen, maar ook hoe modellen gekozen worden, met clicks en likes. Er is meer afstand.”

Ondertussen heeft Cleveland ondervonden dat Eileen Ford niet genoeg om haar geeft, en ze verhuist naar een ander modellenbureau, gesticht door de Nederlandse Wilhelmina Cooper. Het begint beter en beter te gaan met haar carrière, ze wordt een van de vaste modellen van de minimalistische ontwerper Halston: een kliekje dat ‘The Halstonettes’ werd genoemd en waartoe ook actrice Anjelica Huston behoorde.

Maar ondanks alle succes wringt het dat ze nooit de cover haalt van belangrijke magazines. Wanneer Wilhelmina haar naar Milaan stuurt, springt ze een gat in de lucht. Het begint slecht, bij een bureau met foute mannen. Ze ziet het op tijd in, neemt de trein naar Parijs. “Het was zoals Wilhelmina had voorspeld: Europa was ontvankelijker voor gekleurde modellen. Het leek alsof ze makkelijker afstapten van de lelieblanke, blonde standaard. In Europa was mijn kleur geen issue. Het jaar 1971 was het meest succesvolle. Ik verscheen in alle magazines, ik deed shoots op exotische plekken en liep over de ­catwalk voor alle ontwerpers.”

En ze gaat uit in Club Sept – “The hottest night club in Paris” – en in La Coupole. Met Karl Lagerfeld en zijn knappe vrienden gaat ze ook op vakantie naar Saint-Tropez.

Adembenemend veggie

Wat ze in Parijs ook ontdekt, zijn croissants en croque-monsieurs. Ze raakt eraan verslingerd. Tussendoor in Londen zijn het scones met clotted cream. Niet meteen het dieet waar wij aan denken voor ranke modellen. “Ach,” zegt ze, “als je de wereld rondreist, loop je van hot naar her en kun je niet altijd je eten kiezen. Het enige wat je overal vindt, is champagne. Ik overleefde op champagne! Je belandt op de meest exotische plaatsen, en ik leerde rare dingen eten als paling, slang, haai en oesters. Maar op een dag zat ik te lunchen met Diana Vreeland (de excentrieke hoofdredactrice van Vogue, AG) toen die prachtige actrice uit de jaren 20 binnenkwam, Gloria Swanson. Ze schoof mee aan en toen ontdekte ik haar beautygeheim: Gloria Swanson was vegetariër. Zij deed yoga, net als ik, en zij zag er adembenemend uit. Ik wil zijn zoals zij, dacht ik, en sindsdien ben ik vegetariër. Vandaag ben ik zelfs een raw food-vegan-vegetariër, al kan ik wel eens bezwijken voor een punt pizza. Of als ik in België kom, en ik zie die heerlijke wafels met slagroom. (giechelt) Natuurlijk laat ik me wel eens gaan. Je moet lief zijn voor je lichaam en jezelf niet folteren. Maar dan las ik een vastendag in, van een dag alleen water drinken ga je niet dood hoor!”

Aids versus mode

De champagnejaren waren ook de jaren van de eerste aidsslachtoffers, de modewereld werd zwaar getroffen. “O ja, het verspreidde zich zo ongelooflijk snel, het was akelig om te zien hoe de ziekte om zich heen greep”, beaamt ze. “Ik denk dat de mode toen een beetje gestorven is, het was als een mooie bloem die haar blaadjes verloor. We wisten ook niet wat er aan de hand was, we zagen een mannelijk model vermageren, en we grapten dat hij wat meer moest eten. Een andere kreeg rare bulten op zijn gezicht. “Je moet me niet kussen,” zei hij, “ik heb uitslag.” We hadden geen flauw ­vermoeden van wat er aan de hand was. Maar er is veel medeleven in de modewereld. Ik ben net terug van het jaarlijkse Life Bal in Wenen (een liefdadigheidsbal voor aidsslachtoffers, AG) en het was fantastisch om daar te zijn, er hing zo veel liefde in de lucht.

“Voor de mensen van mijn generatie draaide alles rond being in love, we kenden geen grenzen, iedereen zag iedereen graag en niemand was bang. Natuurlijk heeft het ook mijn seksleven veranderd. Ik heb geluk gehad dat ik op het juiste moment mijn huidige echtgenoot, Paul van Ravenstein, heb leren kennen, anders was de kans groot dat ik er nu niet meer zou zijn. (roept) Ik ben een mirakel, een levend mirakel!”

Of ze veel vintage kleren aan de jaren 70 en 80 heeft overgehouden? “Een groot deel van mijn kleren is gestolen. In het begin reisde ik altijd met koffers vol, en onderweg pikte ik ook lokale dingen op, zoals kimono’s. Ik heb het meeste geschonken aan musea, maar er zijn nog wel kleren uit de seventies die ik draag. Ze zijn goed gemaakt, ze passen me nog en ze zien er nog altijd fantastisch uit.”

Samen met haar dochter Anna Cleveland, ook model. Deze foto werd genomen tijdens haar boeklancering. Beeld WireImage

Natuurlijk wil ik graag weten of ze favorieten heeft. “Ja, Zac Posen, Marc Jacobs, Tom Ford… En ik hou ook van Neder­landse ontwerpers. Dries Van Noten? O, is hij een Belg? Van hem heb ik nog veel kleren van vroeger. Uit de vorige eeuw. (schatert) Uit de jaren 80! Mijn schoonzus Gerda verkoopt ze in Amsterdam. Ik draag ze bij verschillende gelegenheden en op verschillende manieren. Weet je, dat is een grote kunst, om kleren te maken die je zowel ’s middags voor je werk, als ’s avonds kunt dragen, door ze anders te combineren. Een grote uitdaging is die ene outfit te vinden, die je de wereld rond kunt meenemen. Dat past bij de manier waarop we vandaag leven.”

Blank of zwart

Hoewel ze destijds gefrustreerd was omdat ze door haar huidskleur en haar wilde zwarte krullenbol minder kansen kreeg, denkt ze dat het nu beter gaat: “In die tijd was er minder diversiteit en de raciale vooroordelen kwamen voort uit onwetendheid. Vandaag worden de mensen anders opgevoed, en als de vooroordelen nog bestaan, is het omdat ze slecht zijn opgevoed en dat is heel heel jammer. In de modewereld is daar minder gevaar voor, omdat die eerder artistieke mensen aantrekt. Ik snap niet waarom de mode bij veel mensen zo’n slechte reputatie heeft, het is een mooie wereld, met mooie mensen en mooie kleren.”

Bij de boekpresentatie in New York, in The Jane, was er dus die hommage aan een van haar idolen, Josephine Baker. En ooit verscheen van haar een foto met een bananenrokje aan, net als Baker. “Dat was een grap, een fotograaf maakte die foto op een hotelkamer waar we wat zaten te spelen. De foto werd later gepubliceerd, maar dat was niet de bedoeling. Voor de boekvoorstelling wou ik wél de spirit van Josephine Baker oproepen, ik wou boys and bananas. Al de jongens van vroeger, en ze kwamen allemaal!

In een ‘Josephine Baker Banana Dance Costume’ van Patrick Kelly, 1986.  Beeld rv

“Samen met nog vijf andere nummers komt ‘Hello Josephine’ binnenkort uit op een album. Dat is mijn volgende project. Ik ga ook een realityshow hebben. Zo gaat dat in Amerika. Als je ergens je hart en ziel in legt, dan valoriseer je dat ook. Je moet jezelf niet uitverkopen, maar je moet het ijzer smeden als het heet is. En met wat het oplevert, geef ik opnieuw een party!” 

Walking with the Muses door Pat Cleveland, uitg. Simon & Schuster, 16,20 euro

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234