Zondag 25/08/2019

Interview

Topmanagers aan het woord: "We hebben allemaal al geaasd op elkaars artiesten"

Alexander Vandriessche, Christophen Cocquyt en Christian Pierre. Beeld Tim Coppens

Ze zijn biechtvader van de sterren. Boeman achter de schermen. Puinruimer na ellende. We brachten de drie belangrijkste managers van het land samen: Christian Pierre (dEUS), Alexander Vandriessche (Oscar and the Wolf) en Christoffel Cocquyt (Selah Sue). 

"Wij waren pioniers in cowboyland", blikken Christoffel Cocquyt en Christian Pierre glimlachend terug op begin jaren 90, toen zij respectievelijk met Soulwax en dEUS hun eerste stappen in de managementwereld zetten.

Maar ze zijn het er roerend over eens: vroeger was het níét beter. "Het is vandaag een hardere business geworden, maar het is tenminste beter georganiseerd", zegt Cocquyt. "Wij moesten indertijd alles zélf ­uitvinden. Met veel vallen en opstaan, in het muzikale braakland dat België was. In het begin hadden we niets, behalve branie en doorzettingsvermogen. We waren geen dromers, maar wel avontuurlijk en ambitieus."

We zitten op het zonovergoten lunch­terras van Volta in Gent, waar we – naast een lichte zonnesteek en de lekkerste lunch in tijden – herinneringen opscharrelen, en de heren aan een gewetensonderzoek onderwerpen. De drie delen al eens graag subtiele plaagstootjes uit, maar soms flakkeren de discussies ook hoger op.

Zelfs over een statement van Christian Pierre kunnen ze geen consensus bereiken. "Een artiest moet zeggen: 'Ik heb de beste manager van de wereld'", gelooft die laatste. "En de manager moet op zijn beurt zeggen: 'Ik heb de beste artiest van de wereld'." Cocquyt schudt het hoofd. "Absoluut niet mee eens. Dat geeft weinig perspectief tot verbetering."

Het klinkt ook als een liefdesverklaring. Een huwelijk, of tenminste een ­liaison waarin je een vaderrol vertolkt.
Cocquyt:
"Dat is natuurlijk wel ergens zo. Een sociaal leven moet je niet verwachten naast je werk. Het zwaarste aan de job is dat die nooit stopt. Als nachtelijke slaap en het weekend je genegen zijn, of je begint uit te rekenen wat je eraan kunt verdienen, houd je dit geen jaren vol."

Pierre: "Je sociale leven én je gezondheid opgeven? Been there, done that. Ik ben hartpatiënt sinds mijn veertigste, en dat had ongetwijfeld met de job te maken. Het werk bepaalt je leven. Alle drie zijn we vader, maar zo'n onregelmatig leven hakt er serieus in. Je kunt de knop niet zomaar omdraaien. Deze zomer ziet mijn management honderd concerten in vijftien landen. Dat kun je je eigenlijk niet voorstellen."

Beeld Tim Coppens

Vandriessche: "Die druk wordt natuurlijk verondersteld in onze sector. Ik ben allang blij dat ik heb geleerd wat prioriteiten zijn."

Cocquyt: (droog) "Anders was je alvlang gescheiden. Been there, done that."

Pierre: "Ik zou voor mijn vijftigste wel een sabbatperiode willen inlassen. Drie maanden of zo."

Vandriessche: (verbaasd) "Zou jij dat kunnen?"

Pierre: "Ik heb nog nooit zo lang vrijaf genomen, dus ik zou het echt niet weten. Misschien kom ik mezelf keihard tegen. Wat nu, Christian Pierre? Zónder werk?" (lacht)

Managers hebben doorheen de geschiedenis nooit een beste reputatie gehad. Elvis had zijn Colonel Parker, The Beatles en The Stones hadden hun Allen Klein. Gehaaide uitbuiters en aasgieren. De hele geschiedenis van de zwarte muziek puilt uit van grote talenten die gepluimd werden door opportunistische slavendrijvers.

Pierre: "Dat is helaas van alle tijden. Die bijklank zal dus voor eeuwig en een dag aan ons beroep blijven plakken."

Cocquyt: "Ik vind dat heel erg. Dat méén ik. Als jonge bands mij om raad vragen, zeg ik altijd: stel géén contract op met je manager. En, nog veel belangrijker: laat géén geldtransacties gebeuren via je manager."

Vandriessche: "Allez, Christof. Wat zeg jij nu? Alle transacties lopen via mij. Er is een verschil tussen een dienst verlenen, controle uitvoeren en iemand in de zak zetten, hè."

Cocquyt: "Ik snap dat niet. Waarom zouden jouw handen aan iemands festivalgage moeten komen? Laat het bedrag gewoon doorstorten, en stuur een factuur met je commissie. Eerlijker en veiliger kan niet."

Vandriessche: "Dat is het makkelijkst voor de manager, alleszins. Maar ik bereken ook alle kosten, en dek alle onkosten. Je kunt het dus ook zo bekijken: alle engagement ligt bij mij, en ik beloof dat mijn groepen binnen twee jaar break-even draaien."

Cocquyt: "Ik word gewoon kwaad van al dat crapuul dat nog steeds rondloopt in onze branche – ook in België trouwens (off the record wordt aan tafel de naam van een notoire nestbevuiler genoemd, GVA). Managers die gaan lopen met 200.000 euro van een hardwerkende band? Dat is nog altijd ­schering en inslag. Zíék word ik daarvan."

Pierre: (blaast) "Iederéén kan je natuurlijk vroeg of laat naaien. Een slimme boekhouder kan daar zelfs jaren mee wegkomen. Het is belangrijker dat je op elk moment transparant blijft. Als je je eigenhandig bekommert om de financiën, slaat een groep tenminste geen krater van 200.000 euro zonder dat je er weet van hebt. Dat is ook al gebeurd, hè. (grimmig lachje)

Beeld Tim Coppens

"Maar om op Colonel Parker terug te komen: niet om advocaat van de duivel te spelen, maar Elvis was misschien nooit zo groot geworden zónder hem. Daar valt misschien ook iets voor te zeggen."

Kun je artiesten sturen?

Vandriessche: "Dat doet me denken aan een viral filmpje van Frank Zappa: die beklaagde zich over het scharniermoment waarop oude platenbazen met dikke pensen en dito sigaren uit de business stapten, en jonge haantjes hun plaats innamen. Die pretendeerden dat ze het warm water zouden uitvinden. Toen is de muziekbusiness niet in goede zin veranderd. Die ouwe krokodillen gaven namelijk veel meer kans aan experiment, omdat ze toch niets snapten van muziek. En kijk wat een glorieperiode je toen had."

Cocquyt: "De artiest heeft altijd het laatste woord. Of zo zou het toch moeten zijn."

Pierre: "We werken alle drie met heel uitgesproken persoonlijkheden, die je moeilijk kunt sturen."

Met persoonlijkheid komt ook ego.

Cocquyt: "Daarom kan ik geen groepen managen. Zowel Soapstone als Soulwax of The Van Jets worden of werden geleid door twee broers, en dat maakt een groot verschil. Dat is een bewuste keuze, want ik geloof niet in democratie bij bands. Mijn collega Eric Didden kan dat wél, maar ik heb het daar lastig mee. Ik vind dat één iemand de artistieke leiding moet nemen. En in het geval van broers heb je een dubbel individu met een onwrikbare band, zelfs als ze voortdurend ruziemaken."

Vandriessche: "Bij het trio Bazart zijn er ook heel duidelijke afspraken over wie wat doet. Dat is vast het ultieme geheim om een band in stand te houden."

Wat zijn de hardste beslissingen die je ooit hebt moeten nemen?

Vandriessche: "Groepsleden of crew buiten­smijten. Omdat die doorheen de jaren je vrienden zijn geworden. Je bouwt een persoonlijke band op. Maar soms moet je toch een egoïstische keuze maken om als groep het groeipotentieel te vergroten. Het probleem is: je moet die verscheurende keuze maken op een ogenblik dat het voor de tegenpartij niet duidelijk is. Een gitarist die vals speelt, doet dat niet expres, hè. Een groepslid dat de boel dreigt te verzieken op tour door zijn tegendraads karakter, is ook een gevaar dat ik moet zien aankomen. Als manager moet je anticiperen.

"Een voorbeeld: toen we met Oscar and the Wolf in arena's wilden spelen, wist ik dat we een ander soort geluidsman nodig hadden, iemand die zulke zalen snapt. Er is een reden waarom zoveel acts slecht klinken in Vorst Nationaal of het Sportpaleis, hè. Maar van goede beslissingen nemen, word je niet per se gelukkiger."

Christian Pierre. Beeld Tim Coppens

Cocquyt: "Af en toe mag het botsen met je artiest. Als manager mag je nooit schrik ­hebben om ontslagen te worden, zeg ik altijd. Mijn moeilijkste moment was toen ik Soulwax zag vertrekken. Ik was elf jaar hun manager, maar bij de oprichting van mijn managementbureau zette dat mijn een-op-eenrelatie met de broers Dewaele in een ander perspectief. We voelden al gauw dat het niet ging marcheren, dus hebben we de samenwerking stopgezet voor die zou verzieken. Dat was raar. En hard. Alsof je je eigen kind afstond. Wat ook niet hielp, was dat ik van dag op dag een beginnende manager was met nul artiesten. Een huis zonder kinderen."

Pierre: "Er zijn wel wat beslissingen doorheen de jaren geweest waar ik het heel moeilijk mee had. En héb. Musickness ben ik begonnen met mijn twee beste vrienden, tot we de rekening gepresenteerd kregen in 2001. We waren als jonge gasten in dat wilde bad gesprongen, hadden veel zotte dingen verwezenlijkt, op de barricades gestaan en non-stop gewerkt. Toen dEUS een sabbatical nam, had dat grote financiële gevolgen. Daardoor lasten ook wij een sabbatperiode in. Iedereen greep die kans aan om op adem te komen, en dat betekende uiteindelijk een scheiding met die toenmalige vennoten. (stil) Ik heb dat altijd spijtig gevonden, om alleen verder te gaan. Ineens was ik Rémi." (uit het boek 'Alleen op de wereld', GVA)

Hoe persoonlijk nemen jullie affront? Een radiostation dat weigert om een van jullie poulains op te pikken, journalisten die een vernietigende review schrijven…

Pierre: (onderbreekt) "… Recensies zijn niet meer van deze tijd hoor, jongen." (lacht)

Vandriessche: "Als je de manager van Bazart bent, dan wéét je wat shit krijgen is. En ook van Selah Sue bestaan er 'leuke' verhalen. Niet waar, Christof? Eigenlijk mag je je dat niet aantrekken, omdat alleen het publiek telt. Maar als Walter Grootaers zijn zoveelste comeback aankondigt met de krantenkop 'Bazart is de zoveelste boyband', vind ik dat bedenkelijk. Dat ergert me enorm. Gelukkig liggen de jongens in de groep niet wakker van De Kreuners. (lacht) Maar het komt wél altijd binnen, dat kan ik je verzekeren."

Pierre: "Tom (Barman, red.) is ook gevoeliger dan mensen denken. Je bent als artiest nooit helemaal opgewassen of gewapend tegen wat er over je geschreven wordt. Ik ken muzikanten die nooit meer een recensie durven te lezen, en die moet je in bescherming nemen. Nog iets anders: bij elke platenrelease je ziel wekenlang op tafel gooien bij elke journalist. Dat is een gevécht, hoor. En dan moet je er staan voor hen."

Vandriessche: "Als een recensent in de aanhef van zijn stuk iets schrijft als 'Ik vind Oscar and the Wolf de grootste kutgroep die België ooit heeft voortgebracht', dan schiet ik in een colère. Want dan ben je gewoon niet objectief."

Cocquyt: "Ik snap Alexander. Vooral omdat je een gevoeliger artiest vroeger nog kon afschermen van alle bagger in print. Maar via sociale media komt het sneller in hun vaarwater terecht. Ik word nog altijd even kwaad wanneer ik pertinente onwaarheden zie verschijnen, of kwaadwillige leugens."

Beeld Tim Coppens

Je bent een afgestudeerde psycholoog, Christoffel. Komt die achtergrond van pas?

Cocquyt: "Absoluut. Uit ervaring weet ik dat de beste artiesten meestal de moeilijkste persoonlijkheid hebben. Gemakkelijke mensen zijn meestal geen goede artiesten. Als je flets bent, kom je niet toe aan grandioze kunst. Maar dat betekent ook dat de beste artiesten een onverwachte omslag kunnen maken, en alles waar ze ooit in geloofden, plots willen vernietigen.

"Neem nu Gabriel Ríos: een van de puurste artiesten die ik ken. Onder geen beding kan hij een rolletje spelen op het podium. En dat maakt van hem zo’n geweldige performer. Maar dat betekende ook dat hij na een fantastische show in Vorst Nationaal van het podium stapte, me recht in de ogen keek en zei: ‘Dit doe ik nooit meer’. Dan denk je even: o, shit. Je hebt daar zo lang naar toegewerkt, maar als hij vanuit zijn gevoeligheid liever weer downscalet, moet ik hem daarin volgen."

Zijn jullie concurrenten achter de schermen? Wordt er hoog spel gespeeld?

Cocquyt: "Het is geen competitie, hè. Maar alleen omdat er geen regels zijn. Wij kunnen hier tot vanavond discussiëren over welke band van ons de beste is, of wie de volgende hotshot moet halen. Maar dat heeft geen zin."

Pierre: "Laten we toch eens proberen. (lacht) Mijn kind, schoonste kind! Maar serieus: ik ben oprecht blij dat sommige acts het zo goed doen bij Christof. Zijn successen ­helpen onze jongere artiesten ook. Hoe ­groter zijn artiesten worden, hoe meer ­anderen in hun slipstream mee kunnen groeien, als voorprogramma bijvoorbeeld."

Cocquyt: "We hebben allemaal al geaasd op elkaars artiesten. Maar dat doe je met een charmeoffensief. Niet door elkaar zwart te maken."

Klinkt opvallend bedaard voor de managers met de meest bijtgrage ­reputatie.

Cocquyt: "Christian en ik zijn misschien iets rustiger geworden dan vroeger. Maar ik word wel nog altijd lastig als de zaken niet precies lopen zoals ik het wil."

Pierre: "Dat moet ook. Je wordt realistischer in je ambities, maar als je het vuur van vroeger kwijtraakt, moet je er gewoon mee stoppen."

Alexander, jij hebt Oscar and the Wolf pijlsnel naar het Sportpaleis geleid. Achteraf gezien kun je dat op lef en inzicht steken, maar voordien had je net zo goed van hoogmoed en waanzin kunnen spreken. Is dat de perfecte attitude voor een manager?

Vandriessche: "Wat als het niet was gelukt, bedoel je? (schouderophalend) Tja, en dan? Dan hadden Christian en Christoffel eens goed gelachen met me, denk ik.

"Maar het is typisch Belgisch om niet al te groot te durven denken. Max (Colombie, frontman, GVA) geloofde indertijd zelf ook niet dat hij ooit de AB Box gevuld zou krijgen. (lacht) Maar ik wist echt wel waar ik aan begon, hoor. Zelfs al zag niet iedereen dat gigantische Sportpaleis goed komen. Maar dat was een berekend risico, géén hoogmoed."

Hoe bekijken jullie de muziekscene vandaag?

Cocquyt: "Het grote probleem vandaag is de middenmoot. In de jaren 90 kon je met alle Belgische bands van betekenis meteen rekenen op een plaatsje op Pukkelpop. Maar ­vandaag is het zo makkelijk om een plaat te maken, dat veel beginners denken dat ze er meteen een carrière mee kunnen uitbouwen. Vroeger was hobbyisme iets tofs, maar nu willen talloze kleine bands per se op professionele basis meedraaien."

Vandriessche: "Heel wat jonge acts definiëren succes helemaal anders. Ze hebben wat aandacht gekregen op een of andere hippe blog en ze geloven dat het ineens allemaal gaat gebeuren. En als ze drie keer op South by Southwest kunnen spelen voor een handvol Belgen, staat dat goed op hun curriculum. Maar we weten intussen dat je er geen stap verder mee zult raken. Ik heb zelf ook ooit de fout gemaakt om te willen spelen op bepaalde showcasefestivals, terwijl je er eigenlijk alleen maar financiële putten mee graaft."

Een emo-momentje om af te sluiten? We hebben de dieptepunten al gehad, maar wat noemen jullie de hoogtepunten in je carrière?

Vandriessche: "De eerste keer dat Oscar Pukkelpop afsloot, en dat momentum claimde voor een afgeladen wei. Onvergetelijk. Een uitverkochte zaal in Istanboel spelen met Oscar, voor zesduizend man, die de songs beter en luider zongen dan hier ooit werd gedaan. En toen iedereen ‘Goud’ meezong in de AB Club terwijl Bazart nog in zijn kinderschoenen stond, dat zal ik ook nooit vergeten. Charlotte de Witte op Werchter voor een uitzinnige tent! Er zijn er nog een paar, hoor. Soms gaat het zo snel dat je er niet bij stil kunt staan. Maar voor die momenten teken ik nog elke dag."

Pierre: "Voor mij zijn er te veel hoogtepunten om op te noemen. Gelukkig maar, want eigenlijk doe je het vooral daarvoor. Dat zijn je drugs, je energy boosts. Je groeit met een artiest, en die hoogtepunten heb je nodig om het vol te houden. Dat gaat dan van tranen tot kiekenvel. We hebben al veel kroppen moeten wegslikken, hè jongens."

Cocquyt: "Absoluut. Vaak zeg ik na afloop: merci gasten, dit had ik even nodig. Je reist enorm veel, ziet soms af en dan is dat topconcert de return. Je zoekt ergens naar dat moment om het allemaal de moeite waard te laten zijn."

Pierre: "Maar ook op de dieptepunten moet je er staan."

Cocquyt: "Ja! Dat zijn de voornaamste concerten: de puzzelstukken juist zien vallen tijdens een optreden, maar ook de mindere prestaties."

Pierre:
"Bij elke act zie ik één op de vijf concerten. De moeilijke opstart en het geweldige middenstuk van de tour wil ik zien. Maar intussen kan ik ook perfect inschatten welke concerten het moeilijkst zullen worden. Dat zijn vaak de slechtste concerten, maar het is belangrijk dat je er ook dán bent voor je artiest. Samen door de zwarte sneeuw schuiven is even belangrijk als samen hoge toppen scheren."

Christoffel Cocquyt. Beeld Tim Coppens

Christoffel ­Cocquyt is manager bij Gentlemanagement. Artiesten: o.a. Selah Sue, Gabriel Ríos, Delv!s, The Van Jets.

Christian Pierre is manager bij Musickness. Artiesten: o.a. dEUS, Balthazar, Eefje de Visser, Tamino, Faces On TV, Admiral Freebee, Tourist LeMC.

Alexander ­Vandriessche is manager bij DBNR. Artiesten: o.a. Oscar And The Wolf, Bazart, Charlotte de Witte, Warhola, Emma Bale, Glints.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden