Dinsdag 15/10/2019

Interview

“Toen ik dezelfde kanker had als mijn broer en mijn vader, dacht ik: het is gedaan”

Beeld Johan Jacobs

Kurt Van Eeghem wil eindelijk een punt zetten achter zijn annus horribilis. Op 14 december was het een jaar geleden dat zijn broer, de acteur Marc Van Eeghem, is overleden aan prostaatkanker. Het noodlot deed er nog een schepje bovenop: korte tijd later kreeg de gepensioneerde radiopresentator te horen dat hij aan dezelfde ziekte leed die zijn broer fataal werd. 'Ik heb tussen hoop en hel geleefd.'

“Het was een krankzinnig jaar. Een jaar dat er ontzettend heeft ingehakt. Dat mijn broertje overleden was, heb ik me pas ten volle gerealiseerd op de begrafenis, omdat we zeven jaar met hem hadden meegestreden tegen zijn ziekte. Ineens besefte ik dat hij er niet meer is. Mijn jongste broer. Dat was een schok. Ik heb daar staan trillen. Ik kan mij sindsdien min of meer inbeelden wat het is om van verdriet… Dat je hart breekt. Dat kan letterlijk, volgens mij. 

“Ik heb iets korts uit het blote hoofd voorgedragen – ik wist niet of ik het zou kunnen. Daarna ben ik uit elkaar gevallen. Ik kon bijna niet meer op mijn benen staan van verdriet. En dan die twee kadees van hem (zijn zonen, red.), die zijn kist op hun schouders droegen met enkele vriendjes... Dat is een beeld dat je niet wilt zien. (Schraapt zijn keel) Het is flauwekul om te zeggen: 'Ik ga al die beelden wissen.' Je moet ze een plaats geven. Dat is het moeilijkste, en het neemt tijd in beslag. Ik streef er keihard naar om ze een zo mooi mogelijke plaats te geven. Om er zo warm mogelijke herinneringen aan over te houden. (Kijkt glimlachend door het raam) En net nu begint het zonnetje te schijnen.

“Ik heb het afgelopen jaar verschrikkelijk veel meegemaakt, maar het lijkt alsof alles pas gisteren is gebeurd. Ik kan me amper voorstellen dat hij al een jaar dood is. Ik ben er nog lang niet.”

Kort na zijn begrafenis kreeg u bij uw jaarlijkse check-up te horen dat ook u aan prostaatkanker leed.

“Het zit in de familie. We denken dat ook mijn vader prostaatkanker heeft gehad, maar in die tijd werd dat niet zo gezegd. Hij is vanbinnen weggeteerd. In een jaar tijd was hij van een man die de wereld aankon, veranderd in een zielig hoopje mens. Dat is enorm heavy. 53 jaar jong! Mijn moeder en vader waren een ongelooflijk sterk koppel. Zij smeekte de dokters: 'Laat het alstublieft niet lang meer duren, want hij kán niet meer.'

“Met die voorgeschiedenis in het achterhoofd ga ik al een tijdlang twee keer per jaar op controle, en eerder dit jaar zei de dokter me dat de PSA-waarden in mijn bloed verhoogd waren. De uroloog velde het verdict: exact dezelfde kanker als die van mijn broertje, maar een tikkeltje agressiever.”

Wat ging er toen door u heen?

“Ik dacht: het is gedaan. Maar al snel bleek ik een soort taoïst te zijn, die heel zen besloot wat er gedaan moest worden. Daar stond ik zelf versteld van. Je krijgt een aantal mogelijkheden voorgelegd, en nadat ik had overlegd met Marc zijn vrouw en nog een paar andere mensen, heb ik voor een operatie gekozen. Ik heb het bewust stilgehouden om melodrama's in de pers te vermijden. Alleen mijn dichtste vrienden waren ervan op de hoogte. Na de operatie ben ik voor enkele maanden naar Litouwen getrokken – ik was al langer van plan een boek over dat land te schrijven, en in het voorjaar zal het in de winkel liggen. Toen ik vertrok, wist ik nog niet of de operatie geslaagd was – daarvoor moet je wachten op het volgende bloedonderzoek. Maar doordat ik aan mijn boek kon werken, dacht ik niet continu: straks zeggen ze dat mijn PSA-waarden nog altijd te hoog zijn, en krijg ik chemo en bestralingen.

“Ik ben één keer gecrasht, in Vilnius, net voor ik in België op onderzoek moest. Maar drie maanden na de operatie kreeg ik het verlossende telefoontje van de dokter: 'Het is niet meer traceerbaar.' Ik was genezen!”

U ziet er ook goed uit.

“Ik stráál (lacht). Omdat weinigen er weet van hadden, heb ik achteraf vaak gehoord: 'We hebben er niets van gemerkt!' Daar ben ik wel trots op.

“De chirurg zei dat elke patiënt anders op zo'n operatie reageert, maar dat het goed was voor het herstelproces en het vermijden van complicaties dat ik altijd gezond heb geleefd. Ik heb jarenlang bijna dagelijks gezwommen en als kind deed ik ballet.”

Hoe voelt u zich nu?

“Ik voel me gelukkig. Maar het voorbije jaar heb ik tussen hoop en hel geleefd. Ik ben ongelooflijk blij dat ik het leven nog kan vieren. Je moet voor al het mooie gaan. Ik kan er intens van genieten om lekker te tafelen met vrienden, een goed glas te drinken en te lullen over God weet wat. Alleen jammer van die katers (lacht).

“Maar ik blijf een gewond dier. Ik moet afwachten hoe alles zal evolueren en hoe ik in het intieme leven weer alles kan doen. Dat is een moeizaam proces, waar een enorm taboe op kleeft. Een man is een machodier: wordt hij geraakt in zijn machismo, dan verzwijgt hij dat. Maar die diagnose wordt dagelijks gesteld in ons land, daarom wil ik erover praten. Honderden mannen die dit interview zullen lezen, bevinden zich in dezelfde situatie als ik. En ik kan al die mensen alleen de liefde toewensen. Dat is de grootste troost. Zonder mijn vrienden en mijn man (sp.a-politicus Tom De Boeck, red.) had ik het nooit aangekund. Tijdens mijn ziekte heb ik vaak gedacht: wat als ik hier helemaal alleen door had gemoeten? Ik heb de beste man van de wereld aan mijn zijde, die ik slechts op twee handen kan dragen omdat ik er maar twee héb.” (glimlacht)

Marc Van Eeghem in ‘Amateurs’. Beeld Amateurs

Over uw man zei u eens: 'Onlangs waren we een week in Afrika. De meeste heterostellen worden gek als ze een week op elkaars lip zitten, bij ons werd de liefde alleen maar dieper, inniger, intenser.'

(lacht) “We amuseren ons rot, terwijl we toch al een kwarteeuw samen zijn, waarvan dertien jaar getrouwd. Als ik een week op pad ben met de liefste man die er bestaat, dan hebben we lol. Dan eten we, drinken we en zeveren we. We horen soms van mensen: 'Nu moet ik met mijn vrouw op reis!' Met een ondertoon van: 'Wat gaan we de komende veertien dagen tegen elkaar zeggen?' (lacht) Maar misschien geldt dat ook voor sommige homostellen, hoor.”

Vuile smeerlap

In 2011 heb ik je broer Marc geïnterviewd. Hij kreeg toen de slappe lach van wat deelnemers aan realityprogramma's uitkramen: 'de vis met het water verdrinken', 'flink uit de kuiten gewassen' en 'stijf staan van de honger'. U had in Iedereen beroemd de taalrubriek 'De scherpslijper'. De liefde voor taal hadden jullie gemeen.

“We hadden zoveel méér gemeen. Marc is, net als ik, ook naar Studio Herman Teirlinck gegaan. Toen ik hem zag spelen, had ik vaak het gevoel dat ik naar mezelf aan het kijken was. Alleen is hij een betere acteur. (Corrigeert zichzelf) Was. Ik betrap mezelf er vaak op dat ik nog in de tegenwoordige tijd over hem spreek.

“In een stuk van Hugo Claus had hij eens iets van mij overgenomen. De manier waarop hij 'Kom ne keer hier! Ziet hem! Hier is hem, zie!' zei. Ik dacht: vuile smeerlap (lacht). Hij sloeg alles in zich op. Observeren en daar gebruik van maken. Na afloop keken we elkaar aan en ik zei: 'Smeerlap!' Hij wist genoeg (lacht).”

Toen u in 1979 tbc had, stond Marc aan uw ziekbed.

“Toen mijn longen aan het scheuren waren, zei ik hem: 'Niet aan mama vertellen dat ik aan het sterven ben!' Een zin die ik nooit zal vergeten: de tragiek die daarin vervat zit! (lacht) Marc stond toen bezorgd naast mij, maar hij moest tegelijk zijn lach inhouden. Hij heeft het haar trouwens nooit verteld. Maar ik was toen amper 27 en hij 19: dat is een groot verschil. En het herstelproces van tbc is een féést. Je voelt je elke dag sterker worden. En de pillen die je moet nemen, bevorderen bovendien je libido. Sindsdien begrijp ik alle lectuur die door teringlijders is geschreven (lacht).”

U zei eens over hem: 'Met Marc gaat het altijd goed, ook als het slecht gaat.' Was dat ook zo tijdens zijn ziekte?

“Hij had een ongelooflijke goesting. Tijdens zijn bestralingen heeft hij meegespeeld in de serie Amateurs: ik zou dat nooit kunnen. Ik heb dat ook tegen mijn chirurg gezegd: 'Als het fout zou gaan, dan wil ik dat je mij comfort geeft zolang het menselijk is. Anders wil ik een spuit.' Terwijl mijn broertje tot het einde wilde doorgaan voor zijn kinderen en voor het theater. Ik zie hem nog op het podium staan in Risjaar Drei (een Shakespeare-bewerking door Olympique Dramatique, red.), niet lang voor zijn dood, met steunkousen aan. Maar spélen! Als een god. Hij heeft koning Eddy op een briljante manier neergezet, terwijl hij goed wist dat het één van de laatste keren zou zijn dat hij op het podium stond. Onvoorstelbaar.

“Marcske was de flierefluiter van de familie. God schept de dag en moeder de soep, dat type (lacht). Als we een feest hadden, wisten we dat hij een uur te laat zou zijn. Maar zodra hij binnenkwam, was het genieten. Hij kon te laat binnenkomen met een uitdrukking van: 'Jullie zaten toch niet op mij te wachten, hè?' Waarna hij de boel meteen op gang trok. Tegelijk was hij ongelooflijk consciëntieus in zijn job. Dan kwam hij wel op tijd en moest alles juist zijn.”

Beeld Johan Jacobs

Wat vindt u zijn mooiste rol?

“Goh, dat is moeilijk. Ik ging naar ál zijn voorstellingen. Soms zijn het kleine dingen of één moment die het 'm doen. In Amateurs speelt hij een verloederde figuur die in een hotelscène de flesjes sterkedrank uit de minibar leegdrinkt. Hoe hij naar die koelkast kruipt – in zijn onderbroek, alstublieft! – dat is zó goed gedaan, zó volmaakt. En Ons geluk vond ik ook heel mooi: daarin speelt hij een jonge, stralende vader. Die rol leunde heel dicht aan bij wie hij in het echte leven was.”

Zowel Amateurs, Tytgat Chocolat als Terug naar Oosterdonk werden als eerbetoon heruitgezonden. Was dat niet zwaar voor u?

“Ik heb er met stralende ogen naar gekeken: 'Dat is mijn broertje. En kijk eens hoe góéd hij speelt. Het was natuurlijk met een dubbel gevoel. Maar dat is zijn wérk. Was hij een schrijver geweest, dan had ik zijn boeken ook gekoesterd. Als ik de gelegenheid krijg om te zeggen dat mijn broer de grootste acteur ten westen van de Chinese Muur was, dan doe ik dat. Voilà.”

U hebt zijn overlijden bekendgemaakt op Radio 2. Dat was heftig.

“Als bekende broer van een bekende broer weet je dat ze bij jou zullen aankloppen. Het zou geen zin gehad hebben om alle deuren te sluiten, en tegelijkertijd wilde ik, zoals nu, eer betuigen aan mijn broertje. Je ziet dat vaak: wie iemand heeft verloren, praat tien jaar later nog over hem of haar, opdat de dode zou blijven leven. En hij heeft voor veel mensen veel betekend.”

Filip Peeters noemde hem 'zo'n mooie mens, een bloem, een zonnebloem', die 'heel veel liefde heeft gegeven'. Els Dottermans omschreef hem als 'champagne en muziek', 'vrolijk, spetterend, gul'.

“Marc had geen agenda. Bij hem was alles wat het was. En dat is fascinerend in de acteurswereld, waar meestal veel in de mouwen verborgen zit. Mensen beginnen ook tegen mij vaak over hem te vertellen. Ik heb het daar niet lastig mee, integendeel.”

Aan de telefoon zei u: 'Was hij vroeger naar de dokter geweest, dan leefde hij nu nog. Ik mag daar niet aan denken of ik word gek.'

“Ik was er op tijd bij, en hij niet. Maar als je daar te veel over piekert, zou je met je hoofd tegen de muur willen bonken.”

Anderhalf jaar vóór de diagnose kreeg hij problemen met het plassen, maar volgens de huisarts was er niets aan de hand. Marc beschouwde dat later als een medische fout.

“Ik neem dat de dokter niet kwalijk, al kan het waar zijn. Ik ga ervan uit dat huisdokters wel oplettend zijn. En als patiënt kun je zelf veel stappen al dan niet zetten. Een punctie laten uitvoeren is eigenlijk al een operatie, waar 2 procent van de patiënten aan sterft. Dat betekent toch dat je er niet lichtzinnig toe mag besluiten. De leeftijd speelt ook een rol. Als je 80 bent en je kunt nog zeven jaar verder zonder operatie, dan wordt het een moeilijke afweging.”

In zijn laatste interview zei Marc: 'Ik heb mezelf nooit afgevraagd: 'Waarom moest mij dit overkomen?'' En u?

“Ik ook niet. Na mijn diagnose heb ik de hele familie gewaarschuwd: 'Houd het alstublieft in de gaten. Het zit in ons DNA.' Ik heb toen beseft dat het leven een loterij is. Dat ik straks weer tien lengtes kan zwemmen en een ander niet, daar moet je chance voor hebben. Het is allemaal zo fragiel. Daarom: víér het leven! En zoals mijn moeder altijd zei: 'Je moet elkaar pieptjes geven.' (West-Vlaams voor 'zoentjes', red.) Dat is zo juist! Het was haar manier om te zeggen dat je elkaar graag moet zien. Ik geef ongelooflijk veel pieptjes, nog meer dan vroeger (lacht).”

Iedereen vermoord

Laten we het over uw boek over Litouwen hebben. Wat mogen we verwachten?

“Twee jaar geleden is Schone kunsten verschenen, een selectie uit mijn duizend radiocolumns voor het gelijknamige Klara-programma. Ik dacht: als ik nu eens in een land ga flaneren en daarover schrijf, zonder de beperking van de lengte van een column? Ik heb tot twintig kilometer per dag met een boekje in de hand rondgewandeld en genoteerd wat ik zag. Ik ben kerken en musea binnengegaan, en heb op een bankje zitten kijken naar hoe alles er beweegt. Zo heb ik afgelopen zomer drie maanden lang het land doorkruist. Ik heb in een appartement in Vilnius gewoond, maar ook een auto gehuurd en het platteland aangedaan, waar nog veel miserie is. Ik ga er binnenkort opnieuw heen. Ik hoop dat ik mijn liefde voor het land aan de lezer kan doorgeven: 'Daar moeten wij dringend naartoe!'”

Maak er ons gerust nu al warm voor.

“Ik ben niet alleen verliefd geworden op de mensen en op het land, maar ik ben ook gefascineerd door de complexiteit. Ze hebben het fascisme en stalinisme over zich heen gekregen, wat grote littekens heeft achtergelaten. Er zijn honderdduizenden mensen vermoord, naar Siberië gebracht of, in het geval van de Joden, uitgeroeid. Ik zag in een museum een plakkaat hangen dat was ondertekend door der oberste Führer: 'Die Endlösung is vollendet.' Alle Joden waren vernietigd.

“Na alle ellende die ze hebben meegemaakt, voelen de Litouwers zich erg goed in Europa (Litouwen is sinds 2004 lid van de EU, red.). De jeugd is heel zelfbewust: ze lopen, net zoals de jongeren hier, rond met blote enkels en gaten in hun jeans, en ze studeren Engels. Het internet is de grote boosdoener voor wie alles bij het oude wil houden (lacht). Maar ze hebben al veel intelligentsia verloren, en die braindrain is nog steeds bezig: veel jonge, talentvolle mensen verhuizen naar Noorwegen, omdat de lonen daar vier keer hoger zijn. Ze laten een prachtig land achter waar schitterende keuzes voor kunst gemaakt worden. Het is de noordelijkste barokstad van de wereld. En al die mooie modernistische gebouwen!”

Beeld Johan Jacobs

Hebt u er nieuwe kunstenaars leren kennen?

(enthousiast) “Over Mikalojus Ciurlionis alleen al zou ik een boek moeten schrijven! Hij was zowel componist als schilder. Wij kennen hem niet, maar zijn werk heeft op mij een even grote indruk gemaakt als dat van Edvard Munch. Zijn muziek is al even intelligent en knap als zijn schilderwerk, en erg vernieuwend voor het begin van de 20ste eeuw.

“Onze volgende regeringen moeten eens kijken naar dat veel armere Litouwen: dan kun je niet anders dan besluiten dat je voor kunst moet kiezen. Alle instituten worden ondersteund door de overheid, hoewel het land ook andere noden heeft. Het eerste staatshoofd na de onafhankelijkheid in 1990, Vytautas Landsbergis, was een filosoof en een muzikant! En Leonidas Donskis (houdt het boek 'Het kleine Europa' omhoog) is naar het Europees Parlement gestuurd, een hoogleraar filosofie! Ik vind dat knap. De dirigent van één van de symfonische orkesten van Vilnius vertelde mij dat het orkest is ontstaan net vóór de Russen uit Litouwen zijn weggetrokken. Hoewel er geen geld was, vond men dat er toch behoefte aan was. En het is niet de minister van Cultuur die dat erdoor heeft gekregen, maar twee andere excellenties. Dat is toch ongelooflijk? Als wij evenveel aandacht voor muziek zouden hebben als zij, dan hadden we in Vlaanderen acht symfonische orkesten en drie operahuizen!”

Kunst biedt hun troost?

“Plato zei: 'Eérst de muziek.' Als een kind wordt geboren, pikt het klanken op, geen tekst. In Litouwen komt elk kind op school in contact met muziek: 80 procent van de Litouwers kan noten lezen. Het aantal koren is niet te tellen. Er wordt overal muziek gemaakt: je komt in stampvolle kroegjes terecht waar elke week jazz-concerten van hoog niveau plaatsvinden. Volgens mij vormt dat betere mensen.

“Bij ons is muziek zo goed als volledig uit het lessenpakket geschrapt. Zachte vakken zijn niet meer belangrijk, wel wat economen denken dat kinderen nodig hebben. Maar kinderen moeten het traject van menswording afleggen! Alle hedendaagse machines bestaan straks toch niet meer.

(Wijst naar een banner aan de gevel van deSingel) “Daar hangt de oproep 'Save the Piano', een project om de piano's te herstellen die de conservatoriumstudenten zo hard nodig hebben. Dat kost een half miljoen euro. De rector van het conservatorium in Vilnius vertelde mij dat ze het voorbije jaar vijftig piano's hebben aangeschaft, waaronder vijf Steinway Concert Grand-piano's en een Fazioli-piano. Ik wist niet wat ik hoorde! Een land in opbouw! Het is armer dan wij, maar ze zijn wel rijker van geest.”

In 2005 schreef u het pamflet Kan kunst de wereld redden?, dat veel bijval oogstte, maar dertien jaar later is er niet veel veranderd.

(steekt opnieuw 'Het kleine Europa' in de lucht) “Ik was vanmorgen op deze boekpresentatie op de Brusselse ambassade. Daar hoorde ik dat kunst de sleutel tot de Europese gedachte kan zijn, dat cultuur ons kan verzamelen. Een gedachte die ik onderschrijf. Maar dan moet je er ook wat aan dóén. De N-VA zegt dat ze bezig is met onze identiteit, maar het woord 'kunst' komt niet eens in hun programma voor. Er zijn pas gemeenteraadsverkiezingen geweest: niemand had het over kunst!”

Door welk kunstwerk werd u laatst ontroerd?

“Dat gebeurt voortdurend. Ik merk dat mijn gevoeligheid recht evenredig toeneemt met mijn leeftijd. Ik raak snel ontroerd door het vioolconcerto van Samuel Barber. En na veertig pagina's kan ik niet meer verder in The Child in Time van Ian McEwan, omdat ik aan het snotteren ben. Dat boek gaat over een man die met zijn dochter naar de supermarkt gaat, er even niet met zijn gedachten bij is, en aan de kassa merkt hij plots dat ze verdwenen is. Ik heb zelf geen kinderen, maar die grote gevoelens zijn universeel.”

Pensioen na de dood

Op 28 september 2017 werd u 65 en moest u met pensioen gaan. Mist u uw Klara-programma Schone kunsten?

“Ik heb daar al het één en ander over gezegd, omdat ik boos was over die arbitraire stop. Alsof je ineens, van de ene dag op de andere, al je kwaliteiten verliest. Onzin. Je hebt er op die leeftijd zelfs méér – behalve misschien gymnastische kwaliteiten – want je hoofd heeft al die jaren gewerkt. Tegelijk mis ik het niet: ik ben nu met zoveel andere dingen bezig. Vandaag heb ik enkele Litouwse ministers ontmoet op de Brusselse ambassade, met wie ik gesproken heb over het feit dat men van Kaunas een culturele hoofdstad wil maken. Dat zou ik niet kunnen als ik elke week ook nog negen columns moet schrijven.”

Zorgt u ervoor dat u veel omhanden hebt omdat u anders in een zwart gat zou vallen? Zou u niet willen genieten van uw pensioen? In Litouwen, bijvoorbeeld?

“Dat is de dood in de pot! (lacht) Ik ga met pensioen ná mijn dood. Ik wil de dood ook zo lang mogelijk uitstellen. Dat is dit jaar niet zo makkelijk geweest, maar bon.

“Ik heb het nódig om naar de opera te blijven gaan en om te blijven schrijven. Maar mijn dagindeling is uiteraard wat sympathieker geworden. Ik word nog altijd wakker om halfzeven, en dan liggen er drie kranten in de bus. Die lees ik in mijn peignoir in de zetel. Dat is een enorm verschil met elke dag in de file staan. Terwijl iedereen zich aan enkele collega's aan het ergeren is op de werkvloer, neem ik een douche. Daarna ga ik aan mijn computer zitten om te schrijven. Als ik 's avonds nog een concert kan presenteren of een debat kan leiden, heb ik een goeie dag gehad. Net zoals wanneer ik de avond kan doorbrengen met vrienden. Samen goede wijn drinken en de wereld veranderen, dat valt niet te onderschatten (lacht).

“Ik word nog dagelijks op straat aangesproken door Klara-luisteraars die zeggen dat ze me missen. Ik ben ijdel genoeg om toe te geven dat me dat veel plezier doet. Dan word ik elke keer een centimeter groter. Ik luister zelf nog dagelijks naar Klara, zonder weemoed. En met een paar ex-collega's spreek ik nu en dan nog af. De enigen die ik echt mis, zijn mijn conservatoriumstudenten – lesgeven mag ook niet meer na je 65ste. (Wijst naar een groepje studenten in het Grand Café deSingel) Daar zitten studenten aan wie ik een jaar heb lesgegeven. Ook met hen spreek ik soms nog af. We zijn onlangs naar het Museum Plantin-Moretus gegaan, omdat ik vind dat niet de computer, maar de drukpers de allergrootste uitvinding is. Ze waren wel murw na drie uur (lacht).”

Voor deMens.nu, een vereniging van vrijzinnige humanisten, hebt u een filmpje over de dood ingesproken. De boodschap: mocht het leven eindeloos zijn, dan zou dat – zoals een boek dat nooit eindigt of een taartje dat nooit opraakt – geen plezier verschaffen. Net omdat het leven eindig is, moeten we er alle plezier uit halen. Heeft het voorbije jaar uw kijk op de dood veranderd?

“Ik dacht er vroeger ook al zo over. Dat was voor iedereen in onze familie trouwens al snel duidelijk na de ziekte van onze vader. Liefde is het enige wat telt. Alles wat je doet, moet daaruit voortvloeien. Als je in harmonie wilt zijn, moet er liefde zijn. Het is niet voor niets dat er miljarden boeken en ziljoenen liedjes over de liefde geschreven zijn.”

In de Humo-reeks 'Het lieve leven en hoe het te lijden' zei u vier jaar geleden: 'Hoe dichter je bij het einde bent, hoe minder je ervan wakker ligt.'

“Als ik terugblik op wat er tot nu toe is geweest en vooruitblik naar wat er nog in de pijplijn zit, kan ik niet anders dan besluiten dat ik met mijn gat in de boter ben gevallen. Wat een fenomenaal leven heb ik gehad! Stel dat ik plots een telefoon krijg met het nieuws dat mijn PSA-waarden opnieuw gestegen zijn, dan zou ik het proberen in vrede te aanvaarden, en mijn leven in elk geval niet rekken. Ik heb al immens veel gekregen, en ik heb gezien hoe het mijn vader is vergaan. Hij had, net zoals mijn broertje, nog recht op een hoop andere dingen. Zij zijn niet zo oud geworden als ik: ik heb al wat minder recht op wat nog komen zal, ook al wil ik nog veel liefde geven, nog veel vertellen en veel doen.”

Gevraagd naar zijn grootste zonde, antwoordde Marc eens: 'Toen truckers de tunnel van Boom hadden geblokkeerd, zei ik dat mijn zoontje, die op de achterbank zat, een kunstnier moest hebben, en dat we zo snel mogelijk naar het ziekenhuis moesten.' Ze lieten hem door, waarna hij zich nog dagenlang euforisch voelde over zijn geloofwaardige acteerwerk.

(lacht) “Dat hij de empathie van behaarde, getatoeëerde truckers wist te winnen: fantastisch! Stel je voor dat je zoiets slecht acteert, dan ga je toch af als een gieter? Ik zie hem bij het doorrijden zó met een grijns op zijn gezicht zitten: 'Dat heb ik toch weer prachtig opgelost.' (lacht luid)

“Er is geen herinnering aan mijn broertje die er bovenuit steekt, maar ik denk met veel warmte terug aan ons jeugdclubje in Zeebrugge, De Kwalle. Mijn oudste broer had dat destijds opgericht en toen ik er jaren later nog eens naartoe ging, was Marc er ook. Hij was aan het dansen. Dat was de eerste keer dat ik het gevoel had dat ik naar mezelf aan het kijken was: hij bewoog, draaide, grijnsde en lachte op exact dezelfde manier als ik. Ik was gefascineerd. En tot mijn grote plezier maakten die danspasjes nog altijd evenveel indruk op de meisjes (lacht). Dat was voor mij een onvergetelijk moment: 'Ça continue.'”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234