Donderdag 24/10/2019

Mode

Tim Coppens: "In de States ben ik bekender dan in Europa"

Ontwerper Tim Coppens groet het publiek op het einde van een van zijn modeshows. Beeld rv

Landgenoot Tim Coppens (42) is big in de States. Hij sloopte eigenhandig de muur tussen sportswear en high fashion, en blijft eigenzinnig aan zijn weg timmeren vanuit New York. Metropolen zijn wel zijn ding: als jongen al banjerde hij de velden van Moerbeke door, richting E34, om dan te liften naar De Grote Stad.

Het gaat goed met Tim Coppens. Dat vinden wij en dat vindt hij zelf ook. En de man heeft alle redenen om zich happy te voelen. Zijn eigen label is behoorlijk groot in de Verenigde Staten en ­intussen begint het ook in Europa steeds bekender te worden. “In de States ben ik bekender dan in Europa”, zegt hij als we hem op een druilerige ochtend spreken. “Ik woon en werk in New York City. In Europa dachten ze in het begin nog vaak dat Tim Coppens een Amerikaans merk was. Wat ergens wel klopt, maar ik ben een Belg en we produceren in Europa, voor alle duidelijkheid.” 

Hoe succesvol ook, hij beweert dat hij nooit beslist heeft om ontwerper te worden. “Het is geleidelijk aan gebeurd. Ik zie mezelf eerder als iemand die creatief is, en die nu eenmaal mode als hoofdactiviteit doet. Toen ik net van het middelbaar kwam, heb ik nog een maand architectuur gestudeerd. Mijn ­interesse in mode is heel organisch gegroeid. Destijds heb ik in de academie niet meteen mijn gading gevonden. Pas in het vierde jaar werd het interessant voor mij.”

Garderobe voor millennials

Dat de man succesvol is, hoeft eigenlijk niet zo te verwonderen. Toen hij zijn label vijf jaar ­geleden opstartte, maakte hij meteen indruk met zijn minutieus ontworpen stuks waarin high fashion en sportswear het wonderwel met elkaar konden vinden. Nu doet zowat iedereen het, toen was dat behoorlijk nieuw. Al relativeert hij snel: “Toen ik studeerde, was die tendens in mijn ogen al aan de gang, maar je hebt zeker een punt. Ik heb de muur naar de high fashion doorbroken. De luxemerken bleven zich decennialang op hun heritage richten, op goeie kwaliteit en tailoring. Maar ineens doken er klanten op die niet per se kasjmieren mantels, hemden en kostuums wilden. Die grens is nu volledig weggevallen. ­Luxemerken willen doorbreken bij een jonger publiek en volgen de trend. Daarenboven is het leven op zich veranderd: ­mensen zijn mobieler geworden, alles moet sneller. De kledij past zich aan.”

Hij moet lachen als ik hem met Coco Chanel vergelijk, al snapt hij mijn punt meteen: de Franse grande dame van de mode ontwierp als eerste broeken voor vrouwen, een makkelijk uniform voor op de bus of tram waarmee ze naar hun werk trokken. Net zo heeft Coppens met zijn door sport beïnvloede silhouetten de perfecte garderobe gecreëerd voor millennials. “Ik ben altijd heel actief geweest, nog altijd trouwens. Op de ­academie ging ik elke dag skaten. Toen had dat nog geen link met fashion, het waren twee gescheiden werelden. Nu werkt Louis Vuitton samen met Supreme (een in de States zeer bekend casual merk, red.) en zie je dat dat eigenlijk perfect samengaat.”

Toch wil hij niet bij de athleisure-trend horen. “In the end is het heel simpel: mensen trokken, voor ze naar hun werk gingen, naar de yogales en dus droegen ze outerwear en tracksuits op straat. Dat was het begin van de trend, maar eigenlijk was dat niks nieuws: ik ben opgegroeid in de nineties, Kappa en Umbro gingen toen al samenwerkingen met andere merken aan. Het is ­gewoon een re-interpretatie van wat er in het verleden gebeurd is, alleen zijn de ­marketeers erop gesprongen. Het beest moest een naam hebben, dus werd het ­athleisure. Nu heb je de trend dat denim ­comfortabeler wordt, daar gaan ze ongetwijfeld weer een woord voor uitvinden. (lacht) Maar hoe gaat een man die in een bank werkt er over twintig jaar uitzien? Die vraag houdt me bezig. Het zal niet meer het traditionele kostuum zijn, daar ben ik zeker van.”

Zijn kledij is de ideale garderobe voor de ­stedelijke man of vrouw die zich comfortabel wil kleden en toch modieus op pad wil. Wie Tim Coppens zegt, zegt dan ook: esthetiek van de grote steden. En die hebben altijd een ­aantrekkingskracht op hem gehad. Als puber deinsde hij er niet voor terug om van zijn ­geboortedorp te liften naar Antwerpen of ­Brussel. “Wat wil je, ik woonde zoals veel ­Belgische creatievelingen in een klein dorp dat niet meteen bij een grote stad lag. Om in ­Antwerpen, Gent of Brussel te raken, moest ik een paar bussen en de trein nemen en dat vond ik niet altijd de beste optie. Dus wandelde ik door de velden naar een autostrade om daar te gaan liften. Meestal lukte dat, maar af en toe merkte een politiecombi me op. Kreeg ik te horen dat dat illegaal was, waarna ze me meenamen naar veiliger oorden. En daar stond ik dan, weer thuis bij mijn ouders.” (lacht)

Dure opleiding

Die hebben er overigens nooit een probleem van gemaakt dat zoonlief mode ging studeren. “Mijn ouders zijn altijd heel flexibel en open geweest, ik heb nooit problemen gehad om te doen wat ik wilde. Dat kwam allicht omdat ze zelf nooit die kans hebben gekregen. Niet dat het op de academie zo makkelijk was: het is een dure opleiding, dus moest ik op zoek naar sponsors. Dat heb ik van mijn ouders geleerd: als je iets wil, ga er dan voor. Heel mooi is dat.”

Intussen woont hij al tien jaar in New York. Zie je dat aan zijn kleren? “Waarschijnlijk wel, want ik absorbeer alles rondom me. Maar de dingen die me inspireren, heb ik ­voeger al in me opgenomen, tijdens mijn ­reizen en in de uitgaanswereld.”

Leuk om te weten: sinds kort heeft hij een collectie voor vrouwen, al beklemtoont hij dat mannen nog altijd de hoofdmoot ­vormen. “Ik ben een vrouwenlijn ­begonnen omdat er vraag naar was, maar die blijft heel klein. Er zijn lichte nuances in de proporties en de details, maar we wijken niet te veel af van het concept. Ik wil vooral blijven ­focussen op de mannencollecties.”

Nu hij een household name geworden is, heeft hij een team dat voor hem werkt. En dat heeft zo zijn voordelen. “Aan de eerste collecties werkte ik ­helemaal alleen, nu is alles meer gescheduled en gestructureerd. Ik heb elk seizoen een bepaald concept dat ik voorleg aan mijn team, we brainstormen daarrond, kijken naar kleuren en materialen, de eerste ideeën krijgen daar vorm. Maar ik teken nog altijd zelf de silhouetten. Het is leuk om met een team te werken, want ik heb nu meer tijd voor zaken als strategie en samenwerking. Zonder team ben je te veel bezig met de details en zit je te dicht op het ­product, terwijl je net afstand moet nemen. En dat kan nu.”

Zijn laatste collectie werd in avant-première getoond op de modebeurs Pitti Uomo. Opmerkelijk: de show werd live ­uitgezonden op Instagram. “Je kunt tegenwoordig niet meer zonder sociale media en dat is goed. Voor veel merken, ook voor mij, is dat bijzonder interessant. Het is live advertising die ­rechtstreeks van het merk komt. Zo kun je een goed beeld ­neerzetten van je eigen merk, vroeger was dat veel moeilijker. Anderzijds: veel aandacht krijgen op sociale media betekent niet onmiddellijk veel verkoop.” (lacht)

'Never ending fun', staat er te lezen op de sweater. Tim Coppens: 'Het stamt uit de periode dat Trump nog niet verkozen was tot president. Er gebeurde van alles toen. Het was never ending fun, maar dan heel ironisch bedoeld.' Beeld rv

Opmerkelijk: op sommige stuks staat de slogan ‘Never ending fun’ te lezen. Ironisch? “Het stamt uit de periode dat Trump nog niet verkozen was tot president. Er gebeurde van alles toen. Het was never ending fun, maar dan heel ironisch bedoeld. Dat is mijn typisch Belgische humor, die ze hier niet altijd even goed begrijpen.”

Zijn label is nog altijd onafhankelijk, al is dat niet altijd ­evident, geeft hij toe. “Om te groeien, is het niet zo simpel. De studio-kant wil ik verder ontwikkelen door consulting voor andere merken – ik wil in de praktijk brengen wat ik heb geleerd bij Adidas en Ralph Lauren (waar hij werkte voor hij zijn eigen label begon, red.). Die ervaring kan ik dan weer gebruiken om andere samenwerkingen aan te gaan. Heel belangrijk voor de ­toekomst.”

Dat er verschillende investeerders in zijn merk geïnteresseerd zijn, daar is hij heel open over. “Ik sluit zeker niet uit dat ik ooit ‘ja’ zeg. Ik zou heel graag een boetiek openen omdat ik daar mijn collectie kan tonen zoals ik dat wil. En dat kan ik echt niet zelf doen. Anderzijds wil ik zo lang mogelijk onafhankelijk blijven. We zien wel.”

Nicheproduct

Wie is de Tim Coppens-klant, wil ik nog weten. Want als ­ontwerper heb je een bepaalde klant in je hoofd, maar in de praktijk wil die wel eens anders zijn dan je gedacht had. “Dat is ­inderdaad iets waar veel merken mee moeten dealen. De man of vrouw voor wie ik ontwerp, is wat edgier in zijn en haar hoofd en komt meer uit mijn leefwereld. De persoon die het product koopt, is ruimer dan dat. Op zich is dat goed, anders wordt het heel snel een nicheproduct. We hebben in de collectie stuks die heel ­commercieel zijn en easy om te dragen, maar ook statement ­pieces. Veel mannen kunnen die eerste dragen, ook al zijn dat niet altijd de klanten die ik in mijn hoofd heb. Maar dat is goed, anders kan ik niet groeien.”

Sinds anderhalf jaar ontwerpt hij ook voor Under Armour, een sportmerk dat in de Verenigde Staten enorm populair is. “Het is een van de grootste atletiekmerken ter wereld. Ze hebben mij ­gevraagd om hun fashion-sportcollectie op te bouwen. Het ­plezante is dat ik mijn ervaring met grote bedrijven als Adidas of Ralph Lauren hier verder kan gebruiken, maar tegelijk is het een uitdaging om de stuks te laten passen bij het merk. En om naar manieren te zoeken waarop anderen het merk kunnen leren kennen. We hebben heel veel toffe, creatieve ideeën die ik met mijn eigen label nooit zou uitvoeren omdat ik er het geld noch de mensen voor heb. Ook in de ontwikkeling van de stoffen kan ik verder gaan. We hebben trouwens ook de naam ­veranderd: het is nu Under Armour by Tim Coppens, die twee namen worden echt uitgespeeld.”

Nu Raf Simons bij Calvin Klein werkt, is Coppens niet langer de enige Belg in New York. Al beschouwt hij wat Simons doet toch als iets heel anders. “Ik ben afgestudeerd toen hij al shows gaf – de muziek die hij gebruikte, daar gingen wij op uit. Hij werkt ook met grafische referenties, maar zijn esthetiek en hoe hij denkt en zijn merk heeft opgebouwd, zijn toch totaal anders dan wat ik doe.”

Kijkt hij soms met een beetje professionele afgunst naar de media-aandacht die Simons krijgt? “Totaal niet. Ik vind wat hij heeft opgebouwd ongelooflijk. Dat is uniek. Ik daarentegen heb hier nog maar goed vijf jaar een label, we zijn nog maar net begonnen. Ik moet nog uitvinden hoe we dat verder kunnen uitbouwen. Hij is hier nu met Calvin Klein bezig en dat is geweldig. New York was een beetje ingeslapen, het is nog altijd niet de hoofdstad van de mode, ook al gebeurt er heel veel. Er was een nieuwe push nodig en die heeft hij gegeven, de excitement is terug.”

Als ontwerper laat Tim Coppens zich inspireren door alles. Zijn reizen, het uitgaansleven en New York, de stad waar hij woont. Beeld rv

Ten slotte wil ik weten waar hij nog van droomt. “Mijn werk en mijn studio verder uitbouwen”, zegt hij resoluut. “Dat is een van de grootste doelen, de studio groter maken, zodat ik mijn ­expertise kan doorgeven aan andere grote merken. En iets helemaal anders: binnen vier jaar wil ik kunnen stemmen in de VS, zodat we het probleem waarmee we zitten, kunnen oplossen. Al is het misschien al ­opgelost tegen dan, wie weet.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234