Vrijdag 15/11/2019

Ronde van Frankrijk

Thomas Meunier: "Het lijkt wel of we weer in het stenen tijdperk leven"

Thomas Meunier. Beeld Joris Casaer

"Suck my dick’" riep de supporter van Marseille en hij begon op de tribune te masturberen. Op het veld wist Thomas Meunier (25) niet wat hij zag. "Niemand riep die vent tot de orde. Er zijn geen grenzen meer." En dat stoort de verdediger van Paris Saint-Germain. Doe hem maar de schoonheid van kunst. Of het truitje van Busquets.

We reisden met de trein, in Paris-Nord namen we de metro en dan reed de taxi ons naar Saint-Germain-en-Laye. Dit was, de avond voordien, het laatste bericht van media football coordinator Yann Guerin: “RDV demain aux alentours de 12h30 au centre d’entraînement Ooredoo à St Germain en Laye (adresse ci-dessous). Bien cordialement.”

Van Neymar jr. en de 222 miljoen euro was die derde mei nog geen sprake. Van Dani Alves evenmin en van interesse van Real Madrid al zeker niet. Het regende wel, net zo hard als drie maanden na dat rendez-vous, als dit verhaal geschreven wordt en verschijnt. De zomer die nu alweer voorbij lijkt, moest toen nog beginnen en de ruitenwissers konden het watergordijn amper wegvegen. Ooit werd hier, in Saint-Germain-en-Laye, Louis XIV geboren. De Zonnekoning. Net als Claude Debussy, Amélie Mauresmo en Marion Maréchal-Le Pen. 

Maar nu is oefencomplex Camp des Loges van PSG hier gelegen en die middag in mei kwamen we daar nogal vlot binnen. De komst was natuurlijk gemeld, maar in terreurtijden verwachtte je tassencontrole en een metaaldetector. “Soyez les bienvenus”, hoorden we. Van militairen geen sprake. En begin augustus lazen we in L’Equipe Magazine het verhaal van een oud-werknemer van veiligheidsfirma Lancry, dat het Camp des Loges moet bewaken. Op de site Le Bon Coin bood hij een paar voetbalschoenen van (nu ex-speler) David Luis aan, een uurwerk ter waarde van 12.500 euro van spits Javier Pastore (dat hij net als elke speler gekregen had van voorzitter Nasser al Khelaifi) en orginele truitjes en scheenlappen. In oktober vorig jaar bleek uit een interne audit dat liefst tweeduizend stukken zouden verdwenen zijn uit dit trainingskamp. Zelfs aan de top bestaat de Franse slag.

Rik Van Puymbroeck en Thomas Meunier. Beeld Joris Casaer

De afspraak met Meunier is gelukt dankzij Kirsten Willem, persman van Club Brugge. En Meunier wilde ook graag, maar dan moest het via de persman van PSG. In zijn rug hangt een enorme foto van de Arc de Triomphe bij avondlicht, met daarop een slogan: Rêvons plus grand. We zitten, letterlijk, in een klein gangetje dat – ver van de grandeur van de club – dienstdoet als interviewruimte. Dit wordt het enige gesprek in deze reeks dat binnen plaatsvindt. Met dat ellendige weer zou het ook niet anders kunnen. Maar evenmin mogen. We hebben in deze ruimte moeten wachten; vanaf het balkon kijken naar de training op een van de misschien twaalf oefenterreinen, is verboden. 

De droom om bij Meunier thuis te gaan zitten en met hem door de Parijse straten te flaneren, was al langer weg. Anderhalf uur praten dan, au minimum, zoals per mail afgesproken. “20 minuten”, zegt de assistent van Yann Guerin eerst. Na wat tegenspartelen wordt dat een uur. “Inclusief foto’s.” Het is niet dat Meunier zelf dat niet wil, maar het is gek. Topvoetballers met astronomische lonen (Neymar, zegt de pers: 45 miljoen euro per jaar – Meunier, zei de pers: 270.000 euro bruto per maand) zijn de sterren en tegelijk de kinderen van de club. Ze moeten luisteren en hebben weinig te zeggen.

“Het grootste verschil tussen een topclub in België en een in Frankrijk zit in de financiële middelen en het materiaal die door de club worden voorzien”, zegt Meunier. “Samen met Genk, Standard en Anderlecht is Club Brugge een van de meest professionele clubs van België. Ze moeten niet echt onderdoen voor Franse topclubs. Maar er zijn natuurlijk verschillen. Dankzij PSG heb ik in mijn leven al meer in een vliegtuig gezeten dan in een trein of een bus. Zelfs als we op verplaatsing gaan naar Lille (dik 200 kilometer, RVP), doen we dat met het vliegtuig. Terwijl dat met de auto maar anderhalf uur zou zijn.”

Maar er is meer. “Veel zit in hoe je omringd wordt. In Brugge is er één teammanager die alles voor de ploeg regelt en voortdurend van links naar rechts holt. Hier heb je drie van die mensen, die dan nog een paar medewerkers hebben. Ze faciliteren het leven voor 100 procent. Zo is er een dokter die speciaal en énkel voor de gezinnen van de spelers instaat. Natuurlijk is er ook een clubdokter en je moet maar met je vingers knippen om een afspraak te hebben in het ziekenhuis. Alles is zo geregeld dat een speler zich geen enkele vraag moet stellen. We moeten werkelijk niks doen, behalve voetballen. Dat heeft ongelooflijke indruk op me gemaakt.”

Wandelen op de Champs-Elysées

We willen niet te veel over voetbal praten. Niet hier, in Parijs, waarover Jean Giraudoux schreef: ‘Parijs... Voor mij liggen de vijfduizend hectaren waar het meest nagedacht werd, het meest gepraat en het meest geschreven van de hele wereld.’

Hij draagt een grijs trainingspak, een pet, een ring, op zijn hand staat een L getatoeëerd. Maar Thomas Meunier is de voetballer waar zelfs Voetbal Magazine een tussenvraagje over kunst aan durft te stellen.

Meunier: 'Ik houd van het leven in Parijs. Je moet een sociaal leven naast het voetbal hebben. Er zijn musea, exposities, restaurants, winkels, open groene ruimtes.' Beeld Joris Casaer

“Het contrast tussen mijn twee levens, het ene als voetballer en het andere als mens, brengt me in deze stad veel. Parijs bezoeken kun je niet vergelijken met in Parijs wonen. Ik was hier vroeger natuurlijk geweest, met de school. En twee maanden voor ik wist dat ik bij PSG zou gaan voetballen nog op citytrip met mijn vriendin.

“We wonen in het 16de arrondissement, daar ligt ook het stadion. Maar het is geen gesloten wereld. Geen gated community. Zeker voor mij is het een normaal leven. Als ik op de Champs-Elysées rondwandel, herkennen maar weinig mensen me. Voor andere spelers zal dat anders zijn, maar de toeristen die daar rondlopen, komen om te zien wát er te zien is. Niet wié er te zien is.

“En het 16de arrondissement heeft een wat oudere bevolking. Bijna nooit spreekt iemand me er aan. Pas als ik eens naar Le Marais ga, waar meer jongere mensen rondlopen en het multicultureler is, word ik iets makkelijker herkend.”

Hij koos Parijs ook niet zomaar. “Ik houd van het leven hier. Je moet een sociaal leven naast het voetbal hebben. Er zijn musea, exposities, restaurants, winkels, open groene ruimtes. Ik ben ook graag in Londen, maar Parijs is anders.”

Kandinsky

Zijn laatste ontdekking was een expo van art urbain in Malakoff, een gemeente die tegen de rug van Parijs aanligt. “Het is een soort kunst die ik zelden opzoek, maar die me erg beviel. Gigantische sculpturen in een groot station. De eerste grote verrassing hier in Parijs, die een beetje buiten de klassiekers zoals het Louvre of het Musée d’Orsay viel. Maar ook de grote Kandinsky-tentoonstelling in het Centre Pompidou zag ik. Eigenlijk sta ik voor alles open.

“Het was een lerares op de middelbare school die me de ogen opende. Als we een museum bezochten en we passeerden een schilderij van Mark Rothko, met twee kleuren, groen en geel, reageerde ik net als iedereen: ‘Komaan, wat is dit nu, het zijn toch maar twee kleuren? Hoe kon die kerel daarmee wegkomen?’ Maar zij nam de tijd om me dat uit te leggen. Hoe je het verleden van de schilder moest kennen, zijn geschiedenis, de periode waarin hij werkte. Toen ik al die elementen ging samenleggen, begon ik de betekenis te begrijpen.

“Wat ik zoek in kunst, is de emotie en de sensatie die kunst voortbrengt en die kunnen worden doorgegeven met een werk. Mijn vriendin begrijpt het soms niet, zij prefereert explicieter werk zoals de Guernica van Picasso. Zo’n werk dat meteen een hele geschiedenis vertelt. Ik zoek emotie. Meer dan zeggen dat iets mooi is. Het mág esthetisch mooi zijn, maar er moet ook iets achter zitten.”

Op een dag érgens in Duitsland sloeg die vonk over. “We waren op schooltrip, ik denk in de buurt van Saarbrücken, en we liepen naar een museum midden in de bossen. De naam van de schilder ben ik kwijt, maar plots stond ik voor zijn werk: een wit kader met daarin een zwarte lijn. Dit werk choqueerde me als eerste. De tentoonstelling had de twee wereldoorlogen als thema en ineens was me duidelijk dat die man die lijn niet zomaar geschilderd had om te schilderen. Dat was een shock.

“Het ging niet enkel om esthetiek. Het ging om begrijpen. Op het scherm van mijn telefoon staat Les montres molles (de in het Frans populairdere naam van het schilderij ‘De volharding der herinnering’, RVP) van Salvador Dalí. Dat is mijn favoriete werk. De notie van tijd zit erin, het is surrealistisch en het ontsnapt aan het alledaagse. Misschien raakt vooral dát me. Visueel trok het me al aan, maar toen ik het begreep nog meer.”

Beproeving

We reizen even naar Sainte-Ode, dorpje in de Ardennen, er wonen vandaag tweeduizend mensen, samensmelting van drie vlekjes die Amberloup, Tillet en Lavacherie heten. Agrarisch gebied, Thomas Meunier is er geboren. “Mijn oma was er onderwijzeres en zij leerde me tekenen en schilderen. Ze speelde zelf ook piano. Als je klein bent, is dat een belangrijke basis. Mijn ouders waren daar niet mee bezig, als ik gevoelig ben voor alles wat creatief en artistiek is, komt dat van haar.”

Meuniers ouders scheidden toen hij 13 was. “Choquerend was dat niet. Aan de basis was de situatie al gecompliceerd, er hing altijd wel een soort spanning. Die scheiding was te voorspellen en nadien bleef ik bij mijn moeder wonen. Dat ik mijn vader minder zag, traumatiseerde me niet. Als je 13 bent, kun je dat al beter plaatsen en inzien wat best is voor het gezin en voor de kinderen. Maar mensen die scheiden, vergeten dat die beslissing niet alleen impact heeft op het gezin, maar ook op de grootouders en iedereen die eromheen hangt. Natuurlijk heeft dat mijn leven bepaald. Zoals de dood van de broer van mijn moeder, die dicht bij mij stond en ik bij hem. Ik was nog jong en kon niet begrijpen waarom iemand moest weggaan.

Meunier: 'Als je, zoals ik, énkel met voetbal bezig bent en je krijgt dan als jeugdspeler bij Standard te horen dat je het niet hébt, dan is dat ook een shock.” Beeld Joris Casaer

“Maar misschien hebben die gebeurtenissen me ook geholpen. Me gemaakt wie ik nu ben. Sommige psychologische beproevingen hebben me harder gemaakt. Als je, zoals ik, énkel met voetbal bezig bent en je krijgt dan als jeugdspeler bij Standard te horen dat je het niet hébt en dat ze je niet meer moeten, dan is dat ook een shock.”

Dat gebeurde en het vertraagde zijn opgang. Sainte-Ode, Givry, Standard, terug naar af naar Virton. Toen Club Brugge. Dan Parijs. Tussen Virton en Paris Saint-Germain zitten vijf jaar. “Het moment dat ik verliefd werd op het voetbal herinner ik me perfect. Het was geen match of geen voetballer, het was iets dat in mijzelf gebeurde. Een revelatie. Ik kwam thuis, stapte de keuken binnen, mijn ouders zaten aan tafel en ik vroeg mijn vader: ‘Mag ik voetbal gaan spelen?’ Ik zie de scène nog zo voor me. Ik was vijf jaar. Mijn moeder zei: ‘Pourqoui pas?’ Tijdens de speeltijd op school had ik die dag beseft: dit is voor mij gemaakt. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat het er altijd al was geweest. Die onbewuste drang. Die goesting om voetballer te worden.

“Sainte-Ode was de eerste club, zonder enige stress. Als ik de bal aan de voet had, was ik gelukkig. Zoals een ander kind tekent, voetbalde ik. Na een maand mocht ik al in een hoger team spelen. En thuis deed ik niks anders. Toen ik groter was en YouTube bestond, zag ik acties van spelers die ik probeerde na te spelen. Om terug in mijn kamer te verifiëren of ik het goed gedaan had. In de tuin stond een goal en ik verplichtte mijn moeder en mijn zus om erin te gaan staan zodat ik kon sjotten. (glimlacht) Zelfs mijn oma en opa heb ik in die goal gezet.”

Stage in Los Angeles

Later kwam de bewondering en hij noemt namen: de Brazilianen Ronaldo, Ronaldinho en Rivaldo. Meunier werd fan van Manchester United en van David Beckham en Paul Scholes. “Un peu de Cantona aussi”, zegt hij. “Ik heb hem niet meer live als voetballer meegemaakt, maar ik ontdekte hem later. Daar hield ik van. Zoals van Roy Keane, Zinedine Zidane en Thierry Henry.”

En dan draait het leven zo dat je die laatste, niet eens een eeuwigheid later, als assistent-bondscoach leert kennen. “Dit seizoen kwam Ronaldinho (zelf ex-PSG, RVP) hier op bezoek. Ik heb een foto samen met hem. Misschien was dat wel de mooiste dag van mijn leven. Ik kus mijn beide handen: soms kom ik in contact met de mensen die me van voetbal hebben doen houden.

“Toen ik hier kwam, kenden weinig van mijn medespelers me. Deze gasten zaten al bij Real Madrid, Manchester United of AC Milan. Bij de allergrootste clubs dus. Eind juli vorig jaar realiseerde ik me, toen ik hier aankwam, dat ik in een andere categorie was terechtgekomen. Mijn eerste rendez-vous was een stage van twee weken in Los Angeles. Dat is gek hoor. Plots doe je geen voorbereiding meer op stage in Marbella tegen de B-ploeg van Roda JC, tegen Nijmegen of op training in De Haan. Neen, je staat in vriendschappelijke wedstrijden in L.A. tegen Real, tegen Inter Milaan of tegen Leicester. Dat is onvergelijkbaar.

Beeld Joris Casaer

“Dankzij het EK waren er misschien twee ploegmaats die me kenden. Maar ik ging meteen naar Thiago Motta, die met Italië op het EK tegen ons had gespeeld. Zij hadden met 2-0 gewonnen. Ik had niet meegespeeld, maar na de match was ik toch mijn truitje met hem gaan wisselen. (lacht) Daar herinnerde hij zich niets meer van. Hij hád het wel nog, zei hij. Maar Meunier? Die kende hij niet.”

Nu kennen ze hem wel en in zijn eigen kast thuis hangt nu, onder meer, een truitje van Sergio Busquets van Barcelona. Herinnering aan een bijzonder pijnlijke avond nochtans: iedereen herinnert zich de 6-1-nederlaag van PSG op Camp Nou. Neymar jr. was de ster. De 4-0-winst van de heenmatch smolt en werd vergeten.

Messi

“Soms sta ik er zelf van te kijken dat ik, vijf jaar na Virton, op het veld stond tegen mannen als Messi, Piqué en Iniesta. Gasten die ik, tussen aanhalingstekens, al jaren kende van tv. Al realiseer ik me dat uitzonderlijke vaak pas als de buitenwereld me daarop aanspreekt. Voor mij is het wie ik ben en wat ik doe. Na die match thuis tegen Barcelona las ik overal: ‘Meunier was de sensatie’. Die avond wisselde ik met niemand van truitje. Barcelona speelde in Parijs in hun lelijke uit-shirt, dat wilde ik niet. Maar ginder ruilde ik met Busquets. Ik houd die bij en als mijn carrière er ooit op zit, ga ik die toppers terug opzoeken en vragen het te signeren. Ik vind het waardevolle souvenirs.”

De persman kijkt op de klok. Dan moet je onverstoorbaar verdergaan. Geen kans geven om tussenbeide te komen.

Meunier wisselde dit voorjaar na de thuismatch tegen Barcelona niet van truitje. ‘Ze speelden in hun lelijke uit-shirt, dat wilde ik niet.’ Beeld Joris Casaer

In Saint-Ode woont oma nog altijd. Soms belt ze met een bestelling: de kleine aan de overkant wil een truitje van PSG, een andere een foto met een handtekening. Als Meunier haar opzoekt, is dat met een zak vol spullen die oma dan uitdeelt. “Ze gloeit als ze in de winkel aangesproken wordt door iemand: ‘Thomas était fort.’ Maar mijn moeder is niet anders. Als ze belt, vraagt ze niet hoe het met me gaat. Ze zegt: ‘Je hebt goed gespeeld.’ Voor hen is het bijzonder dat ze zien dat ik geslaagd ben.”

Hoe moeilijk is het, vraag je, om niet te vergeten waar je vandaan komt. Om met een loon – en de PSG-zorgen – geen vedette maar gewoon Ardennees te blijven. Dezelfde Thomas Meunier te zijn die tien jaar geleden op akkers rond Virton ploegde. “Ik vind het niet zo moeilijk. A la limite ben ik zelfs een beetje gereserveerd. Mijn ouders en grootouders hebben me altijd respect, beleefdheid en hard werken bijgebracht. On n’a jamais roulé sur l’or, we waren nooit rijk. Ik denk dat ik nog altijd dezelfde ben en ik probeer dat ook mijn zoontje mee te geven. Ik besef dat je moeilijk van jezelf kunt zeggen dat je zelfkritisch bent, maar de mensen die me omringen en die me kenden toen ik veel jonger was, kunnen dat wel zeggen.”

Terreurdreiging

Het gaat ook om omgeving. ‘Paris sera toujours Paris’, zingt Zaz en over Saint-Ode bestaat geen liedje. Parijs is sinds jaren ook synoniem met terreurdreiging: Bataclan, Stade de France zelfs diezelfde avond, dood op de Champs-Elysées recent nog. 

“Bij de keuze om naar PSG te komen, hebben mijn vriendin en ik daar bewust over gepraat. Het was misschien een minieme overweging, maar ze was er wel. Een maand voor ik tekende, werd iemand zomaar in een slagerij overvallen. De situatie was gespannen. Maar ik ga uit van een lotsbestemming. Mijn leven is bepaald en als ik morgen beschoten word en sterf, zal het zijn dat het leven zo moest lopen. Ik wil de pauzeknop van mijn leven niet indrukken uit angst. Bovendien gaat het om geïsoleerde gevallen, het gebeurt niet elke week, het risico is miniem."

Beeld Joris Casaer

“Maar de wereld waarin we leven, vind ik wel een catastrofe”, zegt hij dan. “De mentaliteit van veel mensen vind ik verschrikkelijk. Als ik alleen naar het voetbal kijk... Het pessimisme en de kritiek en de haat die je als speler naar je hoofd krijgt. En hoe supporters onderling met elkaar omgaan. Het lijkt wel of we terug in het stenen tijdperk leven. Het is aberrant.

“Tijdens de opwarming in Marseille stak een supporter plots zijn broek af en voor onze ogen begon hij te masturberen. ‘Suck my dick’, riep hij. En dat vindt men blijkbaar ‘normaal’. De mensen die rond hem stonden, lachten. Niemand riep die vent tot de orde en zei: ‘Zal het wel een beetje gaan?’ Er zijn geen grenzen meer aan het fatsoen, het leek banaal te zijn.”

Toch zie je voor en tijdens en na elke Champions League-wedstrijd de ‘Say no to racism’-reclames van de UEFA. Met topvoetballers. “Vol­gens mij werken ze niet”, denkt Meunier. “Je kunt zoveel slogans op de muur schilderen als je wilt, maar als een kind bij zijn vader in de auto zit en die hoort hem ‘sale noir’ of ‘sale arabe’ roepen, dan dienen die slogans tot niks. Kinderen reproduceren het slechte voorbeeld. Facebook en Instagram, begonnen als ontspanning, hebben een monopolie verworven en bemoeilijken de opvoeding.

“Ik ben zelf ook actief op Twitter en ik hou van communicatie. Maar onlangs postte ik eens iets over politiek en ik kreeg ze meteen over mij heen: ‘Voetbal en hou verder je mond.’ Blijkbaar heb ik dus geen recht op een eigen opinie. Daarom zeg ik dat we in een pessimistische wereld beland zijn. De anti­racisme­campagnes zijn natuurlijk goed en je moet ze maken tegen xenofobie. Maar dé oplossing zijn ze niet. Die zal van onszelf moeten komen. Alleen vallen mensen vandaag zo snel terug op geweld. Het is blijkbaar veel gemakkelijker iemand te beledigen dan iemand de hand te schudden. Er is een algemeen gevoel van negativisme ontstaan dat ik niet kan begrijpen.”

Hoe is het zover gekomen? “Misschien is de wereld wel té open geworden. Kijk naar Noord-Korea, waar een dictatuur heerst. Van buiten bekeken is dat een catastrofe. Maar misschien weten die mensen, door afgesloten te zijn van de wereld, ook niet wat er allemaal misloopt. En leven ze, alleen wat dát betreft natuurlijk, niet ongelukkiger. Ze wéten niet wat er in Europa fout gaat. 

"Misschien is de vrijheid van het woord hier té groot geworden. Alles wordt toegelaten. In kranten, op sites en op de sociale media. Ik denk dat er nood is aan politieke verantwoordelijkheid en aan persoonlijkheden die het voortouw nemen. Die een positiever imago nastreven en die mensen aanmoedigen om hun voorbeeld te volgen. Maar daar zijn we nog lang niet. 

"In de presidentsverkiezingen zag je hoe het er tussen Marine Le Pen en Emmanuel Macron aan toeging en hoe hun sympathisanten elkaar bestookten. Tijdens de 1 mei-manifestatie in Parijs werden zes politie­agenten gewond. Een van hen werd een menselijke toorts. Dat is toch onbegrijpelijk?”

De persman: “Encore quatre minutes.” Dat is niet veel.

Waar spreken we elkaar volgend jaar? “Ik denk hier”, zegt hij dan. “Tenzij er plots een grote verrassing opduikt, zal het Parijs zijn. Ik heb een contract tot 2020. Ik weet wel dat contracten niet meer zijn wat ze vroeger waren, maar één jaar PSG is weinig en het is ook niet makkelijk om iets beter te vinden. In Vlaanderen is de voeling met Ajax groter dan met PSG, in Wallonië keken we altijd meer deze richting uit. PSG is een club geworden van het niveau Madrid, Barcelona en Bayern München. Een club die tot de top 7 van Europa behoort. Zelfs van de wereld. Bovendien bevalt de omgeving me en het gras is niet altijd groener aan de andere kant. Ook mijn vrouw vindt het hier geweldig. We voelen ons goed. Zoals we ons in Brugge al goed voelden.”

Chelsea

We zijn drie maanden later nu. Na het gesprek kreeg Joris, de fotograaf, een kwartier van de persman. Thomas sprak nog een videootje in, zijn eigen idee, voor de verjaardag van een vriend van Joris. Achteraf in de metro bekeken we dat: 34 selfies van Thomas Meunier stonden op zijn telefoon. Verkeerd knopje geduwd. Maar toen waren we dus al weg, zo strikt was het wel. Meunier had nog verder willen praten, maar ook zijn tijd was op, zei de persman.

We spraken af dat we nog wat extra vragen zouden mailen en dat deden we. Maar er kwam nooit antwoord. Ook deze week niet. De wereld is nochtans veranderd. Afgelopen zaterdag debuteerde Neymar jr. in Guingamp en Thomas Meunier zat op de bank. Op zijn favoriete stek stond Dani Alves, boezemvriend van Neymar, ook gekomen. Vorige week stond in De Morgen nog een stukje dat Real Madrid interesse zou hebben voor de Ardennees. En een voetbalkenner opperde nog Chelsea. “Vijftien procent”, schatte hij de kans in dat Thomas Meunier daarheen kon trekken. “Hij zou er spelen.”

Nu is het afwachten. De slogan van deze krant ten spijt blijven sommige vragen toch onbeantwoord.

Beeld Joris Casaer

Zeventien van Rik Van Puymbroecks ‘reisinterviews’ die de afgelopen jaren in De Morgen verschenen, zijn nu gebundeld in Ergens onderweg, Houtekiet, 250 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234