Zaterdag 19/10/2019

Reizen

Te gast op de Olympische Spelen van de rodeo in Canada

Casey Colletti heeft de grootste moeite om 8 seconden op de rug van Major Reno te blijven zitten. Beeld Jonathan Vandevoorde

Calgary, de grootste stad van de Canadese provincie Alberta, staat bekend om haar ongegeneerde westerncultuur. Nergens is de dichtheid van cowboyhoeden zo hoog, en al zeker niet tijdens de tien dagen durende hoogmis van de rodeo­sport: de Calgary Stampede. 

De goedlachse Sally Leung ontvangt me ’s ochtends in de Stampede Head­quarters. Sally is van Chinese afkomst en heeft de hele dag backstage toegang en afspraakjes geregeld. De cowboyhoed staat haar niet echt en de enorme leren boots doen haar nog kleiner lijken dan ze al is. Als journalist uit België word ik op deze jaarlijkse hoogmis van de rodeosport, waar in negen dagen tijd meer dan een miljoen bezoekers op afkomen, met alle egards behandeld.

Een rijzige, oudere man met enorme stetson stelt zich aan me voor als de ‘immediate past president’ van de Stampede, wat ook op het visitekaartje staat dat hij mij overhandigt. Zijn handdruk is van het kaliber dat mij spontaan ineen doet schrompelen. Hij wenst me een geweldige dag op de Stampede. Iedereen is nieuwsgierig naar waar ik vandaan kom, wat ik kom doen (een reportage maken, “Oh, great!”) en waarom Europeanen dan over de rodeo zouden willen lezen (“Zo’n maffe sport kennen we in Europa niet, daarom”).

Alles in Calgary ziet er op en top Ameri­kaans uit. Maar los van alle westernparafernalia die bij de levensstijl horen, willen ze hier liever niet op één hoop gegooid worden met de Amerikanen. Het hele gedoe rond het wapenbezit bij “onze gekke buren down south”, zoals de past president het verwoordt, botst bij de Cana­dezen op onbegrip. Open­baar wapenbezit is in Canada verboden en op de Stampede kom je er met een Colt of Remington op je heup zeker niet in, ook al heb je ‘John Wayne’ op je vip­pas staan.

In de stad heb ik me een cowboyhoed aangeschaft. Ik moest, want zonder hoed, riem en hemd met lange mouwen zou ik backstage niet toegelaten worden, had Sally mij via mail op het hart gedrukt. Daarom zweet ik me, cowboy tot en met, al kringen onder de oksels als Sally mij langs het grote podium voor de tribune brengt van waar 20.000 bezoekers het openingsspektakel volgen.

Het Canadese volkslied wordt ingezet door de lokale Helmut Lotti van dienst en alle hoeden gaan af. Er wordt uit volle borst meegezongen vanaf de tribune terwijl een leger­helikopter twee keer langs scheert met een enorme Canadese vlag onder zich. Wat patriottisme betreft ­verschillen ze hier niet zo heel veel van hun gekke zuiderburen.

Tijd voor actie

Maar ik ben hier voor de echte actie. Wat trekt zoveel mensen naar zo’n op het eerste gezicht masochistische sport? En wat ik vooral wil weten: wat bezielt een deelnemer om op de rug van een wild om zich heen ­stuiterende stier of paard te gaan zitten?

Casey Coletti probeert het mij uit te leggen. Deze 31-jarige bareback rider uit Colo­rado doet al enkele jaren mee aan de Stampede. Hij komt bijna een half uur te laat op de afspraak en verontschuldigt zich. Bijna 2.000 kilometer met vrouw en baby hier naartoe gereden en autopech gehad. Wallen onder zijn ogen tekenen zijn vermoeidheid en al over een uur moet hij het op de rug van het paard Major Reno, zonder zadel en zich vastklampend aan een riem om de romp van het dier, 8 seconden proberen vol te houden. Doet hij dat goed, dan gaat hij door naar de volgende ronde, en zo verder tot hopelijk de finale zondag. Onderweg naar zondag ­verdient hij tienduizenden dollars.

Waarom rodeo; iets wat voor veel Euro­peanen gekkenwerk is? Zijn reactie is een brede glimlach. “It’s a family thing. Ik ben opgegroeid met paarden en runderen om me heen. Een beetje zoals voetbal bij jullie, denk ik.” Maar in tegenstelling tot een ronde bal is zo’n rodeopaard wel erg oncontroleerbaar. Hoe hij daar mee omgaat? “Weet ik niet. Je levert je eraan over, denk ik. Je moet maar geloven dat er een hogere kracht is die je beschermt”, lacht hij schamper.

Toch beschouwt Coletti zichzelf als een laatbloeier. Hij begon pas op zijn zestiende met bareback (“daarvoor had ik wel al wat gedold op een stier”) en nam eerst deel aan een jeugdcompetitie, om zo goed genoeg te worden om professioneel te kunnen rijden. Een ‘pro’, waarvan er ongeveer 600 in de VS zijn en 250 in Canada, doet jaarlijks aan zo’n honderd toernooien mee. In Calgary mogen alleen de allerbeste rijders meedoen.

Bareback is, samen met bull riding, de technisch moeilijkste discipline. In tegenstelling tot wat de folklore beweert, gaat het niet om een hengst waarvan de edele delen afgeknepen worden. De paarden, zowel merries als hengsten, worden speciaal gefokt. Zo’n dier wil instinctief niets liever dan bokken en als eenmaal de poort (de ‘chute’ in vakjargon) opengetrokken wordt, gaat het er in de arena soms ruig aan toe.

Jim Dunn, een vroegere wereldkampioen en nu Stampede-jurylid die ik tussen de wedstrijden door had gesproken, wilde graag dat ik in mijn verhaal benadruk hoe belangrijk men dierenwelzijn vindt in de rodeosport. “De stieren en paarden worden dagelijks gecontroleerd door een dierenarts. De meeste zijn op onze eigen ranch gefokt ten noorden van Calgary, andere door gecontroleerde, vaste toeleveranciers. Die beesten hebben het beste leven en krijgen de beste zorg.”

Van onder naar boven

Hoe zit het dan met het welzijn van de deelnemers, vraag ik aan Coletti. Dat er zo weinig ongelukken gebeuren, mag een wonder heten. Er is in het wereldje een voorval bekend waarbij bij een bull rider de arm uit de kom werd getrokken, waarop hij naar de medische post strompelde met het verzoek zijn arm terug te plaatsen om nog op tijd te kunnen deelnemen aan de tweede ronde. Jammer genoeg raakte dan zijn schouder wéér uit de kom. Heeft Coletti al eens een blessure opgelopen?

“Zal ik onderaan beginnen?” Gebroken voet, gescheurde kniebanden, gebroken vingers en, in 2014, een verrekking van de ruggengraat. “Niet de spieren, maar de botten. Dat was tamelijk ernstig. Ik was een half jaar uit de running. En nu je het zegt: ik heb onlangs mijn arts gesproken. Er zit daardoor misschien een losse splinter van een wervel in mijn rug, daar moet ik binnenkort foto’s van laten maken. En, o ja: I got ­kicked in the face once.”

En toch zou hij niet zonder kunnen, bekent hij. Het is vooral de camaraderie die Coletti zo lang in de sport houdt. “We zijn geen tegenstanders, maar vrienden. We helpen waar het kan. Zelfs tijdens wedstrijden. Dan tippen we elkaar over bijvoorbeeld het karakter van het paard waarvoor we uitgeloot zijn (voor de start van elke wedstrijdronde krijgen de deelnemers door loting een paard toegekend, red.). Trouwens, het paard dat ik straks heb, Major Reno, daar zat ik al twee keer eerder op. En ik weet het nu al: dat wordt niet echt fun.”

Wat ‘fun’ dan betekent? “Eentje dat hoog in de lucht springt. Daar krijgt elke rodeorijder een ongelooflijke kick van.”

Ook het paard is een belangrijke deelnemer in bareback: de jury zal straks niet alleen Coletti’s rijstijl beoordelen en daaraan tot maximaal 50 punten toekennen, maar ook het paard kan 50 punten behalen, als Coletti het 8 seconden volhoudt tenminste. “Als rijder heb ik maar op de helft van de punten­score invloed. En op dit paard ga ik deze ronde echt niet winnen”, waarop Coletti afscheid neemt om zich in de coulissen te gaan omkleden. Major Reno wacht.

Dan kondigt de speaker met de nodige bombast de derde wedstrijddag aan van deze Greatest Outdoor Show on Earth. Bij het junior steer riding is de jongste deelnemer net tien geworden, roept hij om, en terwijl ik zie hoe het jongetje door het dier door elkaar wordt geschud, moet ik aan mijn eigen zoon van negen denken.

De andere disciplines volgen in sneltempo. Vooral tie-down roping is spectaculair om te zien en vergt het uiterste van zowel paard als berijder. De rijder gooit vanop het zadel een lasso om de horens van een wegrennend kalf, springt er vanaf zijn galopperende paard bovenop, pakt het bij de horens en geeft die een ruk zodat het dier omvalt en hulpeloos met zijn vier poten van de grond omhoog komt. Een positie waarin het kalf 2 seconden moet blijven. De winnaar van deze manche wordt een zwarte Ameri­kaan van 68 jaar oud en achtvoudig wereldkampioen. Hij krijgt een daverend applaus als hij het kunstje in 6,9 seconden klaart.

De drie F’s

Vlak voor de pauze is bareback aan de beurt waarbij Coletti, met rugnummer 206, als zesde van de tien deelnemers aantreedt. Ik houd mijn hart vast als Major Reno hem 8 seconden lang van zijn rug wil gooien. Wanneer het eindsignaal weerklinkt, zit Coletti er nog steeds. Na afloop zie ik op het scorebord echter geen punten voor hem ­verschijnen.

In de kleedkamer ontmoet ik Coletti weer. “Ik kon het ritme niet te pakken krijgen. Ik wist dat het op dit paard niks zou worden, maar op een gegeven moment moest ik me met beide handen aan de riem vastklampen en dat is tegen de regels.” Daarom kreeg hij geen punten in deze ronde.

Beeld Jonathan Vandevoorde

En hoe voel je je nu, vraag ik. “Dat wil je niet weten.” Echt wel, dring ik aan. “I’m really pissed as hell right now. Maar iemand ­vertelde mij ooit: ‘Denk aan de drie F’s: figure it out, fix it, forget about it. Dat is goed advies. En zo zit ik in elkaar. Morgen is weer een dag.” En weer is daar die glimlach, het embleem van een echte kampioen. The ­greatest outdoor show must go on.

In de daaropvolgende rondes deed Casey Coletti het niet onaardig: 4de, 8ste, 10de en 3de, maar de finale haalde hij net niet. Blame it on Major Reno.

Calgary Stampede vindt dit jaar plaats van 7 tot 16 juli

Van steer wrestling tot barrel racing

Rodeo is een grote sport in het westen van Noord-Amerika. Het hoogtepunt van het seizoen is, naast de indoor-rodeo in Las Vegas in december, de Calgary Stampede, de zelfverklaarde ‘Olympics’ van de rodeosport. Het evenement duurt tien dagen en elke middag wordt, een beetje zoals een EK of WK bij ons, een aantal voorrondes afgewerkt waarbij op de laatste dag tussen finalisten om de kampioenstitel gestreden wordt.

Er zijn diverse onderdelen, waaronder steer wrestling (van je paard springend een jonge stier bij de horens pakken en op de grond werken), bull riding (op de rug van een stampende stier blijven zitten) en bareback riding (het 8 seconden op een bokkend paard, zonder zadel, uithouden). Barrel racing is de enige rodeosport voor vrouwen. Amazones leggen in de arena razendsnel een parcours af rond een aantal tonnen (barrels).

Typisch voor Calgary zijn ’s avonds de huifkarrenraces, waarbij na een wat eigenaardig startritueel de vierspannen ervandoor gaan voor één ronde op de baan en het publiek totaal uit zijn dak gaat. De paarden zijn vaak afgedankte of gewonde renpaarden die door liefhebbers weer ‘opgelapt’ werden en nu een tweede jeugd beleven in een vierspan, als het ware.

Alles aan de Calgary Stampede is ‘big’: de organisatie heeft 250 vaste medewerkers in dienst en tijdens het evenement worden 6.000 vrijwilligers ingezet. Het is ook een enorme kermis, die jaarlijks meer dan 1 miljoen bezoekers lokt, er zijn congressen voor vee- en paardenhouders en ’s avonds optredens van bekende countrysterren op podia verspreid op het terrein en in de stad. De wedstrijden spelen zich af in een zandbak voor een tribune met meer dan 20.000 toeschouwers. Elke avond wordt afgesloten met een wervelend variétéspektakel, gevolgd door vuurwerk dat alleen door de shows van Las Vegas overtroffen wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234