Donderdag 02/04/2020

Interview

Superflik Steven De Smet: "Ik gaf mijn dienstwapen aan een collega. Uit voorzorg"

Steven De Smet, ex-hoofdcommissaris bij de Gentse politie, is sinds 2014 aan de slag als adviseur Communicatie, Veiligheid en Strategie bij de Oost-Vlaamse provinciegouverneur Jan Briers.Beeld Jonas Lampens

Hij ving te veel wind, dus werd hij naar eigen zeggen omgehakt. Hij, dat is de Superflik, Steven De Smet (60). Jarenlang was hij de stem en het gezicht van de Gentse politie. Tot de rellen met Turkse jongeren, het perslek en de rechtszaak. "Barbertje moest hangen. Maar ik zou het opnieuw doen, ja."

Een sms, een paar dagen voor het interview, maakt veel duidelijk. “Kadert dit in de reeks van De Morgen inzake ‘Het monster van de macht’?”

Vijf jaar geleden behoorde Steven De Smet nog tot de top van de Gentse politie. Hij was toen een van de vijf hoofdcommissarissen in een duizendkoppig korps en stond als woordvoerder in voor de communicatie. De man wist hoe de media te bespelen: altijd bereikbaar, altijd vriendelijk, altijd straffe quotes, altijd goed nieuws. Zijn carrière nam een hoge vlucht toen hij samen met producent Erwin Provoost eind jaren 90 de VRT-reeks Flikken lanceerde in Gent. Het politiekorps kreeg een boost en De Smet reikte naar de hemel.

Zijn bureau is nog altijd ingekleed met foto’s van Andrea Croonenberghs en Joke Devynck. Alleen staat dat bureau niet meer op het politiehoofdkwartier en werkt De Smet honderd meter verderop, in het provinciegebouw. Zijn rijk is uit. Hij is nu veiligheidsadviseur van gouverneur Jan Briers. “Je ziet wat macht kan doen.”

Zijn defenestratie kwam er na rellen op de Kouter, een statig plein in het centrum van de stad. Op vrijdagavond 3 juni 2011 werd de voetbalinterland België-Turkije er op een groot scherm uitgezonden en braken er rellen uit tussen de supporters. De Gentse politie was niet bij machte de rellen op te vangen. De Smet gaf nadien een e-mail met informatie over het falen van de politie door aan oppositielid Veli Yüksel (CD&V), die De Morgen alarmeerde.

Zijn lot was bezegeld. De correctionele rechtbank veroordeelde de hoofdcommissaris tot een celstraf van een maand met uitstel, voor het schenden van het beroepsgeheim. Het hof van beroep sprak de man evenwel vrij. “Maar”, zegt De Smet, “vrijspraak of geen vrijspraak: het was voor mij over and out in het Gentse korps.”

Dus zitten we hier nu bij de provincie Oost-Vlaanderen. In plaats van ’Het monster van de macht’ lijkt ‘hoe zou het nog zijn met?’ een beter format voor dit interview.

Steven De Smet: “Het gaat goed, dank u.”

U werkt voor Jan Briers. De man werd gouverneur op voorspraak van N-VA, een partij die de provincies wil afschaffen. Uw macht is verschrompeld.

Steven De Smet: “Ach, ik heb nooit veel macht gehad. Ook niet in het Gentse korps. De macht lag bij de korpschef en bij de burgemeester.”

Hoe gaat het nu met u?

“Goed. Er is de voorbije jaren veel gebeurd in mijn carrière en in mijn privéleven. Een beetje te veel, maar ik had als kind al een hoop energie en die heb ik nog altijd.”

En u kunt die energie nog genoeg kwijt?

“Ik ben met meer bezig dan de buitenwereld denkt. In 2012 heb ik De nieuwe politie geschreven, een boek over de digitale omslag die de politie moet maken. Dat thema houdt mij al jaren bezig. Sociale media zijn het ideale platform om te communiceren met de burgers. Dat thema gaat in de toekomst alleen maar belangrijker worden en ik zet mij in om die omslag mee te realiseren.”

En dat terwijl u uitkijkt op foto’s uit het Flikken-tijdperk, uw hoogtepunt. Van ­zelfkastijding gesproken.

“Die foto’s geven mij een goed gevoel. Ze herinneren me aan een prachtige tijd.

“Weet je, hier in Gent heb ik alle rangen en standen doorlopen en alle kansen gegrepen die zich voordeden. Waaronder Flikken. Herinner u de woelige jaren 90 en het boek van Chris De Stoop over vrouwenhandel, Ze zijn zo lief, meneer (waarin De Stoop beschrijft hoe de Bende van de Miljardair vanuit nachtclubs in Rotterdam en Gent de grootste bende vrouwenhandelaars van Europa werd, red.). Dat was een kaakslag voor ons korps. Sommige agenten durfden de straat niet meer op. Er werd een team samengesteld om het vertrouwen in de politie te herstellen.

“Als veiligheidsofficier was ik toen al een bekend gezicht. Gentse Feesten, I Love Techno, AA Gent: ik organiseerde de veiligheid op alle grote evenementen en voerde het woord in kranten en journaals. Want ik wist en weet nog altijd hoe je een boodschap moet verkopen. Ik kom uit een middenstandersgezin. Vader en moeder runden drankhandel Kadee, vernoemd naar Karel en Andrée, later overgenomen door mijn broers. Mij moest je toen al niks meer leren over het aan de man brengen van een product.

“Dat nieuwe team moest de politie dus uit het slop halen. Er werd een nieuwe dienst gecreëerd, ‘externe relaties’, met een woordvoerder die het gezicht van de politie werd. Eind jaren 90 wilde Erwin Provoost een reeks maken over de spoorwegpolitie, Tracks genaamd. Ik kon hem overhalen een reeks te maken over ons korps. Sommige collega’s verklaarden mij eerst voor gek: ‘Wij zitten in de miserie en wat wil jij, een feuilleton maken?’ Maar de korpschef ging snel overstag.”

"De tv-reeks sloeg aan en gaf de politie in Gent een boost. Mensen zwaaiden plots naar ons. We verkochten 90.000 petten en 10.000 T-shirts."Beeld Jonas Lampens

Erger nog: de reeks zou ook Flikken heten, wat toen nog een scheldwoord was, overgewaaid uit het Frans. Flic: Fédération Légale des Idiots Casqués.

“De reeks sloeg aan en gaf de politie in Gent een boost. Mensen zwaaiden plots naar ons. We verkochten 90.000 petten en 10.000 T-shirts. Ons cliënteel droeg een trui met ’Flikken’ als opschrift. Natuurlijk was dat een prestatie van het hele korps. Ik deed het niet alleen, maar stak wel mijn nek uit.

“De tv-reeks hielp ons aan een beter imago, en daar bouwde ik op verder. De truken van de foor moest je mij niet leren. Ik gaf als woordvoerder nooit slecht nieuws aan journalisten. Leek het korps schade op te lopen bij een of andere gebeurtenis, dan draafde een collega op, liefst een vrouwelijke collega, niet in uniform en ook niet gefilmd voor het commissariaat. Daardoor waren journalisten al minder geïnteresseerd en leek het op den duur alsof de feiten zich niet in Gent hadden afgespeeld. Mijn enige bekommernis was de bloei van ons korps.”

U hebt dat korps mee groot gemaakt, als hoofd externe relaties. Maar u hebt dat korps ook neergehaald, na de rellen op de Kouter. Dat was duidelijk niet ter bekommernis van het korps.

“Ik heb geen info gelekt.”

Als u altijd goed nieuws vertelde, waarom bracht u dát dan naar buiten?

“Was dat een ‘perslek’? Neen toch? Ik vertelde niks nieuws. Iedereen kon zien wat er die avond fout liep op de Kouter.”

Een collega stuurde u een vertrouwelijke e-mail. Daarin stond het volgende: ’Een vermeden Gents Heizeldrama, een wonder dat er geen doden zijn gevallen.’ U zette het korps vol in de wind.

“Komaan, die info was allang bekend en stond ook al in de ­kranten.”

Alleszins niet in die bewoordingen. U stuurde die mail bovendien naar Veli Yüksel (CD&V), goed wetende dat hij tot de oppositie behoorde en nog altijd behoort. Natuurlijk wist u dat die info de pers zou halen.

“Nogmaals, het was helemaal mijn bedoeling niet om het korps te schaden. Ik had eerder al een gesprek met Yüksel gehad over die avond op de Kouter en stuurde hem gewoon een mail. Zonder bijbedoeling. Dit was echt geen schending van het beroepsgeheim.”

Het Gentse korps was toen een krabbenmand en u kon niet leven met de nieuwe korpschef. Het heeft er alle schijn van dat u specifieke commissarissen wilde treffen.

“Maar natuurlijk niet!”

Waarom geeft u die info dan aan een ­oppositielid?

“Omdat ik daar nog altijd het kwaad niet van inzie. De vorige korpschef, Freddy Carlier, stond voor ’open communicatie’ en ik heb die lijn doorgetrokken.”

Zou u het opnieuw doen?

“Ja, ik zou het opnieuw doen.”

Was het korps opgedeeld in ­kampen?

“Neen. Voor mij is het duidelijk: Barbertje moest hangen. Ik voelde al geruime tijd dat mijn lot aan het keren was binnen het korps.”

Er waren dus toch kampen.

“Kijk, ik was de laatste der Mohikanen. Freddy Carlier nam afscheid als chef en Peter De Wolf, iemand met wie ik ben opgegroeid, nam de leiding over.

“Maar goed, we weten wat er met hem is gebeurd (De Wolf veroorzaakte dronken een verkeersongeval, pleegde vluchtmisdrijf en liet, samen met collega’s, het proces-verbaal vervalsen. Hij werd geschorst, MDC). Collega’s die na de crisis van de vrouwenhandel mee het korps uit het slop hadden getrokken, waren op pensioen. Ik schoot eigenlijk als laatste over van een generatie en werd aan de kant geschoven. Je voelt dat aankomen, zoiets.”

Hoe dan?

“Twee dagen na de beëdiging van de nieuwe korpschef, Filip Rasschaert, werd een directievergadering georganiseerd. Die zou om 11 uur beginnen. Ik arriveerde op dat uur en de vergadering bleek al veel vroeger begonnen. Dan weet je hoe laat het is. Na de rellen op de Kouter had de korpschef een stok om mee te slaan. In normale omstandigheden zou mijn zaak áltijd geklasseerd worden. Nu moest ik plots voor de rechtbank verschijnen.”

"Liep ik met de korpschef door de stad, dan riepen mensen: ‘Ah, de gruten boas van de flikkeuh!’ En ze gaven míj een hand, in plaats van de korpschef."Beeld Jonas Lampens

Veel mensen hebben u de rug ­toegekeerd.

“Dat klopt. Maar evenveel mensen hebben mij gesteund.”

Waarom wilde men u dan aan de kant ­schuiven?

“Dat weet ik niet. Uit jaloezie misschien. Ik mocht de politie indertijd ’verkopen’, en zorgde dus voor de Flikken-reeks. Ik kreeg de egards. Liep ik met de korpschef door de stad, dan riepen mensen: ‘Ah, de gruten boas van de flikkeuh!’ En ze gaven míj een hand, in plaats van de korpschef.”

Bent u afgerekend op uw ­persoonlijkheid?

“Wat moet ik daaronder verstaan?”

U bent een ijdel man. Toen u tot hoofdcommissaris werd bevorderd in 2000, organiseerde uw familie een klein volksfeest in het centrum van Gent. U daagde op in het luxueuze Spencer-kostuum, het gala-uniform van de politie. Ving u te veel wind?

“Mijn moeder noemde mij die avond nog een ijdeltuit. En ik herken mij in haar. ‘Oma Fladder’ wordt ze genoemd door haar kleinkinderen. Mijn moeder was een halve hippie, die haar haar vroeger rood kleurde en lange gewaden droeg. Later werd ik als mediageil bestempeld, maar ik voerde gewoon mijn job uit. Ik ben een zwart-witfiguur. Je bent voor mij of je bent tegen mij, dat heb ik geleerd.”

U hebt het uw tegenstanders wel gemakkelijk gemaakt.

“Hoe dan?”

Door eerst Yüksel in te seinen en daarna positief te blazen bij een verkeersongeval. U gaf hen een stok om mee te slaan.

“Had ik 0,01 promille minder op – ik herhaal: 0,01 – dan werd mijn rijbewijs zes uur ingehouden en was de kous af. Ik was fout, dat wel, maar ik had ook gewoon pech.

“Die specifieke dag in maart 2013 werd ik voor de eerste keer na de vrijspraak op het bureau van korpschef Rasschaert geroepen. Hij had een nieuwe job voor mij in petto, terwijl mij mijn oude job beloofd was. De afspraak was op de middag. Ik heb die nacht niet geslapen. De hele voormiddag ging ik sporten om rustig te blijven.

“Soit, ik was mijn job dus kwijt en moest me voortaan met de camera’s van de Overpoortstraat (Gentse uitgaansbuurt, red.) bezighouden.

’s Avonds ging ik spreken op een lezing van een serviceclub. Ik at daar snel iets, dronk twee glazen wijn en twee pinten, en kwam in een ongeval terecht. Pfff. Ik kon mij niet meer verdedigen. De kranten schreven erop los.

“Ter info: er is nooit een onderzoek gebeurd naar het lekken van dié feiten...”

Klopt het dat u recent een mail kreeg van de korpschef om opnieuw in dienst te treden bij het korps?

“Ja, hij wil mij terug ’onder zijn gezag’. Maar vraag mij niet wat ik daarvan moet vinden. Geen idee.”

Uw bijnaam is de Superflik. Hoe hard hebt u geleden onder de rechtszaak en de nasleep daarvan?

“In een paar maanden tijd ben ik 13 kilo vermagerd. Ik heb vaak gehuild, ja. Op een gegeven ogenblik gaf ik zelfs mijn dienstwapen aan een collega, uit voorzorg. Doemgedachten leidden me naar psychologen, die me prima hebben geholpen. Ik kreeg meer inzicht in mezelf en de situatie.”

Wat leerde u over uzelf?

“Dat ik een rebel ben en dat zal blijven. Als tiener organiseerde ik een studentenstaking op de sportschool en na afloop van een dansvoorstelling van Maurice Béjart proefde ik een stukje spacecake van de dansers. Een rebel dus. Al keur ik drugs vanzelfsprekend af.

“Ik diende ook op in dancing Pacha aan het Dampoortstation, op zoek naar centen, naar een eigen leven. We hadden het thuis niet breed. Toen ik thuiskwam van mijn vakantiejob in de steenbakkerij van Eine, gooide ik de biljetten de lucht in: het was míjn leven.

“Ik zou overigens dierenarts worden, dacht ik toen. Echt waar. Maar blijkbaar was ik toch niet rebels genoeg om mijn schoonvader te weerstaan. Die werkte bij de Gestapo (lacht), de Gentse Stadspolitie, en wilde zekerheid voor zijn dochter. Ik trok naar de politie en heb het korps nooit verlaten.

“De psychologen dwongen me fysiek in de spiegel te kijken. Daar zat ik dan: te kijken naar mezelf. Ik kwam tot het besef dat collega’s nu met mij deden, wat ik indertijd wellicht met anderen heb gedaan. Na de bom van de vrouwenhandel werd het korps toen gereorganiseerd: die officieren waren goed en mochten blijven, de anderen werden aan de kant geschoven. Net zoals na het ’perslek’. Er werd mij indertijd een wortel voorgehouden en ik greep mijn kans. Anderen waren wellicht het slachtoffer, net zoals ik nu het slachtoffer ben.”

"Bore-out, burn-out, depressie: noem het zoals u wilt. Ik ben in die tijd verkankerd, dat weet ik. Alles kropte ik op. Op den duur sprak ik er met niemand meer over. Ik beschouwde mezelf als een zagevent."Beeld Jonas Lampens

Dus u neemt niemand iets kwalijk?

“Toch wel, de korpschef is verantwoordelijk voor mijn situatie. Hij nam de beslissing. Die man geef ik geen hand meer.”

Het leven heeft u nadien niet gespaard.

“Bore-out, burn-out, depressie: noem het zoals u wilt. Ik ben in die tijd verkankerd, dat weet ik. Alles kropte ik op. Op den duur sprak ik er met niemand meer over. Ik beschouwde mezelf als een zagevent.

“In 2015 vroeg maag- en darmspecialist Luc Colemont, een Twitter-vriend, mij om deel te nemen aan een onderzoek. Ik deed mee om de man een plezier te doen, en niet veel later lag ik op de operatietafel. Darmkanker. Het leven zat me in die tijd niet mee, maar ik ben er overheen.”

Ook gevallen Optima-topman Jeroen Piqueur, een vriend van u, heeft het niet gemakkelijk. Steunt u hem?

“Ja. Ik ga hem niet afvallen of ontwijken. Ik leerde Piqueur kennen via Jan De Paepe (rechterhand van Piqueur en de broer van UGent-rector Anne De Paepe, MDC). Een tijdje geleden kwamen we met een groep vrienden samen en natuurlijk kwamen de problemen aan bod.

“Ook Piqueur was aanwezig. Het ging vooral over de impact op de familie. Dat vergeten mensen: één iemand wordt geviseerd, maar de entourage deelt mee in de klappen.”

Wat wilt u nog doen in uw leven?

“Genieten van mijn kleinkind. En ik ga de politie nog hervormen. (lacht) De digitale omslag is hoogstnodig. Geloof mij maar.”

U bent een gelukkig man?

“Ja, echt wel. En ik ga dat blijven ook. Met dank aan mijn vrienden en familie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234