Maandag 09/12/2019

Reportage

Studentendopen: zonder beproeving, ook geen verlossing

Een doop betekent uren smerigheid, maar op het einde wordt er gezongen, ook door het publiek. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Waarom laten studenten zich tegen beter weten in vernederen en ontmenselijken? Houden zij ervan om vol drek gespoten te worden en kraakt dat hun mentale weerbaarheid? Zonder een studentendoop mee te maken, kun je het antwoord niet achterhalen. Daarom volgde onze reporter de doop van de Gentse Biologische Kring van begin tot einde.

In de Gentse Overpoortstraat staan 27 studenten te rillen in de regen, maar de eerste beproeving van de avond is voor mij. Om deze reportage te mogen schrijven, moet ik een contract tekenen. “Bij een onjuiste uitvoering van deze overeenkomst door de journalist is een som verschuldigd van duizend euro per inbreuk”, stipuleert artikel 6.

Ruben Claus, praeses van de Gentse Biologische Kring (GBK), wuift de boete een beetje weg, maar je kunt er niet omheen: studentenkringen wantrouwen de pers. Op krantenredacties loopt het vol journalisten die nooit een studentendoop hebben doorstaan en het georganiseerde studentenleven graag wegzetten als marginale bezigheidstherapie.

Het grootste verschil tussen mij en mijn collega’s is dat ik wél gedoopt ben. Zeventien jaar geleden, eveneens bij de Gentse biologen. Ik kan me redelijk goed inbeelden welke drek de 27 rillende schachten vanavond over zich heen zullen krijgen.

“Allemaal op een lange rij!”, schreeuwt schachtentemster Marie stipt om halfacht. Als het hoogste gezag van het doopcomité moet zij de avond in goede banen leiden. “Het probleem met Marie is dat ze zelf in de lach schiet als ze te hard schreeuwt”, grijnst Ruben. “Op jullie knieën!”, tiert een doopmeester. De schachten, die om hun hals allemaal een ketting dragen, gehoorzamen en nemen op het ruwe asfalt een houding aan van onderwerping. “Kop op de grond!”

De schachten krijgen elk een regenboogforel in hun bilspleet geduwd. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Terwijl de schachten nogal meerstemmig het kringlied van de GBK zingen, verschijnt een emmer vol bevroren vis op het toneel. Alle schachten krijgen zo’n vriendje tussen hun bilspleet geduwd, zonder dat ze weten wat er in hun broek glibbert. “Het zijn regenboogforellen”, zegt een doopmeesteres me.

“Wat zeggen jullie?”, schreeuwt doopmeester Thibaut, een jongen met een gezellig voorkomen wanneer hij niet staat te brullen.

“Dank u!”, antwoorden de schachten.

“Dank u, wie?!”

“Meester, dank u, meester!”

Zelfs de schachten kunnen hun lach nauwelijks inhouden en mogen als straf pompen. Terwijl de 27 lichamen op en neer gaan en de doopmeesters honderden decibels door hun strottenhoofd jagen, keuvelen Ruben en zijn vicepraeses over de nieuwe winkel van AS Adventure op de Kouter. “Heel gezellig, goeie koffie ook.”

“Ik ben al hees”, lacht Marie. De doop is amper een kwartier bezig.

In olifantenpas – waarbij de schachten elkaars hand tussen hun benen vasthouden – draaft de colonne richting Citadelpark. “Ik ben een domme schacht, ik word graag anaal verkracht”, declameert de groep.

De leden van het praesidium drinken Cara-pils en kijken toe hoe de schachten overschakelen op haasje-over. Door al dat springen komen de regenboogforellen tot leven. “Ik heb iets zitten, maar ik wil niet weten waar of wat”, griezelt één van de negen schachtinnen.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Een vrouwelijk lid van het praesidium glimlacht vol vertedering. “Het is leuker om deel te nemen dan om ernaar te kijken. Als schacht zijt ge tenminste de hele tijd bezig”, zegt ze.

Als ik er zelf zou tussenstaan, amuseerde ik me ook. De vernedering is een spel. Wanneer jij ‘stop’ zegt, kunnen de doopmeesters daar niets tegen beginnen. Zolang je meedoet, kun je wel voelen wat het moet betekenen om echt vernederd te worden. Dat is een levensles die je niet zult opsteken door dikke boeken te lezen. Het is ook je enige kans in dit vrije, maar saaie Westen om je eens heel ver uit je comfortzone te laten trekken.

Toch zijn er figuren die studenten oproepen om zich niet te laten dopen. Mijn collega Joël De Ceulaer bijvoorbeeld. Een dikke maand geleden noemde hij de traditie “belachelijk, vernederend, bepaald onhygiënisch – en nog gevaarlijk op de koop toe”. Hij sleurde er braaksel en uitwerpselen bij, en verweet de brulapen van schachtentemmers machtswellust. Wat zou je opsteken van zo’n doop? “Blinde gehoorzaamheid. Ontmenselijking. Groepsdenken. Bruut gezag. Ongepaste minderwaardigheid”, somde Joël op.

Kortom: wie zich niet laat dopen, zal later altijd en overal onbevreesd voor zijn eigen mening opkomen. Goed, ik zou daar graag een andere mening over formuleren, maar ik ben gedoopt, dus kruip ik terug in mijn hoekje.

Ver van de academische discussie over de studentendoop moeten 27 biologische schachten op een regenachtige woensdagavond door een dikke laag afgevallen bladeren kruipen. Op hun buik. Eén schacht blijft liggen. “Vooruit!”, buldert doopmeesteres Lauren.

De jongen – we zullen hem Schacht X noemen – reageert niet.

Lauren buigt zich voorover en vraagt zacht: “Ca va?” Ze gaat tegenover hem zitten. Ruben komt polsen of de schacht zich bezeerd heeft, maar Lauren schudt het hoofd. “Een beetje paniek.” Ze begeleidt Schacht X met ademhalingsoefeningen en wanneer hij weer tot leven lijkt te komen, schenkt ze hem een lach die zegt: “Relax, het is maar een spel.” Nabij het poortgebouw van de voormalige citadel, waar het praesidium en oudere GBK-leden schuilen voor de regen, worden de schachten blootgesteld aan vernederingen als dikke bertha, de menselijke piramide en opengereten foef, die je met veel kwade wil kunt omschrijven als scoutsspelletjes.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

In mijn tijd was het erger. Ik krijg nog koude rillingen als ik eraan terugdenk, want het was al eind november, het vroor. Wij zaten urenlang geknield op de voormalige parking van de Decascoop. We kregen rauwe eieren te slikken – lekker, want vers. De doopmeesters bekogelden ons met velerlei soorten sauzen, recht uit de supermarkt. Zodra we helemaal onherkenbaar waren, mochten we geblinddoekt in een berg organen een augurk zoeken. Enkel aan het lookpoeder houd ik nog nachtmerries over, want die geur bleef maandenlang in ons haar spoken.

Twee hoge piefen van het Faculteitenkonvent (FK) komen de doop controleren. Het FK overkoepelt alle universitaire studentenkringen en sloot met de stad Gent een doopdecreet af. FK-voorzitter Adriaan vraagt de medische papieren op die iedere doopmeester bij zich moet hebben. Daarin staat per schacht opgelijst aan welke aandoeningen, allergieën en diëtaire voorkeuren hij of zij lijdt. “Zo weten we meteen wat er aan de hand is als er iets gebeurt”, zegt vicevoorzitter Vincent. “We zien opvallend veel knie- en rugproblemen. Te weinig beweging zeker?”

“Dat komt door de kleine zitplaatsen in de auditoria”, weet Adriaan, die stelt dat de doop van de GBK tot de middenmoot behoort. “Van de twintig dopende kringen, zijn er tien à twaalf zoals deze. Er zijn er lichtere, er zijn er zwaardere. Het belangrijkste is dat het ludiek blijft”, zegt hij.

Om de schachten te beschermen tegen onderkoeling, geeft doopmeesteres Lauren een lesje aerobics. Een logge reus van een schacht krijgt een reprimande door zijn slordige uitvoering. “Kiri, knieën omhoog!”, schreeuwt een doopmeesteres.

“Neen, hij heeft pijn aan zijn enkel”, zegt een collega.

“Ah, oké.”

Die Kiri is een speciaal geval. In de studentenkring Chemica is hij zelf schachtentemmer en toch laat hij zich ook dopen door de biologen. “Het is zijn zesde doop, hij gaat er dit jaar nog drie of vier doen”, fluit een GBK’er bewonderend. “Het is een hobby geworden, denk ik.”

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Wanneer fietsers of wandelaars de groep modderachtige schachten passeren, zie je ze hun neus ophalen. Bah, vernedering! Maar als je er dicht bij staat, zie je vooral lachende gezichten. Is dat wel de bedoeling?

“Waarom lacht gij zo, domme schacht?!”, krijst Sofie, die een schattige kikkerparaplu draagt. Sofie was vorig jaar schachtentemster, ze zet graag nog eens haar klep open. “Ik kan het niet laten”, giechelt ze.

“Wie is zijn vis kwijt?!”, buldert Lauren. “Voel eens allemaal aan jullie gat!"

Het is bijna tien uur, de doopmeesters drijven hun schachten terug naar de Overpoort, waar een zaaltje in gereedheid is gebracht voor de binnendoop. De vloer en de muren zijn beplakt met plastic folie. Een publiek van gedoopte GBK-leden schuift aan voor de plaatsjes met het beste uitzicht. Er zijn pilsjes en chips. Eén biologe monstert mijn schoenen en trekt een wenkbrauw op: “Gij hebt geen laarzen aan?” O jee.

In het doopzaaltje mogen de schachten alweer knielen. De doopmeesters wrijven hun haar in met maïsolie. Dat geldt als een gunstmaatregel, want zo zullen ze de vuiligheid achteraf makkelijker uit hun haren kunnen wassen.

Die vuiligheid staat uitgestald op een tafel: voor 200 euro bonen, ketchup, mayonaise, siroop, slagroom, cacaopoeder en bloem uit de Colruyt. De doopmeesters storten al dat voedsel uit over de schachten, spuiten slagroom in decolletés en ketchup tussen bilspleten. Wie zijn hand opsteekt, krijgt een papiertje om de pap uit zijn ogen te wrijven. Lookpoeder blijft achterwege, wat knaagt aan mijn rechtvaardigheidsgevoel.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

De schachten spelen Twister met bordjes eten, acteren pornoscènes met frankfurterworsten en glibberen op hun buik naar een appel, tot groot jolijt van de toeschouwers. De vier teams krijgen de opdracht om eten te mengen met hun tenen. “Schachten, jullie staan dichter bij de apen dan wij, dus dat moet lukken!", spreidt Thibaut zijn biologische kennis tentoon.

Het publiek juicht wanneer een schachtin Thibaut uitlacht. Die grijpt gepast in. “De eerste lepel schachtenpap!”, kondigt hij aan. Nog meer gejoel. Schachtenpap is een saus van ingrediënten die in geen honderd jaar bij elkaar passen. Al was een kom schachtenpap het laatste beetje voedsel op aarde, zelfs dan sterf je liever de hongerdood. Vijf minuten later trekt de studente nog vieze gezichten.

Er gaat een kom rond die gevuld is met een bruine vloeistof waarin brokjes drijven. “Wil er nog iemand kots van Thibaut?”, vraagt Marie. Neen is geen optie.

“Vonden jullie het lekker?", wil Thibault weten.

“Meester, ja, meester!”, antwoorden de schachten. Ik geloof hen, want de kots is slechts chocomelk met muesli.

In een hoekje zit Schacht X te beven op een stuk piepschuim; Lauren gaat luisteren of hij het nog redt. “De kou en je knieën, dat is het ergste”, observeert een ancien. “De vuiligheid doet er niet zoveel toe.”

De volgende opdracht weerspiegelt de samenstelling van het doopcomité, dat bijna uitsluitend uit vrouwen bestaat. “Die menstrueren samen!”, doceert Thibaut, die potjes vol gezwollen tampons te voorschijn tovert. De schachten moeten erop zuigen. Hoewel het rode vocht slechts grenadine is, zie ik sommigen kokhalzen. Ook Schacht X schudt het hoofd, hij wordt gespaard.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

“En als u nu nee durft te zeggen tegen misplaatste autoriteit, dan zult u dat later ook kunnen”, schreef collega Joël in zijn open brief. Nou, van de mensen die ik híér neen zie zeggen, weet ik tenminste zeker dat ze het later ook zullen doen. Schacht X krijgt geen hoon over zich omdat hij de tampon weigert, maar een roze deken, tegen de kou.

De fijnproevers mogen bij wijze van dessert een gevulde pamper leegeten. Wie nog honger heeft, zet zijn tanden in een broodje dat hij heeft belegd met de forel die hij uit zijn eigen onderbroek heeft gevist.

Wanneer het één uur nadert, kondigt Marie het plechtige gedeelte aan. De schachten gaan in vier rijen knielen, leggen hun linkerhand op de schouder vóór hen en steken hun rechterhand omhoog. Je zou ervan versteld staan hoe plechtig een dertigtal besmeurde jongeren eruit kan zien. Het GBK-schild wordt opgehouden, Marie declameert een hele litanie in Foplatijn en Thibaut doopt de schachten met bekers bier. Wie dat wil, krijgt eindelijk zijn pint, al moet hij die wel ad fundum binnen kappen.

De schachten krijgen allemaal een dooplint om hun borst, het publiek stelt zich recht, legt de hand op het hart en zingt heel eenstemmig het kringlied. “Bij deze zijn jullie officieel gedoopt. Ik hoop dat jullie ’t fijn vonden. Ik alleszins wel!”, kraait Marie.

De schachten mogen na uren vernedering weer rechtop staan, ze schudden elkaar de hand. Proficiat alhier, proficiat aldaar. Er volgt een eerste groepsknuffel en dan nog één, rond Marie, die haar schachten met zoveel liefde heeft getemd. De doop gaat niet over de vernedering, maar over de beloning die op het einde volgt. Een beproeving moet leiden tot verlossing en hoe zwaarder de beproeving, hoe groter de verlossing. Waar je geen moeite voor hoeft te doen, heeft geen waarde.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

“Ik denk dat er geen enkele schacht zal zeggen: shit, ik heb mij niet geamuseerd”, glimlacht Thibaut, die al ideeën begint te bedenken voor volgend jaar.

“Dat knielen hoefde niet, maar dat is traditie”, analyseert een schacht die niet de indruk geeft dat hij zwaar getraumatiseerd is. “Ik ben geen fan van het doopgebeuren, maar wel van samen dingen doen met mensen. Dan laat ik me gemakkelijk overhalen. Ja, en ik heb me wel geamuseerd.”

Beste student, print dit artikel uit, lijst het in en hang het boven je bed. Verzamel al je zelfrespect en zeg 'ja' tegen de doop. De beschaving zal je misschien niet dankbaar zijn, maar je beleeft voor de rest van je leven plezier aan de herinneringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234