Vrijdag 15/11/2019

Vragen van Proust

Steven Van Herreweghe: “Ik heb het leven nooit als een zoektocht ervaren, tot het fout liep”

Steven Van Herreweghe: “Ik kan niet om met situaties waarin de zuurstof weg is.” Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. ­Vijfentwintig directe vragen, ­evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: tv-presentator Steven Van Herreweghe (41).  Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Als ik opsta, voel ik me 41. Tegen de middag voel ik me 30 en ’s avonds voel ik me een bruisende 18-jarige. Ik betrap mezelf er soms op dat ik ouder ben geworden, hoewel ik dat onderweg nooit heb gemerkt. Ineens lijken bepaalde gebeurtenissen zo lang geleden. In mijn hoofd ben ik niet anders dan in mijn vroegste herinnering. Alleen merk ik dat ik niet meer op de lagere school zit. (lacht) Mijn kinderen zitten daar nu. Er is dus een grote afstand tussen hoe ik me mentaal voel en mijn biologische ­leeftijd.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Mijn zin voor onzin. Mijn ontembare drang om overal onzin in te zien of in te willen steken. Ik kan niet om met situaties waarin de zuurstof weg is. Soms is het leven lastig. Als mensen daarin te lang blijven hangen of zich daarin wentelen, krijg ik het benauwd. In ernstige situaties ga ik automatisch in overlevings­modus, op zoek naar een manier om het probleem te door­prikken. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 9 was. Daarna volgde een lange periode van ­vertwijfeling. Ik zag dat ze droevig waren, dat ze het allemaal niet goed meer wisten en deed heel hard mijn best om hen op te vrolijken. Wat toen organisch gegroeid is, ben ik later bewust verder blijven doen. Er is niets wat me gelukkiger maakt, of meer ­voldoening geeft, dan mensen doen lachen. Maar dat wordt niet altijd geapprecieerd. Soms ga ik over de streep. Dat heb ik voor het eerst beseft toen ik nog op school zat bij de jezuïeten. Ik tapte een mop en er volgde alleen maar boosheid. ­Vandaag heb ik nog altijd het gevoel dat er elk moment iemand kan binnenkomen die zegt: hou je eens bezig met een ernstige job!

“Humor en relativering beschouw ik als de voornaamste troeven die ik te bieden heb. Er is al zo veel ernst! De een is advocaat, de ander is bakker, ik ben onnozelaar – ik zie het al op mijn naamkaartje staan. (
lacht) Alleen wordt onzin in tijden van crisis geweerd, het gaat immers slecht met de wereld. Mochten er subsidies bestaan voor humor en onzin, ze werden meteen afgeschaft. Ik ­beschouw mijn werk dus als broodnodig en ga uit van het idee: als ik mij er goed bij voel, zullen ­anderen er misschien ook beter van worden.

“Nog een eigenschap: ik ben ongelooflijk ­empathisch. Als je dat in de winkel ziet liggen, denk je: empathie, ja, dat koop ik, dat is prachtig! Maar ik vind het toch ook vermoeiend, omdat ik me soms al te veel in de ander verplaats.”

BIO

 geboren op 25 november 1977 in Gent, groeide op in Aalst

• volgde kunsthumaniora 
in Brussel, acteerde bij jeugd­theater BRONKS

• studeerde film­regie aan Sint-Lukas (Gent) toen hij in 1997 tv-carrière begon als eerste Ketnet-wrapper

• vanaf 1999 presentator bij Studio Brussel, o.a.
Cuisine-X

• ging in 2000 voor Woestijnvis werken, presenteerde o.m.
De jaren stillekes, De Pappenheimers en Het beste moet nog komen

• won in 2007
De slimste mens ter wereld

• keerde in 2017 terug naar de VRT, momenteel te zien in
Van algemeen nut

• heeft samen met vriendin Katrien twee zonen, 
Lenni (6) en Flynn (4)  

3. Wat is uw passie?

“Mensen entertainen is mijn heroïne. Het geeft me bijna een orgasme.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Ik beschouw het leven zeker niet als een ­vergiftigd geschenk. Ik kan niet tegen mensen die zichzelf als het slachtoffer van het leven zien. Ik ben oprecht blij met het leven. En hoe ouder ik word, hoe meer.

“Ik heb het leven nooit als een zoektocht ervaren, tot het privé en professioneel fout liep. Toen moest ik wel in mezelf beginnen wroeten, maar ik ben daar snel mee gestopt omdat die zoektocht iets obsessiefs kreeg. Ik denk dat we moeten ­aanvaarden dat het leven ons gewoon overkomt. We moeten daar geen theorie achter zoeken. ­Zowel de beste als de slechtste dingen die mij zijn overkomen, zijn organisch gegroeid. Ik zie dat veel mensen zich verliezen in zelf­analyse en er niet meer uitgeraken. Ik opteer liever voor ­aanvaarding.”

5. Welke kleine alledaagse ­gebeurtenis kan u blij maken?

“Ontbijten met Katrien en de kinderen. Vroeger sloeg ik ’s ochtends de kranten open en werd ik triestig. Waarom kan ik niet wakker worden en staat er niet: ‘Het wordt vandaag een dag vol mogelijkheden’. Nee, het witte blad van de ochtend is al helemaal volgeklad. Ik check het nieuws nog wel, maar niet meer voor we ontbeten hebben. “We beginnen altijd met de vraag: waarover heb je gedroomd? Meestal zeggen ze: dat ben ik ­vergeten. Dat kan niet, zeg ik, en dan begin ik mijn eigen droom te vertellen. Waarop ze natuurlijk reageren en zo krijg je een gesprek. Dat dagelijkse ritueel maakt mij supergelukkig.

“Wat ik vannacht gedroomd heb? (lacht) Eerlijk? Dat is een heel verhaal. Gisterochtend word ik wakker, ik trek het rolgordijn op en wat zie ik? Er drijft een poes in onze vijver. Ik denk: oh my god, onze Toots! Die kat is bij ons komen wonen de dag dat Toots Thielemans heengegaan is. Hoe vertel ik dat aan de kinderen? Katten vallen toch nooit in het water? Ik haal ze eruit met een schop en terwijl ik ze naar het bos breng, zie ik de buurvrouw uit het raam kijken. Die dacht wellicht dat ik dat beest vermoord had, want die kat lag zo. (strekt zich stokstijf uit, hilariteit) Katrien stelde voor om vrienden in Spanje te vragen om een postkaart te sturen met kattenpootjes erop: ‘Toots is geëmigreerd.’ (lacht) Bon, vannacht heb ik dus gedroomd dat die kat vanuit het bos terugkeerde. En, what the fuck, vanochtend sta ik op en het eerste wat ik zie is Toots die langs het raam loopt! De kat in de vijver was dus niet de onze. Die droom heb ik natuurlijk niet aan de kinderen ­verteld. En ik ga ervan uit dat ze De Morgen nog niet lezen. Ze zijn 4 en 6.”

6. Wat is uw zwakte?

“Die twee eigenschappen waar ik het daarstraks over had. Het ‘papa, kijk dan toch’-syndroom. Grappig gevonden willen worden. Me te veel ­inleven, willen behagen en mezelf op de tweede plaats stellen.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Van iedereen die ik gekwetst heb. Vroeger ging ik kapot aan de gedachte dat ik iemand zou kunnen kwetsen en ging dat soms ten koste van mijn eigen geluk. Ik kon niet benoemen wat ik zelf wilde. Liever een schuld­gevoel dan op te komen voor mezelf. Dat heeft mij al dikwijls parten gespeeld, zowel in mijn relatie als in mijn werk. Intussen heb ik daarover leren communiceren en aanvaard ik dat ik niet altijd iedereen hoef te pleasen.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Dat mijn kinderen iets zou overkomen. Het ­moment dat je ouder wordt, word je kwetsbaar. Ik voelde me vroeger bij wijze van spreken ­onoverwinnelijk. Met de geboorte van mijn ­kinderen ontstonden er ineens ongelooflijk veel nieuwe angsten. Ik snap nu ook beter waarom mijn ouders soms zo bezorgd waren. Voor een stuk aanvaard ik mijn eigen eindigheid, maar tegelijkertijd wil ik er tot het laatste moment voor hen zijn. Weten dat je dat niet in de hand hebt, is zo afschuwelijk frustrerend. Ik ben onlangs met Lenni, mijn oudste zoon, een weekendje naar Amsterdam geweest. Dat was fenomenaal tof en intiem, maar tegelijk overviel me een soort angst: wat is hij toch klein en kwetsbaar. Dat kwam heel hard binnen.”

Steven Van Herreweghe: “Ik weet dat ik een bleek­scheet ben – op het strand lijk ik wel Reflector Man – maar ik vind dat niet erg meer.” Beeld Stefaan Temmerman

9. Wanneer hebt u het laatst ­gehuild?

“Toen ik onlangs een fragment zag uit Margriet, een talk­show uit de jaren 90, waarin Stef Bos een liedje zingt. An sich niets vreemds, alleen: zijn achter­grond­orkest bestaat uit Peter Van Den Begin en Marc Van Eeghem. Wat blijkt? Die waren samen de hele avond uit geweest en Stef had hen gevraagd: ik moet nog naar Margriet, kom mee. Dat fragment is zo ontroerend. Je ziet drie vrienden, twintigers, tijdens een zomer­nacht onnozel doen op een podium, terwijl het publiek van niets weet. Die twee spelen zo slecht gitaar en staan daar maar wat te dansen. Dan denk je: hoe fenomenaal mooi kan vriendschap toch zijn! Dat samenhorigheidsgevoel! Zoiets kun je niet plannen, en dat geldt voor alle beste momenten in het leven.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint ­gegaan?

“Niet. Ik ben een binnen­fretter. Ik ben jaloers op mensen die soms door het lint gaan. Ik heb het nog nooit meegemaakt, maar wel al gevoeld. Ik hou mijn woede in en zal ze morgen wel naar het containerpark brengen, dat idee. Ik maak niet graag een scène, omdat ik de gevolgen voorzie. Ruzie, conflict. Dat is stom, want mensen die eens goed roepen, trekken aan de alarm­bel en ze zijn er vanaf. Maar bon, ik heb wel al geleerd om stop te zeggen, en niet verder.”

11. Welk kunstwerk heeft u ­gevormd of heeft een blijvende indruk nagelaten?

“De shows van André van Duin (Nederlandse komiek, °1947, red.) vroeger op tv. Kolder, slapstick. Het doek is dicht, mensen zitten in de zaal, het doek gaat open en ineens beland je in een andere wereld. Hoe hij het publiek tot tranen toe deed ­lachen, vond ik indrukwekkend.”

12. Hebt u ooit een religieuze ­ervaring gehad?

“Ja, bij concerten, bij optredens. Ik interpreteer ­religie als een gevoel van verbondenheid, van ­samenhorigheid. Hoe indrukwekkend is het niet dat mensen, die zo verschillend zijn, die elkaar ­totaal niet kennen, die niets met elkaar te maken hebben, op een magisch moment toch hetzelfde kunnen voelen. Die lucifer van: fuck, we voelen ons verbonden, en dan nog door schoonheid, daar ben ik heel vatbaar voor.”

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Vol verwondering. (lacht) Als tiener was ik klein en mollig. Ik at super­graag taarten en cakes en bewoog veel te weinig. De meisjes zagen in mij hun beste vriend, want ik voelde veilig aan. Maar ik wilde helemaal niet veilig aanvoelen, ik wilde ­gevaarlijk zijn! Toen ik op 18 mijn scheut kreeg, ging een nieuwe wereld voor mij open. (lacht) Ik had heel lang in de verpakking gezeten, eindelijk kon ik eruit! Nu sport ik omdat ik niet weer wil verdikken. Ik zie mijn lichaam graag genoeg om me niet te  laten gaan, maar voor de rest ben ik er niet echt mee bezig. Ik weet dat ik een bleek­scheet ben – op het strand lijk ik wel Reflector Man – maar ik vind dat niet erg meer.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Hoe minder vrouwen hun best doen om ­aantrekkelijk te zijn, hoe aantrekkelijker ik ze vind. Hoe minder ze zich ervan bewust zijn hoe schoon en sexy ze zijn, hoe fenomenaler, vind ik. Ik knap af op vrouwen die er op Instagram als Kim ­Kardashian proberen uit te zien.

“Als ik zie hoe obsessief jonge meisjes van amper 13, 14 jaar op sociale media met hun uiterlijk bezig zijn, word ik afschuwelijk triestig.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

(lacht) “Wel, kijk. Euhm. Samen met Britney Spears en Rihanna, allebei ongeschminkt en in trainings­pak, naar The Naked Gun kijken en daarna samen in bad gaan. Dat is het schoonste cadeau dat mijn vrouw mij kan geven. (lacht)

“Wat ik zeer aantrekkelijk vind, zijn vrouwen die zich stierlijk vervelen. Het beeld van Rihanna die haar bed uit komt en stomverveeld de brievenbus opent en weer naar binnen gaat, daar word ik stekezot van. Dan denk ik: ik zal u godverdomme ne keer tonen wat er in de brievenbus zit vandaag! Nu ja, verder hoeft het niet te gaan, want mijn schoon­ouders lezen ook graag De Morgen. (lacht) Dit antwoord ga ik nog net kunnen verantwoorden. Ik moest iets zeggen hè, die twee journalisten bléven maar aandringen.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Geen idee. Een vogel, vanuit de oerdrang om te kunnen vliegen, maar die sterft zo snel.

(Fernand: “Als ik jou zie, denk ik aan een stok­staartje.”) Ah ja? (kijkt verwonderd) Dat vind ik tof. Een stok­staartje roept bij mij alertheid en verwondering op. Maar het is ook een beetje een beleefde smeerlap.” (lacht)

17. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Toen mijn ouders scheidden, ben ik bij mijn mama blijven wonen. Mijn vader zag ik om de twee weken in het weekend. Toen ik op mijn dertiende naar de toneelschool wilde, was hij tegen, maar mijn moeder heeft hem kunnen overtuigen. Elke dag trok ik van Aalst naar Brussel met de trein. Achteraf gezien vind ik het ­ongelooflijk dat ze dat hebben toegelaten. Dankzij mijn moeder ben ik vandaag wie ik ben.

“Het is niet dat mijn ouders in oorlog met elkaar leefden, maar ze zagen elkaar bijna nooit meer, wat ik naarmate ik ouder werd vreselijk ambetant vond. Op een bepaald moment – ik was al in de twintig– heb ik geweigerd om nog te kiezen met wie ik kerst zou vieren. Ik heb gezegd: kerst is bij mij en jullie zijn allebei welkom. Sindsdien vieren we alle familiemomenten weer samen, waar we allemaal heel blij om zijn. Ik vind het heel ­ontroerend om te zien dat mijn ouders nog altijd kunnen babbelen en lachen over de tijd toen ze nog een koppel waren. Ik vind dat ongelooflijk deugddoend, niet alleen voor mezelf maar ook voor mijn kinderen. Op die manier hebben ze een referentiekader.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Liefde is het hoogste wat er bestaat. Het begin van alles. Het leven is het product van liefde. Liefde is het bloed dat door de wereld stroomt. Als je ruzie hebt en de ander zegt: ik zie je graag, dan smelt je, hè.”

19. Bent u een goede vriend?

“In theorie: de beste die je je kunt inbeelden, want ik wil dat iedereen in mijn omgeving het goed heeft. Maar door het drukke leven dat ik leid, schiet ik soms tekort. Ik aanvaard dan ook dat ik een goede vriend soms maar twee keer per jaar kan zien.

“Ik heb een aantal beste vrienden. Aan elke fase in mijn leven heb ik telkens wel iemand over­gehouden met wie ik een intieme vriendschap heb opgebouwd. Dat vind ik een grote rijkdom.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Liefst van al zou ik het niet willen weten, in mijn slaap dus, en als ik het toch zou weten, omringd door ieder die me lief is. 

“Mocht ik morgen moeten sterven, ik zou het kunnen aanvaarden. Ik heb een goed leven gehad. Het enige wat ik een hartverscheurende gedachte vind, is dat ik Katrien en de kinderen zou moeten achterlaten. Ik moet altijd denken aan wat Sabine Hagedoren vertelde over haar man. ‘Onze ­kinderen gaan zich mij nooit herinneren’, zei hij voor hij stierf. Dat is verschrikkelijk.

“Wat ik zou willen als laatste avondmaal? Pensen met appelmoes en gebakken patatjes. Dat doet mij terugdenken aan de zondag­avonden uit mijn kindertijd. Een ritueel dat ik ben blijven in stand houden en het schone is dat het nu ook het ­lievelingsgerecht van mijn kinderen is. In Aalst is er trouwens een beenhouwer die de beste trippen ter wereld maakt. En als dessert: smoutebollen uit Aalst, fenomenaal lekker.”

Steven Van Herreweghe: “Ik vind het fenomenaal dat ik betaald word om onzin te brengen.” Beeld Stefaan Temmerman

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Als er niet gelachen kan worden. Als er geen ruimte is voor relativering, word ik ­claustrofobisch.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Nee, maar ik snap het mechanisme van racisme wel. Ik kom uit Aalst, vroeger een rijke textiel­stad met heel veel industriëlen, een gegoede bourgeoisie en een grote arbeidersklasse. In de jaren 50 raakte de textiel­industrie in het slop en sloten de fabrieken. De generatie van mijn groot­ouders kreeg heel hard te kampen met werkloosheid. Toen de eerste migratiegolf aankwam, Turken, ­Italianen, Marokkanen, was de reactie: ‘Die komen ons werk afpakken’. Van oudere mensen kan ik die reflex vanuit historisch oogpunt enigszins ­begrijpen, van jongeren níét.

“Het college waar mijn kinderen op school zitten, is indrukwekkend gekleurd. Twaalf nationaliteiten in één klas, dat is gewoon een dwars­doorsnede van de bevolking. Die kinderen maken daar nul punt van. Soms zeggen ze: ik wil ook Arabisch kunnen spreken. Prachtig toch! Die vermenging voltrekt zich op een organische manier. Ik versta dus niet dat je als jongere racistisch kunt zijn.”

23. Wat betekent geld voor u?

“Een zeer handig middel om goed mee te kunnen draaien in deze wereld.

“In verhouding tot de gemiddelde mens verdien ik goed mijn brood, maar ik werk, denk ik, ook ­dubbel zo hard. Ik vind het eigenlijk fenomenaal dat ik betaald word om onzin te brengen.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Agadir. Ik had hard gewerkt en dacht: whoa, ik moet dringend een weekje weg. Ik kende vaag  iemand met een reisbureau in Leuven en die zei: ik regel u iets tofs. Toch niet te toeristisch, vroeg ik? Gene stress, zei hij! Bon, hij zet mij op een ­vlieger, ik kom daar aan, stap in een bus, in de veronderstelling dat iedereen aan zijn hotel wordt gedropt, ik aan een klein tof hotelletje, maar nee: heel die bus gaat naar datzelfde hotel! Allemaal Vlamingen! Een all-in­hotel zoals ze alleen maar bestaan in stripverhalen. Met één groot terras met animatie van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Ik wilde een boek lezen, maar moest de hele tijd mensen afwimpelen: nee, sorry jongens, ik ga niet mee­doen.

“Er was een lokale Marokkaanse charme­zanger die nineties-ballads bracht. ‘Wind of Change’ van The Scorpions werd ‘Wizz of Chaze’. Er was een Duitse jongen die duidelijk gewrongen zat met zijn geaardheid en hoopte dat het die vakantie eindelijk zou gebeuren. Iedere dag kwam hij rond mij draaien: (met verwijfd Duits accent)You want to do something funny together?’ Mijn kamer zat vol met kakkerlakken. Het buffet was afschuwelijk. Ik probeerde zo vroeg of zo laat mogelijk te gaan eten om toch maar alleen te zijn. Maar iedere avond had ik hetzelfde koppel aan mijn been. Ze stonden mij zelfs op te wachten. ‘Ier sè, onze Steven!’

“Ik voelde mij daar zo eenzaam. Ik was zo blij dat die bus weer vertrok. Maar dankzij die reis heb ik op deze vraag toch een deftig antwoord kunnen geven.” (lacht)

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

“Al die gif­spuiers online en de bedenkers van die platformen. Oké, je hebt het recht op vrije menings­uiting, maar wat zijn we met al dat zuur? Wat leren we daaruit? Hoe inspireert het ons? Dat zuigt gewoon alle energie weg. Waarom denkt niemand na over hoe we die online­kanalen beter kunnen organiseren? Moet het echt helemaal uit de hand lopen?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234