Donderdag 22/08/2019

Interview Vragen van Proust

Steven Laureys: ‘Vakantie is soms een vergiftigd geschenk’

Steven Laureys. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: neuroloog Steven Laureys (50). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben 50 en denk dat je van elke fase in het leven kan genieten. Ik heb er geen probleem mee om 50 te zijn. Naast drie grote tieners heb ik een jonge zoon van bijna twee. En mijn echtgenote is zwanger, bij deze is ook De Morgen lezend Vlaanderen op de hoogte. (lacht) Ik leid nu een tweede leven voor de prijs van één, wat maakt dat ik wel jong en gezond moet blijven. Vandaar mijn geblesseerde achilles­pees. Binnenkort ga ik met de oudste zoon van 18 de marathon van New York lopen.

“Ook als onderzoeker is het belangrijk het kind in jezelf te bewaren. De gave om met verwondering naar de wereld te kijken.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Als onderzoeker stel ik voortdurend dingen in vraag. Maar ook privé. Mijn vrouw noemt mij een twijfelaar. (lacht) Net zoals mijn moeder ben ik rebels en net zoals mijn vader lach ik graag. Ik vind dat je optimistisch in het leven moet staan en dat je geen excuus hebt om nors of arrogant of respectloos te zijn. Mijn motto is: L’Optimisme est un devoir moral! (‘Optimisme is een morele plicht’, naar een uitspraak van Karl Popper, Oostenrijks wetenschapsfilosoof, 1902-1994, red.)”

Neuroloog Steven Laureys: ‘Alles reduceren tot wetenschap kan arrogant zijn.’ Beeld Stefaan Temmerman

3. Wat is uw passie?

“Mijn werk, hè. Fantastisch toch, dat je dat kunt zeggen! Maar ook wel gevaarlijk, omdat je het risico loopt dat je nooit stopt. Mijn kinderen zeggen vaak: ‘Papa est sur la lune.’ (lachje) Ik denk dat ik de mooiste job ter wereld heb. Als arts, zorgverlener, wetenschappelijk onderzoeker met een ongelooflijk tof team. En ja, daar kruipt dan wel veel tijd in, als je je werk met passie doet. Gelukkig roepen mijn vrouw en kinderen mij nu en dan tot de orde. Als ze mijn zoon vragen wat hij later wil doen, antwoordt hij: ‘Ik wil gelukkig worden.’ Hij heeft het dus helemaal begrepen. (lacht)

“Als boerenzoon heb ik ook altijd geprobeerd om mijn kennis op een simpele, maar niet simplistische manier over te brengen. Aan patiënten, aan studenten, maar ook aan de media. Traumatische hersenletsels vormen de belangrijkste oorzaak van ernstige handicaps bij jongvolwassenen in België, maar daar is heel weinig aandacht voor. Daarom vind ik het ook een beetje mijn missie om daar verandering in te brengen.”

Wie is Steven Laureys?

* Belgisch neuroloog
* geboren op 24 december 1968 in Leuven
* studeerde geneeskunde aan de VUB
* sinds 2007 verbonden aan de Universiteit van Luik
* staat aan het hoofd van de Coma Science Group van het GIGA Consciousness Onderzoeks­centrum
* ontving diverse onderscheidingen, waaronder de wetenschappelijke Francqui­prijs
* schreef The Boundaries of Consciousness (2006), The Neurology of Consciousness (2009) en Het no-nonsense meditatie­boek (2019)  

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Als je patiënten ziet in coma, besef je maar al te goed dat het leven een cadeau is. Het kan zo afgelopen zijn. Jammer genoeg appreciëren we het leven pas als er iets fout gaat. Carpe diem. We zeggen het misschien vaak, maar leven het te weinig na.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik vind dit een mooie vraag omdat ik ervan overtuigd ben dat we de kleine dingen in het leven meer moeten appreciëren. We doen graag avontuurlijke dingen zoals bungeejumpen of maken graag exotische reizen, maar eigenlijk schuilt het geluk in een klein hoekje. De weg die je aflegt, je hele levens-‘wandel’, is belangrijker dan de bestemming. Pas achteraf denk je een rode draad te zien. Maar zoals Steve Jobs zei: ‘You simply connect the dots’. Net als hij geloof ik niet in een grote voorbestemming.

“Studies tonen trouwens aan dat mensen die het in hun leven gemaakt hebben, niet meer doorzettingsvermogen hadden of slimmer waren dan de rest, maar gewoon meer geluk hebben gehad. Ik denk dat het goed is te beseffen dat je een flinke dosis geluk moet hebben. Het heeft geen zin om al te veel te piekeren over het verleden, want dat verander je toch niet. Het heeft evenmin zin om je permanent zorgen te maken over de toekomst, want die draait vaak helemaal anders uit. Het is waardevoller om meer in het hier en nu te leven. En om te aanvaarden en tevreden te zijn met wat je niet kan veranderen. We zijn vaak te streng voor onszelf. Doe wat je kan.

“Zo is er het inspirerende verhaal uit de Chinese traditie van de boer en zijn paard. (Op een dag loopt het dier weg. De dorps­genoten beklagen de boer, tot het paard terugkeert samen met twaalf andere paarden. Het ongeluk wordt een geluk. Tot een van de paarden de zoon van de boer een stamp geeft, waardoor zijn beide benen breken. Het geluk wordt een ongeluk. Tot de jongens uit het dorp moeten gaan vechten in de oorlog en de gewonde boerenzoon van alle onheil gespaard blijft. Het ongeluk wordt weer een geluk. Enzovoort, red.) Een ongeluk kan een geluk blijken en omgekeerd. Het hangt er soms van af wat eruit voortvloeit en hoe je het zelf invult.”

‘Ik ben heel bang voor een toekomst waarin robots de menselijke taken volledig overnemen.’ Beeld Stefaan Temmerman

6. Wat is uw zwakte?

“Ik heb er veel. En opnieuw, wat is een zwakte? Een zwakte kan ook een sterkte zijn. Soms ben ik lui. Soms heb ik te weinig moed. Soms ben ik niet eerlijk omdat ik wil pleasen. Soms ben ik ongeduldig. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Een journalist vroeg mij onlangs: ‘Wat zou je als tiener anders gedaan hebben met de wetenschap die je nu hebt?’ Wat voor mij geen zinvolle vraag is, want als tiener moet je gewoon tiener kunnen zijn en domme dingen doen net omdát je nog onwetend bent. ‘Wat als’ is vaak een zinloze veronderstelling. Wel heb ik lang met een schuldgevoel geworsteld omdat ik niet aanwezig was toen mijn vader stierf. Maar goed, hij is dood, dat kan ik nooit meer rechtzetten. Ook over mijn eerste huwelijk dat stukgelopen is, heb ik lang gepiekerd, vooral om de kinderen. Maar opnieuw: was het een geluk of een ongeluk? Want nu heb ik een fantastisch gezin.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Ik probeer niet veel angsten te hebben. Ik ben ook niet bang om dood te gaan.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Dat moet zeker op het vliegtuig geweest zijn. Ik reis vaak en kijk dan graag naar emotionele films, waardoor ik me volledig laat meeslepen. Ik merk dat ik het moeilijker vind om ver weg van mijn gezin te zijn.

“In mijn rol als arts huil ik nooit. Ik zie natuurlijk veel verdriet bij patiënten en hun familieleden, maar niemand heeft er wat aan als ik wat zit mee te huilen. In die omstandigheden hebben mensen een zorgverlener nodig, iemand die met compassie meeluistert.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Vroeger kon ik mijn emoties echt laten oplaaien, in de zin dat een klein vlammetje soms in een ware bosbrand ontaardde. Maar dankzij meditatie heb ik een aantal technieken geleerd om de situatie te observeren en mijn gevoelens onder controle te houden. Ik beweer niet dat ik daar altijd in slaag, maar denk toch dat ik al een zekere vooruitgang geboekt heb.”

Steven Laureys: ‘Ik vind dat je optimistisch in het leven moet staan en geen excuus hebt om nors of arrogant of respectloos te zijn.’ Beeld Tine Schoemaker

11. Welk kunstwerk heeft een blijvende indruk op u nagelaten?

“Een van mijn grote frustraties is dat ik zelf geen muziek kan spelen. Jacques Brel zegt wel dat er geen talenten zijn, maar toch is het mij nooit gelukt. Muziek kan emotioneel diep raken, dat zien we ook bij patiënten na coma of met dementie.

“‘Why Worry’ van Dire Straits is een van mijn favoriete nummers die ik vaak opzet. ‘There should be laughter after pain / There should be sunshine after rain / These things have always been the same / So why worry now’ vind ik een mooie wijsheid.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik had nooit gedacht dat ik ooit zoiets zou zeggen, maar er is natuurlijk ook iets wat aan de wetenschap ontsnapt. Ik ben christelijk opgevoed, en heb echt geloofd en gebeden, maar naarmate je kritisch begint na te denken is het toch heel dogmatisch om te stellen dat God en de Kerk de verklaring hebben voor alles. Ik ben dan heel bewust atheïst geworden, maar nu merk ik opnieuw dat er op veel grote vragen geen antwoorden zijn. Als je niet meer gelooft, als je niet meer bidt, hoe vul je die hiaten dan in?

“Als je alles reduceert tot meten en wetenschap, dreig je ook je verwondering te verliezen. De uitdaging voor de moderne mens is, denk ik, om het mysterie weer een plaats te geven. Alles reduceren tot wetenschap kan arrogant zijn. Van nature zijn we fantastische wetenschappertjes die nieuwsgierig naar de wereld kijken en dingen uitproberen en willen verklaren, tegelijk is het een uitdaging om af en toe eens nederig en vol verwondering naar de natuur en de sterrenhemel te kijken en connectie te zoeken met ons diepere zelf.”

Steven Laureys: ‘Ik ben heel bewust atheïst geworden, maar nu merk ik opnieuw dat er op veel grote vragen geen antwoorden zijn.’ Beeld Tine Schoemaker

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Vrij ongecomplexeerd. Als arts beschouw ik mijn lichaam als een biologische realiteit. Ik ben dankbaar dat het nog functioneert en probeer op mijn slaap te letten, te bewegen, gezond te eten en niet te veel te stressen.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Dat is persoonlijk. Een perfecte 3D-print van het brein? Neen, neen! Ik heb een heel mooie vrouw die ik heel erotisch vind. En voor de rest...” (lacht)

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Die zal ik niet met jullie delen.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Dat is een heel moeilijke vraag. Ik ben blij dat ik een mens­dier ben. We hebben geen benul wat het betekent om een dolfijn of een vlinder of een hond te zijn. Een kat heeft een kattenbewustzijn en een mug een muggenbewustzijn, maar dat is anders dan het onze. We bekijken dat te vaak vanuit onze eigen egocentrische en antropocentrische invals­hoek. Evolutionair en atomisch zijn we allemaal met elkaar verwant. Maar wij hebben natuurlijk wel dat sterk ontwikkelde zelfbewustzijn, waar we ongelooflijke dingen mee kunnen doen, zoals wetenschap beoefenen. Dat is natuurlijk weer een geluk en een ongeluk tegelijk. Die hogere functies zijn een cadeau, maar zorgen er ook voor dat we kunnen piekeren of ons angstig, verdrietig of depressief kunnen voelen.”

17. Hoe was de band met uw ouders?

“Ik ben opgegroeid in Hoeilaart, dat groene dorpje aan het Zoniën­woud, als brave Vlaamse boerenzoon. Mijn vader was druiven­teler, serrist, landbouwer dus, net zoals zijn voorouders tot twaalf generaties terug.

“Mijn vader was geen intellectueel. Hij was maar tot zijn dertiende naar school geweest, wat niet wegnam dat hij een heel verstandige man was. Mijn moeder wilde graag studeren, maar dat mocht toen niet. Ze had een kinderwinkeltje, Boetiek Steven. De levens­les die ik van mijn ouders meegekregen heb, is dat je niet te veel moet vragen en zagen. Gewoon doen.

“Bij mijn geboorte heeft mijn moeder een bijna-dood­ervaring gehad, waardoor het lang geduurd heeft voor er een tweede kindje kwam. Elf jaar later werd mijn broer geboren. Omdat mijn ouders altijd aan het werk waren, was ik een soort mini­papa voor hem. Ik ging zelfs in hun plaats naar de oudercontacten. Voor mijn broer is die relatie niet altijd eenvoudig geweest.

“Eigen aan zelfstandig zijn is dat je het zelf moet doen. Initiatief nemen is echt wel belangrijk. Ook in mijn studies was dat het geval. Ik had een beurs, mijn ouders gaven mij alle vrijheid, maar dubbelen kon niet, dan was het gedaan.

“Mijn vader leefde heel zuinig. Hij zou genieten van zijn pensioen, maar dat is er nooit van gekomen omdat hij aan een zware kanker overleden is. De les die ik daaruit geleerd heb is: geluk moet je niet voor je uit schuiven, je weet niet wat morgen brengt.”

‘Als ze mijn zoon vragen wat hij later wil doen, antwoordt hij: ‘Ik wil gelukkig worden.’ Hij heeft het dus helemaal begrepen.’ Beeld Tine Schoemaker

18. Bent u een goede vriend?

“Dat moet je mijn vrienden vragen. Onlangs heb ik een reünie­feestje gemist. Dat is wel een prijs die ik heb moeten betalen toen ik van Vlaams-Brabant naar Luik verhuisd ben. Mijn beste vriend woonde recht tegenover het huis waar ik opgegroeid ben. Wij stapten gewoon bij elkaar binnen. Dat mis ik wel. Je legt niet zomaar honderd kilometer af om een avondje samen te komen. Wat ik wel merk, is dat ik veel Vlaamse muziek opzet. Misschien omdat ik hier zo weinig Nederlands hoor. Maar goed, ik denk niet dat Luik het eindpunt zal zijn. We zullen wellicht ooit elders opnieuw beginnen. En daar zullen dan weer nieuwe vrienden bij horen.”

19. Hoe definieert u liefde?

“Ik denk dat het Einstein was die zei: liefde zullen we nooit kunnen verklaren. Ik denk dat het erg moeilijk is om woorden te plakken op iets wat een ervaring is. Liefde is een gevoel dat je met je hele zijn beleeft en met een ander wezen deelt. Liefde kan je niet in een formule gooien. Liefde is méér dan oxytocines (geluks­hormoon, red.) die vrijkomen. Dat is de grote uitdaging waar de wetenschap nu voor staat: om een brug te slaan tussen het empirisch meetbare en het gevoels­matig immateriële.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Ik wil het eigenlijk niet weten. Ik denk dat doodgaan een ervaring is die we niet noodzakelijk moeten willen controleren. Sterven is net als geboren worden. Ik ben er niet bang voor.

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Mijn vrouw is een fantastische kokkin, ik vertrouw erop dat ze iets lekkers klaar zal maken. Zonder alcohol, want ik wil zo lucide mogelijk blijven. Met wat druiven van Hoeilaart achteraf. Die kun je met heel veel mindfulness degusteren. En omringd door de mensen van wie ik hou, natuurlijk. Familie, vrienden. Dat ze er maar een goed feest van maken. De wereld draait door. Ik heb er geen probleem mee dat ik maar een stofje in het universum ben. En ik ben heel blij en trots dat ik inspirerende kinderen heb, van wie ik veel geleerd heb. Ondanks de grote uitdagingen waar zij voor staan – want ondertussen gaat onze planeet om zeep – heb ik er het volste vertrouwen in dat zij het goed gaan doen.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Machtsmisbruik, bureaucratie, dehumanisering. Ik ben heel bang voor een toekomst waarin robots de menselijke taken volledig overnemen. Zoals in Japan, waar robots al ingezet worden om bejaarden in tehuizen te vermaken. Dat vind ik intriest.”

22. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Ja. Iedereen is bang voor wat anders is.

“Ik heb mijn stage gedaan in Zuid-Afrika, toen Mandela net was vrijgelaten. Ik zat in Tijgerberg, in een ziekenhuis met een zwarte en een blanke vleugel. De dokters waren allemaal blank. En hoewel ze ervan overtuigd waren dat racisme verwerpelijk was, hadden ze het in het dagelijkse leven toch moeilijk om naast een zwarte te staan plassen of met zwarten te zwemmen. En ja, natuurlijk heb ik daar toen ook weleens racistische reflexen gehad. Het is heel verleidelijk om ongenuanceerd een oordeel te vellen over de ander. We oordelen en veroordelen permanent. Maar door meditatie heb ik geleerd om daar meer vat op te krijgen.

“Om even naar het succes van Vlaams Belang te verwijzen: ik denk dat het cordon sanitaire niet noodzakelijk de beste oplossing is. Dé vraag is namelijk: waarom stemmen zo veel mensen op die partij? Doen alsof Vlaams Belang niet bestaat, is eigenlijk een kaakslag voor al die kiezers. Ik geloof veel meer in zoeken naar oorzaken en dialoog. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we allemaal mee verantwoordelijk zijn voor de opkomst van extreem­rechts in Europa. Dat taboe moeten we durven te bespreken.”

23. Wat betekent geld voor u?

“We moeten daar niet flauw over doen. Ik heb een salaris en geef dat niet helemaal weg, dus geld is belangrijk. Als staats­ambtenaar heb ik een correct loon, maar ik denk wel twee keer na voor ik het uitgeef. Mijn vader zei altijd: ‘Die zuur­verdiende centen, gebruik ze goed.’ Ik heb nu bijvoorbeeld voor het eerst in mijn leven een gloednieuwe wagen gekocht.

“Mijn vrienden in de privé strijken veelvouden op van wat ik verdien, maar ik heb de ongelooflijke luxe om in alle vrijheid te werken, om zelf te beslissen waar ik mijn energie in stop. Niemand zegt mij wat ik moet doen. In de farmaceutische industrie zou dat helemaal anders zijn. Zolang ik niet met geld bezig hoef te zijn, loop ik niet in de valstrik om altijd maar meer en meer te willen. Voor mij is dat de echte rijkdom.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Je kan in een paradijselijk oord zitten en toch ruzie maken. Soms is een vakantie een vergiftigd geschenk. Want dan móét ineens iedereen gelukkig zijn. Net zoals Nieuwjaar, Kerstmis, verjaardagen en Valentijn zijn vakanties dé momenten waarop de meeste hospitalisaties, opnames in de psychiatrie, zelfmoorden en noem maar op gebeuren. Hoe hoger de verwachtingen, hoe dieper de ontgoocheling kan zijn. 

“De slechtste vakantieherinneringen zijn van die situaties waarin je je om een of andere dwaze reden druk maakt en de emoties escaleren. Achteraf denk je dan: hoe was het mogelijk?”

25. Wie zou u eens uw gedacht willen zeggen?

“Mensen die hun macht misbruiken, op welk niveau ook. Of het nu politici, werkgevers, leerkrachten of ouders zijn. Ze zijn de oorzaak van zoveel angsten, burn-outs en depressies waaronder te velen gebukt gaan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden