Vrijdag 18/10/2019

Interview

Stephan Vanfleteren: "Ik heb opnieuw ontzag voor de natuur gekregen"

Beeld Thomas Sweertvaegher

Gedurende een jaar reisde Stephan Vanfleteren de wereld rond om surfers te fotograferen. Wereldkampioenen, maar ook minder rijke jongens die het met een stukje wrakhout moeten doen. "Na Surf Tribe heb ik beseft dat er nog een mooier beroep is dan fotograaf, en dat is surfer."

Wat vraag je eerst als je aan zee bent met een fotograaf? Of het licht goed zit vanmiddag. Nee, zegt hij. Veel te hard. “Maar terwijl ik daar vroeger ronduit ongelukkig over kon zijn, zeg ik nu: het licht is slecht, maar ik ben wel blij dat de zon schijnt.”

Het is een van die ijskoude dagen op het einde van februari. Zijn idee was eerst om samen te gaan peddelen, want het zou veel duidelijk maken over zijn nieuwste project. Tot niet geringe opluchting van de interviewer is dat plan niet doorgegaan. En dus zitten we nu hier, in brasserie Bristol in Knokke, met een heerlijk stuk vis en zicht op zee. Aan de muur achter onze tafel hangt, groot en ingekaderd, een foto van een kleine golving in de zee. De foto is van hem.

Stephan Vanfleteren is opgegroeid in Oostduinkerke, maar hem een kind van de zee noemen, klopt niet helemaal. “Ik bracht meer tijd in de duinen door dan aan het strand. Toen ik twaalf was, ging ik er al urenlang wandelen met de hond. Maar de zee is er wel altijd geweest. In de ­hectiek van mijn werk is ze een groot rustpunt. De horizon is een belangrijke lijn in mijn leven geworden. Altijd moet ik die opzoeken.”

Heeft die lijn ook niet de eeuwige aantrekkingskracht van ernaartoe willen gaan om te kijken wat erachter ligt?

“Als ik op het strand sta, voel ik me de buurman van iemand uit Dover, Dakar, New York of Montevideo. Omdat die plekken ineens zo bereikbaar lijken te zijn: gewoon de zee oversteken en je bent er. Dat heb ik veel minder als ik in de bergen ben. Die zijn ook prachtig, maar ik ervaar ze toch eerder als een obstakel waar je over moet, voor je weer ver kunt kijken. In het oerwoud voel ik me helemaal ingesloten. Je ziet er de zon zelfs niet ondergaan.

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Aan zee voel je ook veel meer dat je op een bol woont. Omdat je ze ziet veranderen onder invloed van de maan, de wolken en de zon. Het doet je beseffen hoe klein je eigenlijk maar bent. Hier kom je tot een juistere proportie van wie of wat we zijn. Veel meer dan in de stad. Daar denken we dat alles rond de mens draait, rond ons eigen individu. Zelfs dat heb je niet als je op het strand staat en tot in de oneindigheid kunt kijken. Dat is waarom surfers zulke fascinerende mensen zijn. Zij vormen het verlengde van de zee.”

Diepe geesten

Op vraag van het Cultuurcentrum van Knokke-Heist trok Vanfleteren de wereld rond om surfers te fotograferen. Hij reisde naar de kusten van Hawaï, Bali, Sri Lanka, Australië, Nieuw-Zeeland, Californië en het Afrikaanse São Tomé and Príncipe (de zogenaamde Chocolate Islands), maar ook gewoon naar België en Frankrijk.

Blonde jongens, makkelijke meisjes, lelijke zwemshorts en slechte cocktails, dat is het oppervlakkige imago waar surfen vaak mee te kampen heeft, zeg ik aan Vanfleteren. Klopt niets van, zegt hij. “Van alle sporters vind ik surfers net de meest diepe geesten. Het is een erg pure sport. Een mens die enkel met een plank de golven trotseert en de kracht van het water kanaliseert, meer is het niet. Het begint met een golf die ergens ver weg ontstaan is, groter wordt, en op het moment dat ze aan land komt een heel mooie beweging maakt waardoor de surfer erop kan rijden. Een heel mooie gedachte, vind ik. Dat is die bescheiden plaats van de mens waar ik het daarnet over had, omdat hij slechts betrokken is bij het laatste stukje van iets dat heel lang onderweg geweest is in de natuur. Er is trouwens geen enkele sport waar de gevaren van de natuur zo groot zijn. Er zijn niet enkel gevaarlijke golven, er zijn ook haaien.”

Maar Surf Tribe is geen boek over topsurfers, zegt Vanfleteren. “Het is een boek over de mens. Over de mens die een connectie maakt met de natuur, de zee, zichzelf.”

Verwacht dus geen foto’s van beachclubs of spectaculaire surfersacties. Surf Tribe is een collectie van 330 zwart-witportretten van allerlei soorten surfers. Professionele wereldkampioenen en talenten (zoals Kelly Slater, Laird Hamilton, John John Florence, Gerry Lopez of de Belgische 15-jarige Dean Vandewalle), maar ook jongens uit São Tomé die het moeten doen met een stuk wrakhout, hobbyisten, of oude surficonen die soms een been of oog zijn kwijtgeraakt door wat ze heel hun leven het liefst hebben gedaan. Jong, oud, blank, zwart, man, vrouw, arm, rijk: wat ze gemeen hebben is een plank, de liefde voor de golven en de ­schittering in hun ogen.

Surfen doet je veel over het leven leren, schrijft surf­legende Gerry Lopez in het voorwoord van Vanfleteren zijn boek. Dat is juist, zegt de fotograaf. “Het verschil tussen extreem geluk en totale mislukking kan soms maar vijf ­centimeter zijn. De grens tussen uit een tube komen met een euforisch gevoel of crashen op de koraalriffen is soms heel dun. Zo is het leven ook.”

Tijdens Atlantic Wall, een van Vanfleterens vorige projecten waarvoor hij oorlogsbunkers langs de kustlijn fotografeerde, werd hij zelf eens door een golf meegesleurd. Het scheelde toen niet veel. Voor duizenden euro’s materiaal was hij kwijt, maar toen hij drijfnat in de spiegel keek van het kamertje dat hij boven een Engelse pub huurde, kon hij alleen maar denken: ik heb het overleefd, ik ben gelukkig.

Beeld RV/Stephan Vanfleteren

Is dit project ook een ode aan de levensvreugde?

(knikt) “Ik dacht altijd dat fotograaf het mooiste beroep ter wereld is. (glimlacht) Naast muzikant en filmacteur misschien. Maar na Surf Tribe heb ik beseft dat er nog een mooier beroep is, en dat is surfer. Surfers beseffen dat ook. Ik ben geen enkele ongelukkige surfer tegengekomen. De minst gelukkige was een man die te oud was om nog op een plank te staan. Maar hij ging gewoon surfen met zijn ­vissersbootje. Om toch nog dat gevoel te krijgen van een energie die je plots optilt en je een enorme beweging geeft. Tachtig jaar was die man.”

Je hebt de surfers niet in volle actie gefotografeerd, maar gekozen voor portretten. Waarom?

“Er zijn mensen die hun leven hebben gewijd aan het ­fotograferen van surfers op de golven en er prachtige ­beelden van hebben gemaakt. Daarin zou ik het verschil niet kunnen maken. Het is een ongelooflijke ervaring om op een strand te staan dat de dag voordien nog leeg was en plots een andere wereld wordt omdat de weercondities meezitten en de zee er aan het beuken is. Ik krijg er nog ­kippenvel van als ik eraan denk. Maar je hoeft niet alles te fotograferen wat je bijzonder vindt. Soms is het even mooi om enkel de herinnering te houden.

“Dat is iets wat ik door de jaren heen geleerd heb. Door het te fotograferen, ben je het soms zelfs kwijt. Ik heb ­bijvoorbeeld geen enkele selfie met een surfer genomen. Voor mij zou dat de magie van de ontmoeting verbroken hebben. Heel zelden heb ik de actie wel eens gefotografeerd, maar nooit als ik daardoor een portret moest missen. Want portretten waren de prioriteit van dit project. Het zijn er dan ook 2.500 geworden.

(denkt na) “Misschien is dat iets wat ik goed kan: keuzes maken. Als ik iets doe, ben ik daar passioneel, obsessioneel zelfs mee bezig. Dat is mijn sterkte. Misschien ook mijn ondergang. Want het zuigt heel veel energie op.

(denkt opnieuw na) “Voor de eerste keer in mijn leven heb ik ook ingezien dat ik niet meer zoals vroeger alle keuzes heb. Ik kan zelf een beetje surfen, maar ben er absoluut niet goed in. Als ik nu plots zou beslissen om mij helemaal op het surfen te gooien, zou ik zelfs na vijf jaar keihard ­trainen nooit de dingen kunnen doen die 16-jarigen wel kunnen. Dat is een groot en nieuw besef geweest.

“Toen ik halfweg de twintig was, liep ik hele dagen door de stad om te fotograferen. Twaalf uur aan een stuk. Dat kan ik nu niet meer. Je ogen worden slechter, je knieën doen pijn, je nek ook.”

Heb je daar iets voor in de plaats gekregen?

“Inzicht. In hoe je ook anders kunt werken. Efficiënter, eigenlijk, en dus beter. Je hoeft niet elke golf te nemen, je wacht gewoon op de beste golf en die probeer je met al je kennis en ervaring af te surfen. Het feit dat je sommige ­dingen zelf niet meer kunt, zorgt er ook voor dat je het beter ziet bij mensen die het wel kunnen.”

Wat kunnen wij als kijker zien in het portret van een andere mens?

“Nu ga je naar de essentie van wat een portret kan of moet zijn. En dat weet ik niet. (glimlacht) Hoe gepassioneerd ik ook ben door portretfotografie, ik vrees dat het voor mij ook een mysterie blijft waarom een portret gelukt is of net niet.

“Je hoort wel eens dat een portret moet tonen wie de persoon is. Maar weten we zelf wel wie we zijn? Ik denk dat er vele mensen in ons lichaam huizen. Het hangt er maar van af in welke fase van je leven je je op dat moment bevindt.

“Men zegt me vaak: jij zit dicht bij de ziel van de mens die je fotografeert. Ik probeer daar inderdaad dichtbij te komen, maar uiteindelijk moet ik het enkel doen met ­carrosserie: met vlees, twee ogen en wat haar op het hoofd. Echt in het hart kijken, kan ik niet.”

Beeld RV/Stephan Vanfleteren

Het is dus ook een kwestie van wat de kijker wil zien.

“En van wat de fotograaf kan geven aan die kijker. Een goeie portretfotograaf geeft je het gevoel dat je in een theaterzaal zit: je hebt een goed zitje, het licht is mooi, de acteur is ­vlakbij, en dus lijkt het alsof je heel dicht bij hem kunt komen. Fotografie is net als toneel trouwens een vorm van escapisme, van verdwalen in een verhaal. Ze gaan ook ­allebei niet over waarheid, maar over waarachtigheid.

“Tijdens Surf Tribe heb ik me ook vaak een beeldhouwer gevoeld: ik vroeg hen het hoofd wat meer naar links of rechts te draaien of de schouder wat naar boven of beneden te halen. Het was alsof ik kon schaven en kloppen aan de mensen, en ook dat is portretfotografie.”

Vanfleteren heeft voor dit project altijd daglicht gebruikt. Hij fotografeerde de surfers in de schaduw, kunstlicht kwam er nooit aan te pas. En niet alleen omdat hij het niet zag zitten om met lampen te zeulen op het strand. “Met kunstlicht kun je veel meer manipuleren. Het geeft je de mogelijkheid om met volledige schaduwpartijen te werken, om de ogen te verduisteren of die net veel lichter te maken. Daglicht is voor iedereen gelijk, of je nu een topsurfer in Californië bent of een 12-jarige free surfer in Afrika.

“Het is een klassiekere vorm van fotograferen, maar ik merk dat ik daar meer en meer naar streef. Terwijl ik vroeger meer ingrepen deed met kunstlicht, begin ik het interessanter te vinden om te werken met neutraal licht en dan iets te laten gebeuren dat eigenlijk subtieler en moeilijker is. Vergelijk het met schrijven: het is moeilijker om met heel weinig woorden toch veel te vertellen dan omgekeerd.

“Het is een belangrijke evolutie in mijn werk, ja. Ik wil nu sobere portretten maken. Met minder tierlantijnen en randinformatie. Vergelijk het met een pianist die van ­experimenteel evolueert naar steeds meer stilte. Naar die ene noot. Het extreme voorbeeld daarvan is John Cage, die in zijn compositie 4’33” 4 minuten en 33 seconden stilte laat horen. Misschien is dat mijn ultieme streven.”

Zie je de wereld liever hoe langer je werkt? Of vind je het integendeel steeds meer een lelijke plek?

“Daar moet ik even over nadenken. (denkt na) Als het over de toekomst gaat, ben ik heel pessimistisch. Het klimaatprobleem is heel groot en sommige conflicten dreigen te escaleren. Ik heb het kwade genoeg gezien om het slechte in de mens te herkennen. Ik ben in Afghanistan geweest, in Congo en Kosovo, ik heb gezien waartoe mensen in staat zijn. Vaak begint het klein en onderhuids. Daar word ik steeds alerter voor. Als ik bijvoorbeeld zie hoe de evolutietheorie onder druk staat, dan ben ik streng. Dat kunnen we niet laten passeren.

“Maar er zijn wel veel mooie mensen. Mensen die niks van jou kunnen verkrijgen en toch enorm gastvrij zijn en je helpen. Door te reizen ontdek je dat zij met veel meer zijn dan we denken.

“Er is zoveel dat we niet in de kranten lezen. Die ene jongen die nu heel gelukkig uit de zee komt omdat hij net op de mooiste golf van zijn leven heeft gesurft, bijvoorbeeld, ­terwijl het wel op dit eigenste moment gebeurt. Dat durven we wel eens te vergeten als we in de cocon van onze eigen wereld zitten.”

Het jaar van de surfers, dat was 2017 voor Vanfleteren. Hij heeft ze geteld, de dagen waarop hij niet thuis geslapen heeft, bij zijn vrouw in Veurne. Het waren er 222. “En de dagen waarop ik wel thuis was, werkte ik vaak door. Ik heb ook drie kinderen. En een hond. Dan moet je weten: wil ik al die tijd opofferen voor dit project? Het antwoord was ja.”

Beeld RV/Stephan Vanfleteren

Hij valt even stil. “Soms vragen mensen me: waarom doe je dit toch allemaal? Het heeft te maken met de ­ontdekking dat fotografie iets was wat ik kon. Ik was 18, had op een streng college gezeten, was van richting moeten ­veranderen omdat ik in sommige dingen beperkt was (Vanfleteren lijdt aan dyslexie, red.) en was dan zo op de kunstschool terechtgekomen. Mijn tekenen was oké, maar ook niet meer dan dat. En toen kregen we fotografie. En plots kon ik een taal spreken die voor mij evident was. Dat begon al op de eerste dag, toen we een ei moesten ­fotograferen. Een ei en een lamp, meer hadden we niet, maar ik wist meteen hoe ik dat ei moest leggen en ­fotograferen. De taal van het licht begreep ik wel.

“In het derde jaar van Sint-Lukas drong het stilaan door dat ik misschien echt wel een leven kon opbouwen als ­fotograaf. Want door al het geworstel met mijn dyslexie en studeren had ik het grote voordeel dat ik wist wat zwoegen en hard werken was. Als je dat gebruikt voor iets wat ­blijkbaar je talent is, kun je een mooie sprong maken. Dat heb ik gedaan. En ik ben het blijven doen. Omdat het ook zo’n mooi leven is.”

Hij denkt aan het moment waarop hij met Kelly Slater praatte, een van de beste surfers ooit, en mee mocht naar Slaters chiropractor, waar hij zijn rug ging laten masseren. “Die twee begonnen te praten over plekken en mensen waar ik totaal niet over kon meepraten, maar ik vond het zo mooi dat ik getuige kon zijn van dat gesprek.”

Vlak voor Slater had Vanfleteren trouwens Peter Cole gefotografeerd, een oudere man die door het surfen een oog verloor en vertelde dat hij ooit nog aan Obama surfles heeft gegeven in Hawaï waar de oud-president is opgegroeid. “Dat maak je dan mee. Heerlijk. Door dit project ben ik eindelijk ook eens in Nieuw-Zeeland en Australië geraakt, daar was ik nog nooit geweest. En terwijl ik aan Surf Tribe bezig was, ben ik ook in China geweest en Cannes, voor enkele kleinere projecten. Ik heb ook drie dagen in Genua rondgehangen, met Ilja Leonard Pfeiffer. En aan de Belgische kust heb ik nog paardenvissers gefotografeerd, die ik al tien jaar aan het volgen ben. En dan zijn er dus ook nog mijn vrouw en mijn kinderen die ik graag zie. (plots geëmotioneerd) Ik besef dus dat ik blessed ben. Elke dag. Als het morgen ophoudt, zal ik geen spijt hebben. Van niets. Het is een vol, mooi leven geweest. Nu spreek ik alsof het gedaan is, maar ik houd er altijd rekening mee dat het morgen gedaan kan zijn. Waarschijnlijk zit mijn leven daarom ook zo vol.

“Kortom, ik ben enorm dankbaar. Iets wat je trouwens ook bij surfers voelt. Zij beseffen hoe rijk ze zijn als ze over een goeie golf kunnen surfen. Die dankbaarheid delen ze ook. Zelfs in een wedstrijd. Elke surfer wil natuurlijk het liefst winnen, maar surfers zijn ook groot in hun verlies. Ik heb bijvoorbeeld iemand voor mijn camera gehaald die net een belangrijke wedstrijd had verloren en daardoor wist dat hij de selectie voor het wereldkampioenschap niet gehaald had. En toch mag ik die gast dan fotograferen. En gaat hij de dag erna gewoon weer surfen en zich amuseren, op ­tweehonderd meter van waar op dat moment de wereldkampioen beslist wordt.”

Wat heb je nu zelf gekregen van Surf Tribe?

(denkt na) “Een verlengde van wat ik van Atlantic Wall gekregen heb: ontzag voor de natuur. Toen heb ik de natuur gezien die iets doet met de architectuur: ze ging een conflict aan met de 5.000 kilometer lange verdedigingslinie die in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers langs de kusten werd gebouwd in de bezette gebieden. Voor Surf Tribe heb ik opnieuw langs kusten gelopen, maar deze keer heb ik de mens gefotografeerd. Niet volop ín de natuur, maar wel vlak voor of nadat hij ermee in aanraking is gekomen.

“Mensen die op zee vertoeven – of het nu vissers of ­surfers zijn – bevinden zich net buiten de maatschappij. Ze hebben een grote drang naar vrijheid. Vandaar dat het niet simpel is om op het strand een surfer vast te krijgen voor een portret. Ze zijn niet geïnteresseerd in gefotografeerd worden, ze willen naar de golven.”

Beeld RV/Stephan Vanfleteren

Toen hij half februari de man bezocht die de uitvergrote prints van zijn foto’s maakt, viel alles samen, vertelt Vanfleteren. “Ik ken de foto’s, uiteraard. Ik heb ze gemaakt en ik heb ze daarna nog eens op mijn pc gezien. Maar plots werden ze een stuk papier. Plots lagen daar acht prachtige vergrotingen. Ik kreeg een krop in de keel toen ik ze zag. Wat scheelt er, vroeg de printer, hij was al bang dat ik het niet goed vond. Ik kon het hem zelfs niet uitleggen. Het was de eerste keer dat ik het werk kon aanraken waar ik anderhalf jaar mee bezig ben geweest. Dat ik op papier in het oog kon kijken van de mens die ik gefotografeerd had. En dat ik in dat oog ineens mijn silhouet zag staan. Ik zag mezelf de camera vasthouden en zelfs mijn fototas op de grond ­liggen. Dat had ik nog nooit gezien. Ik ben heel blij met de tentoonstelling, het boek en de aandacht, maar toen ik mijn fototas in het zand zag liggen door het oog van die surfer, werd het plots een tsunami in mijn hoofd. Voor mij is dat moment het mooiste aan heel dit project. Een moment dat ik nooit meer zal vergeten.”

In het voorwoord van Surf Tribe schrijft Gerry Lopez dit: ‘Het rijden op de golven van het leven mag dan wel een ­grotere uitdaging zijn dan het rijden op de golven van de oceaan, de lessen die we bij het surfen leren, kunnen we vaak ook op ons leven toepassen: een eenvoudigere manier om uit de line-up te peddelen, trucs om de verraderlijke onderstroom te vermijden en moeiteloos door de ­overslaande golven van het dagelijkse leven te glijden, en misschien raken we eruit en staan we weer in de ­startpositie zonder zelfs ons haar te hebben natgemaakt.’

 Zaterdag 24 maart vindt u een gratis ticket voor de expo Surf Tribe in De Morgen Magazine. De expo loopt van 24 maart t.e.m. 27 mei in CC Scharpoord in Knokke-Heist. Het boek is verschenen bij uitgeverij Hannibal, 59 euro. Wekelijks worden nieuwe verhalen gepost op surftribe.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234