Donderdag 12/12/2019

uit het archief

Stefaan Degand praat voor het eerst op tv over zijn vrouw: “We zagen elkaar zo graag, dat het uitzonderlijk was”

Beeld Diego Franssens

Acteur Stefaan Degand is vanavond op één te gast in Die huis. Hij vertelt er voor het eerst op televisie over het verlies van zijn vrouw. De Morgen sprak de acteur in december vorig jaar al over de tragische gebeurtenis die het leven van zijn vrouw en ongeboren kind kostte. Dat interview kunt u vandaag herlezen.


‘Dikzak!’ riep Julie hem eens toe, in volle ruzie. De andere woorden waren op, het was het ultieme verwijt, ook het kantelpunt. ‘We barstten in lachen uit.’ Nu is Julie dood en sinds die dag in juli nam het leven van Stefaan Degand (39) een wending. Toch lacht hij nog. ‘Met de rolluiken dicht een hele dag in mijn pyjama zitten is niks voor mij.’

We waren in Parijs en plots zei fotograaf Diego Franssens: “Verdomme. De vrouw van Stefaan Degand is dood.”



Vijf maanden later sneeuwt het in Antwerpen. Er staat een kerstboom en Mila is naar school. Mila is drie en op de begrafenis van haar mama zei ze: “Kom papa, we gaan een andere mama zoeken.”

De nacht na het overlijden had Mila voor het eerst in haar leven doorgeslapen. Een ochtend later deed ze voor het eerst pipi op het potje. “Julie was God voor Mila”, zegt Stefaan. “Als ik haar voordien op de crèche ging halen, was haar eerste vraag: ‘Waar is mama?’ Hallo, dacht ik dan, je verwekker staat hier wel voor je! Maar er was geen denken aan om, voor we naar huis gingen, nog eens langs een winkel te lopen. We moesten meteen naar mama.” Wat de dood met een kind doet, is dus onvoorspelbaar.

Wat de dood met een man doet, is dat ook. Stefaan Degand huilde, lachte, schreeuwde, schreef. Dat kon hij uiteindelijk toch. ‘Dag liefje. Ik vond je leuk’, waren de laatste woorden van zijn speech op de afscheidsdienst. Ook haar laatste woorden stonden in die speech. ‘Is er nog fruitsap?’ Zo banaal. Julie Nelissen was 31 en stierf na een acute bacteriële hersenvlies­ontsteking.

‘Dankzij haar orgaandonatie krijgen andere mensen vanaf nu een tweede kans’, stond op de rouwkaart. En dit kleine wensje: ‘Wieg maar samen nu. Mijn mooie parel. Met ons ongeboren kind. Een oneindig lied. Bo vonden we leuk.’

Op 2 november werd Bo niet, zoals gepland, geboren. Misschien bracht Stefaan die dag van Allerzielen wel bloemen naar hun rustplaats op het Schoonselhof. Dat noemt hij steevast het Schoon Verlof. Op 12 juli overleed Julie, en met haar hun kindje.

December zou een rustige maand zijn en dat is het ook. Vier dagen geleden zat Stefaan Degand nog een laatste keer in de jury van De slimste mens ter wereld, maar verder was hij deze maand vrij. “Om Julie bij te staan na de bevalling, dat was sowieso gepland. Maar het komende jaar wilde ik het ook rustiger aan doen. Ik had door hard te werken flink wat geld kunnen sparen en Julie, die psychiatrisch verpleegster was, zou twee jaar thuisblijven. Het leek me een te gek plan. Samen wat genieten, reizen, met Mila bezig zijn. Financieel had ik dat geregeld.

“Maar als iemand plotsklaps overlijdt, gaan alle centen daarnaartoe. Ik had geen zin in een koffietafel met slechte koffie uit een thermos en sandwiches met verkleurde preparé. Dat verdient ze niet. Er moest cava zijn en ik wilde lekkere oesters, gegratineerd in de oven. Het geld maakt in zulke dagen geen hol uit. Julie werd gecremeerd en zou op het ‘Schoon Verlof’ worden bijgezet, maar daar moet een steen op. Mijn oog viel op een mooie steen. ‘Dat is wel een speciale’, zei de begrafenisondernemer. ‘Die moet uit India komen.’ Met een container. Sinds twee weken ligt die erop.

“Ik vond dat ik dat schatplichtig was aan mijn geliefde. Als iemand op 31 sterft, moet er lekker eten zijn. Ik zei altijd dat ik gelukkig was: ik had een goed bed en ik had Julie. Ik vond het leuk om de fonkeling in haar ogen te zien. En er moest elke dag iets leuks gebeuren, dat maakte het gemakkelijker om verder te kijken. En we gingen heel graag goed eten.”

Dat kon, zegt Stefaan, omdat die liefde er was: “We zagen elkaar zo graag, zo graag, dat het uitzonderlijk was. Iedere ochtend werd ik wakker in het besef wat voor een gelukzak ik was. Iedere dag zei ik dat ik haar graag zag. Geen gelul. En de ruzies die we hadden, eindigden altijd in een tweestemmig lachsalvo.”

Zoals die keer, in bed. Stefaan was heel laat thuisgekomen. “Ik was vergeten haar daarvan in te lichten. We maakten ruzie en plots viel er een stilte. Geen van de twee had nog een argument en toen riep ze: ‘Dikzak!’ We zijn in lachen uitgebarsten. Héérlijk.”

Dat schreef Stefaan in zijn afscheidsrede voor Julie, die hij nu bewaart in een geel mapje. Ze telt zeven bladzijden, met korte zinnetjes onder elkaar. Vaak gewoon woorden.

Ik baan mij een weg in dit eindlied voor jou

Met vallen en opstaan

met tranen en kreten

Jij zou zeggen

Trek het u niet aan

Ga door met spreken

Goed

Ik probeer

Zacht rollen we de film terug. Het is zomer. Julie en Stefaan hebben een weekendje weg geboekt in een B&B in de Westhoek, en zij wordt wakker met hoofdpijn. Migraine, zegt ze zelf. Er is een voor­geschiedenis. Julie vraagt een kersenpitkussentje. Ze vraagt wat thee. ’s Middags wordt het erger. Twee, drie keer neemt ze een douche. Ze geeft een paar keer over. Rond 3 uur beslist Stefaan een dokter te bellen. “De ellende was toen al begonnen. Hij vroeg haar om haar linkerarm in de lucht te steken. Zij stak haar rechterarm omhoog. Allee Julie, dacht ik nog. Toen keek de dokter naar mij. Moest ik de MUG bellen, de brandweer, de hele infanterie? ‘Ja’, zei hij.

“Julie besefte de ernst niet. Ze heeft die namiddag geen enkele keer gezegd: ‘Dit is niet normaal.’ Ze had een enorm hoge pijngrens, dat wist ik. Maar toen ik zag dat die groter was dan bij de weeën toen Mila geboren werd, vond ik het een foute boel. Maar ik dacht toch niet dat ik de dood met Julie inging. Geen momént. Zelfs in de ambulance niet. Zelfs na de diagnose van hersen­vlies­ontsteking niet. Ik dacht: ‘Pilletjes, piece of cake, over een paar dagen naar huis.’ Pas toen ze me om 10 uur ’s avonds belden of ik kon komen en drie dokters me stonden op te wachten, wist ik het.”

Vier dagen later overleed Julie officieel, vier dagen nadat ze op zaterdagavond hersendood verklaard was. Op zondag kwam de familie uit Antwerpen. Er waren nog gesprekken met de artsen. Op maandag moest beslist worden: wat met het kind? Op Julies identiteitskaart hing haar wil tot orgaandonatie vastgekleefd. “Die orgaan­transplantaties doen ze ’s avonds, als het operatie­kwartier vrij is. Maar dat neemt tijd en het hart zou pas om 1 uur ’s nachts aan bod komen. Dan waren we al 13 juli en dat zou dus het officiële moment van overlijden zijn. Je wordt dood­verklaard als je hart je lichaam verlaat.”

Stefaan Degand: 'De nacht was niks voor Julie. Daarom wilde ik ook niet dat ze ’s nachts werd doodverklaard.' Beeld Diego Franssens

Dat zat Stefaan niet goed. “Julie was geen avond- of nachtmens. Dat was ze nooit. Op onze eerste avond uit, samen, viel ze zittend op een barkruk op café in slaap. Zo was ze. (bulder­lachend) Plezant hoor, als je je lief dan aan je vrienden wil voorstellen: ‘Hier zie, mijn nieuw lief Julie, ze slaapt.’ (nog lachend) Ik zie haar nog vertrekken voor haar eerste nachtdienst als psychiatrisch verpleegster. Precies een kindje dat op kamp moest vertrekken met een cola en haar boterhammetjes in haar tas.

“Uit solidariteit bleef ik de hele nacht thuis ook wakker en af en toe stuurde ik haar een berichtje: ‘Gaat het nog, liefje?’ De nacht was niks voor Julie. Daarom wilde ik ook niet dat ze ’s nachts werd doodverklaard. 13 vond ik ook geen mooi getal. Dus overleed ze officieel op 12 juli. In de namiddag.”

Wat is er eigenlijk gebeurd? De dag voor hun vertrek naar Heuvelland had ze Mila de borst nog gegeven. Mila was drie. “Ja. Mila sliep nog bij ons in de kamer. Als iemand daar iets van zei, dan zei Julie gewoon: ‘En waarom niet?’ Ze trok zich daar niks van aan en ze had gelijk.” Julie was knal­gezond, zegt Stefaan: “Als ik een lijst van meest gezonde mensen moest opstellen, zette ik Julie op nummer 1: ze sportte, ze rookte niet, ze dronk niet."

“In het operatiekwartier stonden alle artsen en verpleegsters rond haar bed mee te huilen. De neuroloog zei dat hij in 35 jaar tijd nog nooit zo’n hardnekkige vorm van hersenvliesontsteking had gezien. Als ik de dokter uren vroeger had gebeld, hadden ze Julie een Brufen gegeven tegen de hoofdpijn. Het was onvoorspelbaar en er was geen afscheid mogelijk. Ze heeft het zelf ook op geen enkel moment beseft.”

Haar laatste vraag was zo gewoon: ‘Is er nog fruitsap?’ “Neen, er was geen fruitsap meer.”

Dat was net voor de ‘sketch’ begon, die Stefaan Degand uitgebreid beschreef in een intens interview in Humo over die dag. Over hoe de dame van de B&B talmde bij de afrekening, in de hectiek van ambulance en brandweer, die Julie via het venster van de kamer naar beneden moest halen. Met gekuist West-Vlaams accent bootst hij haar na: ‘Aangezien jullie één nacht vroeger vertrekken, zal ik de toeristentaks halveren. Had u nog iets uit de minibar verbruikt?’ “Alles, zei ik, ik heb die hele minibar leeggezopen, zeg maar hoeveel het is, ik betaal nu meteen.”

Mila was in Wevelgem die dagen. Daar woont Stefaans vader. Hij richtte al zijn ogen op Mila. Als hij ook maar iets verdachts zou zien, zou hij in actie schieten. Die hersenvliesontsteking kon immers viraal zijn en dan zouden Stefaan en Mila zelf in quarantaine moeten. Dat was niet zo, maar ze zou wel haar mama verliezen en die boodschap moest Stefaan haar brengen. “Jochen, mijn beste vriend, bracht me van het ziekenhuis in Ieper naar Wevelgem. Ik wist wat er moest gebeuren: ik moest naar Mila gaan en haar zeggen dat haar mama morgen zou sterven. ‘Ik ga dat niet kunnen’, dacht ik. ‘Mila gaat dat niet begrijpen.’ Mijn eigen verdriet zou ik nog wel kunnen regelen, maar dat van Mila...?

“Jochen zei niks. Dat viel me toen niet op. Je denkt van alles op die weg van Ieper naar Wevelgem. Zelfs aan adoptie of afstaan en dat het vaderschap alleen me niet zal lukken. Ik had al een laag zelfbeeld over mijn vaderschap, maar tot dan was Julie altijd mijn klankbord daarin. Maar nu was ze weg. Ik stond met de zorg voor dat kind alleen, haar God viel weg. En Jochen zei niks. Later vroeg ik hem waarom. ‘Ik dacht net hetzelfde’, zei hij. ‘Dat het je nooit zou lukken.’ Ook mijn buren dachten dat en de hele familie.

“Mila was in de slaapkamer van mijn ouderlijk huis, waar ze met Jochens dochtertje Billie speelde. We gingen er samen binnen en Jochen riep Billie: ‘Wij gaan alvast opruimen.’ Mila en ik waren dan alleen en ik viel op mijn knieën. Snotterend en huilend kon ik alleen zeggen: ‘Mama gaat nooit meer terugkomen. Maar ze blijft in ons hart en in ons leven.’ Zoiets is verschrikkelijk.

“Mila vroeg: ‘Ben jij dan verdrietig om mama?’ Ik vroeg of zij het niet was. Ik zag hoe ze probeer­de tranen uit haar ogen te persen. Hoe ze mijn gezicht nabootste en mee op papa’s verdrietigheidskar sprong. Maar de volgende dag hoorde ik Mila zingen: ‘Mama gaat dood en zij gaat sterven, maak een appelmoes al van conserven...’”

Die dag, die volgende dag dus, nam Stefaan samen met Mila afscheid van Julie. Van de nog levende Julie. “Ik wilde haar warm voelen."

“In het ziekenhuis werkt een fantastische kinderpsychologe. Een jonge vrouw met heel veel verbeelding. We kwamen binnen bij Julie en ze zei meteen: ‘Amai, Mila, wat heb jij een mooie tekening voor mama gemaakt.’ Ik keek naar links, zag die tekening en wist dat die niet van Mila was. Maar ik dacht meteen: ‘Hoe slim is dat.’

“Eén detail waar ze in zo’n ziekenhuis moeten over nadenken, is hoe ze me de trouwring van Julie teruggaven. Dat gebeurde in zo’n urinepotje met een rood dekseltje. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik wil mee nadenken over hoe dat beter kan en een project daarrond zelfs sponsoren."

“Maar Mila begon te zingen en te dansen rond het bed en wat doe je dan? Je zingt en danst mee. Toen zocht ik op mijn iPhone de openingsdans van onze trouw. Dat was ‘For Your Love’ van Stevie Wonder. Ik legde mijn gsm op de buik van Julie en dan hebben Mila en ik samen op dat liedje gedanst.”

Reageerde Julie daarop?

“Neen. Helemaal niet.”

De woorden van Stevie Wonder sloegen dit keer op Mila: ‘I would do anything. Just to see the smile upon your face.’

“De psychologe had me vooraf gezegd: ‘Vergis je niet, kinderen van nog geen drie zijn heel flexibel.’ Ik wilde daar niet meer in discussie gaan, maar dacht: mijn hol, flexibel. Toch had ze gelijk. Toen mijn moeder overleden was, hadden we Mila gezegd dat oma voor altijd sliep. Dat was de slechtste zin die we hadden kunnen uitspreken. Mila durfde niet meer gaan slapen. Een week later zeiden we: ‘Oma is dood.’ Eerlijkheid is de sleutel. Je kunt het best op je knieën vallen en zeggen dat mama dood is. Niet dat ze een sterretje is of nog in het ziekenhuis moet blijven."

“Kinderen leven in het hier en nu. Het is alsof er een delete­knop aan zo’n kind zit. Op de begrafenis zat ze op een schommel en ze zei gewoon: ‘Mijn mama kan me niet duwen, want mijn mama is dood.’ Voor Mila is dat volkomen fair. Deze week sprak ze deze prachtige zinnen uit: ‘Papa, wij zijn alleen. Met twee.’ Natuurlijk moest ik daarvan huilen.”

Beeld Diego Franssens

Aan de sint vroeg Mila een toverstok, om ‘mama heel even terug te toveren’. Ze zei: ‘Kom papa, we gaan mama redden.’ Dat vond Stefaan fantastisch. “Het horrorbeeld van nachten waarin ze schreeuwend wakker werd, heb ik niet mee­gemaakt. Toen we samen naar de foto op de kist zwaaiden, tijdens de afscheidsdienst, zei ze op­nieuw: ‘Gaan we nu die andere mama zoeken?’ Dat is raar als iedereen dat hoort, maar het is goed zo. Ik denk dat een kind haar vader gelukkig wil zien en dat ze dat daarom zegt.”

Tot haar dood werkte Julie in het Antwerpse Stuivenberg­ziekenhuis. Kort na haar dood speelde Stefaan met Abattoir Fermé in Hamlet en als Hamlet. Daar moest voor gerepeteerd worden en op het Astridplein, waar hij in het Centraal Station de trein zou nemen, stapte een man op hem af. “Ik kende hem niet en hij zei alleen dat hij me niet lang zou storen. En toen vertelde hij dit: ‘Uw vrouw heeft me behandeld, nadat ik twee suïcide­pogingen had ondernomen. Dankzij uw vrouw heb ik mijn leven weer in handen genomen. Zij heeft me erdoor geholpen.’ En dan verdween die man. Ik heb onmiddellijk een eersteklasticket gekocht voor de trein en heb gehuild tot in Mechelen. Ik was flabbergasted.”

Op 2 november zou Mila een zusje krijgen. Julie en Stefaan waren er nog niet helemaal uit hoe dat meisje zou heten, maar toen Julie stierf, besliste Stefaan dat het goed was dat ze toch een naam had. ‘Bo’, zo stond het op de rouwkaart. En zo staat het ook op die Indiase steen op dat ‘Schoon Verlof’. “Julie wilde graag drie kinderen. Ik twee. Maar het zou haar gelukt zijn. Ze was zo koppig. Ik vind het goed dat dat kindje nu een naam heeft, maar Mila heeft er totaal geen besef van. En ik? In het ziekenhuis heb ik meteen gezegd: ‘Niks voor het kind, alles voor Julie.’ Ik rouw niet om dat kindje. Dat klinkt misschien hard en zo bedoel ik het niet. Maar 2 november was voor mij niet zwaarder dan vandaag.”

Vandaag, nu we hier zitten, is 11 december. Dat is een dag voor 12 december en dat is dan exact vijf maanden na Julies dood. Zijn moeder overleed acht maanden daarvoor op 12 november 2016. Ze trouwden op een 12de september. “We gooien alles op de twaalf”, glimlacht de acteur.

Is het leven nu in twee gedeeld: een voor en een na 12 juli?

“Mijn leven met Julie wordt geschiedenis. Mijn moeder was al geschiedenis, maar in acht maanden tijd nam ik dus afscheid van mijn geschiedenis en van mijn toekomst met Julie. Wat geweest is, heb je niet in handen. Maar wel de toekomst en dat ga ik ook lekker doen. Als Mila om 8 uur ’s avonds nog een extra film wil kijken, dan zeg ik: leuk! Ik probeer kwaliteit te vinden in het wegvallen van Julie. Met de rolluiken dicht een hele dag in mijn pyjama zitten is niks voor mij. De eerste dag zit je naar die nerf op het tafelblad te staren, maar de volgende dag schiet je in actie. In twee weken was mijn testament geregeld.”

Veel geld, goed gespaard voor een jaartje rustiger aan doen, ging op aan de begrafenis. “En vorige week zei mijn bankdirecteur: ‘Mila heeft ook nog recht op 24.500 euro.’ Wát? Die kleine etter? Inderdaad, dat geld moet tot ze 18 wordt op een rekening geparkeerd worden. (lacht) Fingers crossed dus dat ze dan niet aan de drugs zit! Maar alles wat bibi gespaard had, is dus weg."

“Maar ga ik daarvoor kniezen? Na drie zinnen bij die bankdirecteur zit ik al moppen te vertellen. Dat kan niet anders. Als ik in mijn verdriet ook dat nog eens in mijn kop moet steken, word ik zot. Dat moet ik niet doen. Mila is nu het rijkste kindje uit de kleuterklas.”

Zijn die moppen een manier om het leven aan te kunnen?

“Ik maak altijd moppen als ik mij ongemakkelijk voel. Julie was de praktische koningin, ik was de nar. Onze bankdirecteur wist dat: ‘Tegen Degand moet ik niet over geld beginnen.’ Soms zei Julie me, bij zo’n afspraak: ‘Nu efkes geen mopjes maken.’ Maar ik kon het niet laten. Dan zat zij met ernstige blik naar de uitleg te luisteren, en dan wreef ik onder tafel over haar billen. Maar nu, als ode aan Julie, wilde ik het wel allemaal regelen. Ik zei hem alleen: ‘Doe het voor de klant die debiel is en hou het eenvoudig.’ Eén zichtrekening, één spaarrekening en één spaarrekening voor Mila.”

De acteur is de man die we herkennen. Hij wist niks liggen in huis. Hij wist niet hoe het zat met de schuld­saldo­verzekering. Maar het leven gaat door en vorige maand leverde een firma nog een pakketje met kleren voor Bo: zo vooruitziend was Julie geweest. “Alles stond al helemaal klaar voor haar.”

Hij ruimde op. “Na vier dagen heb ik Julies kleren weggegeven. Er is nog wel een mamadoos voor Mila met daarin een pyjama, haar parfum en veel foto’s.”

Dat lijkt drastisch.

“Die kleren zorgden voor ruis in mijn kop. De dag na Julies overlijden kwam Anna, de poetsvrouw, thuis. Háár had ik vergeten in te lichten. Ze kwam aan en vroeg meteen: ‘Is Julie er niet?’ Anna kende Julie al van toen ze drie was, ze was op alle feestjes en op ons huwelijk. Ze kwam in de living waar de begrafenisondernemer zat en ik kon alleen zeggen: ‘Ik heb heel slecht nieuws.’ Ik heb Anna gezegd dat ze gerust naar huis mocht gaan, maar dat wilde ze niet. Ze is als een zottin beginnen poetsen, boven en beneden, en heeft dan vier weken vakantie genomen.

“Ik heb vanaf dan elke twee dagen alles gepoetst. Mijn hoofd zat zo propvol verdriet dat het huis proper moest zijn. Ik verdroeg zelfs geen muziek. Ik moest overleven met Mila en ik moest elke vierkante centimeter van dit huis kennen. Dus begon ik op te ruimen. Ook die kleren. Ik heb er aan Moeders voor Moeders gegeven en aan Julies zussen. (lacht) Ik ga geen beha van Julie aandoen, hè. Ik wil in dit huis ook geen altaar. Er hangen wel twee foto’s, maar Julie moet vooral leuk herinnerd worden. En nu wordt het tijd dat het huis weer rommelig wordt.”

Stefaan Degand Beeld Diego Franssens

Maak je op een dag een klik? Een dag waarop je weer muziek kunt horen, wil dansen of zat worden zonder je schuldig te voelen dat je het verdriet even vergeet?

“Ik heb me daar geen enkele keer schuldig over gevoeld. Mensen kijken wel naar u en dat is lastig. Of ze durven niks zeggen. Dat is stom. Mijn grote liefde is gestorven en dat overtreffen kun je niet. Je kúnt me dus niks zeggen dat me harder kwetst. Maar mensen vinden dat moeilijk. Een goeie vriendin van me wist niet hoe ze het moest zeggen en dus zei ze: (hij roept het luid) ‘Hé, gecondoleerd hé man!’ Of een man in de straat die me toeriep: ‘En? Zijt ge er al wat over?’”

Zo proberen we allemaal iets. De moslimburen kwamen aanbellen en hadden twee palletten vol plastic waterflessen mee. “Blijkbaar is dat een symbool om je te reinigen. Ik ben atheïst, maar ik laat iedereen in zijn waardigheid en dus is dat schoon. (lacht) Maar wat doe je met al dat water? Als er mensen op bezoek kwamen, zei ik al snel: ‘Hier, pak een fles mee.’ Maar al die vormen van condoleren moet je eigenlijk als een groot geluk zien. Ons netwerk is toch enorm."

“Natuurlijk is het allemaal zinloos en er waren vrienden die me belden en vroegen: ‘Gij gaat toch geen zotte dingen doen, hè?’ Dat is geen enkele keer in me opgekomen. Op mijn terras heb ik me wel de vraag gesteld welke kaart ik zou trekken. Die van het café of die van thuis initiatieven nemen. Ik heb gelukkig die tweede keuze gemaakt en ik heb toen geen lik gedronken. Dat zou geen goed idee geweest zijn.”

Je schrijft niet alles in zo’n verhaal, maar terwijl Stefaan al die woorden uitspreekt, heeft hij een paar sigaretten gerookt. Buiten, in de sneeuw, kap van de hoody over zijn kop. Hij ziet er ouder uit dan de 40 die hij volgend jaar wordt. Hij zegt dat hij oud geboren werd.

“Ik wilde al heel snel oud worden om te kunnen doen wat ik wilde doen: acteur worden, zoals Jan Decleir, de gelukzak. (luid) Laat het vooruitgaan! In het eerste leerjaar kroop ik ’s avonds in bed en hoopte dat ik ’s morgens 20 jaar later wakker zou worden. Want ik wist dat die hele lagere school én dat middelbaar zo heel erg níét leuk zouden zijn. Voor mij mochten ze zo’n auto als in Back to the Future brengen.”

Nu word je 40 en ben je, net als je vader, weduwnaar.

“We hebben dat gesprek nog niet gevoerd, maar ik heb de indruk dat hij zich nestelt in het feit dat hij weduwnaar zal blijven. Ik níét. Geen sprake van! De begrafenisondernemer vroeg of ze op de steen plaats voor mijn naam moesten voorzien. Not! Ik word 40, dat is een puppy nog. Alles ligt open en ik vind dat heel spannend."

“Een leven verloopt poreus en iedereen heeft littekens. Iedereen draagt verdriet. Maar ik kan net zo goed van een nieuwe vrouw gaan houden, even intens en even goed als van Julie. Gewoon anders. Ik ben ervan overtuigd dat je net zo smoor kunt worden op een andere vrouw als op je overleden vrouw. Het zal anders zijn, maar het is leuk. Ik klungel maar wat in het leven en ik klungel lekker verder.”

Van je moeder kon je wel afscheid nemen. Misschien deed je dat al jaren, ze was nier­patiënte.

“Mijn mama was recordhoudster in hoelang ze met die ziekte leefde. Een bijzondere vrouw: nooit geklaagd of gezaagd, de ziekte zoveel mogelijk gecamoufleerd, twee keer getransplanteerd. En geen enkele vrijheid door die nierdialyse. Vakanties konden niet verder dan naar Oostende. Maar vorig jaar was ze op, en toen besliste ze zelf de dialyse te stoppen. Dan had ze dus nog één week. Plots mocht ze weer drinken en mijn vader vertelde me aan de telefoon dat ze graag Fanta dronk. Toen ik haar ging bezoeken, heb ik in het station van Kortrijk acht blikken Fanta gekocht: ‘Moetje, ik heb iets mee voor je.’

“Twee uur ben ik nog bij haar alleen geweest en ik heb haar bedankt om wie ze was. Maar acteurs zijn heel nieuwsgierig en ik heb haar toch gevraagd of ze bang was om te sterven. Ik had gehoopt op een ‘neen’, maar ze zei ‘ja’. ‘Omdat ik jullie allemaal ga missen.’”

Op 13 juli zette Stefaan Degand deze boodschap, die de fotograaf in Parijs las, op Facebook:

‘Dit is een boodschap van de eeuwig trotse man van Julie Nelissen. Mijn alles. De liefde van mijn leven. Als er een examen ‘goede vrouw’ zou bestaan, dan scoorde ze 10/10. Ik heb een hekel aan Facebook, maar zij niet. Samen met onze kleine baby in haar buik is ze gestorven. De bacteriële hersen­vlies­ontsteking heeft hen geen enkele kans gegeven. Haar hart is niet geraakt door de bacterie en zal nu voortleven in iemand anders.’

“Ik maakte het openbaar, bewust, omdat er al cowboyverhalen de ronde deden. Julie was offi­cieel om 14.10 uur overleden en om 18 uur kreeg ik telefoon van een journalist van Het Nieuwsblad. Ik zat hier, op mijn terras. Ik had natuurlijk moeten afduwen, maar ik nam toch op. Hij zei: ‘Ik wilde zelf niet bellen, maar ik moest van mijn eindredacteur.’ Ik kon alleen antwoorden: ‘Dit toont dat je geen verbeelding hebt. Anders had je je eindredacteur gezegd dat je Degand niet kon bereiken.’”

De avond na dit gesprek is Stefaan Degand jurylid bij de opnames van de halve finale van De slimste mens. Dat zag u woensdagavond, toen vloog Filip Peeters eruit. Een maand na de dood van Julie speelde hij weer. Hij zal het lachen niet laten en ondertussen is ook de muziek terug. Al toen hij zes was, werd hij getroffen door de Vierde Symfonie Opus 98 van Brahms, in de uitvoering van Carlos Kleiber. Julie was zot van de cello­suites van Bach en die werden gespeeld bij het afscheid. Het Zesde Metaal was er.

En Mauro speelde een cover. ‘For Your Love’, van Stevie Wonder. Zoek het op YouTube, lezer, en laat dit het beste einde zijn van dit verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234