Donderdag 24/10/2019

Interview

Soulwax: "Misschien zijn we verslaafd aan het idee dat je kunt ­blijven creëren"

Beeld Joris Casaer

Net wanneer je denkt alles te weten over Stephen en David Dewaele komen ze toch weer met iets nieuws over de brug. Als nieuwbakken pro’s walsen ze de betere biodynamische wijnen. En wat hun wilde feestjes betreft, zitten ze zwaar op een nieuw concept te broeden. 

Essential heet de gloednieuwe plaat van Soulwax, een ­kleinood vol opzwepende­elektromuziek. Straks kun je Stephen en David Dewaele bovendien aan het werk zien op Dour en de Lokerse Feesten. Maar de beroemde broers ­hebben nog iets anders in petto. Een ­vooralsnog moeilijk definieerbaar project dat hun aangeboren nieuwsgierigheid naar de Mooie Dingen Des Levens beklemtoont. Wij trokken naar Londen voor uitleg.

“Wacht, ruik even aan de wijn voor je ervan drinkt”, maant Stephen Dewaele ons vriendelijk aan terwijl hij zijn eigen glas Le Zaune à Dédée aan zijn lippen zet. “Wat komt er in je op? Vlierbloesem. Honing. Als je nu proeft, vertoef je in een heel andere wereld. Zie je, het is niet wat je eerst had gedacht, hè?”

We tafelen met de Gentse broers Stephen en David Dewaele in Lyle’s, een van de vele places to be in het Londense Hackney, Shoreditch. Het ­restaurant ligt in een gigantisch pand en is ­rudimentair maar klassevol ingericht. Stephen en David zijn er kennelijk vaste klanten, te oordelen naar de grapjes die ze met de dienster maken.

Vanavond vliegen de heren naar Mexico City om er te dj’en. Londen, waar het duo een appartement heeft, is een ­tussenstop voor zaken. De Dewaeles zijn altijd onderweg, al meer dan twintig jaar. Na Mexico volgen Madrid en het Sonarfestival in Barcelona, het Italiaanse Parma en, zowaar, ons eigen Dour Festival.

“In ons hoofd zitten we altijd negen projecten verder”, zucht Stephen. “Van rust is er geen sprake. Sterker: we saboteren onszelf voortdurend opdat we niet op onze lauweren zouden gaan rusten.”

De wijn is voortreffelijk. Intens, erg fruitig, gul. “Uit de Jura”, bezweert David Dewaele ons. In de uitleg die volgt, laait een passie op waarvan we dachten dat de jongens die alleen voor muziek en kunst reserveerden. “De druiven komen uit de Elzas”, aldus David. “Het is een blend van twee druivensoorten. Kijk naar de donkere, gouden kleur. Die zou je normaal gezien niet associëren met witte wijn. Dat komt omdat deze wijn nog één dag 
on the skin heeft gelegen, ­vooraleer hij in tonnen werd bewaard. Zo neem je de ­aroma’s uit de schil mee. Daardoor krijg je een zoete smaak en een donkere kleur.”

Stephen en David Dewaele bij Lyle's in Londen. Beeld Joris Casaer

De dienster serveert gegrilde Schotse langoustines met gepekelde venkel. Voor Stephen blijkt het zijn ontbijt te zijn (het is drie uur ’s middags). “In deze wijn zit de savagnindruif”, vertelt David. “Jean-François Ganevat maakt deze wijn in kleine oplages. Daardoor kun je wilder te werk gaan in het scheppingsproces.”

Verjaardag met blind tasting

Wacht even. Rewind. Is het meest geliefde dj-duo uit de alternatieve inlandse muziekscene een stel wijnkenners geworden? Of foodies? Wanen zij zich nu al sommeliers? Of willen ze straks zelf wijn maken? Een restaurant openen, misschien?

Wie de begeerte kent waarmee de Dewaeles aan een nieuw ­project beginnen, acht alles mogelijk. Stephen en David hebben een zwak voor schoonheid en puurheid, evenals een verregaande obsessie voor kwaliteit. Bovendien zijn het wild om zich heen shoppende globetrotters met een wereldwijd netwerk waar de doorsnee muziek-, kunst- of foodaficionado alleen van kan dromen.

Hadden we al gezegd dat de broers doorgedreven perfectionisten zijn? Denk aan het knettergekke weefwerk aan samples van hun beroemde 2manydjs-plaat, een album dat achttien jaar geleden de popmuziek een welgemikte schop tegen de derrière bezorgde. Zie ook hun recente Despacio-project met James Murphy van de New Yorkse band LCD Soundsystem. Het drietal ontwierp zelf een geluidssysteem dat de ouderwetse, warme klank van vinylplaten intact laat. Peperduur, loodzwaar, goed verzekerd en lastig om mee te reizen. Despacio-feestjes landen niet zomaar overal ter wereld. Een in het centrum van Gent geplande soiree ging op het nippertje niet door omdat de vibraties van de luidsprekers Het Lam Gods zouden beschadigen. “We zijn aan het proberen om toch een Despacio in Gent te kunnen organiseren”, zegt Stephen. “We kunnen niets beloven, want van de logistiek krijg je een punthoofd.”

Maar de wijn dus. Wat is het plan? “Iedereen denkt écht dat we zelf wijn gaan maken”, zegt Stephen met een grijns terwijl hij een bordje groene asperges met eieren, gefrituurde vis en daslook ­voorgeschoteld krijgt. “Kijk, zes jaar geleden kreeg ik van David een ­sommeliercursus cadeau in de Londense The Clove Club, een zaak die tegenwoordig een Michelinster heeft. De toenmalige sommelier, Frank Embleton, kwam speciaal op ons appartement uitleggen wat ik nu precies proefde. Frank wilde meteen met blind tastings beginnen: allemaal flessen zonder etiket voor onze neus en hop, erin duiken. We hebben prompt een zevental vrienden uitgenodigd om optimaal van Dave zijn verjaardagscadeau te kunnen genieten.” (lacht)

Toen men mij in de aanloop naar deze ontmoeting liet raden naar jullie volgende project, gokte ik niet op wijn maar op thee. Omdat jullie intussen ook bekendstaan als fervente thee-freaks.

Stephen: “Een eigen theeblend? Had best gekund, maar toch niet. Ik neem bijna overal mijn eigen Japanse thee mee naartoe, ja. Omdat ik geen bullshit-thee voorgeschoteld wil krijgen. Waarom zou ik het niet doen? Ik voel er mij beter door, ik drink het graag en het kost mij niet méér geld.”

David: “Wij zijn natuurlijk geprivilegieerd omdat wij de wereld kunnen rondvliegen. En ja, als je in een hippe stad als Londen woont, ontmoet je veel mensen die bezig zijn met net die zaken waar we ons op toeleggen. Zoals lekker eten en goeie wijn.”

Stephen: “Je moet het natuurlijk wíllen. Een klein voorval kan de vonk doen overslaan. Vijftien jaar geleden, tijdens een tournee, wilde ik samen met een vriend in Milaan wijn kopen van een goeie handelaar. We stapten er zo’n typische, oude Italiaanse kelder binnen waar we een Quintarelli Amarone uit ’97 mochten proeven. Het haar op onze armen kwam meteen overeind. Jesus Christ! Wat was dat? Daar ligt de aha-erlebnis. Het was de eerste keer dat ik zoiets fantastisch heb geproefd. Had ik nog nooit meegemaakt. Vandaar dat we ons wijnalfabet wilden leren en bij ­uitbreiding een vocabularium opbouwen.”

Jullie hebben vooral een zwak voor biodynamische wijnen. Wijnboeren van die strekking houden er een holistische kijk op na. Ze zien hun wijngaard als een onderdeel van de kosmos en nemen niet alleen de bodemkwaliteit in acht, maar ook de stand van de maan. Dat klinkt mij allemaal erg esoterisch in de oren. Ik associeer dat niet meteen met jullie.

David: “Het ís ook crazy en intens. Héél esoterisch en totaal niet te staven, dat klopt. Maar goed, net omdat die landbouwers op zoveel elementen moet letten, zijn die biodynamische wijnen van een hogere kwaliteit.”

Stephen: “Kijk, als je je als wijnmaker zo fervent toelegt op een holistische benadering en je bent echt bezig met hoe je de natuur integreert in de cultivering van je druif… Waarom zou je daar dan tegen zijn? Ik eet ook liever groenten uit de tuin van een crazy hippie dan verwerkt vlees. Zelfs in toprestaurants als Noma kopen ze groenten van een holistische kerel die met heel veel liefde en passie in zijn tuin bezig is. Ik weet dat omdat we hem hebben ontmoet, ja.” (lacht)

Het blijft evenwel niet bij wijn. Jullie culinaire voorkeuren werden de voorbije jaren eveneens aangescherpt.

Stephen: “Tja, na die wijnproeverij zaten we regelmatig in de Clove Club terwijl de chef Isaac McHale er heerlijk stond te koken en ons af en toe iets toestopte dat niet op het menu stond. Wanneer hij vroeg wat we ervan vonden, konden wij alleen maar ‘superlekker!’ antwoorden. (lacht) En Isaac werd kwaad want dat volstond niet. Wat is het zoutgehalte? Hoe zit het met de aciditeit? Welke ingrediënten proef je? Dát wilde hij weten. Plots moesten we haarfijn kunnen uitleggen waaróm we iets lekker vonden. Dus hebben we smaakcursussen gevolgd. Heel complex, met ­gedetailleerde vragenlijsten erbij.”

Ik ga ervan uit dat jullie aardig zijn geïntegreerd in het wereldje van de nieuwe, vooruitstrevende gastronomie? Over chefs wordt immers gezegd dat het echte feestvarkens zijn.

David: “Je zou eens moeten weten. Als wij dj-sets spelen met Despacio komen al die bevriende sommeliers meefeesten met ons. Ze weten ons altijd te vinden. Plots is het een onderdeel van onze wereld.”

Stephen: “De volgende stap die Frank Embleton voor ons in petto had, waren pairings: hij leerde ons wat je nu precies moet eten bij welk type wijn. Hij belde naar de kok die regelmatig de overschotjes van het restaurant tot bij ons thuis bracht. ‘Vooruit, probeer het, ­analyseer het! Wat eet je precies!’ Een echte crash course.”

Beeld Joris Casaer

Allemaal heel fijn, maar met welk doel precies? Om de ­perfecte uomo universalis te worden? Alles wat jullie doen, heeft altijd een doel gehad. Of organiseert Soulwax straks het ultieme totaalconcept: een zelfontworpen club waar jullie alles in handen hebben, van architectuur tot inrichting, muziek, drank, voedsel en transport?

Stephen: (glimlacht) “Mja, je zit er niet ver vandaan.”

David: “Nu ja, eigenlijk doen we dat al met Despacio en met de feestjes van ons platenlabel DeeWee. Maar door omstandigheden heb je niet altijd de controle over alle facetten. Je kunt niet overal eisen welke drank en eten er geserveerd moet worden. Het is ­natuurlijk iets wat we erg graag zouden doen, ja.”

Stephen: “Eigenlijk zijn we op zoek naar synergie. Je vraagt je gewoon af naar welk type club je zelf graag zou gaan. Welke muziek draait men er? Welke wijnen moet men er serveren? Wat voor espresso-apparaat staat er? Maar ook: wie is de buitenwipper? Hoe worden de bezoekers in de watten gelegd? Je zoekt voortdurend naar hoe je alles beter kunt maken. Voor een van onze projecten ­hebben we de clubcultuur op Ibiza onderzocht. Men hield er een gelijkaardige filosofie op na. Ook daar vroegen ze zich af welke drank de mensen om één uur ‘s nachts het best dronken. En welke om drie uur ‘s nachts. Men filosofeerde zelfs over welke drugs men op die tijdstippen voorgeschoteld moet krijgen. (lacht) Uiteindelijk zat alles piekfijn op elkaar afgesteld. The planets were aligned.”

Wijn: de nieuwe rock-’n-roll

Lamb ribs with treacle and radishes”, klinkt het plots. De chef van Lyle’s slooft zich uit voor de Dewaeles. Les Onglés, een witte wijn uit 2014, vergezelt ons. Het is beslist charmant en lichtjes amusant om deze twee invloedrijke Belgische muzikanten zo euforisch te horen praten over eten en drinken. Maar kijk eens: draait het leven niet in de regel om memorabele ervaringen? Om beleving? Voor de Dewaele-broers is de scheidingslijn tussen muziek en gastronomie niet verwonderlijk flinterdun.

“Als Dave en ik een plaat goed vinden, ­dompelen we er onszelf in onder”, zegt Stephen. “We willen alles weten. Waar is het opgenomen? Welke microfoon hebben ze gebruikt? Waar komt dat allemaal vandaan? Met wijn is het ook zo.”

“Gek genoeg kennen we een heleboel muzikanten die het een beetje hebben gehad met de muziek en de industrie errond en die zich op wijn hebben gestort”, aldus David. “Zeker hier in Londen. De man achter het trendsettende wijnmagazine en restaurant Noble Rot is een voormalige topman van de grote platenfirma EMI. Misschien zoeken die mensen een soort rock-’n-rollgevoel dat uit de muziek is verdwenen. In die vernieuwende wijn­niche kun je nog deel uitmaken van een scene die klein en spannend is, voor de commerciële doorbraak.”

“Ach, het gaat gewoon over mensen die toffe dingen willen doen”, meent Stephen. “Alleen willen we niet té hoog oplopen met al dat foodiegedoe. Er is te vaak te veel geld mee gemoeid. En misplaatste hipheid. Al die foodies… Weet je: mijn mémé  kon evengoed koken. (grinnikt) Oké, nu hebben wij eindelijk een klein beetje het lef om onze mening te geven over wat er op ons bord ligt, ja. Een béétje, want absolute kennis bestaat niet in dat wereldje.”

Zou de mémé van de Dewaeles haar pork belly met zwavelzwammen en roomse kervel even appetijtelijk hebben geoogd als de schaal die we ­vervolgens onder de neus geschoven krijgen?

Essentieel radiovoer

Geen paniek, de Dewaeles maken nog steeds muziek. Hun zopas verschenen album Essential lijkt op het eerste gezicht een veredelde dj-mix, maar is dat allesbehalve. De plaat herbergt een collectie fonkelnieuwe elektronische dansnummers die de broers vorig jaar stiekem produceerden voor de BBC. Bij Auntie Beeb is de Essential Mix immers een heus instituut. Al meer dan twintig jaar nodigt het ­radioprogramma toonaangevende dj’s uit om hun lievelingsplaten in een bruisende dj-mix te gieten. Soulwax zou Soulwax niet zijn als de Dewaeles geen loopje zouden nemen met die formule. Ze ­vertikten het andermans muziek te kiezen, doken twee weken hun Gentse studio in en creëerden doodleuk een nieuw album.

“Niemand wist wat we aan het bekokstoven waren”, vertelt Stephen geamuseerd. “Alleen ons management had iets door. Bij de BBC hadden ze er het raden naar. Het idee dat al die nieuwe muziek op de radio zou worden gedraaid zonder dat de mensen wisten dat het onze nieuwe plaat zou ­worden, vonden wij opwindend genoeg om ermee door te gaan.”

Het resultaat doet aan als vintage Soulwax: energiek, opwindend, grappig en rotaanstekelijk. Elk nummer draagt de titel ‘Essential’. De gastzangers die er hun al dan niet gemanipuleerde ­stemmen aan lenen,  blijken allemaal vrienden te zijn.

“Letterlijk iedereen die in het gebouw aanwezig was, zingt mee op de plaat”, zegt Stephen. “We hebben hen allemaal voor de microfoon gesleurd. En al die mensen vroegen zich af wat we in godsnaam aan het doen waren. Ze dachten dat we een remix aan het maken waren.”

‘Essential Four’, de eerste single uit het album, ontpopte zich de voorbije maand zowaar tot een bescheiden ­hitsingle. Ook tot de verbazing van de Dewaeles, trouwens, die niet ­vermoedden dat er radiovoer tussen de ­opzwepende dansnummers zat.

De zang in bovengenoemde single komt van Charlotte Adigéry, een protegé van de Dewaeles met wie zij al een gesmaakte ep opnamen en die vandaag in ons land grote sier maakt onder de naam WWWater. Adigéry hoort bij een schare gelukkigen die zich tot de DeeWee-familie mag rekenen, een verzameling muzikanten van overal ter wereld die muziek opneemt in hun Gentse ­studiocomplex.

Wat is de belangrijkste raad die jullie je Deewee-protegés willen meegeven?

Stephen: “We zijn fier omdat al die muzikanten hun weg vinden, maar willen hen ook niet te fel bij het handje houden. We zullen er simpelweg voor ­zorgen dat ze zichzelf niet vastrijden, zodat ze ons kunnen blijven verrassen. Een dosis realiteitszin is nooit slecht. Door de manier waarop wij zijn opgegroeid, als zonen van een dj en radiomaker (Zaki, svs), wisten wij dat de muziekwereld geen mythische plek is. Veel mensen geloven in die illusie. Op een podium staan, aandacht krijgen, de wereld rondtouren: populair zijn is het ultieme doel van veel jonge mensen die we rondom ons zien. Maar voor Dave en voor mij is vooral wat je nalaat het belangrijkste. Wat je creëert, moet goed zijn. De rest neem je erbij. We mochten al vroeg achter de ­gordijnen van de showbizz kijken. The talk of the town? Die zagen wij écht. En die was niet altijd zo opwindend als wordt beweerd.”

Jullie lijken redelijk goed ontsnapt aan de tol die het ­muziekcircus soms eist. Hoogmoed is jullie vreemd.

Stephen: “Niet iedereen deelt die mening. (lacht) Men beweert soms dat wij arrogant zijn, maar die houding vloeit vaak voort uit ­verveling. Omdat we weten hoe het muziekwereldje in elkaar zit. Er is maar één oplossing als je in die mallemolen moet meedraaien: ermee lachen, het belachelijk maken.”

Om die reden is jullie Instagram-account vol gekke animatiefilmpjes zo vermakelijk. Jullie zijn daar niet zo lang geleden mee gestart, een beetje tot mijn verbazing, omdat jullie toch wat ­huiverig staan tegenover sociale media, niet?

Stephen: “We hielden altijd de boot af omdat iedereen zich zo serieus opstelt op Instagram. ‘Kijk eens naar mij!’, lijken ze allemaal te roepen. Maar David Owen, een kameraad van ons, heeft heel lang aan onze mouw getrokken om een Instagramaccount te beginnen. We delen alledrie dezelfde kijk op popcultuur. De enige manier waarop Dave en ik kunnen werken is als onze sparringpartner hetzelfde culturele referentiekader heeft. Eindelijk ­kunnen we de wereld van 2manydjs op Instagram delen. The floodgates are open.” (lacht)

Hoe reageren jullie dj-collega’s trouwens op Despacio? Jullie bieden er toch een alternatief mee voor de luidruchtige, schelle Tomorrowlandtechno die vooral op effect en volumes speelt? Beschouwt men jullie als een bedreiging?

David: “Ach, Despacio werkt voor maximaal 1.500 man. Iemand als David Guetta zal ons niet als een gevaar zien.”

Stephen: “Toch ken ik een aantal dj’s die zich op Despaciofeestjes afvroegen what the fuck wij aan het doen waren. (lacht) Je zag hen denken: wát zijn jullie aan het spelen en hoe komt het dat de mensen dansen? Dat mág niet, dat kan niet kloppen, zag je hen denken.

Blijkbaar kunnen we de mensen ook ontroeren. Toen we met Despacio in New York speelden, zag ik een oude mijnheer met ­tranen in de ogen staan. Ik dacht dat hij te veel had gedronken, maar hij bleek een overlever uit de legendarische New Yorkse uitgaans­wereld van de jaren 70 te zijn, uit de gay-scene van clubs zoals The Paradise Garage. Hij zei dat Despacio het dichtst het gevoel ­benaderde van die gouden discojaren. Dat maakte mij echt gelukkig.”

Beeld Joris Casaer

“De kwaliteit van wat je doet, van wat je eet, hoe je leeft en beweegt, daar moet je aandacht voor hebben”, zegt Stephen als we Lyle’s verlaten, de zonovergoten drukte van Shoreditch in. Iemand van slechte wil zou kunnen beweren dat Stephen en David hun versie van ­onthaasting hebben gecreëerd zonder écht te vertragen. Elfendertig plannen en projecten liggen op hen te wachten.

“Misschien zijn we verslaafd aan het idee dat je kunt ­blijven creëren”, zegt Stephen. Hij grijpt zijn reistas steviger vast en versnelt zijn pas. Er is haast bij. De planeten staan niet eeuwig op één lijn.

'Essential' van Soulwax is uit bij DEEWEE/PIAS. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234