Vrijdag 06/12/2019

Snapstad

Snapstad: Gent door de ogen van drie inwoners

Michael Borremans. Beeld Karmen Ayvazyan

Geef drie Gentenaars een wegwerpcamera en laat hun hun gang gaan. En zie:

Michaël Borremans (53), kunstenaar: "Op vlak van stedenbouw mag er best wat meer ambitie zijn"

Zit hij in het buitenland, dan is hij de talk of the town. Maar terug in zijn atelier en huis in Sint-Amandsberg vindt Michaël Borre­mans rust. “Dan geniet ik van een wandeling in het Begijnhof of waan ik me in de middeleeuwen in de tuin van de abdij.” Maar zijn oog valt, als kunstenaar en fotograaf, het meest op de architectuur van de stad. “Ik stoor me soms aan de architectuur. De moder­ne gebouwen zijn vaak te middelmatig en vernietigen het oude gevoel van de stad. Met architectuur mag men niet nonchalant omspringen, want iedereen wordt ermee geconfronteerd.

“Gent is volop in verandering, maar wat goed is, moet bewaard blijven. Ik heb een ­fascinatie voor plekken in transitie, plaatsen die onaf zijn. Die kunnen pure schoonheid en poëzie in zich dragen. In het Citadelpark stond een tentoonstellingshal die is afgebroken, maar de vloer en het hekwerk staan er nog. Nu is het een soort terrarium waar het verleden bewaard wordt en dat mag van mij zo blijven. Het lijkt wel een kunstwerk van Amerikaanse kunstenaar Gordon Matta-Clark. Het ligt vlak bij het MSK en het SMAK, twee musea die veel voor me hebben betekend. In het ene kwam ik vaak als student, in het andere is mijn carrière begonnen.”

“Tegenwoordig poetst de stad alles op voor toeristen, maar er moeten vuile randjes zijn.” Michaël toont een verscholen doodlopend straatje, achter de Sint-Annakerk. “Een vergeten plek, ideaal om in het donker te kussen met je lief. Ook het grindpad langs het water achter de Visserij is niet te netjes, maar oogt wel prachtig 19de-eeuws. Ik fiets liever hier langs het water dan door de straten van de stad.

“Pas op, moderniteit en experimenteren moet, meer en meer zelfs, maar dan moet de dialoog met de omgeving kloppen. Op vlak van stedenbouw mag Gent best wat ambitieuzer zijn. Kijk naar Dampoort, wat hou ik van die wijk. Aan de ene kant de sluis naar de jachthaven, met het sluishuisje dat in de zomer in een bar verandert. Surreëel om zo rustig in het centrum te kunnen zitten, op de plek waar Gent is ontstaan. De andere kant van Dampoort heeft dan weer zoveel opportuniteiten. De stad zou een voorbeeld aan Tokio moeten nemen. Als hier hoogbouw mogelijk is, kan dit het perfecte zakencentrum worden. Natuurlijk zijn er regeltjes, maar voor sommige plaatsen zouden ze een uitzondering moeten maken.”

Maar Gent heeft ook al succesverhalen geboekt waarbij heden en verleden samensmelten. “Ingeplant tussen vaste waarden als de Vooruit, het Zuidpark en het centrum ­creëert de nieuwe stadsbibliotheek een frisse dynamiek. Of de Boekentoren, die wordt met de renovatie eindelijk in ere hersteld. Maar het allermooiste nieuwe gebouw vind ik het Rijks­archief in de Bagattenstraat. Elegant, in een klassiek modernistische stijl. De luifeltjes scheppen een prachtig spel van licht en schaduw. Daarvoor maak ik met plezier een omweg.”

Rijksarchief: ‘Een creatief, tijdloos en elegant staaltje architectuur met een klassiek-modernistische toets. Ik ben er verliefd op.’ Beeld Michael Borremans
Dampoort: ‘Ik hou van de Dampoort, de toegangspoort tot de stad. Het is een lelijke plek, maar met haar eigen schoonheid.’ Beeld Michael Borremans
Werf van een oude tentoonstellingshal: ‘Een plek die nu geen plek meer is. Hopelijk blijft dat zo. Het voelt meer aan als kunstinstallatie, dan een werf. Soms ga ik ­midden op de site staan.’ Beeld Michael Borremans
Doodlopend straatje: ‘Ligt net achter het Sint-Annaplein, het mooiste pleintje van Gent. Hier heb ik waarschijnlijk ooit een lief mee­genomen om in de duisternis te kussen.’ Beeld Michael Borremans

Murielle Scherre (39), lingerieontwerpster: ‘Extremen vinden hier geen voet aan de grond, maar mensen leven wel extreem’

Murielle Scherre. Beeld Karmen Ayvazyan

Murielle Scherre is een rasechte Gentenaar, geboren en getogen in de linkse stad. Ze vond het geen gemakkelijke opdracht, ‘haar Gent’ fotograferen. “Het is als vragen om foto’s van je lief te nemen en zo te tonen waarom je hem graag ziet.

“Ik heb Gent altijd van binnenuit kunnen beleven, maar ook als toeschouwer. Als kind woonde ik half in Gent, half in Munte (deelgemeente van Merelbeke, red.) en ook nu ruil ik om de week de stad in met Oostende. Dat kan, want Gent is klein genoeg om nieuwsgierig te zijn. In grote steden als Brussel of Antwerpen is alles voorhanden, je hoeft de stad niet uit te trekken. Gentenaren zijn gemotiveerd om dat wel te doen. Tegelijk blijft de stad ook ­interessant genoeg om die mensen terug te lokken. De creativiteit en nieuwheid die ze elders opdoen, brengen ze dan ook terug mee.”

Het zit volgens Murielle in het DNA van de stad. “Die sociale achtergrond is er altijd geweest. Gentenaren zijn verdoken hippies, met hun progressiviteit en de vele initiatieven die ze nemen. Mijn grootvader was medeoprichter van de Vooruit. De dynamiek van het werkvolk is hier genetisch bepaald en zit ook in mijn bloed. Gentenaren benutten elke vierkante meter die ze hebben.

“En toch, Gent mag zichzelf wat vaker een schouderklopje geven. De stad heeft zoveel te bieden, heeft zoveel verwezenlijkt. Ze mag best wat meer voldoening halen uit de wapenfeiten die ze al behaald heeft. Gentenaren zijn niet trots genoeg, dat is sneu. Iedereen is ook erg gematigd, extremen vinden hier geen voet aan de grond. Maar pas op, mensen leven hier wel extreem. De Gentenaren, die hebben er een handje van weg.”

Murielle heeft vooral een fascinatie voor hoe de stad met haar communiceert. “Heerlijk toch hoe mensen zich uiten doorheen de straten. Een plakkaat dat me vraagt of ik geholpen wil worden, iemand die sorry zegt op de muur. Het is een persoonlijke boodschap die zich toch ook tot mij richt. Op zo’n moment verandert een monoloog in een dialoog. Het zijn die kleine dingetjes die Gent maken tot wat het is. Een rare combinatie van diversiteit, maar tegelijk zo makkelijk om te vatten. In Gent kun je verlopen lopen, zonder ooit de weg kwijt zijn.” 

Sticker van piratenpartij: ‘Gent heeft een enorme socialistische achtergrond. Alleen in een stad als deze, waar onder­nemers rood bloed hebben, kan een piraten­partij gedijen.’ Beeld Murielle Scherre
Een snoer op de grond, met een bloem op. ‘Op het eerste gezicht is dit rommel, maar zodra je inzoomt, wordt het een blije foto. Zelfs rommel kan de stad een mooie kant geven.’ Beeld Murielle Scherre
Een smiley op de muur: ‘Deze persoonlijke boodschappen spreken meerdere ­toeschouwers aan, ook al is het niet voor hen bedoeld.’ Beeld Murielle Scherre
Pet en T-shirt met Gantoise en Buffalo Baby: ‘Tja, dit zijn de symbolen van de stad. Gentser kan niet.’ Beeld Murielle Scherre

Philippe Van Cauteren (47), artistiek directeur SMAK: ‘De stad is niet bang om ook de duisternis te tonen’

Philippe Van Cauteren. Beeld Karmen Ayvazyan

Philippe Van Cauteren trok als ­student in 1987 van Zele naar Gent en deed al snel alle vormen van vrijwilligerswerk in het SMAK (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst) die hij kon bedenken. Na zijn studies ging hij wat van de wereld zien, maar in 2004 vond hij in Gent opnieuw zijn vaste stek, toen hij als artistiek directeur bij het SMAK begon.

“Ik ben een vreemde gebruiker van de stad. Dat prachtige centrum bewandel ik amper. Sta maar eens op de Sint-Michielsbrug en kijk uit op het Gravensteen en de Graslei. Een wonderbaarlijk uitzicht, maar ik zie het hooguit twee keer per jaar.” Op zijn foto’s dan ook geen best views en must sees, maar het Gent zoals hij het dagelijks tegenkomt ­wanneer hij het traject van zijn huis aan het Zuidpark naar het museum aflegt. “Deze plekken zijn een soort cocons voor mij, waar ik de kunst van het tijd verliezen leer. Ze kennen geen greintje pretentie, maar hebben wel een ziel.” Zoals het Wokske, een piepklein Vietna­mees restaurant in het midden van de Over­poort, of de boekenwinkel Walry, waar de boeken aan je vingers blijven kleven. “Dit zijn allemaal plekken om naar terug te keren. Tenzij je geen Vietnamees lust.”

Enkel als hij kunstenaars op bezoek heeft, trekt hij de historische binnenstad in. Dan toont hij de grandeur van de middeleeuwen, de iconische Boekentoren en de overblijfselen van de 19-eeuwse industrialisering. “Maar Gent heeft ook een duisternis, hoeken en kanten van verval. Ze schuwt niet om die te laten zien. Het geeft de stad een smoel. Dat op zo’n kleine schaal zoveel diversiteit samengevat zit, is uniek. Gent is een laboratorium, waar een mengeling van minikolonies leeft, met zijn studenten, toeristen en werkvolk.”

Het cliché dat Gent de stad is van koppigaards, daar is volgens Philippe niets van aan. “Gentenaren zijn misschien eigenzinnig, maar kennen een ongeziene openheid en passie. Neem de eigenaar van de Italiaanse winkel Cuore di Puglia die eigenhandig zijn mozzarella maakt. Hoe die man vertelt over kaas, het is beter dan naar theater gaan. Of mijn beste vriend Lieven Goossens met zijn B&B/rariteitenwinkel 1820, hij is een waarlijke meubelmagiër. Zij maken de stad tot wat ze is.”

Tegelijk draagt de stad haar inwoners en beweegt hen voort, als een surfplank. Daarom is de S in SMAK zo belangrijk. Vele musea heten het MAK, maar zonder de stad bestaat dit museum niet. Gent heeft een ­goesting voor actuele kunst. Dankzij die ­visionaire blik heb ik met het museum ­culturele projecten bewerkstelligd die ­nergens anders zouden aarden en die toeristen prikkelen om te blijven komen. Want Gent is, net zoals de plekken die ik foto­grafeerde, een stad om steeds naar terug te keren.”

‘Lieven Goossens is al 40 jaar een goede vriend, van toen we samen op de schoolbanken zaten. Ik heb zijn B&B 1820 (Sint-Jansvest 18-20) voor de eerste keer uitgetest.’ Beeld Filip Van Cauteren
Café Parti/tafel Istan­bul. Een restaurant vlak bij het station (Koningin Maria Hendrikaplein 65A), waar een miniatuurtreintje boven de toog rondrijdt. ‘Hier heeft elke tafel geen nummer, maar de naam van een stad. Zo kan ik dineren op plekken waar ik nog niet ben geweest.’ Beeld Filip Van Cauteren
De uitbater van het Wokske (Overpoortstraat 112), een klein Vietnamees ­restaurant. ‘De vriendelijkste man die ik ken. Hij vraagt altijd hoe het met mijn projecten gaat.’ Beeld Filip Van Cauteren
Boekhandelaar Walry (Zwijn­aardse­steenweg 6): ‘Boek­hande­laars zijn als dinosaurussen, ze verdwijnen stilaan. Maar ik blijf een fervente bezoeker.’ Beeld Filip Van Cauteren

Meer foto's van ons Gents drietal in DM Magazine van 18/02.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234