Maandag 18/11/2019

Interview Familieklap

Schrijver Bert Moerman en zus Lore: ‘Het was altijd vloeken op de polder en die focking wind’

Bert en Lore Moerman: ‘Een tijdje geleden stuurde vader een sms: ‘Ik ben fier op jullie.’ Ik dacht: wat krijgt die nu?’ Beeld Bob Van Mol

De jongste is 32 jaar, woont in Antwerpen en presenteert zijn tweede roman in korte tijd: Benny. De oudste is 34 jaar, Gentenaar en stampte een paar jaar geleden restaurant Bodo uit de grond. Bert en Lore Moerman, broer en zus.

BERT

“Het grote niks. Keken Lore en ik thuis door het raam, dan zagen we alleen maar leegte. Of een tractor die een koe uit de gracht trok. Zuienkerke, dat is waar wij zijn opgegroeid, een stukje niemandsland tussen Blankenberge en Brugge, in de ‘Vagevuurwijk’. Die wijk bestaat uit vijf straten en een hoop van die typisch Vlaamse fermettes. Dat niemandsland frustreerde Lore en mij. Ons leven speelde zich af in Brugge, daar woonden onze vrienden en daar gingen we naar school. Zuienkerke was als het ware alleen de plek waar ons bed stond. Dus wat je ook wilde, het kostte je heen en terug altijd zestien kilometer fietsen door de polder en door die eeuwige, focking wind. Soms deed je de tocht drie keer per dag, en reed je bijna vijftig kilometer.

“Zuienkerke voldoet nog altijd aan het romantische beeld van het kind dat zorgeloos op straat speelt, want er passeert toch niemand. Maar als tiener haat je dat. Gent, Brussel, New York: dat was de leuke wereld. Dus zag je The Fresh Prince of Bel Air op de televisie, keek je naar Amerikaanse films, las je over Brusselse muzikanten en keek je verwonderd om je heen in Gent. Alles leek aantrekkelijk in vergelijking met het grote niks, met de verslagenheid van Zuienkerke.

“De band met mijn zus is goed, dat is altijd zo geweest. Bij ‘code Rood’ is Lore diegene die ik bel. Kleine problemen kun je met vrienden oplossen, maar bij grote problemen is er Lore. Niet dat wij alles met elkaar bespreken. Ook vroeger niet, toen we als student een huis deelden in Gent en er in die tijd al eens een vreemde aanschoof aan het ontbijt. (lacht)

“Het is knap hoe Lore een restaurant runt, maar trots is ons vreemd. Die eigenschap delen we, net als onze rugproblemen: de ‘Moermanrug’.

Beeld Bob Van Mol

“Geen trots dus, want wat ben je daarmee? Dat brengt je niet vooruit. Wij komen uit een heel neutraal, heel doorsnee gezin, niet vooraan het pak, maar ook niet achteraan. Tong met frieten op zondag, vader boekhouder, moeder in een hotel, en doe maar gewoon.

“Zoals Lore kookt, zo schrijf ik. Zij voert geen enorme show op in de keuken, zoals andere koks soms doen, en ik schrijf ook niet met de eruditie die Roderik Six tentoonspreidt in Volt, maar natuurlijk wil je excelleren, wil je je bewijzen. De lat ligt hoog. Als de krant je nieuwe roman drie sterren geeft, dan lijk je geparkeerd bij de middelmatigheid. Zo voelt dat, en dat haat ik.

“In wezen schrijf ik om mezelf te bewijzen dat ik niet minder ben dan een ander. Dat is heel West-Vlaams, ja, maar je afkomst zorgt ervoor dat je kennelijk meer moet doen ‘om erbij te horen’. Je wilt vooruit. Na Benny en Niet dat het iets uitmaakt voelt het alsof ik enigszins over de gracht ben gesprongen, en er niet in ben gedonderd. Meer opluchting dan trots. Een tijdje geleden stuurde onze vader een sms: ‘Ik ben fier op jullie.’ Ik dacht: wat krijgt die nu? Zoiets werd in ons gezin nooit uitgesproken, al probeer ik dat nu wel meer te doen. Ga ik eten in Lores restaurant, dan zeg ik oprecht dat het lekker was. Maar ik zeg ook ‘dat de vis misschien iets gaarder kon’. Een klein puntje van kritiek legitimeert het compliment dat je geeft.

“In de harmonieuze band die ik met Lore heb, dook onlangs een klein conflict op. Na het lezen van Benny zei Lore: ‘Het is goed, funny, het leest vlot, maar ik denk dat je beter kunt.’ Ik lijd niet onder die uitspraak natuurlijk, maar het typeert ons wel.”

LORE

“Drie jaar geleden zijn onze ouders gescheiden. Had je me dat vijf jaar terug gezegd, ik had je uitgelachen. De scheiding kwam voor mij als een donderslag. Na 35 jaar huwelijk, als je kinderen dertigers zijn of worden, uit elkaar gaan? Hoe kun je dat nu opgeven, dacht ik toen. Het leidde tot boosheid, die is overgegaan in aanvaarding. Tot een paar jaar geleden was ik ook erg close met mijn moeder. Zij was vroeger als het ware mijn beste vriendin, ook omdat vader zelden thuis was. Zij hield de boel bijeen. Ze kan ook erg goed koken. Kwam vader eens onverwacht vroeg thuis, dan voelde hij voor mij als een soort indringer, net omdat Bert, moeder en ik zo aan die driehoek gewend waren.

“Bert denkt anders over de scheiding, hij vermoedt dat onze ouders gewacht hebben tot hun kinderen zelfstandig waren, op eigen benen stonden.

“Misschien speelt onze jeugd in Zuienkerke ook een rol in de goede band die we hebben, omdat we ons wat ‘anders’ voelden dan de meeste kinderen. Voor alle duidelijkheid: we voelden ons niet beter, zijn ook geen stadssnobs, maar voor ons speelde het leven zich wel in Brugge af en niet in het dorp. Bert en ik reden dan samen met de fiets, vloekten op de polder en inderdaad: op die focking wind. (lacht)

“Ik volg Berts metafoor van de gracht wel. Op mijn restaurant Bodo hoef ik niet trots te zijn, het is eerder omgekeerd: ik wil vooral niet afgaan (lacht). Ik zeg nooit dat Bodo een goed restaurant is, alsof ik dat niet durf, maar zeg wel ‘dat het goed marcheert’.

Beeld Bob Van Mol

“Bodo is ook het resultaat van een logisch proces: terwijl ik Germaanse studeerde, werkte ik in de horeca, trok nadien naar de hotelschool, werkte in keukens en kwam ten slotte bij een eigen restaurant uit. Bij Bert was het anders: hij trok naar New York om een boek te schrijven en kwam terug met Niet dat het iets uitmaakt.

“Het opgroeien in de polder is geen belemmering, en mag dat ook niet zijn. Bert verwijst daarbij naar onze grootmoeder, en daar ligt de sleutel wellicht voor wat wij nu doen, dat we er beiden zijn vertrokken en beiden durven te ondernemen.

“Onze grootmoeder woonde in Brugge, onderhield een gezin van vier kinderen, maar ging wel op reis naar Mexico en Rusland. Ze stuurde haar zonen ook uit, onze vader naar Honduras. Een andere zoon trok als student naar Zweden en woont er nog altijd. Later ben ik zelf ook naar Zweden getrokken. Er hebben ooit drie Peruvianen bij onze grootmoeder gewoond, die deden weinig meer dan uitgaan en feesten, maar niemand had dat in de gaten. Het was een bijzonder figuur, een moeilijk mens soms, maar ze toonde wel dat je je leven zelf vorm kunt geven. Dat hebben Bert en ik goed begrepen.”

Restaurant Bodo, Burgstraat 2, Gent.

Bert Moerman signeert op 9 november op de Boekenbeurs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234