Zaterdag 20/07/2019

Interview

Samira Atillah: "De Wever doet alsof hij drugsnetwerken oprolt, maar hij weet niet tegen wie hij opbokst"

Beeld Aurélie Geurts

Samira Atillah verloor vader en broer aan de drugs, en staat al drie jaar in de modder van de vluchtelingenkampen. Ze vindt de jacht op transitmigranten een even slecht idee als de ‘war on drugs’. Een gesprek met een bevlogen vrouw, die een boek schreef over haar vrijwilligerswerk bij mensen op de vlucht. "Wij doen gewoon wat Jezus zou doen."

“Zolang die mensen geen veilig alternatief hebben, zullen ze letterlijk en figuurlijk een hoge prijs betalen”, zegt Samira Atillah over de vechtpartij onder transitmigranten op het parkeerterrein in Wetteren, waarbij deze week een dode viel. “Ik vermoed dat het gevecht ging tussen twee groepen aan wie de mensensmokkelaars een plek in dezelfde vrachtwagen hadden beloofd. Dat gebeurt wel vaker. Zo cynisch zijn die smokkelaars. Ze incasseren hun geld, laten via de mobiele telefoon weten waar die mensen een geschikte vrachtwagen kunnen vinden en laten hen dan in de kou staan.”

Samira Atillah kent die wereld maar al te goed. Al drie jaar staat ze als activiste met beide voeten in de rauwe werkelijkheid van asielzoekers en transitmigranten. “Ik heb zelfs een verhaal gehoord over een man die werd gevierendeeld”, zegt ze. “Zoals in de middeleeuwen. De man werd vastgebonden aan twee auto’s en uit elkaar gerukt. Omdat hij protesteerde tegen de genadeloze praktijken van smokkelaars. Mensen op de vlucht leven in de wetteloosheid. Vergelijk het met de drugshandel. Ook daar is wetteloosheid troef. Mijn oom is vermoord omdat hij nog een schuld van 12 euro had.”

Wie is Samira Atillah?

- geboren op 23 december 1988 in Genk

- orthopedagoog van opleiding

- begon als jeugdwelzijnswerker bij GIGOS vzw in Genk

- was tot eind vorig jaar medewerker van Kamerlid Meryame Kitir (sp.a)

- schreef met Zijn naam was Youssef een boek over het vrijwilligerswerk met mensen op de vlucht

Over de war on drugs, waarover we het straks zullen hebben, schrijft ze binnenkort een boek. Maar haar eerste boek, dat volgende week van de persen rolt, gaat over haar werk bij de transitmigranten in de kampen aan de Franse en Belgische kust. In Zijn naam was Youssef brengt ze de situatie daar op een aangrijpende manier tot leven.

U doet het tegenovergestelde van wat sommige politici doen: u dehumaniseert die mensen niet, u humaniseert hen.

Samira Atillah: “Dat probeer ik inderdaad. Ik wil het leven in de kampen laten zien zoals het is. Ook in de media worden mensen op de vlucht voortdurend gecriminaliseerd. Ik wilde een menselijk verhaal vertellen. Want dat is het ook. Dit gaat om mensen van vlees en bloed, mensen die honger hebben, ziek kunnen worden, bang zijn.”

Wanneer was u voor het eerst in een kamp?

“Drie jaar geleden. Nadat ik in Het journaal op de VRT had gezien hoe erg de situatie in Duinkerke was: mensen leefden er in tenten die onder de modder zaten. Toen ben ik meteen met andere vrijwilligers daarnaartoe gereden om te helpen. Sindsdien ben ik er bijna constant mee bezig. Proberen te helpen, proberen de situatie menselijker te maken. Dat heeft een enorme impact op mijn leven gehad. Vorig jaar ben ik er een paar maanden onderdoor gegaan.”

Waarom? Kon u het niet meer aan?

“Ik denk dat ik een soort burn-out had. Ik kon het contrast niet meer aan tussen het leven in de kampen en het leven thuis. Mijn vrienden die nog nooit zo’n kamp hebben bezocht, zijn met heel andere dingen bezig en leven in een andere wereld. Ze worden ook beïnvloed door de negatieve berichtgeving in de pers. En ze vragen zich af waarom ik mij daarmee wil bezighouden. Daar ben ik zelf een tijdje ook negatiever van geworden. Maar ik wil niet stoppen met dit engagement. Ook al is het soms vrij hard.”

Wat doet u concreet?

“Het begint met simpele dingen. Thuis en via sociale media kleren en voeding inzamelen, en die naar ginder brengen. Dat is op zich al confronterend: mensen vechten letterlijk voor een deken of een paar schoenen. Daarnaast bouwen wij ook keukens, koken wij elke dag, en proberen we mensen te helpen als ze ziek worden. Zo goed en zo kwaad als het kan, want wij zijn geen professionele hulpverleners. En dus maken wij fouten.”

Wat kan er zoal fout gaan?

“Ik herinner mij nog een incident dat het nieuws heeft gehaald: in de winter probeerden we met vuurtjes in de tenten mensen warm te houden. Slecht idee, natuurlijk. Maar als de overheid zich er niets van aantrekt en je met vrijwilligers moet werken, loopt er wel eens iets fout. Er is eens een man naar het ziekenhuis gevoerd, en dat was ook gevaarlijk, want je mag geen mensen op de vlucht vervoeren. Wie dat doet, maakt zich schuldig aan mensensmokkel. Maar nood breekt wet.”

Wat had die man meegemaakt?

“Het was een al wat oudere man die zich had vastgeklampt onder een trein in de hoop zo in Engeland te geraken, en bij een val zijn been had gebroken. Hij was terug naar het kamp gestrompeld, en omdat zijn been er zo erg aan toe was, moest hij zo snel mogelijk naar de spoeddienst gebracht worden.”

Youssef, een Koerdisch jongetje, speelt een hoofdrol in uw boek.

“Ik leerde hem kennen toen hij een jaar of vier was. Hij was een erg innemend jongetje dat mij meteen overal volgde. Ik weet nog dat hij op een dag aan mij vroeg waarom ik hem niet gewoon naar Engeland kon brengen met de auto. Dat ik hem in korte tijd enorm heb zien veranderen, heeft een zeer grote impact op mij gehad. Aanvankelijk was hij een heel oprecht en lief jongetje, maar gaandeweg werd hij agressief en gefrustreerd. Die kinderen beseffen dat het een strijd is om te overleven.”

Youssef is ondertussen in het Verenigd Koninkrijk geraakt, schrijft u.

“Ja, zijn ouders hebben ons ook foto’s doorgestuurd. Ze wonen nu in een huis en Youssef gaat naar school. Zijn vader was op de vlucht geslagen omdat hij als Koerd voor de keuze werd gesteld: meevechten met IS of meevechten met het Turkse leger. Door IS werd hij echt bedreigd. Over IS doen gruwelijke verhalen de ronde. Geen wonder dat mensen tot het uiterste zijn gegaan om daaraan te ontsnappen.”

Raadt u die mensen niet af om per se naar het Verenigd Koninkrijk te willen?

“Absoluut. Wie de smokkelaars van tevoren kan betalen, zoals de ouders van Youssef, heeft soms geluk. Maar wie dat niet kan, wacht een vreselijk bestaan in de illegaliteit. Ze worden in de prostitutie gedwongen of moeten in een ander zwart circuit meedraaien om hun schuld af te betalen. Ook de overtocht zelf is erg gevaarlijk. En soms schrijnend. Kinderen worden gedrogeerd, zodat ze geen lawaai zouden maken, en mensen die zich in koelwagens verstoppen, leren van tevoren hoelang ze zonder zuurstof kunnen.”

Samira Attilah: "De smokkelaars herken je meteen. Ze zijn, ook in de smerigste kampen, altijd supernetjes gekleed." Beeld Aurélie Geurts

Hoe doen ze dat?

“Ze nemen een plastic zak, zetten die aan hun mond en proberen dat zo lang mogelijk vol te houden. Dat timen ze, zodat ze weten hoelang ze kunnen overleven in een koelwagen als er onderweg iets fout gaat of als de zuurstof op raakt.”

De kampen in Calais en Duinkerke zijn opgedoekt. Hoe is de situatie momenteel, waar verblijven de meeste van die mensen die naar Engeland willen?

”Er zitten nog duizenden mensen te wachten op de oversteek, in dezelfde regio. In Grande-Synthe werden recent opnieuw honderden mensen weggejaagd met traangas en een grote politiemacht met automatische geweren. De politie zei tegen hen dat ‘de jacht’ weer ‘geopend’ was en dat ze doodgeschoten konden worden. Overdag verlaten die mensen op de vlucht de bossen en lopen ze troosteloos rond. Vrijwilligers proberen opnieuw hulpmiddelen te voorzien. Het is er triestig.”

U noemt die mensen geen transitmigranten?

“Nee, dat vind ik een afschuwelijk woord. Het is dehumaniserend en criminaliserend. Ik heb het altijd over mensen op de vlucht. Dat zijn ze ook. Simpel. Of ze nu vluchten voor oorlog of honger, dat maakt voor mij geen verschil.”

Kent u de smokkelaars?

“Die herken je meteen. Ze zijn, ook in de smerigste kampen, altijd supernetjes gekleed. Met hen heb ik nooit contact gehad, maar ik ken de verhalen die over hen de ronde doen. En ik ken de verhalen over afrekeningen en ruzies tussen smokkelaars onderling. Die mensen zijn gewapend.”

Dus als er schietpartijen zijn, gaat het meestal om smokkelaars?

“Absoluut. En dat gebeurt allemaal onder het toeziend oog van onze overheid en politie. In die kampen heerst totale wetteloosheid. In een van de kampen waar ik ben geweest, hadden alle bewoners een blauw polsbandje, dat erg gegeerd was. Wel, daar werden mensen voor vermoord. De smokkelaars hebben niets te verliezen. Als ze iemand vermoorden, stoppen ze hem in de grond. En mensen op de vlucht worden in de steek gelaten, zodat ook zij moeten vechten voor hun leven, zoals deze week in Wetteren.”

Wat zou het beleid kunnen doen?

“Zorgen voor fatsoenlijke opvang, huisvesting en voeding. Bed, bad en brood. Ver weg van de mensensmokkelaars. En dan uiteraard: die mensen informatie geven. Sommigen kun je wel degelijk overtuigen om hier of in Frankrijk asiel aan te vragen. En dan wat de kinderen betreft: als die familie hebben in het Verenigd Koninkrijk, vind ik dat we die gewoon op een veilige manier naar ginder moeten brengen. Er zijn honderden kinderen die in hun eentje rondtrekken. Dat is onverantwoord.”

Wat met de anderen?

“Er zou veel miserie kunnen worden voorkomen als Europa écht een spreidingsplan zou hebben. Maar vandaag is zoiets voor de hand liggends blijkbaar een utopie. De meeste politici denken blijkbaar dat een menselijke behandeling een aanzuigeffect zou hebben, dat iedereen binnenkort naar Europa wil komen. Maar niets is minder waar. Ik heb mensen leren kennen die een landgoed hadden in Syrië en toch op de vlucht zijn geslagen: van een landgoed naar een modderkamp, dat doe niet voor je plezier.”

Wat met economische migranten?

“Ook dat zijn voor mij mensen op de vlucht. Ik vind het onderscheid kunstmatig. Wie in zijn eigen land honger lijdt, komt ook niet voor zijn plezier naar Europa. En dat miljoenen mensen klaar staan om hier naartoe te komen, is zeker ook onzin. De manier waarop rechtse politici die angst proberen aan te wakkeren, maakt mij echt ziek.”

Ook in de sp.a, waarvoor u een jaar lang hebt gewerkt, bent u teleurgesteld.

“Absoluut. Ook die partij schuift almaar verder op naar rechts. Ik sta al jaren met mijn voeten in de modder, en in het Parlement heb ik gezien dat de partij maatregelen goedkeurt waar een echte socialist nooit achter kan staan. Het zijn Kamerleden Karin Temmerman en Monica De Coninck die het goed vinden dat wij kinderen opsluiten. Sorry, maar dat kon ik op den duur niet meer verzoenen met mijn engagement.”

Hoe was u bij de sp.a terechtgekomen?

”Door te solliciteren toen er een vacature was voor medewerker van Kamerlid Meryame Kitir. Ik heb nog altijd veel respect voor Meryame, ze heeft het hart op de juiste plaats. Maar er gaapt een kloof tussen de mensen achter de schermen, van wie velen superlinks zijn, en de mensen die de partij vertegenwoordigen. Dat kon ik niet meer aanzien. Ik had in Genk op de sp.a-lijst kunnen staan, maar ik heb vriendelijk bedankt.”

U bent op Twitter weleens in discussie gegaan met Jan Cornillie, tot voor kort directeur van de studiedienst.

“Hij noemde mij ooit ‘te activistisch’. Dat zegt genoeg, komende uit de mond van een socialist. Activisme is voor mij de basislijn, het vertrekpunt. Ik kom op voor mensen op de vlucht. Heb ik een probleem? Nee, wie dat als socialist niet doet, heeft een probleem. En wat ik niet begrijp, is dat de sp.a ermee uitpakt dat er onder staatssecretaris Theo Francken meer mensen het land zijn binnengekomen dan vroeger. Wat willen ze daar nu mee zeggen? Dat ze er trots op zijn dat socialisten strenger waren dan Francken?”

Bent u niet te links voor de sp.a?

“Vrienden van mij zeggen dat soms. Dat ik beter bij de PVDA pas. Iedereen is zo ver naar rechts opgeschoven dat sociaaldemocratische overtuigingen tegenwoordig extreemlinks lijken. Terwijl ik gewoon menselijk wil zijn. Dat is erg. Ik denk vooral dat de sp.a volgend jaar weer veel stemmen gaat verliezen.”

Wat vindt u van de analyse die sommigen maken: dat de klassieke sp.a-achterban nu eenmaal een streng migratiebeleid wil?

“Een groot deel van de socialistische achterban is lang geleden al vertrokken naar het Vlaams Blok. Daaruit heeft men dan de conclusie getrokken dat de partij naar rechts moest opschuiven. Maar dat puur electorale denken heeft niet geholpen. Ik weet ook wel dat heel wat mensen racistischer zijn geworden, ook bij sociale bewegingen. Mensen voelen de besparingen in hun portemonnee en zoeken een zondebok. Dat mechanisme moet een linkse partij doorbreken. Ik weet zeker dat zo’n partij succes zou hebben.”

Is Groen geen alternatief dan?

“Op asiel en migratie wel. Maar die partij komt sociaal-economisch dan weer niet zo uit de verf. En dat hangt allemaal samen. Het gaat altijd in essentie over economie. Maar de aandacht wordt afgeleid doordat politici het over moslims en vluchtelingen hebben.”

Hoe kijkt u naar Bart De Wever?

“Ik vind hem een bijzonder slimme, maar ook erg gevaarlijke man. Hij bepaalt als N-VA-voorzitter het discours. Hetzelfde geldt voor Theo Francken. Ze hoeven maar één keer iets te zeggen en heel Vlaanderen staat op z’n kop. Zo veel macht, dat vind ik akelig en beangstigend.”

Was u verbaasd over Schild & Vrienden?

“Nee, ik ben daar helemaal niet verbaasd over. Ik doe vaak mee aan betogingen, ook aan tegenbetogingen als Francken ergens komt spreken. Dus ik ken die kerels zeer goed.”

Was u erbij toen Francken aan de VUB het spreken werd belet? Want toen heeft Dries Van Langenhove voor het eerst massaal gemobiliseerd, om de volgende lezingen van Francken te beschermen en beveiligen.

“Nee, daar was ik toen niet bij. Ik vond het niet de slimste actie om Francken het spreken te beletten. Al moeten we natuurlijk opkomen tegen onethische politici. Ik weet wat Francken tijdens die lezingen vertelt, en dat is onthutsend. Hij maakt vernederende grapjes over mensen op de vlucht, dat mensen die bij het OCMW steun kunnen krijgen daarna met een dikke Mercedes rijden, en zo. Het verbaast mij niet dat mensen zoals Dries Van Langenhove zich aangesproken voelen.”

Dan houdt u Francken mee verantwoordelijk voor de opmars van zulke clubs?

“Zonder meer. Ik denk dat hij een grote verantwoordelijkheid heeft in de recente opmars van extreemrechts. Hij wakkert extreemrechts aan. Hij gooit olie op het vuur bij mensen die al racistisch zijn aangelegd. Dat is niet onschuldig. U weet toch wat jongeren van het KVHV en Schild & Vrienden scanderen als wij betogen tegen de lezingen van de staatssecretaris? ‘Niet janken, wij willen Francken!’ Dan weet je het wel.”

U bent 29, dus u hebt de opmars van het Vlaams Blok niet meegemaakt.

“Nee, maar thuis werd wel vaak over die partij gepraat. Mijn Belgische grootvader, langs moeders kant dus, vond dat een gevaarlijke partij, waar je goed mee moest opletten. Vandaag zegt hij dat over de N-VA. Mijn grootvader herinnert zich de oorlog nog en weet dat die partijen hun wortels hebben in de collaboratie. Hij is altijd heel blij geweest dat er een cordon sanitaire rond het Vlaams Blok lag.”

Samira Attilah: "Het ziet er niet goed uit. Veel vrijwilligers zijn de moed aan het verliezen." Beeld Aurélie Geurts

Uw grootvader langs vaderskant kwam uit Marokko.

“Ja, hij was in de jaren 1960 in de mijnen komen werken. Samen met mijn vader. Ik heb de folders nog liggen die in Marokko werden verspreid: België smeekte de mannen echt om hier te komen werken, met de belofte van goed werk en mooie huizen. Maar dat is allemaal zwaar tegengevallen. De wijken waren helemaal niet mooi, en toen de mijnen sloten, zaten ze met een groot probleem. Ze spraken de taal niet, en konden nergens anders terecht. Zo zijn de drugs in de wijken gekomen.”

U hebt daar al eerder over verteld: uw familie is kapotgegaan aan de drugs. U bent daaraan ontsnapt.

“Ja. Ik zal het nooit goedpraten, maar velen gingen na de mijnsluiting heroïne verkopen, om hun gezin te onderhouden. Zelf werden ze verslaafd. Mijn vader is gestorven aan de gevolgen van zijn verslaving en een van mijn broers is omgekomen in een woningbrand nadat hij onder invloed van drugs een sigaret had opgestoken. Mijn oom is vermoord. En ik ben ook bedreigd, want als je zelf niet kunt betalen, kloppen de dealers aan bij je familie.”

Dat brengt ons bij de war on drugs.

“Die oorlog werkt niet. Verslaving is een ziekte. Ik heb het gezien bij mijn broer. Die hoorde niet thuis in de gevangenis, en toch heeft men hem daar een paar keer naartoe gestuurd, louter voor drugsbezit. En daar is hij gekraakt. De criminalisering van bezit en gebruik is totaal verkeerd. Bart De Wever doet alsof hij in Antwerpen netwerken oprolt, maar hij weet niet tegen wie hij opbokst. De grote jongens deinzen nergens voor terug. Zolang de war on drugs wordt gevoerd, zullen er granaten ontploffen in Antwerpen.”

Wat moet er dan gebeuren?

“Legaliseren. Zorgen dat alles bovengronds gebeurt. Zoals heroïneverslaafden vandaag al methadon bij de apotheker kunnen halen. Dat klinkt raar voor iemand die familie heeft verloren aan de drugs, maar ik weet zeker dat we het probleem op die manier veel beter in kaart kunnen brengen en beheersen. De war on drugs is uitgevonden om electoraal te kunnen scoren, om stoer te kunnen doen op de kap van kwetsbare mensen. Het zijn de mensen met een laag inkomen die moeten gaan stelen om hun verslaving te bekostigen.”

Vastgoedbonzen, volksvertegenwoordigers en tv-vedetten hebben geld genoeg.

“Gaat u dat zo opschrijven?”

Ik zal er nog eens over nadenken.

(lacht) “Maar het klopt wat u zegt. Een cocaïneverslaving kost gauw meer dan honderd euro per dag. Gewone mensen moeten zich daarvoor meteen in de schulden steken of gaan stelen. Terwijl ze ziek zijn, ik herhaal het nog eens. Die mensen moeten geholpen worden; door hen in de gevangenis te stoppen maak je het alleen maar erger.”

Waarom niet verplicht doen afkicken?

“Dat werkt niet. Iemand die geen hulp vraagt, zul je daarmee niet helpen. Sluit iemand dertig dagen op om clean te worden, en als hij weer vrijkomt zal hij meteen opnieuw gebruiken. Nee, ik denk dat we de methadonverstrekking als voorbeeld moeten nemen. Zorg dat verslaafde mensen in veilige omstandigheden en onder medisch toezicht hun middel kunnen gebruiken en proberen af te bouwen om uiteindelijk te stoppen.”

Uw visie op de war on drugs is perfect vergelijkbaar met uw visie op de manier waarop we mensen op de vlucht moeten behandelen.

“Het mechanisme is hetzelfde. Kwetsbare mensen worden gecriminaliseerd. Waardoor het fenomeen ondergronds gaat en er doden vallen. Mensen doen de gekste dingen om toch maar aan drugs te geraken of naar het Verenigd Koninkrijk te kunnen vertrekken. En mensensmokkelaars zijn even wreed als drugsdealers. De oplossing ligt in beide gevallen voor de hand: de overheid moet zélf het overzicht bewaren, het verkeer regelen en de betrokkenen begeleiden. Maar dat doet men niet, omdat men dan niet kan scoren.”

Dat is wel erg cynisch.

“Is dat zo? Ik stel alleen maar vast dat men geen van beide problemen echt wil oplossen. En dat bepaalde politici daar garen bij spinnen. Als dat cynisch is, dan is het maar zo.”

Hoe verklaart u dat u aan de drugs bent ontsnapt?

“Ik heb bijzonder veel te danken aan het pleeggezin waar ik een paar jaar heb gewoond. Een klassiek, conservatief Vlaams gezin waarvan de vader godsdienstleraar was en de moeder een kruidenierszaak had. Hardwerkende Vlamingen die elke zondag naar de kerk gingen. Aan die mensen heb ik veel te danken. Sommigen denken dat ik anti-Vlaams ben, maar niets is minder waar. Ik zal minderheden altijd verdedigen, maar weet wat ik te danken heb aan mijn pleegouders. Bij hen heb ik tot mijn 18de gewoond.”

En toen bent u gaan studeren met een leefloon?

“Ja, ik heb mijzelf als student moeten onderhouden met een paar honderd euro per maand. Veel armoede gekend. En hard moeten studeren, want in die omstandigheden krijg je maar één kans, je mag je jaar niet overdoen. Maar dat is gelukt.”

Wat hebt u gestudeerd?

“Pedagogische wetenschappen.”

Net zoals Theo Francken.

“Inderdaad. Zoals u ziet, zijn er ook pedagogen die wél menselijk kunnen zijn. (lacht) Ik vermoed dat Theo Francken vroeger een paar vakken heeft overgeslagen.”

Op sociale media hebt u al een paar keer gezegd dat u een christen bent.

“Bij mijn pleegouders ging ik elke week naar de kerk, uit loyauteit. Ik heb heel wat bezwaren tegen de katholieke kerk, maar de christelijke waarden vind ik erg belangrijk. Jezus was een indrukwekkend figuur. Hij heeft ons geleerd om onze naaste lief te hebben, om het goede te doen, menselijk te zijn. Die waarden proberen wij als vrijwilligers in de praktijk te brengen. Als wij mensen op de vlucht helpen, doen wij gewoon wat Jezus zou doen.”

Kent u de pastoor van Zeebrugge?

“Ik ben ooit in zijn kerk geweest. Het is een hele toffe man die belangrijk werk doet. Hij geeft mensen op de vlucht elke dag eten, en daarvan maakt de politie nu misbruik om op dat tijdstip razzia’s te doen. Ik moet daarvan huilen, eigenlijk. Het is zo triest. Die priester is iemand die, net zoals de andere vrijwilligers, nog christelijke waarden heeft. Ik vind het verontrustend dat de christelijke provinciegouverneur Carl Decaluwé en de socialistische Brugse burgemeester Renaat Landuyt die waarden niet meer kennen.”

De christenen worden zeldzaam.

“Absoluut. En dat is absurd. Hoe hard wordt er getoeterd over de Vlaamse identiteit? En waaruit bestaat die? Gingen de meeste Vlamingen vroeger niet naar de mis? Luisterden ze daar niet naar de parabels van Jezus? En zijn dat de mensen die nu zo lelijk doen over mensen op de vlucht? Die discussie wil ik weleens aangaan, met alle rechtse mensen die klagen over hun identiteit. Wat hebben jullie gedaan om die identiteit en jullie normen en waarden te bewaken? In de praktijk merk ik daar niet veel van.”

Krijgt u zelf te maken met vooroordelen?

“Dat is dubbel. Ik krijg soms complimenten die ik liever niet hoor. Onlangs was ik in debat met Pieter Bauwens, hoofdredacteur van de opiniesite Doorbraak.be. Volgens hem ben ik een toonbeeld van integratie. Tja, ik ben een christen, draag geen hoofddoek en spreek Nederlands. Eigenlijk wil hij dus zeggen dat je aan allerlei voorwaarden moet voldoen om een volwaardige Vlaming te zijn. Wie daarvan afwijkt, is dat niet. Dat stoort mij enorm. Waarom kan een moslima met hoofddoek geen volwaardige Vlaming zijn?”

Wat verwacht u van de nabije toekomst?

”Wat mijzelf betreft: ik blijf me inzetten voor mensen en mensenrechten, en ben nu op zoek naar een baan in die sector. Wat mensen op de vlucht betreft, ziet het er niet goed uit. Veel vrijwilligers zijn de moed aan het verliezen. Altijd opboksen tegen vooroordelen en scheldpartijen, dat vreet op den duur aan een mens. En de kans is erg groot dat we nog minstens vijf jaar hetzelfde beleid krijgen, maar dan strenger en harder. Het ergste moet nog komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden