Zondag 20/09/2020

InterviewFamilieklap

Sachli Gholamalizad en haar oma Zeynab: ‘Wij twee samen, dat is relaxter’

Sachli Gholamalizad en haar oma Zeynab Hamedani Mojarad. 'Constant samen zijn, dat is voor ons heel normaal. Zo gaat dat in de Iraanse cultuur.'Beeld Bob Van Mol

De jongste is 38 jaar, theatermaakster en ­actrice, en nog maar vier maanden mama. De oudste is 93 en intussen al veertien keer overgrootmoeder. Sachli Gholamalizad en Zeynab Hamedani Mojarad, kleindochter en grootmoeder.

SACHLI

“Op mijn vijfde ben ik met mijn ouders en twee broers vanuit Iran naar België verhuisd, zes jaar later is oma ons achternagekomen. Ze trok bij ons in nadat zij weduwe was geworden. Niet dat het wennen was, oma in huis. Komt er familie op bezoek, dan is dat sowieso telkens voor een maand of drie. Zo gaat dat in de Iraanse cultuur, ook voor vrienden is er bij ons altijd plaats. Niet genoeg bedden? Dan leggen we gewoon wat dekens op de grond. En je bent constant samen. Dat is voor ons heel normaal. Achteraf ben je uitgeput. Zelf ben ik iemand geworden die veel rust nodig heeft. Misschien is dat heel on-Iraans. (lacht)

“Mijn oma en ik zijn close. De weinige familie die we hebben hier in België, is waardevol. We zijn écht beginnen praten toen ik me vragen begon te stellen over mijn identiteit. Dankzij haar leer ik mijn geschiedenis kennen, weet ik wat ik later moet doorgeven aan mijn eigen dochter, Rumi. Ik film oma ook al jaren en gebruik die beelden in mijn voorstellingen (o.a. (Not) My Paradise, 2016, KVS, red.).

“Oma groeide op in schrijnende omstandigheden. Op haar veertiende werd ze uitgehuwelijkt aan mijn grootvader. Dat was niet de meest koosjere persoon, maar het was oma’s schoonmoeder die de grote baas speelde in huis. Oma mocht bijvoorbeeld nooit de deur openen voor een bezoeker, zelfs niet toen ze al kinderen had.

“Nadat mijn grootvader trouwde met een tweede vrouw, werd haar rol nog kleiner. Die tweede vrouw was vroedvrouw, ze heeft oma’s jongste kind nog mee op de wereld gezet. Dat is mooi en tegelijk gruwelijk. Toen de baby er was, moesten oma’s kinderen die andere vrouw feliciteren, in plaats van hun mama.

“Mijn moeder was op haar tiende al een vechter, zo jong al stelde ze haar grenzen. Zij vindt oma nog steeds een zwakke vrouw omdat ze niet voor haar kinderen opkwam. Als mijn moeder erbij is, houden oma en ik wat meer afstand. Het wringt moeder een beetje dat we zo close zijn. Ze heeft het trauma, het negatieve van haar opvoeding, nooit kunnen loslaten. Voor mij is oma gewoon oma. Wij twee, dat is relaxter.

“Ik vind haar juist wél sterk. Na alle shit die ze meemaakte, de mishandelingen door haar man, lacht ze nog elke dag. Ze is vergevingsgezind, liefdevol, volhardend. Daar leer ik dan weer van. Haar strijdvaardigheid ligt in het feit dat ze altijd zachtmoedig is gebleven. Mijn moeder en ik zijn meer van het omgekeerde principe. Wij zijn boos. Ik moet ervoor zorgen dat ik die boosheid niet aan Rumi doorgeef, ik merk nu al dat ze goed weet wat ze wil.

“Eigenlijk kreeg oma pas een beetje vrijheid toen ze weduwe werd. In haar huis in Iran hangt nog steeds de foto van mijn grootvader. Waarom hangt die daar, vroeg ik haar eens toen we ernaar stonden te kijken. Haar antwoord: ‘Ik kijk elke dag naar hem, en zeg hem: kijk eens waar jij staat, en kijk eens waar ik sta?’ (lacht)

“Hier in België heeft ze niemand van haar leeftijd rond zich. Ze spreekt enkel Farsi en buiten ons ziet ze niemand. In Iran heeft ze nog haar huis en haar zussen, maar door corona kan ze er niet heen. Daar is ook niemand meer om voor haar te zorgen. Dat moet eenzaam zijn. De laatste jaren is oma in haar schulp gekropen. Zorg op haar maat, dat bestaat hier niet. Sinds twee weken komt er iemand twee uurtjes aan huis om haar te wassen en te babbelen, maar ze spreken elkaars taal niet. Terwijl onze familie al meer dan dertig jaar bijdraagt aan de sociale zekerheid hier. Hulp op maat voor ouderen die achterna zijn gereisd en die geen Nederlands spreken, daar wil ik een lans voor breken.”

Sachli over Zeynab: “Oma spreekt tegen zichzelf. Ze ­fantaseert gedichtjes bij elkaar, en zit daar luidop bij te lachen.”

Zeynab over Sachli: “Sachli kan erg kwaad worden. Ik vind dat raar.”

ZEYNAB

“God weet hoe graag ik Sachli zie. We overladen elkaar met kusjes, al kan dat nu niet meer. Ik heb zelfs haar baby nog niet kunnen vasthouden. ‘Lieve Rumi’ zeggen, is alles wat ik kan doen. Zelf heb ik vier kinderen. Eigenlijk zes. Eentje is gestorven in mijn buik na vier maanden, eentje aan wiegendood na één jaar. Een kind grootbrengen in Iran, toen, was heel anders dan hoe Sachli dat nu beleeft. Wij hadden niet eens kinderwagens. We droegen ze in onze armen. En wanneer ik een baby kreeg, werden de mannen weggestuurd. Ze waren niet te vertrouwen. (lacht) De eerste tien dagen na de geboorte mocht de man niet binnen. Ik zie nu hoe Rumi verzorgd en geknuffeld wordt door haar papa. Daar ben ik zo blij mee. Als Sachli’s vriend mijn kleindochter zoent en liefheeft, vraag ik: kom, geef haar nóg een kus, voor mij!

“Een paar jaar geleden waren we met ons drie samen in ons huis in Anzali, een havenstad in het noorden van Iran. Sachli’s vriend spreekt geen Farsi, toch verstaan wij elkaar en lachen de hele tijd. Ik kookte voor hen, zij ruimden op, we praatten veel. Fantastisch. Ik ben zo blij dat Sachli anders is dan ik. Want ik heb geleden. Als Sachli er toen al bij was geweest, ze had iedereen het huis uit geschopt. (lacht) Ik herinner me dat ze als kind nooit bij mij op schoot wilde. Ze draaide de hele tijd haar gezicht weg van mij en kon erg moeilijk doen. Ongeduldig, een tikje kwaad.

Beeld Bob Van Mol

“Ik was al boven de zestig toen ik naar hier kwam. Dat was vreemd voor me. Een van de eerste dingen die ik leerde, was eten voor de tv. Dat moet een Europees trekje zijn. Ik deed toen niets anders dan er de hele tijd bij zitten en ‘ja, ja’ knikken. De kinderen waren allemaal nog erg jong, ik heb ze volwassen zien worden, kinderen zien krijgen.

“De taal heb ik nooit kunnen leren. Ik heb het wel geprobeerd, twee keer zelfs, op school in Stabroek. Ik hield boekjes bij, sprak met de buren. Ik schreef fonetisch, in Farsi, de woorden op die ik leerde kennen. Voor mij was dat de beste manier, maar het mocht niet van de leerkracht.

“Ik ben blij dat Sachli me meeneemt naar de plekken die ze mooi vindt, het is heerlijk om mee in haar wereld te mogen stappen. Ze luistert naar me, stelt vragen, geeft mij ook antwoorden.

“Ik ben altijd vrolijk, veel aan het lachen, luid aan het praten, al krijg ik weleens te horen dat ik moet dimmen. (lacht) Dat vind ik allemaal niet erg, ik hou mij in. In Farsi bestaat er een woord voor, het beschrijft een steen die alles aanhoort en niks terugzegt. Ik ben dat. The patience stone.(lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234