Maandag 21/10/2019

Interview

Ruth Beeckmans' tegengif voor tegenslag: "Blijven douchen!"

Beeld Alexander Popelier

In de nieuwe speelfilm Rosie & Moussa is ze een moeder die het even niet meer weet. In het echte leven echter countert Ruth Beeckmans (35) tegenslagen op geheel eigen wijze: "Je moet gewoon blijven douchen."

Het gaat goed met Ruth Beeckmans. “Er is op dit moment weinig struggle in mijn leven, al wil dat niet zeggen dat ik zorgeloos ben.”

Ze is net terug van een lange reis met haar gezin door Zuid-Afrika, op bezoek bij de familie van haar partner Gary, en straks komt Rosie & Moussa in de zaal, een jeugdfilm gebaseerd op de succesvolle kinderboeken van Michaël De Cock en geregisseerd door Dorothée Van Den Berghe. Lang heeft Beeckmans niet moeten nadenken om voluit te gaan voor de rol van de moeder van het meisje Rosie, dat na de breuk van haar ouders moet verhuizen naar een kaal ­appartementje in het voor haar onbekende Molenbeek.

Houd in gedachte: als Ruth Beeckmans enthousiast is, dan is Ruth Beeckmans enthousiast. Ze praat met vurige ogen, ­wisselt van stemvolume en timbre zoals een ander van sokken, smokkelt er net als je het niet meer verwacht nog wat humor in en maakt gebruik van haar stevige lijf om woorden kracht bij te zetten. Beeckmans staat bekend om haar overgave en haar gulle lach, haar ongedwongenheid. Ze is ad rem, vlot, en ja, ze is die vrouw met die tache de beauté op het voorhoofd.

Eerst drinkt ze koffie met – zoals zij het zegt, met een glimlach in de keel – “dikkemensensuiker” erin. Wat ze kwijt wil over Rosie & Moussa valt allerminst onder de categorie promopraat. Vooreerst vindt ze het fijn dat het zich afspeelt in Molenbeek. Deels omdat ze er zelf vier jaar op kot zat, toen ze toneel aan het RITCS studeerde, maar bovenal omdat de wijk in beeld gebracht wordt zoals ze is. Met issues, maar ook vol leven en fijne ontmoetingen, zeker geen hellhole.

Beeckmans draagt Brussel een warm hart toe, maar er na de studies blijven wonen, was voor deze Antwerpse geen optie. Waarom niet, vult ze zelf aan, het accent aangedikt: “Omdat ik een Antwerpenaar ben!” Een lachpauze, en verder.

Geen hoop verliezen

Wat volgens Beeckmans de film echt de moeite waard maakt, is simpelweg het verhaal én het feit dat the end niet happy is, of toch niet zoals we het zouden verwachten. “De film gaat over het echte leven. Over zaken waar kinderen vandaag mee in aanraking komen en niet altijd even goed weten te plaatsen. Het is een verhaal over liefde en vriendschap, over de grootstad en de wereld waarin we leven. Het laat zien dat mensen soms wat bang zijn van elkaar, maar als ze door de eerste angsten heen kijken en toenadering durven te zoeken, kunnen er alleen maar mooie dingen ontstaan.

“Maar het gaat ook over hoe dingen stuk kunnen gaan. Zelfs bij ouders bij wie het schijnbaar goed loopt, kan het kapotgaan en moeten de kinderen daarmee om leren gaan. En mooi aan deze vertelling is dat het niet zomaar een happy end krijgt. Ik denk dat het goed is om te laten zien – aan kinderen, maar ook aan volwassenen – dat de dingen niet altijd gaan zoals je zou willen. Wat niet wil zeggen dat het niet goed kan komen op een andere manier. Dat het leven verdergaat en dat er nieuwe leuke dingen zullen gebeuren.

“Het kan hoop geven. Hoop moet je niet verliezen. Ook al lijkt de scheiding tussen de mama en papa van Rosie een feit, toch blijf je de liefde voelen en weet je, voel je, dat ze het wel tot een goed einde zullen brengen. Ik spreek niet uit ervaring, maar ik kan me inbeelden dat het voor kinderen in dezelfde situatie belangrijk kan zijn om zoiets te ervaren. Los daarvan, soms is kapot ook gewoon kapot, onomkeerbaar.”

Beeld Alexander Popelier

Met veel nadruk op ‘moet’ zegt ze: “Als volwassene, als mama (van een dochter van vijf, Charlie-Sue, red.) móét ik met hoop in het leven staan. Ik wil niet alleen maar de slechte dingen van de wereld zien en daar ongelukkig van worden of terneergeslagen, of laat staan zuur. Bestempel me dan maar als kinderlijk naïef, ik hou vast aan de gedachte dat we het gaan kunnen en dat alles uiteindelijk goed zal komen. Dat is volgens mij de enige manier om voort te gaan. Erin blijven geloven, hopen. Ik hoop dat veel mensen hoopvol kunnen blijven in hun leven. Het maakt het draaglijk omdat je altijd kunt hopen op beter. Net zoals in dat liedje ‘Tomorrow’ uit de musical Annie. Ook al verzuipt de moeder van Rosie vandaag, knakt ze, faalt ze – en by the way,  aan alle ouders: dat is normaal – morgen komt alles goed.

Genetisch materiaal

“Zwart, donker, het is niets voor mij. Niet dat ik die gevoelens niet ken, maar mijn lijf laat het niet toe. Het ziet altijd nog een opening.”

Beeckmans denkt terug aan een heftig moment, toen ze nog een tiener was. “Mijn broer heeft veel last gehad van depressies. Dat waren zware periodes thuis. Ik herinner me nog goed, de dag dat hij opgenomen werd, dat ik een douche nam. En ik besefte: oké, iemand moet blijven douchen.”

De lach die volgt, verraadt kracht en kwetsbaarheid. “We mogen ons niet laten gaan. Het is een gedachte die me altijd is bijgebleven, ook omdat ik er toen zelf al een beetje mee moest lachen, daar onder die douche.

“Het is de aard van mijn beestje. En ik weet ook niet of ik het voor de rest van mijn leven volhoud. Het leven heeft me – hout vasthouden – tot nu toe gespaard. Je kunt ook zulke heftige dingen meemaken waardoor alles stopt. In dergelijke situaties durf ik niet met hoop af te komen. Dan gaat niets van wat ik hier zeg nog op. Maar als de tegenslagen te overzien zijn, moet iemand zeggen: ja, het doet zeer, maar kom! Blijven douchen!”

Soms bekruipt de angst ook Beeckmans. “Ik zie mijn dochter zo graag dat ik wil dat haar leven fantastisch en leuk en fijn is. En de dagen waarop dat niet lukt, voel ik me een beetje gefaald. Natuurlijk besef ik dat ik haar niet voor alles kan beschermen. Dat kind is zelf een menske, met eigen emoties. Ze gaat dingen meemaken die heel verdrietig zijn. En zelfs al gaat alles goed, wat zij voelt, heb ik niet in de hand. In mijn familie zijn er wel meerderen die, ondanks het feit dat alles voorhanden is om gelukkig te zijn, het niet zijn. Ik zal nooit met de vinger wijzen. Daarvoor is het te complex. Maar wat als mijn kind het gen dat ik ongetwijfeld heb, geërfd heeft?

“Je mag je niet laten verlammen door alle angsten en dingen die mogelijk kunnen mislopen met je kind, want dan kun je ze niet laten zijn wie ze zijn. Het is niet omdat ik een bange ben, dat mijn dochter in de speeltuin op een bankje moet blijven zitten. Als ze ­toeren uithaalt, sta ik erbij en hou ik mijn hart vast, maar ik laat haar doen omdat ik weet: dat wilde, onstuimige kind, dat is het mijne. En ik ben fier. Zie ze doen, dat klein dropke! Ik zal nog meer met de poepers zitten als ze over tien jaar met de rugzak wil gaan trekken.”

Beeckmans trekt een grimas. Expressiever dan dit exemplaar worden ze waarschijnlijk niet gemaakt.

Zelf was ze als kind ook een durver, maar toch verlegen. “Als ik een Cola aangeboden kreeg door andere ouders, zei ik altijd nee omdat ik dacht dat dat beleefd was. En vlak daarna ging ik zeuren om een drankje bij mijn eigen ouders, natuurlijk. Of als ik ’s middags ging eten bij vriendinnetjes at ik maar één boterham, om dan heel de middag honger te hebben.

“Op een podium, als ik dingen deed die ik goed kon, viel die verlegenheid helemaal weg. Dus niet zo bij de jaarlijkse turnshow. Dan verstopte ik me in de kleed­kamers en wilde ik niet meedoen. Misschien omdat ik wist dat ik niet de beste was? Ik bedoel dat niet op een foute manier, niet omdat ik andere mensen niets zou gunnen, maar omdat ik wat ik doe, zo goed mogelijk wil doen. Dat is niet per se een slechte eigenschap, toch?”

Beeld Alexander Popelier

Waarom ze dan toch zo graag het podium opkroop om toneel te spelen, en dat al van toen ze kind was, weet ze niet. “Geen idee, ik speel nu nog steeds alsof ik een kind ben. Ik ben heel graag actrice, maar ik kan me ook zo andere levens voorstellen en die waren misschien ook leuk geweest. Toch jammer dat je maar één leven krijgt. Doeme! En de keuze die je maakt, is de keuze die je maakt en misschien is het dat wat acteren zo leuk maakt: ik kan stukjes leven leiden die niet mijn eigen leven zijn.

“Even een ander mens mogen zijn, voelt vrij. Ik vind snel iets saai, maar mijn beroep zorgt voor afwisseling waardoor ik weinig routine ken. Nadeel is wel dat ik niet weet welke job ik over een paar maanden zal doen. Soms kruipt dat in mijn hoofd, zeker als ik aan de toekomst van mijn kind denk. Gelukkig heeft Gary een vast contract als brandweerman.”

Een carrièreplan is er niet. “Ik vind alles de moeite waard om te onderzoeken. Ik zal weinig dingen geen kans geven. Ik heb goesting. Dat geldt voor het hele leven. Er is heel weinig dat ik niet zou willen beleven, ook al ben ik er in eerste instantie bang van.

“Mijn man en kind zijn de basis voor mij. Zij zijn het allerbelangrijkste. Zolang het thuis goed loopt, moet er al veel gebeuren vooraleer ik van mijn melk ben. Als het daar eens niet goed zit, dan raakt me dat en neem ik het mee. Zij zijn namelijk mijn leven. En mijn job is mijn job. Natuurlijk, door de aard van die job, omdat het een passie is, zitten die in elkaar verweven. Maar met voorsprong is mijn gezin, mijn persoonlijke leven mijn grootste passie. Het is mijn geluk. Al de rest is relatiever.”

Ja, natuurlijk heeft ze professionele ambities.  Meer film? Check. Ze onderzoekt zelfs of ze een film meer zelf in handen kan nemen. “Acteren vind ik leuk, maar het makertje in mij speelt soms op en ik wil uitzoeken hoe ver ik daarin kan gaan. Wat ik dan zou willen vertellen. Maar als het blijft zoals het nu is, prima.”

Buitenland? Check, zij het als een eerder pril verlangen. “Ik heb er nooit van gedroomd. Op zich is het grappig dat het buitenland zo’n aantrekkingskracht op ons heeft. Uiteindelijk zijn dat ook gewoon maar landen met mensen. Ik denk niet dat het voor mij weggelegd is, maar dat dacht Koen De Bouw misschien ook, en zie hem doen op zijn leeftijd. Zo cool.”

One of the guys

Even een situatieschets. Beeckmans wordt ondertussen onder handen genomen door visagiste Kitty Van Meel, die haar klaarstoomt voor de fotoshoot die op dit gesprek volgt. Kitty is net haar lippen aan het schminken waardoor Beeckmans spreekt, haast zonder de mond te bewegen. “Heb ik nu gezegd dat Koen oud is?” perst ze eruit, met de nodige hilariteit tot gevolg.

Vaak ligt de helft van een verklaring voor de keuze van een beroep aan het thuisfront, maar bij Beeckmans schijnt dat niet zo te zijn. Vader was eerst vrachtwagenchauffeur, had daarna zeventien jaar een krantenwinkel en brengt tegenwoordig, net als moeder Beeckmans, pakjes rond. Ruth is de jongste van drie. Zus heeft een bistro, broer werkt in Australië. Elk hun eigen pad dus.

“Mijn ouders hebben wel gezien hoe leuk ik toneelspelen vond en hebben me veel aangereikt, van simpele bibliotheekbezoeken tot het zoeken naar leuke toneel­lessen. En niet alleen zij. In de lagere school was ik heel slecht in handwerken. Ik haatte het. Ook de juffen zeiden dat het op niks trok en in plaats van te naaien mocht ik tijdens de les verhaaltjes voorlezen. Ik ben dus goed omringd geweest. Mensen hebben het aangewakkerd in plaats van onderdrukt. Ik moet er mijn omgeving en mijn ouders heel dankbaar voor zijn. Dat hebben ze goed gedaan.”

Het had zo zijn voordelen als puber, een vader met een krantenwinkel. De boekskes werden gretig gelezen, en niet alleen 
Dag Allemaal. “Boven de winkel hadden we een appartement dat we als clubhuis mochten inrichten. Na een fuif bleven we daar dan slapen, mijn vrienden, allemaal jongens, en ik. Ik was one of the guys toen. Ik weet nog dat ik op een ochtend terugkwam van de bakker en dat ze allemaal in de seksboekskes gevlogen waren. Allez, gasten! Ja, de winkel, dat was zo’n plek waar ik, als ik ergens vandaan kwam of naartoe reed, altijd even stopte. Even lezen, iets drinken, even bij de papa zijn. Ja, dat mis ik nu. Zo’n plekje leven dat weg is. Maf.”

Ruth Beeckmans. Beeld Alexander Popelier

Mannen en Beeckmans, het lijkt te klikken. Op televisie is ze wel vaker de vrouw in mannenclubjes zoals  Safety First of De slimste mens. “Vergeet niet dat er achter de schermen vaak veel vrouwen werken, en dat ik lid ben van het theatergezelschap Compagnie Barbarie dat uitsluitend uit (spreekt het uit als een geuzennaam) vrouwkes bestaat. Maar ik marcheer inderdaad goed in een mannelijk gezelschap. Het is een energie waar ik van hou. Ik heb sinds het middelbaar ook niets anders gekend. Op mijn school zaten er 32 meisjes en duizend jongens. Logisch dat ik veel vrienden had. One of the guys heb ik altijd gezien als one of the friends. Het is geen issue voor mij. Er wordt naar mijn goesting veel te veel op het verschil tussen mannen en vrouwen gefocust.”

Feit blijft, helaas nog al te vaak, dat een vrouw die met lijf en leden op televisie komt, anders beoordeeld wordt dan een man. Snel en raak, vult ze aan: “Ze ziet er niet uit, maar je kunt er wel mee lachen!” Dat riedeltje kent ze duidelijk maar al te goed. “Ik ben er redelijk ongevoelig voor. Ik heb voldoende zelfvertrouwen en ik heb alles wat ik van het leven wou: een man, een kind, een toffe job en veel vrienden. Wat kan ik nog meer wensen?

“Ik zoek het wel niet op, ga niet op Twitter of zo lezen wat iemand allemaal van me vindt. Ik weet niet waarom mensen de behoefte voelen om zoiets als ‘ik vind je een lelijke kop hebben’ wereldkundig te maken, en daarvoor likes te krijgen. Als men daar gelukkig van wordt, top en doen, maar ik moet dat niet per se weten. Het brengt alleen maar negativiteit in mijn leven. Ik denk dat mensen soms vergeten dat wie op televisie komt, ook gewoon maar een mens is.”

Beeckmans zet het op een imiteren, in het plat Antwerps en met een mannelijk aanvoelende stem: “Ja, dat hoort erbij hè”. Als zichzelf gaat ze verder: “Euh? Nee toch? Hoort het erbij dat je uitgemaakt mag worden?

“Ik merk dat ik probeer om het ongeluk uit de weg te gaan. Ik ben zó gulzig naar gezelligheid. Soms is dat niet goed omdat je dingen uit de weg gaat die gedaan moeten worden, zoals poetsen of rekeningen betalen, maar die chaos maakt dat ik ben wie ik ben en dat ik gelukkig ben. En ja, dan loop ik eens tegen de lamp en vind ik een rekening die allang moest betaald zijn. Maar het ontlopen ervan levert ook zoveel leuke dingen. Ik denk dat het mijn geheim levenstrucje is. Wat is er vandaag allemaal leuk om te doen?” En ze lacht een bulderlach. “We zullen zien hè, als we op het einde de rekening maken, of dat dat slim geweest is of niet.”

Dieren niet voederen

“Er zijn natuurlijk dagen waarop ik, als ik voorbij een spiegel loop, kan denken: mottige...” Ze mompelt onverstaanbaar een paar woorden, ongetwijfeld geen flatterende, over zichzelf. “Maar als ik die dag geen spiegel meer zie, dan verdwijnen die gedachten uit mijn hoofd. Ik heb zó een goed zelfbeeld. Ik geloof dat ik denk dat ik er beter uitzie dan dat ik er eigenlijk uitzie. Handig toch?”

De stilte die volgt duurt net lang genoeg om een humordoelpunt te maken: “Totdat ik een foto zie”. Met grote ogen lipt ze zonder geluid ‘Oh my God’.

“Humor is mijn kracht. Als jij iets lelijks tegen mij zegt, zal mijn repliek waarschijnlijk vijfhonderd keer grappiger zijn. Niet dat ik het zo bewust inzet, maar het is wel mijn wapen en mijn schild tegelijkertijd. Het is een kwaliteit. Net zoals er prachtig uitzien ook een kwaliteit is die je hebt en die je in de strijd mag gooien om je doelen te bereiken. Mijn humor heeft me al ver gebracht. Ik weet ondertussen dat ik erop kan terugvallen en dat ik erop kan rekenen. Wel nooit verwacht dat ik er mijn boterham mee zou kunnen verdienen.”

Beeld Alexander Popelier

En dan op fluistertoon: “Vind je ook niet dat mensen zo hard voor elkaar zijn?” Ze wacht niet op een antwoord en stoomt verder. “Ik kan daar boos van worden. Waarom zijn wij zo hard voor elkaar? Ik voel mezelf melig worden, maar met liefde zou je zoveel verder kunnen komen, zoveel meer kunnen bereiken. Tegenwoordig heerst de gedachte: als je er niet geraakt op eigen kracht – en de schouders worden dan al ostentatief opgehaald – dan geraak je er niet. Natuurlijk is het leven een jungle, maar je kunt elkaar wel beschermen voor de wilde beesten, hè!  Kwaad, verdrietig en angstig word ik ervan. In die wereld heb ik dus een kind gezet. Ik probeer elke dag de goede dingen te zien en gelukkig te zijn, maar zorgeloos of blind ben ik niet.

“In Zuid-Afrika hingen aan winkels bordjes met daarop: Support the shelters, not the beggars. Pas op, ik begrijp wat ze willen zeggen of misschien zelfs willen bereiken, maar het lijkt toch wel erg op een bordje waarop staat dat je de dieren niet mag voederen. En als ik naar de sociale media kijk, dan denk ik bij sommige reacties toch: als dat de mensen zijn met wie we het samen moeten doen, ja, then we’re fucked. Want het kan hen niks schelen.

“Ik was zo gechoqueerd door de reacties op Aylan, dat dood aangespoelde jongetje van drie. Misschien ben ik het nu nog steeds, eigenlijk, twee jaar na datum. Ik dacht: zien jullie die foto ook of is dat alleen in mijn krant gepubliceerd? Daar ligt een dood, een dóód kindje. Het lijkt alsof sommige mensen dat niet meer zien. Omdat de zuurte tot in hun hart zit. Maar de volgende foto van een diertje, vinden ze dan weer superschattig. Hallo?”

De lippen zijn gestift. Het (vele) haar ligt in de plooi. Het is tijd voor de fotoshoot. “Als we er nu met z’n allen voor kiezen om elke dag één betere keuze te maken dan de dag ervoor, dan moeten we toch ergens geraken?”

Hoe ging dat nummer ‘Tomorrow’ ook alweer? I just stick out my chin and grin and say oh - the sun'll come out tomorrow - so you gotta hang on ‘til tomorrow - come what may.

Rosie & Moussa van Dorothée Van Den Berghe en met o.a. Ruth Beeckmans, Titus De Voogdt en Bert Haelvoet, is nu te zien in de bioscoop

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234