Zondag 19/05/2019

Feestdagen

Rustig blijven, niet met borden gooien: elegant ruziemaken doe je zo

Van mening verschillen kan ook elegant. Beeld Pieter van Eenoge

Hoe vaak gebeurt het niet: een gezellige familiebijeenkomst ontaardt in een ordinaire scheldpartij die soms nog jaren nazindert. Hoe vermijd je fataal gekissebis aan de feestdis? Experts geven raad. “Geef toe dat we allemaal prutsers zijn.”

De economische vluchtelingen, de fratsen van president Trump of het goede oude hoofddoekendebat: aan lekker polariserende thema’s alweer geen gebrek dit jaar. Dat belooft zelfs in de beste families doorgaans weinig goeds voor het jaarlijkse kerstdiner. Bye bye, merry kerstsfeer?

In zijn boekje Van mening verschillen – Een handleiding toont bioloog en filosoof Ruben Mersch hoe het wel degelijk anders kan. Daartoe houdt hij de lezer een even confronterende als vermakelijke spiegel voor. En toont hij aan dat constructief en respectvol van mening verschillen heus niet zo lastig is, zolang je ook jezelf en je eigen aanpak in vraag durft te stellen. “We hebben de gewoonte om ons te begeven in kringen van gelijkgezinden”, geeft Mersch aan. “In de VS gaan mensen, in functie van hun opvattingen, vaak zelfs in ‘linkse’ of ‘rechtse’ staten wonen.”

“Op een familiefeest wordt dat patroon bruusk doorbroken: je moet die ene oerconservatieve nonkel of die politiek héél correcte schoonzus er gewoonweg bij nemen. Het voordeel is dan weer dat je, net omdat het familie is, die nonkel of schoonzus gewoon ook los kan zien van zijn of haar politieke opvattingen. Er is dus al een zekere gemeenschappelijke basis aanwezig om hen niet zomaar als de baarlijke duivel weg te zetten.”

Jij bent dom

Gaan we in debat, dan trappen we volgens Mersch al te vaak in dezelfde val: we claimen zekerheid. En geven ­daarmee ook aan dat de tegenpartij dom is, wat niet meteen bevorderlijk is voor een open en constructieve sfeer. Vragen stellen helpt dan, zegt Mersch. Toegepast op die felomstreden hoofddoek: “Weten we wel zo zeker waarom vrouwen die dragen? En zou het geen goed idee zijn die onzekerheid iets meer ruimte te geven? Bestaat er voldoende bewijs dat een vrouw die een hoofddoek draagt dat echt uit sociale druk doet? We kunnen zelfs nog een stap verder gaan: weten de moslims zelf eigenlijk wel waarom een vrouw een hoofddoek om zou moeten? Als we die stellingen als uitgangspunt nemen, dan wordt het al een stuk lastiger om het debat te voeren met de ‘onaanvaardbare sociale druk op vrouwen’ als vertrekpunt.

“Omgekeerd moet je misschien ook durven toegeven aan je rechtse nonkel dat het aantal moslims in Vlaanderen de komende jaren effectief zal stijgen. Daarmee haal je zelf wat druk van de ketel. Links toont zich vaak nogal sterk in het claimen van morele superioriteit, maar zoiets lokt al ­meteen een zelfverdedigingsreactie uit, waardoor er plots nog veel meer emoties op tafel komen en mensen even ongenuanceerd gaan terugslaan.”

Een betere strategie bestaat er volgens Mersch dus in om vooral vragen te stellen, bij voorkeur wel op een wat beleefde en subtiele manier. “Elk onderzoek wijst immers uit dat mensen er heel vaak ten onrechte van overtuigd zijn dat ze veel afweten van bepaalde thema’s. Net door die vragen groeit vaak het besef dat dit niet zo is, én daarmee ook de bereidheid om de tegenstander enigszins tegemoet te komen. Je toont dan immers ook interesse in het hoe en waarom van bepaalde standpunten die jij niet deelt.”

Een andere beproefde strategie is de zoektocht naar gemeenschappelijke elementen of standpunten. “Je maakt het een tegenstander dan meteen ook veel lastiger om jou zomaar weg te zetten als een vijand, waarna het een stuk eenvoudiger is om hem of haar te overtuigen”, weet Mersch. “Maar durf daarbij ook je eigen standpunten in vraag te stellen of te laten stellen. Als je zelf de loopgraven verlaat, is de kans groot dat de ander ook een stap voorwaarts wil zetten. Veel mensen zijn er blijkbaar van overtuigd dat ze rabiaat hun mening moeten blijven verdedigen, maar daar schiet je doorgaans niets mee op.”

Moeilijke vijand

Loopt het dan toch écht uit de hand, dan kun je volgens Mersch maar beter radicaal kappen met het debat. Zeker in een familiecontext. “Sommige families pakken het al preventief een stuk doortastender aan, en spreken bijvoorbeeld vooraf af dat er op familiefeesten gewoonweg níét over politiek of maatschappelijk bijzonder gevoelige onderwerpen gepraat mag worden. Ergens vind ik dat jammer, omdat een breed maatschappelijk debat rond dergelijke thema’s echt wel belangrijk blijft.

“Lopen de emoties evenwel te hoog op, dan riskeer je ook diepere wonden te slaan. Sluit een thema dan gewoon af, bijvoorbeeld met de bedenking dat we eigenlijk toch maar allemaal prutsers zijn en ­niemand het echt zeker weet. Want ook dit is een zekerheid: Trump zal er zijn slaap niet voor laten als tante Tina of nonkel Rudy hem een onbesuisde schoft dan wel een doortastend politicus vindt. En dus moet je de afweging maken: zijn ongeschonden familierelaties niet een stuk belangrijker dan de blinde dwang om je eigen gelijk te halen?”

“Ruzies hebben vaak niet zozeer te maken met het thema waarover die ruzie ­ontstaan is, dan wel met de relatie die mensen met elkaar hebben”, stelt Serge Ornelis. Hij werkt al flink wat jaren als conflictbeheerser, was vijf jaar lang bemiddelaar bij het ministerie van Defensie en bracht onlangs het boek Met slaande deuren – De kunst van goed ruziemaken uit. “Mensen voelen zich miskend of gekrenkt in hun persoonlijkheid als ze zich sterk met een bepaald standpunt identificeren. Dan ontaardt zo’n discussie voor hen al snel in een persoonlijke aanval. Wat je dan ook vaak ziet bij heel bitse discussies, is dat mensen iemand gaan aanpakken rond een bepaald thema of omwille van een bepaald standpunt, omdat ze heel goed beseffen dat hij of zij dit meteen ook persoonlijk zal nemen. Met andere woorden: mensen proberen elkaar dan persoonlijk te raken.”

Beschaafd discussiëren kan je leren. Beeld Pieter van Eenoge

Volgens Ornelis moet je voor een beschaafde discussie dan ook in eerste instantie vanuit gelijkwaardige posities vertrekken. ‘Asserlief’ zijn, zoals hij het omschrijft. “Je moet altijd respect blijven tonen voor wat de tegenstrever denkt en zegt. Net dat gevoel van gelijkwaardigheid is daarbij essentieel. Neem nu dat hoofddoekendebat: je kan er echt van overtuigd zijn dat dit je reinste vrouwendiscriminatie is, maar het wordt pas interessant als je iemand anders met een heel verschillende mening respectvol kan vragen waarom hij of zij daar nu totaal anders tegenover staat. Dan kom je doorgaans wél tot een beschaafd en echt gesprek, dat al niet escaleert alvorens er nog maar één argument ten gronde op tafel is gekomen. Probeer principiële discussies dus zo veel mogelijk te vermijden, en maak het debat een stuk concreter.”

Uitschelden

Ornelis kan het in zijn boek niet voldoende benadrukken: een conflict is geen ruzie, en hoeft daar al zeker niet automatisch toe te leiden. “Als mensen bepaalde tegenstellingen of uiteenlopende opvattingen persoonlijk gaan nemen, ontaardt zo’n gesprek doorgaans heel snel in ruzie. Omdat de emoties dan de bovenhand halen. Als je de tegenstander kwetst, of hem zelfs gaat uitschelden, dan laat je het uitgangspunt van gelijkwaardigheid ook vallen.”

Beschaafd in discussie gaan is volgens hem dan ook geen kwestie van intelligentie, maar wel van gezond verstand. “Je kan puur intellectueel veel sterker zijn dan je tegenstander, maar zodra je die intelligentie gaat misbruiken om de tegenstander in de hoek te drijven, loopt het fout. Want die voelt zich dan al snel miskend en niet ernstig genomen.”

Ruben Mersch is het daar volmondig mee eens. “Vaak komen iets intelligentere mensen wel als winnaar uit een discussie, maar dat betekent niet dat zij beter of met meer zin voor empathie kunnen discussiëren. Het is voor hen gewoonweg veel gemakkelijker om hun al dan niet van de pot gerukte standpunten te verdedigen.”

Succes aan tafel straks. Oefening baart kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.