Zondag 12/07/2020

De Wending 2019Stijn Coninx

Regisseur Stijn Coninx na de kanker: ‘Ongelooflijk dat alles nog werkt’

Stijn Coninx op een bankje in Hasselt. “Alles wat aangenaam is in het leven, is met cultuur verbonden.”Beeld Joris Casaer

Darmkanker leek in april een streep te trekken door de toekomst van Stijn Coninx. De diagnose zette de blik van de regisseur op scherp: hij gooide alle ballast overboord. ‘Waar zijn wij mee bezig?’

Het gaat goed met Stijn Coninx (62). Heel goed zelfs. Wanneer we de regisseur treffen in de cafetaria van het cultureel centrum in Hasselt geniet hij met veel smaak van een toast kannibaal. “Ik mag alles eten. Fantastisch, toch?” Geen dieet, geen chemo, geen lichamelijk ongemak: hij heeft veel geluk gehad, beseft Coninx. Na een dringende ingreep waarbij een deel van zijn darmen en blaas werden verwijderd, verklaarden de dokters hem voorlopig kankervrij.

Coninx moet nog altijd wennen aan die realiteit. Net zoals hij en zijn gezin aanvankelijk moesten bekomen van de diagnose. “Het was een nachtmerrie.” Hij ontdekte het door de bevolkingstest. Twee jaar geleden had hij die ook al gedaan, toen was hij clean. Nu kreeg hij het bericht dat hij het verder moest laten nakijken. “Er staat dan wel bij dat je je niet ongerust moet maken. In slechts één op de tien gevallen heeft een positieve stoelgangtest te maken met darmkanker.”

Het was eind maart toen hij de brief kreeg. Coninx herinnert het zich nog goed, enkele dagen later moest hij op medisch onderzoek voor de verzekering van Dag Sinterklaas, de reeks die hij in april en mei zou gaan filmen voor Ketnet. “Zo’n onderzoek is verplicht voor de regisseur en de hoofdacteurs van een filmproject. Je kunt het je tijdens een opname niet veroorloven ziek te worden. Zodra een productie op gang komt, is dat een machine die niet meer te stoppen valt.”

Coninx ging nog een week skiën en begon daarna te filmen in Antwerpen. Na de tweede draaidag ging hij op consultatie bij een maag-darmspecialist, die een echografie maakte. Daarop was te zien dat er iets niet klopte. Op de derde draaidag verwittigde de regisseur meteen de productie. “Ik zei dat ik zo snel mogelijk op een avond naar het ziekenhuis moest voor een scan. Toevallig belde de maag-darmspecialist terug om te zeggen dat er een dag later een plaats vrij was. Maar dan moest ik overdag gaan en de opname verlaten. Dat had ik nog nooit in mijn leven gedaan.”

Stijn Coninx is lovend over de artsen die hem hebben behandeld. “Het is onwaarschijnlijk: alles werkt nog. Ze hebben getoverd.”Beeld Joris Casaer

Nood breekt wet: die ochtend, van acht tot kwart na tien, repeteerde Coninx alle scènes die die dag gefilmd moesten worden. Hij droeg de regie over aan scenarist Hugo Matthysen, stapte in een auto met chauffeur en reed heen en weer naar Heusden-Zolder. “Om halftwee stond ik terug op de set. Ik heb nog gefilmd tot vrijdagavond. Toen meldde de specialist dat het resultaat binnen was, maar dat het beter was dat hij het me persoonlijk zou zeggen. Ik wist meteen: geen goed nieuws.”

Lijkenpikkerij

Het verdict was hard: een tumor en kwaadaardig. “Maak dat je zo snel mogelijk in Leuven bent”, zei zijn dokter. “Dan stort je wereld in. Alles wat toekomst is, is weg. Maar tegelijk denk je: niets aan te doen, vooruit met de schuit.” Het was zaterdagochtend, op maandag zou Coninx weer filmen. Er stonden 44 opnamedagen gepland, hij had er vijf gedraaid. Er is maar één iemand van wie hij wist dat die gevoelsmatig onmiddellijk in zijn wereld kon komen en dat is Frank Van Passel, Coninx’ assistent bij Koko Flanel. “Ik belde Laura, zijn dochter die mijn regieassistent was voor Dag Sinterklaas: ‘Is papa thuis?’ Frank, een fijne collega, heeft meteen alles laten vallen.”

Voor de operatie moest Coninx nog onderzocht worden om te weten of de kanker was uitgezaaid. Hij kwam op de oncologieafdeling van Gasthuisberg terecht. “Daar hoef ik geen tekeningetje bij te maken. Maar ik ben er prima opgevangen. Niemand heeft me iets beloofd, niemand heeft rond de pot gedraaid.” Op 3 mei werd hij geopereerd. Hij wist op voorhand niet hoe hij er nadien aan toe ging zijn; of alles nog zou functioneren, of hij met een stoma wakker zou worden. “Het is onwaarschijnlijk: alles werkt nog. Ze hebben getoverd.”

Coninx was al bij de gelukkigen omdat hij geen preoperatieve chemo nodig had. Weken later bleek pas hoezeer hij door het oog van de naald is gekropen: de tumor was dan toch niet kwaadaardig. “Ik ben bij de minder dan 5 procent bij wie het op die manier allemaal goed afloopt.”

De maag-darmspecialist die hem het slechte nieuws meedeelde, vond dat Coninx opvallend kalm reageerde. Dat had hij nog maar zelden meegemaakt. Maar zo is hij, zegt Coninx. “Hoe moeilijker het wordt, hoe kalmer ik blijf, ook op de set.” Na de diagnose ging hij naar huis en vertelde het tegen zijn vrouw. Ze hebben vier kinderen, de oudsten zijn 21, 20 en 19 jaar. Zij hadden het snel door. “Onze jongste van 9 hebben we gespaard tot we wisten hoe de vork precies in de steel zat.”

Daar ging enige druk mee gepaard. Iemand had al naar de VRT gebeld omdat hij vernomen had dat Coninx de set had verlaten. De eerste dag van de week waarin hij onderzocht werd, stonden er al berichten van journalisten op zijn antwoordapparaat. “Maar we waren nog altijd van ons melk door het nieuws, zelfs mijn moeder wist het nog niet. De kinderen gingen richting examens – de twee oudsten studeren in Leuven, de derde in Gent. Het was immens om te verwerken en plots waren de haaien al daar. Het voelde als lijkenpikkerij. Wij waren daar echt door geshockeerd.”

Nog minstens vier films wil Coninx maken, waarvan een over Tijl Uilenspiegel.Beeld Joris Casaer

Op aanraden van zijn vrouw nam Coninx de vlucht vooruit. Hij maakte het nieuws zelf bekend via een persbericht. Daarin stond dat de regisseur de strijd zou aangaan, een zin die sommige mensen met kanker op de kast jaagt omdat het insinueert dat wie overlijdt niet genoeg zou hebben gestreden. Maar zo ziet Coninx het niet. Voor hem betekent het dat je je kop niet mag laten hangen en dat je geloof moet hebben in de wetenschap. “Wij hebben thuis nogal wat ervaring met ziekenhuizen: drie van onze vier kinderen zijn doof geboren, ze zijn alle drie langs twee kanten geïmplanteerd. Je moet niet de zielige uithangen maar ertegenaan gaan.”

Coninx vergelijkt het met films maken. “Als je geen geld krijgt van het Vlaams Audiovisueel Fonds of van andere geldschieters en je legt je daarbij neer, dan zal je nooit een film maken. Maar als je zegt: wablieft? Ik maak toch die film! Dan maak je die film. Zo werkt het, ik heb het nooit anders geweten. Het minste wat je kunt doen is proberen. Voor jezelf, maar ook voor de mensen rond je.”

Zijn vastberadenheid bracht Coninx na de operatie zelfs terug naar de set. Al wist hij niet of het zou lukken, met een wonde die het stappen bemoeilijkte. “Maar wat stelt dat regisseren eigenlijk voor? ‘Actie’ roepen, meer niet. Ik ken mezelf, ik ben niet tegen te houden. Ik had tegen Frank gezegd dat als het kon, ik nog terug zou komen.” Dus heeft Coninx nog tien dagen gedraaid. In het tempo dat nodig was, maar voor zijn doen helemaal anders.

De pot op

Kanker was nooit een angst in het hoofd van Coninx. Hij was zelfs nooit ziek geweest. Toen hij elf jaar geleden een nieuwe heup kreeg, heeft hij geen enkele dag gemist in het RITCS. “De meeste mensen zijn dan drie maanden thuis, ik was tien dagen later alweer op school.” Nu moest hij het wel anders aanpakken. Voor hij onder het mes ging, zorgde hij dat zijn gezin administratief en financieel gewapend was. “Je neemt maatregelen voor als je niet meer terugkomt. Je zorgt dat iedereen weet hoe het in elkaar zit. Hoe je verzekerd bent, wat er moet gebeuren.”

Maar belangrijker: de diagnose zette de blik van de regisseur op scherp. Als het Coninx niet meer aanstaat, dan durft hij gemakkelijker te zeggen: de pot op. Onlangs kreeg hij een mail van David Van de Steen, op wiens verhaal Coninx’ film Niet schieten is gebaseerd. Van de Steens ouders en zusje werden vermoord door de Bende van Nijvel tijdens de aanslag op de Delhaize in Aalst. Toen Xander De Rycke in zijn eindejaarsshow Houdt het voor bekeken het trauma van Van de Steen vergeleek met Batman, wiens ouders als kind voor zijn ogen zijn vermoord waarna hij een superheld wordt, voelde Van de Steen zich gekwetst.

Coninx barstte haast van verontwaardiging. “Wat Xander De Rycke daar zegt is van een zodanig laag, triestig en gefrustreerd niveau… Wie is die gast eigenlijk? Grote humoristen zijn door de band genomen fijne, slimme mensen. Maar als je, zoals De Rycke, de grens op die manier overschrijdt, dan zegt dat alles over hem. Dat hij het over mij en mijn film heeft vind ik niet erg. Maar je vrolijk maken over een slachtoffer? No way! Reken maar dat ik dat De Rycke persoonlijk laat weten.”

Coninx neemt nu ook andere beslissingen. Hij deed te veel tegelijk en wil alleen nog maar tijd maken voor dingen die de moeite zijn. Bericht aan iedereen die nutteloos conflict zoekt: Coninx doet niet meer mee. “Ik laat me niet meer opjagen. Ik ben nu plannen aan het maken voor de komende jaren en denk na over welke projecten ik naar voren ga schuiven. Want ik wil nog minstens vier films maken in mijn leven.” Dat betekent dat hij straks na 25 jaar stopt als vakhoofd film aan het RITCS en INSAS, de Franstalige tegenhanger waar hij eveneens lesgeeft. “Mijn vrouw en kinderen zijn prioritair. Ik wil nog veel doen, maar eerst thuis zijn.”

Regisseur Stijn Coninx was in september nog bij de opening van het filmfestival in Oostende.Beeld BELGA

Hij kijkt ook anders naar de wereld en naar de politiek. In het jaar waarin je kanker krijgt, ben je niet bezig met de vraag of de frigo gevuld is. Maar Coninx volgde wél alle maatschappelijke debatten, ook die over de besparingen in de cultuursector. “Zes procent, daar kun je over discussiëren. Waar het echt om draait, is of je investeert in cultuur, ja of nee? Dat kan ook zonder geld. Je kunt beslissen dat cultuur belangrijk is. Dat betekent dat je tijd maakt om mensen aangename dingen te laten doen, waardoor ze zich beter voelen, minder ziek zijn, minder stress hebben. Dan gaan ze economisch meer renderen en is er minder geweld.”

Als je dat doortrekt, zo redeneert Coninx, dan komt ook het klimaat ter sprake. Want je kunt het niet over het klimaat hebben zolang iedereen aan zichzelf denkt. “Vandaag is het ieder voor zich: eigenbelang, Vlaams Belang. Maar hoe beter de ander het heeft, hoe beter je het zelf hebt. Door ziek te zijn is dat nog duidelijker geworden. Degenen die opkomen voor het klimaat hebben uiteraard gelijk, maar het gaat verder: klimaat gaat ook over de Noord-Zuidkloof. En wat doen wij met die kloof in eigen land? Belachelijk! Waar zijn we mee bezig? Als je de ander niet begrijpt, dan dreigt fanatisme.” En dat is precies wat Coninx constateert in de politiek. “Politici moeten voortdurend gelijk hebben. Maar wat ben je daarmee? Nougatbollen.”

Het probleem, vindt Coninx, is dat mensen niet genoeg van elkaar houden. “Er is hoogdringend een tweede Woodstock nodig. Als mensen elkaar echt gaan zien, meer met elkaar in contact komen, dan kom je uit bij cultuur. Alles wat aangenaam is in het leven, is met cultuur verbonden: sport, wandelen, muziek, film, dans, theater, eten, gezelligheid. Dat is de moeite om te delen.”

Het is daarom dat Coninx zijn verhaal wil doen – niet omdat hij zichzelf zo interessant vindt. “Er zijn zoveel mensen die ziek zijn. Net omdat veel mensen dezelfde ervaring hebben, wil ik graag vertellen hoe het voor mij is. Het belangrijkste in het leven is dat je mensen rond je hebt die je graag zien en die je steunen. Hoe meer kansen je geeft aan mensen, hoe meer je dat kunt uitbreiden en hoe aangenamer het leven wordt.”

Blijven lachen

Maar dus: verhalen vertellen. In vier films, Coninx mag wel opschieten. De belangrijkste wordt zijn film over Tijl Uilenspiegel. Die sluimert al jaren – Coninx’ oudste dochter heet niet voor niets Tannekin. “Een fantastische meid uit het verhaal van Tijl. Ik weet nog niet of het verhaal zich in het nu moet afspelen, maar ik wil het vertellen met personages die zoals Tijl Uilenspiegel alles relativeren of in een ander daglicht stellen. Je kunt het zelfs letterlijk nemen: de uil die in de spiegel kijkt en met de dingen lacht.”

Coninx is ook opnieuw begonnen met lessen gebarentaal om mogelijk een film over de dovenwereld voor te bereiden. “Die wereld fascineert mij, ik wil iets doen met de taal en met hoe mensen ermee omgaan. Het is een deel van ons leven geworden. Mijn vrouw An werkt in de dovenschool KIDS in Hasselt, thuis is het fiftyfifty: drie horenden en drie doofjes. Niemand die dat dramatiseert: Klaas studeert gewoon geschiedenis in Leuven, Marie volgt dierenzorg in Gent en Jef zit nog op de basisschool. Tateren dat zij soms doen! Ze kunnen ook geweldig vals zingen, prachtig vals en uit volle borst.”

Een film over zijn ziekte ziet hij niet zitten. De gedachte is hem zelfs nooit te binnen geschoten. Er zijn al zoveel films over kanker gemaakt, vindt Coninx, hij heeft daar niets aan toe te voegen. Een film moet in de eerste plaats zin hebben. Hij zegt vaak tegen zijn studenten dat ze gerust zombiefilms mogen maken, maar dat hij ze dan niet kan helpen. Niet dat het altijd Daens moet zijn, onzin mag – hij heeft met veel plezier Het peulengaleis gemaakt voor Canvas. “Ook onzin kan zin hebben, omdat het het leven relativeert. Daarom is werken met Hugo Matthysen een feest.”

En ja, ten huize Coninx wordt intussen weer gelachen. Ook tijdens zijn ziekte, benadrukt Coninx, toen zijn vrouw en kinderen een naam voor zijn tumor bedachten. Hij is en blijft een blije mens, maar zijn kijk op het leven is veranderd. Jaren geleden, nadat hij Daens had gemaakt, stond er plots een onbekende Fransman op zijn stoep die beweerde te weten van wie Coninx de reïncarnatie was. De man stelde hem voor een film te maken over de inheemse stammen van Noord-Amerika en de Tibetanen, die vroeger, toen het ijs nog niet gesmolten was, veel met elkaar in contact kwamen. Niet toevallig zijn het twee bevolkingsgroepen die volledig ontwapend zijn. De film zou onder meer gaan over boeddhisme en visioenen.

Coninx verstond er geen moer van, maar besloot mee te gaan in het verhaal van de Fransman. Ze reisden samen naar Mongolië om decors te zoeken en bezochten met een watervliegtuig het opperhoofd van de Blackfoot-natie. “Ik heb daar veel van opgestoken, maar het is uiteindelijk geen film geworden. Net zoals ik veel andere projecten heb uitgewerkt die nooit iets zijn geworden.” Maar de connectie bleef. “Om een of andere reden, en zonder dat we dat afspreken, gebeurt het dat we aan elkaar denken. In juni kreeg ik plots telefoon: mijn Franse vriend, die wilde weten hoe het was. Ik vertelde hem dat ik ziek was geworden. Het kon niet anders, zei hij, dat het goed met mij zou aflopen want ik moet nog dingen doen. Mijn leven is nog niet voorbij.”

Stijn Coninx: “Politici moeten voortdurend gelijk hebben. Maar wat ben je daarmee? Nougatbollen.”Beeld Joris Casaer
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234