Woensdag 18/09/2019

Interview

Psychotherapeut Lies Scaut over hoe je kinderen leert de dood een plaats te geven

Lies Scaut. Beeld Diego Franssens

Imane was gehaast, toen ze maandag in Berlaar door een trein werd gegrepen. Het meisje zal voor altijd 16 blijven, en wat rest is verdriet. "Dat hoort bij het rouwen, maar mag het leven van een kind niet platleggen", schrijft Lies Scaut in Doodgewoon, een boek over hoe kinderen met de dood kunnen omgaan.

Bladerend door Doodgewoon streep je zinnen aan. 'Dit complexe en ingewikkelde symbolische verhaal zit vol valkuilen voor kinderen waarvoor volwassenen op hun hoede moeten zijn.' Het gaat over de dood van Jezus en zijn verrijzenis. Verder:

'Als je valt, sterf je. Een enkelvoudige gebeurtenis veralgemenen ze tot wet.' Over een kind dat hoorde dat opa was gevallen na een hartaanval en overleed. Of ook dit: 'God heeft papa doen sterven als straf omdat ik slechte cijfers had op school.'

Wat wij onzin vinden, onlogisch en niet nodig ('kom, zet dat schuldgevoel nu uit je hoofd') is dat niet voor een kind. Psychotherapeut Lies Scaut probeert in 200 bladzijden te gidsen door de hoofden van kinderen die plots iemand verliezen. Hun zus, oma, ouders, een vriendinnetje uit de klas.

In Leopoldsburg zat ze maandag te ver van Berlaar waar Imane het leven liet om hulp te bieden, ze kon alleen hopen dat de school actie ondernam: de leerkrachten informeren, de klas van Imane opvangen, die van een zus of een broer of een goeie vriendin, eventueel een rouwkapel inrichten.

En vooral hieraan denken: Imane is niet alleen maandag overleden, ze blijft voor altijd weg. "En elke mens heeft een unieke manier om met rouw om te gaan", zegt de psychotherapeut die zelf de ochtend van het busongeval in Sierre - waarbij 22 kinderen uit scholen uit Lommel en Heverlee het leven lieten - meteen naar basisschool 't Stekske in het naburige Lommel reed. Wat ze vooral deed, was meteen een stille klas inrichten waar leerlingen terecht konden. En dat konden ze nog lang. "Iedereen heeft een eigen proces en een eigen tempo. Daar kun je geen enkele lijn in trekken. Ik heb op verschillende scholen, die met de dood van een leerling geconfronteerd werden, lezingen gegeven. Telkens druk ik daarop. Hoé kinderen ermee omgaan, kun je niet zeggen. Wel wát ze allemaal kunnen meemaken."

Overigens leerde ze zelf uit Sierre. Bijvoorbeeld: "We hadden vooral aandacht voor de klassen waar een broertje of een zusje van één van de slachtoffers zat. Maar nadien moesten we dat bijstellen. Ook het eerste leerjaar, het enige leerjaar waar geen énkel broertje of zusje zat, had vragen en verdriet. Die hebben we ook snel wel de kans gegeven dat te uiten. Of we het goed deden, weet je niet. Allicht pakte de school in Heverlee het anders aan. Het zou bijzonder interessant zijn om nu onderzoek te doen naar hoe kinderen uit die twee scholen het vandaag stellen."

Beeld © RV

Gruwelijke fantasie

Het was Boudewijn Büch die in een dun boekje dat Grafreizen heeft, dit schreef: 'De dood is doodgewoon als hij je weinig of niet aangaat', en dat klopt. Maar Manu was 17 toen hij op één van de donkerste dagen van het jaar zijn vriend Niels zag verongelukken. Tot dan was er in het leven geen plaats voor de dood geweest. Meer dan een jaar nu verlaat de dood zijn leven niet meer. "Ik kan het gevoel dat ik sindsdien heb enkel vergelijken met een enorme muur waar ik voor sta", zegt Manu.

"Een muur waar ik niet over kan. Natuurlijk had ik in het begin een groot schuldgevoel. Ik had hem gevraagd samen een ritje te maken met de brommer. Vandaag weet ik dat ik niet zo moet denken. Al blijft dat toch knagen. Wat als we een minuut later waren vertrokken? Niels was zwaargewond en een dag later is hij gestorven. Ik weet niet wat ik moet denken. Geloven doe ik niet en dus is hij weg. Maar ik geloof ook niet dat mijn verdriet ooit weggaat."

We leven in 2015 en wat vroeger niet bestond, is er nu wel. Hulp. Zorg. Begeleiding. Aandacht. "In mijn praktijk zie ik ouders die voor een ander probleem komen, maar waarbij na een tijdje een probleem opduikt dat gelinkt is aan het overlijden van een familielid", zegt Scaut. "Nog altijd bestaat de neiging om kinderen af te schermen van de dood. We nemen ze niet mee naar de begrafenis of naar het afscheid in het ziekenhuis.

Dat zorgt ervoor dat kinderen zich geen enkele voorstelling kunnen maken en dat ze dus een compleet eigen verhaal creëren.

"Een jongen die nu 9 is, verloor zijn opa toen hij 4 was. Niemand sprak nadien met hem over de dood van zijn opa en hij was onbewust een eigen verhaal over die dood beginnen geloven: opa was op restaurant gestorven toen hij een bord spaghetti at waarin mieren zaten. Pure fantasie, maar enkel omdat hij een logische uitleg wilde voor die dood. Vaak zijn die fantasieën veel gruwelijker dan de werkelijkheid, maar als we hen afschermen van de werkelijkheid, krijg je dit."

Beeld rv

Sneeuwwitje

Nog zo'n voorbeeld: de papa van een kindje uit de klas van haar zoon pleegde zelfmoord. Jasper kwam met dat verhaal thuis en vertelde dat ze, op vraag van de juf, allemaal een tekening maakten om dat vriendje te troosten. "Jasper had een man getekend met een pistool in zijn hand en een touw over het hoofd en schreef daarbij: 'Wat erg dat je papa dit gedaan heeft.' Wat was er gebeurd? Die kinderen waren op de speelplaats zelf over die zelfmoord beginnen praten, maar hadden daar geen enkel besef over. Wat is zelfmoord en waarom?

"Het punt is: geef die kinderen eerst de juiste informatie. Dan kunnen ze verder. Ik ken een jongen die na het bekijken van Sneeuwwitje jarenlang geen groene appels durfde eten uit angst om te sterven. Aan de andere kant zie je veel animatiefilms waarin helden sterven en nadien weer opstaan. De boodschap? Dood is niet dood. Dat is fout. Fantasie is tegelijk een kracht en een zwakte. Fantasie helpt kinderen overleven, maar je moet wel opletten dat die fantasie goed begeleid wordt. Als een kind denkt dat papa het superleuk heeft in de hemel, moet je het dat niet noodzakelijk afnemen. Maar als het denkt dat opa stierf omdat hij spaghetti met mieren at, wel."

'Ergens in Vlaanderen', spreken we met Tine. Ze is 18 nu en haar papa overleed in een auto-ongeval toen ze tien maanden was. Natuurlijk is er geen enkele herinnering aan die man. Haar mama hertrouwde twee jaar later, ze kreeg de familienaam van die tweede man. Een fijne man die haar papa werd. Maar stilaan kwam toch het besef. "Ik kan niet zeggen dat ik mijn echte papa ooit heb gemist", zegt ze. "Mijn mama en tweede papa zorgen zeer goed voor me en ik kom niks tekort. Maar missen zit wel in een gevoel: ik 'mis' dat ik hem ooit gekend heb. En ik ging toch op zoek."

Beeld rv

Afrikaanse culturen

Dat deed ze eerst met foto's. Daar zocht ze in de trekken van haar vader trekken die ze in haar eigen badkamerspiegel kon terugvinden. "Ik ben natuurlijk ook naar zijn graf gegaan, dat doe ik nog, maar ik vond hem er niet terug. Uiteindelijk ben ik zelf vragen gaan stellen. Want niemand begon over mijn papa. Het is nog niet zo lang dat ik weet hoe hij verongelukte en dat dat hier vlakbij gebeurde. Op een plaats waar ik al honderden keren met de fiets ben gepasseerd. Nu ik dat weet, ben ik niet extra verdrietig. Er is een soort rust over me heen gekomen."

Je leest het in Doodgewoon. 'Laat de dood reeds op jonge leeftijd deel uitmaken van het leven.' "Dood is dood", zegt Lies. "En natuurlijk zorgt dat voor verdriet. Maar het leven begint en het leven eindigt. Dat is soms niet eerlijk, maar je kunt er niks aan doen. De dood hoort bij het leven, ook bij dat van kinderen. Zelfs mijn kinderen van 8 en 10 breng ik dat dagelijks bij. 'Als ik dood ben, zal ik wel in je hartje blijven', zeg ik. Dat klinkt naïef, maar soms zeggen ze zelf na een fijn moment: 'Dit sluit ik mijn hartje op.' Dat is goed."

Je leest ook dat je hen mag confronteren met de werkelijkheid en dus met de plaats waar iets gebeurde. Het verhaal van Tine bewijst dat. "Ik zou het ook doen", zegt Scaut. "In mijn boek geef ik het voorbeeld van een jongen die zijn mama verloor bij een dodehoekongeval. De leerkracht kwam nadien op het idee om met de klas naar die plaats te gaan en dat vind ik goed. Omdat zoiets twee functies heeft: je kunt stapsgewijs uitleggen wat er gebeurd is én je kunt ook uitleggen wat ze zelf moeten doen als ze zelf op die plaats staan. Zelfs de fantasie dat er wellicht een 'reuzenplas' bloed lag, kon weg: de straat was schoongeveegd.

"Over hoe we met de dood kunnen omgaan, kunnen we veel leren van de Afrikaanse culturen. Op de begrafenis wordt veel gehuild en is er groot verdriet. Maar zodra heondt dode lichaam begraven is, ontstaat er een dorpsfeest: ze zijn dankbaar voor het leven dat ze nog hebben. Dat is een goede manier om het te zien. De overledene kán ook alleen via de nabestaanden een beetje verder leven. Als je als nabestaande van zoveel verdriet niet zelf verder wil leven, kunnen die dierbaren voor wie je verdriet hebt dat ook niet."

Manu: "Na het overlijden van Niels, heb ik nooit gedacht dat ik zelf dood wilde. Maar soms denk ik wel dat ik niet meer bang ben voor de dood. Al weet ik dat ik nog maar 18 ben en dat er nog veel kan volgen. Al had ik een paar weken na zijn dood wel een ander schuldgevoel. Er was een fuif waar ik naartoe ging, maar ik durfde er niet dansen. Omdat ik het erg vond dat ik me zou amuseren. Ik ga nu studeren, mijn eerste jaar aan de universiteit. Het doet mij gewoon veel verdriet dat Niels die kans niet meer heeft. Ze zeggen soms dat het het ergst is voor hen die achterblijven, maar ik geloof dat niet. Ik leef wel nog en kan veel doen. Hij niet meer. Voor Niels is het veel erger."

Beeld rv

Vaste mijlpalen

Manu ging geen afscheid nemen in het ziekenhuis. Dat werd hem afgeraden: Niels was erg toegetakeld. En Lies Scaut begrijpt dat. "Kunnen afscheid nemen, vind ik wel belangrijk", zegt ze. "Ook voor kinderen. Maar je moet natuurlijk wel rekening houden met de omstandigheden. Als opa na een ziekte overleden is, vind ik het wel goed. Maar ik had hier een meisje in mijn praktijk van tien jaar dat toen ze zeven wasn was meegegaan naar het afscheid van een overleden familielid. Ze had daar zo'n gruwelijk beeld aan overgehouden, dat ze er drie jaar later nog nachtmerries over had.

"We hebben veel gepraat en uiteindelijk liet ik haar een tekening maken. Een tekening van dat beeld dat in haar hoofd zat en dat ze kwijt wilde. Nadien hebben we die tekening verbrand. Ze heeft daar in de klas over verteld en toen iemand dan vroeg wát er precies op die tekening stond, zei ze: 'Dat weet ik niet meer. Dat beeld is verbrand.'"

Beeld rv

Geen verwijten

Achteraan in Doodgewoon zit een tijdslijn en dat is wel goed. Want als je kind morgen met de dood wordt geconfronteerd, ontbreekt je de kracht, de tijd en de goesting om eerst 200 pagina's te lezen over wat je kunt doen. Die tijdslijn helpt: ze gidst je door alle fases van het boek en toont wat je waar kunt vinden.

"Er zijn vaste mijlpalen in een jaar", zegt Scaut. "Maar dat is niet énkel de verjaardag van, bijvoorbeeld, de overledene. Elke dag van het eerste jaar is de eerste keer zonder die man of vrouw of dat kind. De fout die veel volwassenen vaak maken is daar één bepaalde dag uit te halen en te zeggen: 'Dat die dag maar rap voorbij is.' Zo maak je van die ene dag natuurlijk een extra pijnlijke dag. Het hele jaar zit vol belangrijke momenten en dus duurt dat rouwproces al zeker één jaar."

Dat volwassenen fouten maken, is zo. Ter bescherming, ter verzachting, ter onvluchting misschien van het eigen verdriet. En je kind is je achillespees. "Ik verwijt mijn mama helemaal niet dat ze niet zo graag over de dood van mijn papa praatte", zegt Tine. "Omdat ik goed weet hoeveel verdriet ze zelf had. Nadien was ze hertrouwd en was dat voor haar een nieuwe bladzijde. Alleen gold dat voor mij natuurlijk minder. Vandaag praten we er wel makkelijker over en dat kan zonder verdriet. Ik had het alleen wel veel vroeger willen kunnen."

Maar de fout zit ook elders: wij bepalen welke dood voor het kind het ergste is. Die van papa of mama. Dan die van een zus of een broer. Dan opa of oma. Dan een kindje van de klas. Is dat altijd zo? "Natuurlijk is dat moeilijk in te schatten. Maar het kan best dat de opa een zo belangrijke plaats innam, dat een kind door diepe rouw gaat. Onlangs vertelde mijn zoon dat de opa van een vriendje was gestorven. De zorgjuf had hem en drie andere jongens aangesproken, gevraagd een mooie tekening voor hun vriendje te maken en een beetje extra voor hem te zorgen. Dat is mooi: die jongen kreeg tenminste het gevoel dat hij er niet alleen voor stond."

Beeld rv

Hypnose

En dan zit herdenken in veel. Op 1 september begon een school zonder een meisje dat in de vakantie was verdronken. "Ze hebben de looppiste naar haar genoemd en alle kinderen hebben nu een plek waar ze meer dan elders aan haar denken."

Wat Lies Scaut ook een goed idee vindt, is een boom planten. "Die kun je versieren, je kunt er een boek onder gaan lezen, je kunt iets in de schors kerven en je kunt hem zien bloeien." Voor Manu is een bankje net buiten het dorp een troostplek, waar hij naartoe fietst en alleen kan zijn. Voor Tine is dat die bocht waar haar papa het leven liet. Ze blijft er passeren met de fiets, maar niet meer zoals vroeger. Elke keer zwaait ze even. 'Dag papa.'

Nog één anekdote uit Scauts praktijk toont hoe belangrijk de juiste omgang met de dood is. Een vrouw van 30 had angst- en paniekaanvallen. Ze hyperventileerde. Gesprek na gesprek leverde niks op. Zijzelf kon de vinger niet op de oorzaak leggen, en Lies vond ze niet. Tot in hypnose iets naar boven kwam dat de vrouw verdrongen had. "Toen ze 6 was, was haar opa overleden. Ze was meegegaan naar de begrafenis en tijdens die rouwdienst was ze voor het eerst beginnen hyperventileren. Wat ze jarenlang niet kon plaatsen en waarvan ze dacht dat er geen enkele reden was voor die angst en paniek, kwam nu naar boven. We zijn daarmee aan de slag gegaan en het gaat nu goed met haar."

Manu en Tine bestaan echt en wat ze meemaakten, gebeurde ook echt. Maar ze wilden liefst anoniem getuigen. Hun namen, en die van Niels, zijn dus pseudoniemen.

Doodgewoon van Lies Scaut, LannooCampus, 200 p., 24,99 euro.

Beeld rv
Beeld © DIEGO FRANSSENS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234