Vrijdag 18/10/2019

Huis Van Hiele

Professor en neurochirurg Veerle Visser-Vandewalle: "Ik hoop echt dat mijn zoon geen arts wordt"

Professor Veerle Visser-Vandewalle behoort tot de wereldtop in haar vakgebied, neurochirurgie. Beeld Wouter Van Vooren

Een gat boren in de schedel en een elektrode plaatsen in de hersenen: wereldwijd doet bijna niemand dat beter dan Veerle Visser-Vandewalle. Een gesprek over depressies, vrouwen met ambitie en medische experimenten. ‘Ik hoop echt dat mijn zoon geen arts wordt.’

De professor waait de fleurige tuin van het restaurant binnen in een elegante rode jurk. De avond leent zich voor luchthartig gekeuvel over vakantieplannen en ander zomers vertier, maar nog voor het aperitief op tafel staat, duikt ze de wondere wereld van het menselijk brein in. “Daarvoor zijn we hier, toch?”

Veerle Visser-Vandewalle was de meest intrigerende topdokter uit het gelijknamige VIER-programma. De vrouw, wereldtop in haar vak, die mensen van neurotische dwangtics, parkinson en zelfs depressies verlost door een gat in hun schedel te boren en een elektrode in hun hersenen te plaatsen. Diepe hersenstimulatie (DHS) heet zo’n ingreep, officieel afgekort als DBS, van deep brain stimulation. Zou ze ook
Eternal Sunshine of the Spotless Mind-gewijs in staat zijn om nare herinneringen te wissen?

Het was haar man, de Nederlandse anesthesist Ton Visser, die achter haar rug de makers van Topdokters een brief schreef: “Mijn vrouw is een echte topdokter, die jullie en de wereld dringend moeten leren kennen.”

V
isser-Vandewalle vertelt het met een verliefd glimlachje om de mond. Ze had een goede reden om de camera’s toe te laten in het universitair ziekenhuis in het Duitse Keulen, waar ze diensthoofd is. En om haar waanzinnige 100-urenwerkweek te onderbreken om zich uitgebreid te laten interviewen in Keulen: “Er hangt nog steeds een geheimzinnig sfeertje rond diepe hersenstimulatie. Mensen denken dat het riskant is.”

Wie is Veerle Visser-Vandewalle?

* 53 jaar
* opgegroeid in Sint-Niklaas
* studeerde neurochirurgie (UZ Gent)
* voerde daar als eerste neurochirurg ooit een diepe hersenstimulatie uit bij een patiënt met Gilles de la Tourette
* werkte van 1999 tot 2012 aan het Maastricht UMC+, waar ze ook professor in de functionele chirurgie werd
* sinds 2012 diensthoofd Stereotaxie en Functionele Neurochirurgie aan de Uniklinik Keulen
* woont in Lanaken met haar man Ton en zoon Casper

Het ziet er ook vreselijk gevaarlijk en ingrijpend uit, zo’n operatie, maar dat valt best mee, sust ze. “Ik vind het belangrijk dat mensen weten dat dit soort operaties bestaan, dat ze ons vinden als het nodig is. Zelfs artsen weten nauwelijks wat wij doen. Kennis verspreiden, dat is mijn opgave. Op een eerlijke manier, zonder mijn ingreep te verkopen als een wondermiddel.”

Het lijkt nochtans wel op een wonder. U zoekt de plek in de hersenen waar parkinson lelijk huishoudt, en manipuleert die met een elektrode.

“Het gaat niet zozeer om afgelijnde gebieden, eerder om circuits: gebieden die met elkaar communiceren via prikkels.”

Zoals het elektriciteitsnetwerk in een huis?

“Ja. Er zijn stimulerende en afremmende prikkels en het gaat allemaal om evenwichten. Het is gezond om even te controleren of de voordeur wel dicht is als je vertrekt. Dat is een hersenprikkel die uitdooft nadat je eens aan de deur gevoeld hebt. Bij een dwangpatiënt blijft die prikkel maar komen zonder uit te doven.

“Je moet weten waar je dat circuit het best kunt beïnvloeden om die abnormale controledrang te verhelpen. Op die plek planten we een elektrode in en door stimulatie met hoge frequentie gaan we die activiteit tegenwerken. Ik geef tegengas, zeg ik altijd tegen mijn patiënten. Bij dementie werkt het omgekeerd: dan sterft een bepaalde kern af en die kunnen we stimuleren.”

Wacht even. Kunt u dementie genezen met DBS?

“We zitten daar nog in een heel vroeg stadium. Mijn voorganger heeft zo acht patiënten geopereerd. Eén patiënt was veel beter, één ging achteruit en de rest was gelijkmatig. Dat is al een verbetering, normaal gaan dementerenden jaar na jaar achteruit. Daar willen we nu verder mee aan de slag, want er is geen behandeling voor dementie.”

Veerle Visser-Vandewalle: 'Ik ben in mijn werk ook dwangmatig aangelegd, maar dat is positief: bij operaties controleer ik alles veelvuldig en dat moet ook.' Beeld Wouter Van Vooren

Bij een aandoening als dwangneurose werkt de ingreep wel goed?

“Bij sommige patiënten zijn de symptomen volledig weg, bij anderen gedeeltelijk. Het is allemaal relatief. Ik zag deze week een patiënte terug die ik heb geopereerd. Voorheen beoordeelde ze haar dwanggedachten als een tien op tien, nu zit ze aan vijf. Dat is goed, en dat kan met de tijd nog ver­beteren. Maar ondertussen heeft ze een nieuwe vriend die ook last heeft van dwanggedachten. Heerlijk, zei ze me. ‘Ik weet nu dat hij de potten op de juiste manier in de kast zet. Ik hoef dat niet meer te controleren en dat is zo rustgevend.’”

Als het allemaal zo relatief is, wanneer beslist u dan om te opereren?

“Ik ben in mijn werk ook dwangmatig aangelegd, maar dat is positief: bij operaties controleer ik alles veelvuldig en dat moet ook. Het is pas problematisch als je niet meer kunt doen wat je wilt. Als je eigenlijk om tien uur de deur uit moet, maar dat niet lukt omdat je nog steeds compulsief je handen aan het wassen bent.

“Een operatie is altijd de laatste stap. Je begint met de meest conservatieve behandelingen: psychotherapie en medicatie. Als dat niet meer helpt, kun je beginnen denken aan een operatie.”

U opereert ook mensen met een ernstige depressie.

“De resultaten zijn wisselvallig. Het is nog niet duidelijk wat precies de meest geschikte target is, welk deel van de hersenen we best stimuleren. Ik heb drie patiënten geopereerd, één keer met een schitterend resultaat. Die man had echt een zware depressie: hij zag alles zwart, kwam zijn huis niet meer uit en had zelfmoordgedachten. Anderhalf jaar na de operatie kwam hij terug. Heel die tijd was het hem erg goed vergaan, maar plots waren die zwarte gedachten terug, heel acuut. Toen bleek zijn batterij, die onder de huid zit en de elektroden aanstuurt, leeg. Die hebben we vervangen en die mens was weer goed.

“Een andere patiënt zag geen verbetering van haar gemoed maar haar angsten waren weg. Voordien durfde ze niet naar de brievenbus uit angst voor slecht nieuws. Toen haar batterij plat was, kwamen die angsten terug. Bij een derde patiënt was er ogenschijnlijk geen effect, maar toen de batterij leeg was zonder dat ze het wist, voelde ze zich acuut slechter.

“Het blijft toch moeilijk, depressies. We hebben ook studies bij mensen met een heroïneverslaving gedaan, maar die moesten we afbreken omdat ze niet gemotiveerd waren voor de operatie.”

Zijn verslavingen en depressies dan louter storingen in de hersenen?

“Er zijn psychiaters die zeggen dat het ingebeeld is. Dat is niet waar: je kunt een depressie zien met een PET-scan. De oorzaak ligt vaak in een combinatie van een genetische aanleg en triggers, zoals een traumatische gebeurtenis. Maar je mag nog zo sterk zijn, als bepaalde externe prikkels sterk genoeg zijn, slaat iedereen door. In de hersenen gaat het altijd om balans.”

Wat loopt er bij depressies precies mis in de hersenen?

“Elk gevoel dat we hebben, gaat gepaard met een bepaalde hersenactiviteit. Soms is die activiteit zo uitgesproken dat bepaalde gebieden ontsporen en extreem veel elektrische prikkels afvuren. Bij een depressie is dat ook zo. Medicatie kan die activiteit temperen, maar bij sommigen slaat dat niet aan en dan kun je een elektrode plaatsen. Al kunnen we daar dus nog niet voorspellen bij wie het wel en niet zal helpen.”

Is therapie verspilde moeite als het ook met een operatie kan?

“Therapie is praten, en dat helpt tot een bepaald niveau. Je kunt ook met jezelf praten, als die prikkel – bijvoorbeeld de deur controleren – blijft terugkeren: ik negeer het, ik stap in de auto en rijd weg. Maar bij sommigen lukt dat niet meer.

“Er zijn psychiaters die ons gedrag nog steeds niet associëren met hersenactiviteit. Ze vinden dat die verbanden nog niet bewezen zijn. Euh, jawél. Er speelt soms ook eigenbelang mee: die chronische patiënten blijven langskomen bij de psychiater.”

U bent streng voor psychiaters.

“Dat is gewoon de realiteit. Al is het de laatste tijd aan het beteren. Althans in Duitsland. Maar ik vind het zo erg dat mensen niet weten dat DBS bestaat terwijl ze ermee geholpen kunnen worden. Doodzonde.”

U komt wellicht vaak mensen tegen die al jaren wanhopig een oplossing zoeken.

“Zeker. Neurologen en psychiaters zouden die mensen kunnen informeren, maar uit een enquête weten we dat ze het risico op bloedingen tijdens zo’n operatie veel te hoog in schatten. Het risico bestaat, maar het is wel heel klein.”

Een hersenoperatie boezemt angst in.

“Je hersenen, dat is je zijn. Wij zijn ons brein.”

Professor en neurochirurg Veerle Visser-Vandewalle: 'Voor veel mensen zijn de hersenen iets mysterieus waar je af moet blijven.' Beeld Wouter Van Vooren

Dat horen mensen ook niet graag.

“Het is niet zwart-wit. Hoe we ons voelen en gedragen wordt in belangrijke mate bepaald door onze hersenen. Maar we kunnen die wel beïnvloeden. Onszelf kalmeren, met onszelf praten of onze focus verleggen en zo de activiteit in onze hersenen veranderen. Dan komen we uit bij positief denken.

“Maar inderdaad: voor veel mensen zijn de hersenen iets mysterieus waar je af moet blijven. Ik herinner me de eerste hersenoperatie die ik zag. Ik dacht toen ook: hoe kun je daar nu in opereren? Je kunt daar toch niet door?”

Maar dat kan dus wel.

“Je moet weten waar. We nemen een hersenscan waarop we alle kleine bloedvaatjes zien en de structuur van het brein. En dan kun je berekenen waar je het boorgat maakt, hoe je de hersenen ingaat en op een bepaalde plek komt zonder een bloedvat of belangrijke hersenstructuur te raken. Je hoeft echt geen delen van de hersenen weg te nemen om een diepere laag te bereiken.”

Zien mensen u als een risicojager, iemand die graag experimenteert?

“Ik ben daar nog nooit rechtstreeks mee geconfronteerd, maar ik hoor patiënten dat soms wel over andere dokters zeggen: die zag mij als een proefkonijn. Dat is niet zo, leg ik dan uit. Het gaat over experimentele therapieën, in de zin dat we nog niet goed weten waar het optimale punt ligt om in te grijpen. Maar de techniek op zich is niet nieuw. We tellen op dit moment wereldwijd 150.000 mensen die met DBS geholpen zijn.”

Ziet u meer Belgische patiënten sinds u meedeed aan Topdokters?

“Ja, mensen die zich in België niet ernstig genomen voelen. Er kwam een 80-jarige Belgische man bij mij met een zware tremor aan één kant. Als je constant beeft, kun je zelfs niet eten of drinken. Hij was een heel fitte, trotse man, maar hier te oud bevonden voor een operatie. Ik vond hem helemaal niet te oud, maar de Belgische ziekteverzekering wilde niet tussenkomen.

“In Duitsland bepalen we als arts of een ingreep al dan niet nodig is en wordt zo’n operatie volledig terugbetaald. Hier is de situatie anders: het aantal DBS-operaties is beperkt, want het kost veel geld. In Nederland is het ook zo. Toen ik nog in Maastricht werkte, had ik een patiënt die langs kwam met een lege batterij. Het was december en we zaten al aan ons plafond, dus ik mocht zelfs die batterij niet vervangen. Dan moet je andere ziekenhuizen bellen: heb jij nog een batterij?”

Wringt dat, als dokter?

“Ik ben in ieder geval blij dat ik nu in Duitsland werk.”

Waarom bent u precies neurochirurg geworden? Was u zo gefascineerd door die hersenoperatie?

“Ik wist al snel dat ik iets met de hersenen wilde doen. Menselijk gedrag boeit mij enorm. Ik heb ook overwogen om biologische psychiatrie te studeren.

“Toen ik stage liep op de neurologie, was ik verantwoordelijk voor de afdeling beroertes. Dat frustreerde mij enorm: die mensen liggen daar maar, je kunt ze niet beter maken. Toen kwam ik terecht bij een neurochirurg die geïnteresseerd was in psychiatrische aandoeningen. Hij deed onderzoek en operaties bij varkens. Dat vond ik leuk. Ik had het gevoel dat ik iets concreets deed. Bij DBS heb ik dat ook: er is een storing en ik stop een elektrode in de hersenen om die tegen te gaan.”

Veerle Visser-Vandewalle: ' Ik ken een tourettepatiënt die, als hij zijn zoontje in bed stopte, zei: slaapwel kutjong. Vreselijk. Die man heb ik kunnen helpen.' Beeld Wouter Van Vooren

Uw man zegt: ze wil het leven van mensen beter maken.

“Elke dokter, allicht. Zo zou het toch moeten. Ik ben vooral geïnteresseerd in psychiatrische aandoeningen. Ik denk dat dat de ergste vorm van lijden is: de schaamte, het isolement.

“Achteraf zijn de patiënten superdankbaar. Vaak zijn ze lang niet serieus genomen of werd de impact van hun ziekte onderschat. Ik ken een tourettepatiënt die, als hij zijn zoontje in bed stopte, zei: slaapwel kutjong. Vreselijk. Die man heb ik kunnen helpen.”

Zijn er ook mensen die u niet kunt helpen?

“Ja, en dat is doodjammer. Maar elke patiënt wordt zorgvuldig gescreend om de verwachtingen realistisch te houden. Anders wordt het lastig. Al is het begrijpelijk, die hoop. Het is hun laatste kans.”

Welke operatie is u het meest bijgebleven?

“Die eerste tourette-ingreep.”

In 1997 voerde Visser-Vandewalle een DBS uit bij een man met het syndroom van Gilles de la Tourette. De techniek bestond toen al wel, maar enkel voor patiënten met een bewegingsstoornis. “Tourette valt daar ook onder, maar tegelijk komen er psychiatrische afwijkingen bij kijken, zoals dwang of automutilatie. Die man zijn armen stonden vol snijwonden.”

Het was de allereerste keer dat iemand met zo’n probleem een elektrode kreeg geïmplanteerd, en het zette de deur open voor patiënten met psychiatrische aandoeningen. Een wereldprimeur dus, die het prestigieuze wetenschapsmagazine The Lancet haalde. Amper 32 was Visser-Vandewalle en pas afgestudeerd als neurochirurg.

Was u een wonderkind of een lefgozer?

(lacht) “Ik stond daar eigenlijk niet zo bij stil. Die patiënt is toevallig naar mij doorgestuurd: of ik iets voor hem kon betekenen? Ik ben toen in de literatuur gedoken. Bleek dat ze vroeger ook tourettepatiënten opereerden en stukjes hersenen vernietigden. Ik heb van al die stukjes berekend wat de beste plek was om een elektrode te plaatsen en dat bleek een succes.”

Die operatie heeft u wereldwijd op de kaart gezet.

“Op elk congres over DBS kwam die casus aan bod. Er is ook een artikel over mij geschreven, over vrouwelijke pioniers in de neurochirurgie.”

Streelt dat uw ego?

“Dat is wel plezant.”

U behoort tot de wereldtop.

“In mijn terrein, ja. Mijn klein terreintje. (lacht) Of dat speciaal is? Dat is fijn, ja. Dat ik toch mijn steentje kan bijdragen.”

De chef komt aan tafel uitleggen dat zijn keuken gebaseerd is op lokale producten: groenten uit zijn moestuin, vis uit de Noordzee en vlees van een lokale boerderij. Hij weet, zegt Willem Hiele, hoe de dieren verzorgd en geslacht zijn. “Fijn”, knikt Visser-Vandewalle.

“Sociaal gezien vind ik het moeilijk om vegetariër te zijn, maar ik eet heel weinig vlees. De bio-industrie vind ik vreselijk. Ik ben stapelgek op dieren, die hebben wel degelijk emoties. Wat wij daar allemaal mee doen: ze in kleine kooien stoppen omdat wij meer vlees op onze boterham willen. Wie denken we wel dat we zijn? Moesten slachthuizen glazen muren hebben, dan was iedereen vegetariër.”

Veerle Visser-Vandewalle is te gast in het Huis van Hiele. Beeld Wouter Van Vooren

Is er een hersenoperatie mogelijk om mensen gevoeliger te maken voor dierenleed?

“Dat is moeilijk, hè. Wij artsen bepalen de norm niet. Ik ben ook heel erg tegen enhancement: opereren om normale functies te verbeteren, zoals elektroden plaatsen die het geheugen verbeteren. Dan krijg je klassegeneeskunde, voor mensen die het kunnen betalen. Daar hou ik me ver vandaan.”

Wordt daarmee geëxperimenteerd?

“Ja. Het Amerikaanse leger steunt onderzoek naar ingrepen bij oorlogsveteranen met posttraumatische stress. Dat is heel dubbel en met voorbedachten rade: stuur ze maar de oorlog in, achteraf lossen we het wel op met een elektrode.”

Waar trekt u de grens? Wat als u een pedofiel zou kunnen helpen?

“Als dat mogelijk zou zijn en die persoon staat daar voor open omdat het de enige optie is, dan zou ik dat wel doen. Als die mens daar onder lijdt en een gevaar is voor de anderen, dan kan ik mij daar iets bij voorstellen.

“In de jaren 60 heeft de Spaanse neurofysioloog José Delgado een boek geschreven met zijn visie over de perfecte maatschappij, waarbij je elk ongewenst gedrag kon aanpassen door DBS. Daar kwam zoveel reactie op dat de techniek jarenlang in de taboesfeer heeft gezeten. De vraag is ook: wat ís pathologisch gedrag?”

Naarmate de kennis en technologie evolueert, zal dit soort vraagstukken steeds vaker opduiken. Bent u daarover bezorgd?

"DBS bij obesitas staat nog niet helemaal op punt, maar ik kan mij voorstellen dat collega’s het zouden uitvoeren bij mensen die wat te dik zijn en dat die grens zal opschuiven. Dat is geen sciencefiction. En daar heb je die klassegeneeskunde weer. Waar gaan we daarna naartoe? Ik vind dat het debat daarover onvoldoende gevoerd wordt.”

Als ze dit werk niet zou doen, dan was ze wellicht dikker, zegt de arts als ze proeft van een hapje van scheermesjes met erwt en ijzerkruit. “In het operatiekwartier heb je geen tijd om te eten.”

Hoeveel uren werkt u per week?

"Moeilijk te zeggen. In Topdokters hoorde ik een collega zeggen dat hij makkelijk 100 tot 120 uur per week werkt. Daar schrok ik van, maar volgens mijn man zit ik daar ook bijna aan. Al vind ik dat overdreven.”

Volgens uw echtgenoot bent u er dag en nacht mee bezig.

“Het is moeilijk te scheiden. Een telefoontje, een mail, een artikel schrijven op zondag: ik vind dat geen zwaar werk. Je bent thuis, met je laptop op schoot. Ik doe het ook graag. Soms vraagt mijn man wel om eens twee minuten niet met het werk bezig te zijn. Maar hij is anesthesist. Hij begrijpt het wereldje en waarom het werk er zo vaak tussen komt.”

U gaat deze zomer op cruise op de Middellandse Zee. Gaat de vakliteratuur mee?

“Nee. Dat is echt vakantie. Drie weken samen met mijn man en mijn zoon, dat is zalig. Mails bekijk ik één keer per week. Maar ik ben wel bereikbaar, als het echt nodig is.”

Hoe ziet uw gemiddelde dag eruit?

“Als ik thuis in Lanaken vertrek, sta ik om twintig over vijf op, drie keer per week. Maandag en dinsdag overnacht ik in Keulen, dan werk ik wel langer door, tot half negen.”

Uw man zegt dat hij u tijdens het weekend soms bijna uw bed in moet dragen.

(lacht luid) “In het weekend moet ik kunnen bijslapen. Maar ik voel me fitter dan toen ik 30 was omdat ik meer sport. Ik probeer elk weekend te gaan lopen.”

Veerle Visser-Vandewalle: 'Ik hoop echt dat mijn zoon geen arts wordt. Zeven jaar geneeskunde en zes jaar specialiseren: nu besef ik dat ik een groot deel van mijn jeugd heb opgegeven.' Beeld Wouter Van Vooren

Wat deden uw ouders?

"Mijn vader was beroepsonderofficier in het leger, mijn moeder is tot haar 14de naar school geweest. Ze is gestopt met werken toen ik nog klein was om voor het gezin te zorgen. Ze is heel trots, op haar beide dochters.

“Mijn zus en ik zijn streng opgevoed. Mijn vader heeft er enorm op gehamerd dat we goed zouden studeren, dat we niet afhankelijk zouden zijn van een man. Ik heb Latijn-Grieks gevolgd. Mijn zus was nogal een rebel en is airhostess geworden.

“Ik heb wel altijd hard moeten studeren, zeker dat eerste jaar aan de universiteit. Dat bracht veel druk. Het is gelukt, maar dat eerste jaar vond ik vreselijk. Ik ging niet vaak feesten. Ik was een saai, braaf meisje. (lacht) Als ik maar wat meer vertrouwen had gehad, dan was het een veel aangenamer jaar geweest.”

Wel bijzonder: zo hard moeten blokken, en nu een wereldautoriteit.

“Ik zeg dat vaak tegen mijn zoon Casper: mijn medestudenten die hun dromen waarmaakten, zijn niet per se diegene met de beste punten, maar wel met de beste mentaliteit.”

Uw zoon is 17. Hoopt u dat hij ook voor de geneeskunde kiest?

“Hij heeft nog geen idee wat hij wil doen, maar ik hoop echt dat hij geen arts wordt. Zeven jaar geneeskunde en zes jaar specialiseren: nu besef ik dat ik een groot deel van mijn jeugd heb opgegeven. Ik geniet er vandaag dubbel en dik van, maar ik heb lang geen privéleven gehad. Toen ik nog in Gent werkte, had ik één dienst op drie. Pittig. Ik voelde dat ik er weg moest, als ik ooit kinderen wou.

“In Nederland is de combinatie beter omdat er meer personeel is, dus ben ik in Maastricht gaan werken. Daar heb ik mijn man Ton leren kennen. Tijdens mijn eerste operatie, in het operatiekwartier. Hij was de anesthesist en vroeg of hij een artikel over mijn tourette-operatie kon lezen. Wauw, dacht ik, een anesthesist die zo geboeid is. Bleek dat hij niet zozeer in die operatie geïnteresseerd was. (lacht) Die tourettepatiënt heeft me vaak nog gezegd dat ik mijn man aan hem te danken had.”

Voor uw man was het een coup de foudre: hij zag tijdens die operatie enkel uw ogen omdat u een mondmasker droeg, maar was op slag verliefd. U ook?

“Nee, ik was gecharmeerd maar gereserveerd. Even de kat uit de boom kijken. Nuchter.” (lacht)

Waarom bent u zo goed in wat u doet? U heeft alvast de reputatie zeer intelligent te zijn.

“Ik denk vooral dat het om focus draait. Ik werk op een heel klein terrein, maar ga geconcentreerd enorm de diepte in. Ik ben toegewijd. Ik zeg het ook tegen Casper: het is me om het even wat hij later doet, zolang hij er maar voor gaat en probeert de beste te zijn. Dat vind ik toch belangrijk, dat je dat probeert.”

Is het ooit echt misgelopen bij een operatie?

"Een oude parkinsonpatiënt is overleden aan een bloeding. Hij liep een hoger risico, dat wist hij zelf ook. Maar hij wilde absoluut de operatie. Patiënten vragen me soms of ze kunnen sterven. Dan zeg ik eerlijk ‘ja’. Het risico is bijzonder klein, maar het bestaat. Ik kan daar mee leven, ja. Dat hoort erbij.”

Wat als u slecht heeft geslapen?

“Ik moet mij goed voelen voor een operatie, anders blaas ik het af. Ik heb dat al eens gedaan. Je moet je goed voelen of alles kunnen afblokken. Niets telt, behalve die operatie. Ik ben niet stressgevoelig en op mijn werk heb ik veel zelfvertrouwen, maar ik heb ook geluk dat ik in mijn privéleven nog nooit problemen heb gehad. Dat is mijn basis, mijn steun en sterkte.”

Laat u zich weleens volledig gaan?

“Ik dans graag. Op congressen gaan we soms naar een discotheek. Maar als tegenwicht hou ik vooral van wat ik het eenvoudige leven noem: met mijn paard bezig zijn, samen het bos in. Dat vind ik fantastisch.”

Heeft u veel tijd voor vriendschappen?

(kijkt verbaasd) “Een vriendin met wie ik soms iets doe? Eigenlijk niet. Ik mis dat ook niet. Als koppel hebben we vrienden en op het werk zijn er mensen met wie ik heel goed overeenkom, maar het is moeilijk te combineren.”

Zijn er momenten geweest dat u zich afvroeg of de opofferingen het waard zijn?

(knikt) “Tijdens mijn opleiding, toen ik geen tijd had voor een relatie of gezin. Ook nu nog is het voor vrouwen niet evident. Vaak vinden ze het fijn om te zien dat het mij wel lukt, maar je moet een familie hebben die je steunt. Mijn man heeft van in het begin gezegd: jij bepaalt, ik volg je. Omdat mijn werk voor mij een belangrijkere bron van geluk is dan voor hem. Maar na al die jaren voelt het nog steeds abnormaal om in Keulen te slapen, en ook mijn ouders klagen dat ik zo weinig langskom. Dat knaagt soms.”

Heeft u het als vrouw moeilijker gehad?

“O ja. Ze zeggen toch dat je als vrouw dubbel zo goed moet zijn om half zo ver te geraken? Zelfs toen ik in Keulen begon – het is niet netjes – heb ik gehoord dat er een weddenschap liep: hoe lang zou die vrouw uit België het volhouden?”

Uw mentor, professor Emile Beuls uit Maastricht, zegt dat collega’s jaloers op u waren.

“Nu niet meer, maar ik hoorde wel dat er over mij gesproken werd. Dat ik beloond werd voor mijn prestaties en dat mensen dat niet eerlijk vonden. Of toen ik die job in Keulen kreeg, grapten twee mannen die ook hadden gesolliciteerd dat ze een tunnel zouden graven onder de stad om die te laten inzakken. Dat soort dingen. Op een gegeven moment raakt het je niet meer.”

Dokters in het operatiekwartier zijn net apen op de apenrots, concludeerde primatoloog Frans de Waal recent na onderzoek in ziekenhuizen. Herkenbaar?

“Ja, geroep en zo. Ik denk dat het verplegend personeel het vaak moet ontgelden. Anesthesisten ook. Mannen en vrouwen zijn anders, dat is gewoon een feit. We gaan anders met conflicten om. Ik denk dat een mix het gezondst is.”

Veerle Visser-Vandewalle. Beeld Wouter Van Vooren

Er schuilt wel een feministe in u.

“Ja, maar we moeten niet flauw doen over de verschillen. Ik zie ook dat niet alle vrouwen bereid zijn om voltijds te werken, en in de chirurgie is dat niet ideaal. Je moet genoeg opereren, om ervaring op te bouwen.”

Willen ze niet of hebben ze het gevoel dat het niet kan?

“Gemiddeld denk ik dat vrouwen minder hun ambities volgen en andere prioriteiten stellen. Omdat ze niet genoeg gesteund worden door hun omgeving, en sommigen hechten meer belang aan hun familie. Ik wil niet zeggen dat ik mijn gezin niet belangrijk vind, maar ik heb andere keuzes gemaakt.

“Trouwens, wat ik zei over vrouwen die harder moeten werken, dat is ook omdat we met zo weinig zijn. In Duitsland zit ik in verschillende beoordelingscommissies, en daarin moet de helft vrouwelijk zijn. Maar we zijn maar met 14 procent vrouwelijke hoogleraren, waardoor we in vier keer zoveel commissies zitten als onze mannelijke collega’s. Voor hetzelfde geld, hè. Ik vind dat absurd, die quota. Ook in regeringen of andere plekken. Dat is zo kunstmatig. Kies gewoon de mens die het best geschikt is.”

Kunnen quota er niet voor zorgen dat mensen die anders over het hoofd gekeken worden, toch in aanmerking komen?

“Iedereen die denkt dat hij of zij over de nodige kwaliteiten beschikt, kan toch solliciteren? Zoiets leidt tot positieve discriminatie, en dat is helemaal fout natuurlijk.”

Wordt dat soms over u gezegd, dat u zit waar u zit omdat u een vrouw bent?

“Ik weet dat sommigen dat denken, ja.”

Wat hoopt u nog te verwezenlijken?

“Ik voel me verplicht om mijn steentje bij te dragen in een oplossing voor dementie. Daar zijn we volop mee bezig. Dementie en uitbehandelde depressies, dat zijn de belangrijkste doelen voor de komende vijf jaar.”

U denkt nog niet aan uw pensioen?

“Die topdokters zeggen dat bijna allemaal: ik ben nu in de vijftig, tijd om het wat rustiger aan te doen. Allez, voor mij is het pas begonnen. Ik vind het heel leuk wat ik doe en ik wil ook nog een boek schrijven. Ik ben er al aan begonnen, maar heb het een tijdje laten liggen. Het zijn brieven aan mijn zoon, met als titel: Let op wat je in je hoofd steekt, Casper. We hechten zoveel belang aan lichamelijke gezondheid, maar de mentale hygiëne wordt zo verwaarloosd.”

Is dat de boodschap die u wilt achterlaten?

“Het klinkt banaal, maar positief denken is waanzinnig belangrijk voor een gelukkig leven. Leren jonge gasten op school hoe ze zich kunnen weren en sterk worden na tegenslagen? Hoe ze hun doelen kunnen nastreven en ervoor gaan? Te weinig, denk ik, maar ik vind dat belangrijk. Misschien dat ik tijdens de vakantie toch nog aan dat boek werk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234