Maandag 14/10/2019

Interview

“Populisten zijn vaak zelf hun ergste vijand”

Frank Vanhecke, Marie-Rose Morel, Gerolf Annemans, Anke Van dermeersch en Filip Dewinter klinken op hun verkiezings­zege in 2004. ‘De latere ruzies tussen de VB-kopstukken hadden een zware impact op hun verkiezings­resultaten.’ Beeld Dirk Laenen

Volgens een brede studie naar populisme in Europa is België een van de weinige landen waar radicaal rechts populisme werd terug­gedrongen. Politicologe Sarah de Lange was een van de 36 onderzoekers die onder meer lang discussieerden over welke partijen populistisch zijn: “N-VA is een twijfelgeval.” 

De Britse krant The Guardian publiceert een uitgebreide studie over de kiezers­aanhang van Europese populistische partijen. Daaruit blijkt dat radicaal rechtse en radicaal linkse populisten hun aanhang in 20 jaar wisten te verdriedubbelen: van 7 naar meer dan 25 procent. Vooral de financiële crisis van 2008 en de vluchtelingenpiek van 2015 maakten dat populistische partijen de wind in de zeilen kregen.

Opvallend: de onderzoekers omschrijven België als een atypische casus waar het populisme de jongste jaren is terug­gedrongen. Sarah de Lange, populisme-expert aan de Universiteit van Amsterdam, werkte mee aan deze studie. Zij zegt dat er over België, en met name over N-VA, bijzonder veel gediscussieerd is onder onder­zoekers.

“We moesten het eens raken over welke partijen als populistisch omschreven kunnen worden. Het moet gezegd dat de N-VA een twijfel­geval is. Over het Vlaams Belang waren we het met z’n allen snel eens en ook over de radicaal linkse PVDA is er een relatieve consensus. Maar de status van N-VA blijft omstreden. Dat komt omdat er een discrepantie is tussen de officiële partij­lijn en het discours van individuele politici als Theo Francken.

“Maar voor politologen blijft toch vooral het programma bepalend, omdat dat de tekst is waar de hele partij zich achter schaart. En als je het N-VA-programma leest, dan stel je vast dat de partij geen gebruik maakt van populistische argumenten. Ook de toon is rationeel en sec.

“Boven­dien is N-VA groot voorstander van de representatieve democratie en wil ze geen verregaande participatieve democratie waarbij de bevolking zonder tussen­schakels het beleid kan bepalen. Ook dat laatste is vaak kenmerkend voor populistische partijen.”

Welke definitie van populisme hanteerde u eigenlijk voor dit onderzoek?

Sarah de Lange: “We gebruikten de definitie van populisme-expert Cas Mudde die twee componenten bevat. Ten eerste creëren populisten een rigide tegenstelling tussen het ‘goede volk’ dat diametraal tegenover de ‘corrupte elite’ staat. En ten tweede geloven populisten dat de volks­wil alles­bepalend moet zijn voor een democratie. Dat betekent dat zoveel mogelijk via vormen van directe democratie, zoals het referendum, geregeerd moet worden. Waarmee ik niet wil zeggen dat alle referenda per definitie populistisch zijn: veel hangt af van het type referendum en de beweeg­reden van diegenen die het organiseren. Populisten zien referenda vooral als een instrument om de democratische instellingen en het midden­veld buitenspel te zetten.”

België is een atypisch land omdat het Vlaams Belang werd terug­gedrongen. Moeten we België dan ook zien als een ‘laboratorium’ waar Europese politici kunnen bestuderen op welke manier het populisme kan worden gecounterd?

“De oorzaken van de op- en neergang van populistische partijen verschillen van land tot land. Maar over het algemeen is het niet zo dat populisten het moeilijk krijgen omwille van de tactiek en het inhoudelijke weerwerk van klassieke partijen. In de praktijk blijkt dat de populisten vaak zelf hun ergste vijand zijn. Hun achteruitgang heeft meestal te maken met interne problemen, vetes tussen leiders, politieke schandalen.

“De neergang van het Vlaams Belang heeft volgens sommigen te maken met het cordon sanitaire, volgens anderen met het succes van N-VA. Maar vergeet ook niet dat het Vlaams Belang enkele jaren geleden een zware interne crisis doormaakte, met allerlei broeder- en zuster­twisten tussen Filip Dewinter, Frank Vanhecke, Marie-Rose Morel en Gerolf Annemans. Die ruzie had een zware impact op de verkiezings­resultaten.”

Betekent de neergang van een populistische partij als het Vlaams Belang ook meteen de definitieve ondergang?

“Niet noodzakelijk. Kijk naar de Oostenrijkse FPÖ. Die was in de jaren 90 succesvol onder het leiderschap van Jörg Haider. Toen de partij in twee stukken uit elkaar viel, dacht iedereen dat het afgelopen was. Maar onder andere omwille van een sterke partij­structuur is de FPÖ opnieuw gaan groeien en nu zit die partij zelfs in de regering.

“In Nederland bleek de partij­structuur van de Lijst Pim Fortuyn dan weer te zwak om de dood van haar leider te overleven. Ook in België heb je populistische partijen die vooral afhingen van hun oprichter en daardoor te zwak waren om te overleven: Lijst Dedecker, Rossem.”

Betekent dit dat klassieke partijen gewoon geduld moeten oefenen tot het moment dat hun populistische tegenstanders imploderen? Of moeten ze toch proberen om inhoudelijk weerwerk te bieden?

“Je ziet toch wel dat veel mainstream­partijen op zoek zijn naar een inhoudelijke tegen­strategie. Geen eenvoudige opdracht, omdat de onvrede en de problemen waarvan populisten gebruik­maken om kiezers aan te trekken, veelzijdig zijn. Linkse populisten werken vooral op sociaal-economische thema’s, rechtse populisten spelen vooral sociaal-culturele thema’s uit.”

In elf Europese landen maken populistische partijen deel uit van regeringen. Kunnen populisten ook goede beleids­mensen zijn?

“Er zijn grote verschillen. In landen als Noor­we­gen en Finland maken rechts-populistische partijen deel uit van regeringen maar ze delen de macht met sterke coalitie­partners. Het resultaat is dan meestal een gematigd beleid dat binnen de band­breedte van de liberale democratie blijft. Maar in Italië, Hongarije en Polen halen populistische partijen een absolute meerderheid, waardoor ze vrij spel krijgen. In die landen komt de liberale democratie onder druk te staan.”

Uit de studie blijkt dat media een belangrijke rol spelen bij de opkomst van populisten. In Groot-Brittannië waren The Sun en The Daily Mail uitgesproken pro-brexit. Maar ook onafhankelijke kranten als The Guardian zouden populisten vooruit­stuwen omdat ze per jaar zo’n tweeduizend artikelen publiceren over populistische partijen.  

“De media zijn cruciaal voor agenda setting: zij bepalen waarover we praten en nadenken. Het is een feit dat zowel de kwaliteits­kranten als de tabloids verhoudings­gewijs heel veel aandacht besteden aan populistische partijen en nog het meest aan rechts-populistische partijen. Contro­versiële onderwerpen en negatief nieuws krijgen veel aandacht: dat principe zit diep ingebakken in de media­logica, ook omdat zulk nieuws beter verkoopt.

“Het resultaat is wel dat de media bijna alle recente Europese verkiezingen vanuit de populistische framing benaderden, ook al was dat niet altijd terecht. Bij de Nederlandse verkiezingen ging erg veel aandacht naar Wilders, in Frankrijk was Marine Le Pen de hoofdrol­speelster en ook bij de Zweedse verkiezingen en de Duitse deel­staat­verkiezingen in Beieren en Hessen leek alles rond radicaal rechts te draaien. Onterecht, want in Duitsland was de winst van de groenen veel groter terwijl daarover veel minder bericht werd.

“Misschien moeten de media toch maar eens aan reframing gaan doen en hun bericht­geving meer afstemmen op reële feiten en cijfers.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234