Vrijdag 15/11/2019

Interview

‘Plusouders moeten hun ego laten vallen’

Plusouders Tatyana Beloy, Kristien Hemmerechts en Guga Baúl (Laurent Bailleul). Beeld Damon De Backer

Nooit meer stiefmoeder heet het boek dat Tatyana Beloy (34) schreef over haar ervaringen als plusmoeder. Nee, het is niet makkelijk, vinden ook Kristien Hemmerechts (64) en Laurent Bailleul alias Guga Baúl (33). Maar het is ook redelijk fantastisch. Op één voorwaarde: ‘Je moet je eigen gevoelens aan de kant schuiven.’

‘Voor Kristien, die ik heel dankbaar ben en heel graag zie.’ Halfweg het gesprek leest Kristien Hemmerechts de opdracht voor uit het boek dat op de schoorsteenmantel staat. Het is Saudade van kunstenares Laura de Coninck, de dochter van Hemmerechts’ overleden echtgenoot en dichter Herman de Coninck en zijn tweede vrouw Lieve Coppens. De opdracht is eveneens van Laura. Hemmerechts glundert. “Dat vind ik een heel belangrijke boodschap om mee te geven. Er wordt zoveel negatiefs gezegd over stiefouderschap. Maar het kan ook geweldig mooi zijn.”

Kristien Hemmerechts: • 64 jaar • schrijfster • kreeg met haar eerste echtgenoot een dochter Kathy (38) en twee zoontjes die kort na de geboorte overleden • stiefmoeder van Laura (41) en Tomas de Coninck (49), de kinderen van haar tweede echtgenoot Herman de Coninck • (stief)grootmoeder van in totaal zes kleinkinderen

Laurent Bailleul  • 33 jaar • acteur, stemimitator, zanger onder het pseudoniem Guga Baúl • heeft met Tine Embrechts twee kinderen, Gaston (4) en Maurice (2) • is pluspapa van de oudste twee kinderen van Embrechts, Luis Oscar (15) en Emilio (12)

Tatyana Beloy • 34 jaar • actrice en presentatrice • schreef het boek Nooit meer stiefmoeder • sinds twee jaar plusmama van het 7-jarige zoontje van haar vriend

In haar woonkamer zitten voor de gelegenheid ongewone gasten. Tot voor vanmiddag kenden ze elkaar amper, actrice en presentatrice Tatyana Beloy, stemmen­imitator en zanger Laurent Bailleul – Guga Baúl wanneer hij op een podium staat – en de schrijfster Hemmerechts. Maar stof tot babbelen hebben ze met hopen. Alle drie zijn ze plusouder, alle drie zorgen ze voor kinderen die biologisch niet de hunne zijn, alle drie weten ze dat dat verre van evident is. Beloy heeft er net zelfs een boek over uit.

Nooit meer stiefmoeder heet dat boek. Het doet uitschijnen dat je er nooit meer aan zou beginnen, Tatyana. En toch ben je nu voor de tweede keer plusmoeder.

Tatyana Beloy: “Ik ben op mijn 27ste voor de eerste keer plusmama geworden en ik vond dat helemaal niet gemakkelijk. Wellicht was ik er op dat moment ook nog niet helemaal klaar voor. Maar toen die relatie spaak liep, was ik wel erg van die kinderen gaan houden. Afscheid nemen van hen heeft me zoveel pijn gedaan, dat ik dacht: dat nooit meer. Maar dan werd ik smoorverliefd op de man van mijn leven en bleek dat die ook al een zoontje had. Mijn zus, die van dichtbij had meegemaakt hoe hard ik de vorige keer had afgezien, heeft toen gezegd: als je dit echt nog eens gaat doen, dan deze keer wel met hulp. Zij heeft me naar een psycholoog gestuurd, Erik Franck, met wie ik het boek gemaakt heb.”

Wat heb je van hem geleerd?

Beloy: “Hij heeft me leren inzien hoe ik zelf in elkaar zit, hoe ik reageer op situaties en dat andere mensen niet noodzakelijk dezelfde situatie zien. Bij mij moeten de dingen snel gaan. Ik snapte bijvoorbeeld niet hoe het kon dat mijn vriend in het begin geen regeling had met zijn ex over wanneer hun zoon waar verbleef. Terwijl ik dacht: hop, ga samenzitten en regel dat nu even. Ik had niet door hoeveel gevoeligheden er waren, hoeveel erbij kwam kijken en dat het niet evident is om meteen dé oplossing te vinden die voor iedereen optimaal is.”

Een van de moeilijke dingen, schrijf je in het boek, is omgaan met de ex van je partner. Dat loopt bij jou heel moeilijk.

Beloy: “Wij hebben tot vandaag helaas geen functionele relatie. Maar ik aanvaard nu wel dat zij er anders tegenaan kijkt dan ik.

“Het is niet niks, plusouder worden. Je hebt geen negen maanden de tijd om je voor te bereiden op de komst van een kind, zoals bij een zwangerschap. Je wordt verliefd en – bóém – dat kind is er al. Je wordt onmiddellijk in het diepe gegooid, zonder handleiding, en je kent nauwelijks mensen in dezelfde situatie. En als je erover kunt praten, word je bedolven onder de waarschuwingen.”

Dertig jaar geleden, toen jij stiefmoeder werd, was een handleiding allicht helemaal ver te zoeken, Kristien.

Kristien Hemmerechts: (lachje) “Nogal. Je was een redelijke uitzondering destijds, ook als gescheiden vrouw. Ik had een vriendin die van haar man niet meer met mij mocht afspreken zelfs, kun je je dat vandaag nog voorstellen?

“Nu, een echte handleiding bestaat volgens mij ook niet. Net zoals in ‘normale’ gezinnen, wat dat dan ook moge betekenen, is het altijd zoeken naar een evenwicht tussen wat jij wilt of nodig hebt en wat de kinderen nodig hebben. Met goede intenties alleen red je het niet. Je moet het geluk hebben dat je stiefkinderen een band met je willen opbouwen en dat hun moeder dat ook toelaat.

“Ik ben Lieve, de moeder van mijn stiefkinderen, enorm dankbaar dat ze me de ruimte gegeven heeft om een hechte band op te bouwen met haar kinderen en nu ook met haar kleinkinderen. Soms vieren we hun verjaardag allemaal samen hier, in het huis dat van Herman was, en daar zijn de andere oma’s ook nog eens bij. En geen van allen heeft de behoefte om zich te manifesteren als de opper-oma of -mama.”

Kristien Hemmerechts: ‘ ‘Ik ben blij ben dat mijn dochter geen stiefmama heeft of heeft gehad. Ik zou het heel moeilijk hebben gehad om haar met een andere vrouw te delen.’ Beeld Damon De Backer

Beloy: “Was dat vanaf het begin zo?”

Hemmerechts: “Dat moet voor Lieve echt niet evident geweest zijn. Want als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik blij ben dat mijn dochter geen stiefmama heeft of heeft gehad. Sorry Tatyana, dat is wellicht niet fijn voor jou om te horen. Dat is heel egoïstisch van mij en voor mijn dochter was het wie weet een verrijking geweest. Maar ik zou het heel moeilijk hebben gehad om haar met een andere vrouw te delen. Ik denk dat je echt niet mag onderschatten wat dat voor een mama betekent.”

Laurent, jij vond het ook moeilijk dat niemand je de weg kon wijzen naar hoe je een goede pluspapa wordt.

Laurent Bailleul: “Het zal wel zijn. Mijn maten zitten nu allemaal net in de fase dat ze voor het eerst papa worden. Ik was 27, werd verliefd op Tine en kreeg er als vrijgezel plots twee kinderen bij.”

Hoe reageerden de kinderen op je komst?

Bailleul: “Mijn introductie is heel geleidelijk gebeurd. Tine heeft dat heel goed aangepakt. Ze heeft me niet op een dag binnengehaald en gezegd: bam, dit is de nieuwe man in huis. We hebben tijd gehad om aan elkaar te wennen.”

Hemmerechts: “Laura zegt altijd dat ik samen met haar vader in bad zat, de eerste keer dat ze me zag. Het erge is: ik denk dat ze gelijk heeft. Psychologisch was dat van Herman toch niet... Je moet er maar mee omgaan als kind.”

Bailleul: “De oudste zei onlangs: ‘Goh, ik heb nog nooit moeten zeggen: gij zijt mijn vader niet.’ Dat vonden we allebei positief. Een week later sta ik af te wassen en vraag ik hem om het vuilnis buiten te zetten. Zegt hij natuurlijk: ‘Waarom zou ik naar jou luisteren? Gij zijt mijn vader niet.’ Waarop hij in de lach schiet en het vuilnis buitenzet. (lacht)

“Hij heeft natuurlijk gelijk: ik ben zijn vader niet en ik probeer dat ook niet te zijn. Maar ik zie die kinderen wel graag en zij mij. De oudste zei zo eens, totaal uit het niets: ‘Ik ben blij dat jij in mijn leven bent.’ Ja vint, kippenvel. De jongste van de twee is iets emotioneler van aard. Die kan tijdens het eten plots rondkijken en zeggen: ‘Ik draag iedereen hier aan tafel een warm hart toe.’ Als een ander dat zou zeggen, ik geloofde er geen bal van. Maar bij hem weet ik: die méént dat.”

Is het makkelijker om plusouder te worden wanneer de kinderen nog klein zijn?

Bailleul: “Dat denk ik wel. Ze tolereren wellicht meer omdat ze weten: hij heeft al veel voor mij gedaan. En voor een klein kind moet je meer zorgen dan voor een groot. Die gasten van Tine zijn nu bijna 16 en 13, maar ze waren 8 en 5 toen ik hen leerde kennen.”

Hemmerechts: “Laura was 9 en Tomas 17 toen ik Herman leerde kennen. Ik voelde heel sterk dat zij wilden dat wij een goede band kregen. Ik heb ontzettend veel geluk gehad dat zij mij nog toegelaten hebben.”

Beloy: “Toen mijn mama voor de derde keer trouwde, was ik 14. Toen dacht ik: keiblij voor jou en ik respecteer hem echt, maar ik heb geen nood aan een nieuwe vaderfiguur, ik heb al een papa. We hadden ook al eens een stiefvader gehad, met wie het niet klikte. Met zijn kinderen kwamen mijn broer, zus en ik wel heel goed overeen. Er was toen nog geen Facebook, wij hadden nog geen gsm, en plots verdwijnen die volledig uit je leven. Dat heeft me gekwetst.”

Een vraag waar heel veel plusouders mee worstelen, is: hoever mag je gaan? Wat kun je zeggen tegen je pluskind en wat niet?

Hemmerechts: “Ik ben niet iemand die de confrontatie aangaat. Ik zeg wel eens: l’art d’être belle-mère, c’est l’art de se taire. Ik heb veel gezwegen. Ik vond het bijvoorbeeld heel belangrijk dat iedereen hielp in het huishouden, maar Herman vond dat totáál niet belangrijk. Het gevolg is dat ik het dan allemaal maar zelf deed. Ik heb me heel vaak het maartje – de meid – gevoeld. Herman kon bijvoorbeeld ook zagen over zijn eigen kinderen. Maar als ik kritiek zou hebben gegeven, was het kot te klein geweest. Nu, omgekeerd moest hij dat ook niet proberen over mijn dochter, hoor.”

Bailleul: “Wanneer iets me stoort, kan ik dat wel zeggen tegen Tine. Maar voorzichtig, op het juiste moment, wanneer we alleen zijn. Dat moet ook kunnen, vind ik. Voor mij is communiceren juist essentieel. Ik denk dat veel mannen weglopen wanneer ze spanning voelen. Letterlijk de deur dichtslaan en op café gaan. Ik niet, ik wil alles graag onmiddellijk uitpraten. Oké, we hebben een probleem, hoe gaan we dat oplossen? Kunnen we dat niet? Dan moeten we hier nu even door.”

Hemmerechts: “Als stiefmoeder worden er heel tegenstrijdige dingen van je verwacht. Enerzijds ben je de mama niet en heb je er niks aan te zeggen. Maar aan de andere kant leef je wel in datzelfde huis.”

Beloy: “Dat herken ik heel sterk. Je doet aan alles mee, maar als er een beslissing genomen moet worden, verdwijn je weer naar de achtergrond, want dan is het aan de mama en papa.

“Ook al probeert mijn vriend me zoveel mogelijk te betrekken en vraagt hij dikwijls mijn mening, uiteindelijk sta je toch wel vaak aan de zijlijn. Zijn zoontje kwam op een dag thuis en bleek een witte outfit nodig te hebben voor een optreden op school. Wit voor een jongen, dat is niet evident. Ik had echt mijn best gedaan om een coole outfit te vinden, heb met hem naar die dag toegeleefd. Maar op de dag van het optreden was hij bij zijn mama. En wij hebben niet de relatie dat we daar dan samen naartoe kunnen gaan, dus ik heb dat gemist. Dat is moeilijk. Maar ik weet wel dat het in functie van dat kind veel belangrijker is dat zijn mama daar is dan dat ik daar ben. Dus dan zet je je eigen gevoelens aan de kant.”

Laurent Bailleul: ‘Ik ben hun vader niet en ik probeer dat ook niet te zijn, maar de oudste zei zo eens: ‘Ik ben blij dat jij in mijn leven bent.’ Ja vint, kippenvel.’ Beeld Damon De Backer

Bailleul: “Bij ons ligt dat een beetje anders, doordat de oudste kinderen van Tine voltijds bij ons wonen en maar af en toe naar hun papa gaan. In het begin, toen de regeling nog fifty­fifty was, had ik veel meer het gevoel dat ik aan de zijlijn stond. Toen kwam ik ook net in een vreemd huis terecht, bij kinderen die niet van mij waren en waar letterlijk niets van mij was. Nog geen schilderij. Ik zat er aan tafel te eten en dacht: ik ben wel op mijn gemak bij háár, maar is alles wat erbij komt nu echt wat ik wil?”

Hemmerechts (knikt): “Ik ben ook hier komen wonen, bij Herman en de kinderen. En dan vraag je je letterlijk af: hoeveel ruimte mag ik innemen?”

Bailleul: “Intussen hebben we verbouwd en is het echt ons huis geworden. We hebben samen de tv gekozen, ik heb nu mee de kleur van het tapijt uitgezocht. Dat klinkt misschien stom, psychologisch is dat belangrijk.

“Maar ons huis, dat wil voor mij ook wel zeggen: onze gezamenlijke regels. De kinderen zijn bijvoorbeeld jaren gewoon geweest om hun fiets rechts te zetten in de gang. Vandaag wonen we daar met zessen, dat zijn zes fietsen. We moeten door die gang met een kinderwagen; het meest praktische is dat die fietsen links staan. Dan heb je de beste doorgang. En toch gebeurt dat niet altijd. Tine heeft dan de neiging om de kinderen te verdedigen. Dan denk ik: oké, ik wil dat tijd geven, maar het is wel duidelijk dat we ze zover moeten krijgen dat ze dat doen.”

Wijs jij de kinderen daar dan op?

Bailleul: “Ja, ik denk dat ik dat ook mag. Al voel ik soms wel eens een blik van Tine, waardoor ik denk: oei, dat had ik blijkbaar niet moeten doen. Ze zal me dat niet zeggen, Tine gaat de confrontatie meestal niet graag aan. Maar ik voel het wel.”

Beloy: “Ik vind het superbelangrijk dat ik voel dat ik mág zeggen dat mijn pluszoontje zijn bord moet wegzetten, bijvoorbeeld. Dat ik dat mandaat krijg van mijn lief. Hij zegt soms: luister naar Taty. Of als zijn zoontje een dessertje wil, zegt hij wel eens: vraag maar aan Taty of dat mag. Dan voel ik me echt een halve meter groeien.”

Bailleul: “Dat is echt het allerbelangrijkste. Dat mandaat krijgen van je partner.”

Vanaf wanneer kan dat?

Bailleul: “Dat groeit, je voelt dat automatisch aan. Die kinderen tasten eerst even af, wie ben jij eigenlijk? Maar dat is met volwassenen niet anders. Je moet elkaar rustig leren kennen. Nu merk ik soms dat ik er meer mee bezig ben dan zij. De oudste van Tine deejayt. Dan zit hij soms loeihard van die boenke­boenke­muziek te draaien terwijl ik probeer te werken in de kamer ernaast. Instinctief wil ik dan rechtspringen en beginnen te vloeken (springt recht en roept): ‘Godverdomme kèrel, zet da ne keer stiller!’ Maar in de plaats ga ik schoorvoetend zeggen: zeg, ik zit hiernaast en... Nog voordat ik uitgesproken ben, gaat die muziek uit en zet hij zijn koptelefoon op. Die gasten accepteren dat, hoor.”

Hemmerechts: “Wij hebben allemaal mooie verhalen, maar ik denk dat er ook veel miserie is.”

Beloy: “O ja. Als ik hoor hoe sommige vriendinnen totaal niet overeenkomen met hun pluskinderen. Amai, dan kan ik alleen héél blij zijn dat ik zo’n mooie band heb met de kleine. De liefde die ik van hem krijg is ongelooflijk. Dat is een liefde die ik nog niet kende. Ik kan me nu niet voorstellen dat hij zich ooit tegen mij zal keren, ik ben daar helemaal niet mee bezig. Als er zich ooit problemen zouden stellen, lossen we die dan wel op.”

Hemmerechts: (beslist) “Dat gaat niet gebeuren. Natuurlijk horen moeilijke momenten er wel bij, maar dat is in ‘normale’ gezinnen niet anders. Als je in een aparte situatie zit, heb je de neiging om iedere rimpeling daaraan toe te schrijven. Ik deed dat toch: ‘Dat is door de scheiding.’ En vervolgens wil je dat uit alle macht compenseren. Maar dat is onzin: in traditionele gezinnen zijn er evenveel problemen. Hoeveel kinderen haten hun ouders? Hoeveel ouders zien hun eigen kinderen nooit? Dus waarom zou je alleen een goede band kunnen hebben met je eigen bloed? Je kunt ontzettend veel betekenen voor een buurmeisje, de wereld zijn voor een pleegkind. En dus ook voor je stiefkinderen.”

Is het altijd evident geweest voor jou dat je je stiefkinderen ging blijven zien na de dood van Herman?

Hemmerechts: “Ik heb me die vraag zelfs nooit gesteld. Niemand. Laura woonde op dat moment door haar studies voltijds hier. Ze ging uiteraard ook veel naar haar mama, en naar haar vriend. Tomas was toen al het huis uit. Ik zag Laura op dat moment zelfs meer dan mijn eigen dochter, die voor de school door de week bij haar vader woonde en enkel in het weekend bij mij was. Wij hadden tegen dan een innige band opgebouwd. En dit huis was ook natuurlijk het huis van hun vader, dat scheelt ook.”

Beloy: “Dat is heel mooi, als dat kan. Ik hoorde onlangs van iemand dat ze haar gewezen plusdochter een sms’je had gestuurd voor haar zestiende verjaardag. Dat meisje had geantwoord: ‘Wie ben jij? Ik ken dit nummer niet.’ Die vrouw was een paar jaar uit elkaar met de vader, voor dat meisje was die vrouw volledig uit beeld. Begrijpelijk, misschien is er intussen ook een nieuwe plusmoeder. Maar het is wel heel hard wanneer je dat kind graag ziet.”

Hemmerechts: “Weet je waar ik altijd van opkijk? Moeders die hun wetten stellen. Ik heb nooit te veel moeten willen. Ook niet van mijn eigen dochter, door die echtscheiding, waardoor je altijd rekening moet houden met anderen. Als ik vrouwen hoor zeggen: ‘Ah, maar kerstavond, dat is van mij hè. Dan moet iedereen er zijn.’ Dan denk ik: ik heb nog nooit een kerst gehad met mijn volk. Dat viel en valt onmogelijk te regelen. Maar je leert dan ook dat dat niet zo belangrijk is, kerst vieren op 25 december. Dat is even leuk op 23 december.”

Tatyana Beloy: ‘Ik vind het superbelangrijk dat ik voel dat ik mág zeggen dat mijn pluszoontje zijn bord moet wegzetten. Dat ik dat mandaat krijg van mijn lief.’ Beeld Damon De Backer

Een leeg huis op kerstdag, ook dat is stief­moeder zijn?

Hemmerechts: “Mijn derde echtgenoot Bart en ik gaan dan altijd weg. Kerstvluchtelingen, noem ik ons.”

Beloy: “De ouders van mijn lief zijn gescheiden, mijn broer heeft een vriendin, mijn zus een man, mijn ouders zijn gescheiden en hebben nieuwe partners. Begin maar. Vorig jaar was kerst bij ons op 19 december, dit jaar zal het de 22ste zijn. Mijn moeder was in de zevende hemel dat we dat per WhatsApp in tien minuten beklonken hadden. Zo snel, dat was nog nooit gebeurd. Zij heeft zich er ook al lang bij neergelegd: dat we samenkomen, dat is belangrijk. Wanneer, dat doet er niet toe.”

Bailleul: “Mensen moeten sowieso leren om hun ego aan de kant te schuiven, maar in onze situaties kun je echt niet anders. Al moet je ook je eigen grenzen bewaken. Als je voelt dat je batterij aan het leeglopen is, moet je even een stap terug kunnen zetten.”

Ga je dan fysiek weg?

Bailleul: “Soms wel. Maar vaak schakel je ook mentaal even uit, dan laat ik iedereen gewoon doen en kruip ik in mijn bubbel.”

Hemmerechts: “Weet je wat fantastisch is? Die kadees van mij hebben nu allemaal zelf kinderen en nu zeggen ze wel eens: ‘Amai, Kristien, dat moet toen echt niet gemakkelijk zijn geweest.’ Dan denk ik: je weet het toch. (lacht)

“Maar voor Herman en mij zijn de kinderen altijd prioriteit geweest. Wat ik of wat hij wilde, dat kwam op de tweede plaats. Voor stiefouders is het misschien niet makkelijk, maar voor de kinderen is het nog veel moeilijker. Zij hebben uiteindelijk nergens voor gekozen.”

Beloy: “Dat is compleet waar. Je egootje laten vallen en zien wat het beste is voor de kinderen. Dat is de belangrijkste les. Want je kunt bezig blijven met wat je allemaal zou willen, maar...”

Bailleul: (onderbreekt) “Vaak word je zotter van jezelf dan van je kinderen. Dat is toch waar? De discussies die ik in mijn hoofd voer met mezelf. Terwijl het allemaal zo moeilijk niet hoeft te zijn.”

Beloy: “Ik vind het wel straf hoe jij dat doet. Twee pluskinderen en daar dan nog eens heel snel twee eigen kinderen bovenop. Had jij dan zo’n grote kinderwens?”

Bailleul: (knikt) “Een heel vurige kinderwens.”

Het verschil tussen pluskinderen en eigen kinderen blijft groot?

Bailleul: “Maar ja, gij. Ik snap dat pluskinderen een ersatz kunnen zijn wanneer je zelf geen kinderen kunt krijgen. Maar het voelt nooit hetzelfde, dat geloof ik niet. Niet dat die relatie fake is, maar ze is wel kunstmatig. De liefde voor je eigen kinderen, net zoals die voor je vrouw, die komt zowel voort uit je hart als uit je geslacht. Ze komen daar letterlijk uit voort. Dat laatste aspect mankeert bij pluskinderen.”

Hemmerechts: (bedachtzaam) “Bij mij is dat meer vervaagd. Ik deel dingen met Laura die ik niet met mijn eigen dochter deel en omgekeerd.

“Het verschil zit in de mate waarin je je verantwoordelijk voelt, denk ik. Ik merk dat nu ook bij mijn kleinkinderen. Bij Laura, Tomas en hun kinderen weet ik: er is nog een andere mama, nog andere oma’s. Bij Kathy en haar kinderen voel ik me sneller aangesproken. Maar voor de rest noemen ze me allemaal gewoon oma, of oma Stien. Ik heb ooit eens gezegd dat ik in feite hun stief­oma ben, omdat ik me ook niet wil opdringen. Maar daar hebben ze eens goed mee gelachen. Die kinderen zien dat verschil niet.”

Wat is jullie definitie van jullie gezin? Met of zonder de pluskinderen?

Beloy (resoluut): “Met. Ik geniet geweldig hard van onze tijd alleen, maar het gezin is pas compleet met hem erbij.”

Bailleul: “Soms heb ik het gevoel dat ik in drie of vier verschillende gezinnen leef. Je hebt Tine en haar oudste zonen. Er is Tine, ik en onze twee zonen. Er is wij allemaal samen. Er is Tine en ik. En we willen allemaal tijd voor al die verschillende constellaties. Dat is niet evident. Maar hoe zwaar het ook is, ik vind het leven wel makkelijker nu er geen switch meer is en de oudsten voltijds bij ons wonen. Die constant wisselende samenstelling, dat vond ik veel moeilijker.”

Hemmerechts: “Dat is ook zo. Ik merkte dat de kinderen bij ons het daar zelf ook iedere week weer heel moeilijk mee hadden.

“Ik heb trouwens nooit in termen van ‘dit is mijn gezin’ gedacht. Dan zou ik iets claimen dat er niet is. Ik heb volk: zij zijn allemaal mijn volk. Ik moet met een goede regelmaat aan al mijn volk kunnen snuffelen. Ik zie hen dan ook allemaal regelmatig. En ik koester de zeldzame momenten dat ik hen allemaal samen bij mij heb.”

Krijg je dat makkelijk uitgelegd aan de buitenwereld?

Hemmerechts: “Mijn moeder zei: ga jij nu voor die kinderen zorgen?”

Bailleul: “Dat heb ik gelukkig nooit gehad. Mijn moeder is daar heel open in. Die zei direct: als dat jouw keuze is, prima.”

Hemmerechts: “Ik heb dat altijd het ergste gevonden: dat mensen de relatie met een stiefkind niet als ‘echt’ beschouwen. Ik was bijvoorbeeld eerst stiefgrootmoeder voordat ik biologische grootmoeder werd. Toen mijn dochter haar eerste kind kreeg, kreeg ik een cadeautje van iemand met de boodschap: ‘En nu ben je eindelijk echt oma.’ Ik vond dat zó pijnlijk. Ik voelde me al heel hard oma.”

Beloy: “Hoe vaak ik niet hoor: ‘Hoe, je kunt niet mee? Maar allee, kan hij niet ergens anders blijven?’, wanneer ik pas voor een avondje uit omdat het zoontje van mijn vriend bij ons is. Dan vraag ik me altijd af of ik die reactie ook zou krijgen wanneer het om mijn eigen kind zou gaan. Natuurlijk nemen wij ook wel eens een babysit of gaat hij eens bij mijn zus logeren, maar ik ben ook echt wel graag thuis bij hem in de week dat hij bij ons is, om samen te eten om zes uur en om zijn huiswerk mee te maken. Maar dat moet je dan toch nog altijd uitleggen, vreemd genoeg.”

Hemmerechts: “Mensen met ‘normale’ gezinnen leggen zeker niet altijd de nodige fijngevoeligheid aan de dag. Ze zitten tjokvol vooroordelen. Ze beseffen niet hoe vanzelfsprekend ze hun situatie beschouwen en hoe gemakkelijk dat wel niet is: sinterklaas op 6 december. Ik heb jaren opgekeken tegen alle feestdagen. Maar dat is de tragiek van het mens-zijn: dat je alleen je eigen situatie echt kunt begrijpen. Ik heb een psychisch zieke zus. Ik heb twee zoontjes verloren. Mensen luisteren wel, maar echt begrijpen doen ze dat nooit.”

Hebben jullie dan zelf nooit gedacht: had ik geweten waaraan ik begon...

Bailleul: ‘De keren dat ik al gedacht heb: ‘Waar ben ik in beland? Ik zou er nooit meer opnieuw aan beginnen.’ Maar dat is natuurlijk niet waar. Je valt voor iemand, je leert die kinderen kennen, ze graag zien. Natuurlijk doe je dat opnieuw. Vraag maar aan Tatyana.”

Tatyana Beloy en Erik Franck, Nooit meer stiefmoeder, Borgerhoff &  Lamberigts, 192 p., 22,99 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234