Zondag 21/07/2019

Interview

Piet Huysentruyt: “Ik ben klaar om afstand te nemen. Om alleen nog te doen waar ik goesting in heb”

Beeld Damon De Backer

Piet Huysentruyt wordt deze week 56. Wanneer hij straks het perfect gegaarde patrijsje aansnijdt om dat te vieren, zal er veel winst zijn om op terug te blikken, en ook een stugge brok verlies. Zijn winst: een leven van koken in de schijnwerpers, nu bekroond met Likoké, zijn restaurant in Frankrijk dat groeit en bloeit. Zijn verlies: de dood van zijn moeder, die hem leerde door het leven te fietsen. 'Niets is zo erg als een leven dat je overkomt. Je moet toch zélf de regisseur zijn?'

Vorige week was je ook de gast van Eric Goens in Die huis.

Piet Huysentruyt: “Met een stuk in mijn voeten had ik Eric eens gezegd dat hij me mocht vragen voor Die huis. Daar zou niets van terechtkomen, dacht ik, want in een interview heeft hij gezegd dat wie zichzelf uitnodigt, er zeker níét in komt. Maar blijkbaar wilde hij me toch graag naar Zuid-Afrika halen.

“Het is een emotionele dag geworden. Eric kent mij, hè, hij weet welke knopjes hij moet indrukken: de band met mijn familie, het Congo-verhaal van mijn ouders, het milde calimerocomplex dat ik aan mijn jeugd heb overgehouden.” 

Maar toen je uit Die huis vertrok, viel de hemel op je hoofd.

“Ik zette mijn telefoon aan en hoorde een bericht van Lieven, mijn broer: 'Piet, bel me dringend terug.' Mijn moeder was al een tijd ernstig ziek, en het ging steil bergaf. Ik kon beter meteen naar huis komen, zeiden de dokters. Dat was een verrassing, want vóór mijn vertrek had ik het bericht gekregen dat haar bloedwaarden verbeterd waren. Mijn broer, mijn zus en ik leefden op hoop. (Stil) Drie weken later is ze gestorven.”

Waar denk je het eerst aan als je je moeder terugroept in je herinneringen?

“Ik warm me nog altijd aan de vitaliteit die van haar afstraalde tijdens haar periode in Congo, in de jaren 50. Je ziet het op de foto's en filmpjes uit die tijd: daar leefde ze samen met mijn vader in een groot, zuiver, stralend geluk. Ik ga niet beweren dat dat geluk wegsmolt toen ze naar België moesten terugkeren, maar hier hebben ze wel een veel harder leven gehad.”

Ze zijn hier blijven zoeken naar dat geluk?

“Dat was onmogelijk. Het was niet terug te vinden.”

Voor Telefacts ging je jaren geleden al terug naar de plek in Congo waar je vader een koffieplantage had. En vorig jaar ging je met Likoké, je restaurant in Frankrijk, op wereldtournee, onder meer naar Zuid-Afrika. Zie je dat als een eerbetoon aan je ouders?

“Ja. Het is een cirkel die ik rondmaak. Toen mijn ouders uit Congo waren teruggekeerd, stelde mijn vader voor om naar Zuid-Afrika te trekken. Daar wilde hij zijn droom waarmaken. Maar mijn moeder vond dat het genoeg was geweest, en ze zijn in België gebleven.

“In Zuid-Afrika heb ik een vrouw ontmoet die getrouwd was met een Belg die ook eerst in Congo was geweest en daarna naar Zuid-Afrika was verhuisd. Ik was onthutst toen ik dat hoorde: die man had gedaan wat mijn vader had willen doen.”

Hoe zag de grote droom van je vader er precies uit?

“Hij wilde iets neerzetten. Een spoor trekken. Na de Tweede Wereldoorlog was hij als jonge kerel door de Belgische overheid geronseld om naar Congo te gaan. In 1950 is hij vertrokken. Hij was een intelligente man, die zich in één maand tot landbouwingenieur had omgeschoold. In Congo had hij een concessie van een paar honderd hectare.

“Toen hij even terug in België was, maakte hij van de gelegenheid gebruik om 'een schone Vlaamsche vrouw' te zoeken – zo had hij het aangekondigd in een brief. En die vond hij: mijn moeder. Ze ging meteen mee naar Congo. Dat is toch ongelooflijk? Ze was 19, ze kende mijn vader amper zes weken en ze hadden het bed nog niet gedeeld – het was beperkt gebleven tot enkele piepers op de achterbank van de auto. Maar mijn moeder durfde het aan. Ze had het gevoel dat daar haar geluk lag, en ze twijfelde niet. (Mijmert) Als je de foto's uit die tijd ziet... Ze waren daar zo gelukkig.”

In 1960 viel hun droom aan diggelen.

“Door de opstand tegen de Belgen moesten ze terugkeren. Dat is in drie keer gebeurd, in een verschrikkelijke chaos en met gevaar voor eigen leven. Eerst werd Lieven gerepatrieerd, die nog een baby was, dan mijn moeder en als laatste mijn vader – met de hulp van de Congolezen, omdat hij de taal sprak en zo graag gezien was. Stijn Coninx mag altijd bij me langskomen: hij zou er een beklemmende film van kunnen maken.”

De vernieuwing van het Afrikamuseum in Tervuren, Kinderen van de kolonie op Canvas: het debat over Congo is weer actueel. Het schuurt en wringt nog steeds.

“Dat is onze eigen schuld. Bijna elk westers land draagt zo'n beladen geschiedenis met zich mee. De Nederlanders hielden lelijk huis in Zuid-Afrika en Indonesië, de Amerikanen hebben de indianen vermoord en de Duitsers hebben massa's Joden uitgeroeid. Dat is geschiedenis: het is opgetekend en het wordt op school onderwezen – zo komt een land ermee in het reine. Maar heb jij op school over Congo geleerd?”

Neen.

“Voilà. 'We praten er niet over', maar zo blijft het een trauma. Vertel je kinderen toch dat de Belgen lelijke dingen hebben gedaan in Congo. Excuseer je daarvoor, en geef al het geld terug dat je met die goudmijnen hebt verdiend. Los je schuld af! Maar zeg de mensen ook dat er tegelijk iets glorieus aan die kolonisatie was. Dat er een periode is geweest waarin er ook goede Belgen waren die dat land opgebouwd hebben. Mijn vader was zo'n goede Belg: hij is altijd een vriend van de zwarten geweest. De gulzige, wrede, racistische Belg heeft bestaan in Congo, maar in dat beeld herken ik mijn vader niet. Hij was net heel rechtschapen – dat mag óók verteld worden, toch?”

Je hebt je pas recent in die geschiedenis verdiept.

“Mijn vader vertelde er slechts af en toe over. Maar mijn moeder vond het wel belangrijk om dat verhaal over te leveren. Ik heb haar vóór haar dood uitgebreid geïnterviewd over die periode, en van mijn tante mocht ik de brieven inkijken die mijn vader indertijd naar zijn familie in België had geschreven.

“Ik heb ook veel aan zelfstudie gedaan. Toen ik in een interview over de Congo-tijd van mijn ouders had verteld, reageerde Marc Reynebeau daar meewarig op in een krantenstuk. Pietje wilde ook eens iets vertellen, maar Pietje wist er duidelijk niet veel van – die teneur. Ik vond dat enorm beledigend, en ik nam me voor dat geen enkele journalist met professorambities me ooit nog een gebrek aan kennis over Congo zou kunnen verwijten. En dus begon ik als een gek te lezen, te beginnen met Congo van David Van Reybrouck. Nu ben ik vooral bezig met de moord op Patrice Lumumba. Net voor de rebellie uitbrak, heeft mijn vader hem trouwens nog de hand geschud.

“Ik ben blij dat ik door mijn beroep een BV ben geworden, want dat heeft me kansen gegeven die andere kinderen van kolonialen niet krijgen. Ik ben voor Telefacts naar de plaats mogen reizen waar mijn vader zijn koffieplantage had, ik mag in Die huis vertellen over het trauma... In Likoké komen veel kinderen van kolonialen over de vloer. Dan voel ik telkens weer dat die geschiedenis ook op hen drukt. Ik had ooit een vrouw te gast die vroeg of ze iets voor mij mocht zingen. Ze stond op en hief een lied in het Lingala aan. Prachtig was dat, de tranen rolden over mijn wangen. Mijn vrienden vragen me soms of ik niet wil ophouden met over Congo te praten. Maar het zit te diep.”

Beeld ID / Jesse Willems

Brieven van vader

Terug in België opende je vader een benzinestation in Zulte.

“Dat ging goed, tot hij plots allergisch werd voor benzine, een ongelooflijke tegenslag. Hij is toen weggegleden, en mijn moeder heeft het heft in handen genomen. Ze ging linnen verkopen en daarna besloot ze om een huis te kopen, een villaatje van één miljoen Belgische frank. Mijn vader verklaarde haar gek, maar ze deed het en betaalde het netjes af, tot de laatste frank. Schrijf maar op: een grote madam.”

Met welk gevoel kijk je terug op je jeugdjaren?

“Wij waren een modaal gezin, waarin de kinderen streng maar rechtvaardig werden opgevoed. Als kind voelde ik wel dat er iets niet juist zat, dat er een soort teleurstelling in ons gezin leefde. Maar ik was te jong om die te benoemen, laat staan om te weten wat er precies was gebeurd. Pas later is het me duidelijk geworden. Maar zonder het in woorden te kunnen vatten, besefte ik al op jonge leeftijd dat het leven wreed en ruw kan zijn. Dat je kunt winnen, maar ook verliezen.

“Het Congo-trauma was dominant aanwezig. Ik heb mijn vader maar twee keer zien huilen. Enfin, huilen: een traan die over zijn wang gleed, want echt huilen was niets voor mannen van die generatie. De eerste keer was toen zijn koffieplant doodging. Hij had er één in de keuken staan, en elk jaar had je er drie of vier boontjes van. Die plant was een symbool, een laatste band met Congo, en hij verzorgde die met veel liefde. Op een dag merkte ik dat alle blaadjes waren afgevallen. Ik vertelde het aan mijn vader, en toen zag ik een traan. 'Dat is het leven,' zei hij.

“De tweede keer was op een familiefeest. Mijn broer, mijn zus en ik vroegen of we de Congo-filmpjes mochten zien, die in een kast lagen. Mijn moeder was enthousiast, maar mijn vader reageerde terughoudend. Enfin, we drongen aan en ze werden tevoorschijn gehaald. Ik herinner me nog hoe mijn vader helemaal achteraan in de kamer stond, en hoe er weer een traan over zijn wang gleed. Ik vond die filmpjes fantastisch: ik zag wat mijn vader allemaal had gehad. Maar hij zag wat hij was kwijtgespeeld.”

Je moeder was een trotse vrouw.

“Absoluut. Zelfs toen ze doodging, straalde ze nog. Ze kon pas met mijn dochter skypen als haar haar goed lag en ze mooi opgemaakt was. (lacht) Haar hoofd bleef tot het einde trots uitstralen, maar haar lichaam was op.

“Je moeder kwetsbaar zien, haar zien aftakelen en sterven, dat is het heftigste wat je kunt meemaken. Ze wilde absoluut thuis sterven, bij haar kinderen. En zo is het gegaan, maar die laatste drie weken waren ontzettend verwarrend. Ze was nog kranig en helder, en we kwamen heel dicht bij elkaar. We waren gelukkig, ja, en tegelijk was er op de achtergrond de schaduw van de dood. We wisten dat ze zou sterven. We wisten dat het ongelukkigste moment uit ons leven eraan zat te komen. Dat is heel raar.

“Het is de gang van de dingen: eerst sterven de ouders, dan de kinderen. Je moet blij zijn dat die logica gerespecteerd is. Maar het blijft een moeilijke klip.”

Was alles gezegd?

“Met mijn vader – hij zou nu 90 geworden zijn – werd er niet over de dood gesproken. Hij wilde van zijn dood niets ceremonieels maken. Hij stierf op zijn 70ste, en dat was het dan. Mijn moeder was daar heel anders in. In die twintig jaar zonder haar man heeft ze góéd geleefd, en dat heeft ze ons op het einde duidelijk gemaakt. Haar leven, haar opvattingen, haar herinneringen, haar lessen: er bleef niets onuitgesproken.

“Ze had ook haar begrafenis geregeld. Ze gaf duidelijk aan wie er wel en wie er niet mocht komen. Daar was ze formeel in: 'Die en die niet – je hebt dat goed verstaan, hè, Pietje.'”

Wat typeerde haar nog?

“Haar veerkracht. De lust for life die je ook bij mij ziet, de kracht om je leven in handen te nemen. Ik denk dat ik het beste van mijn beide ouders heb geërfd. De vasthoudendheid, de koppigheid, het nerveuze wroeten tot je iets hebt bereikt. Ik vind dat positieve eigenschappen, want ze brengen je ergens. Niet is zo erg als een leven dat je overkomt. Je moet toch zélf de regisseur zijn?”

Je moeder was ook een grootmoeder.

“En een overgrootmoeder! Ze had zes kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. Het was heel boeiend om te zien hoe haar rol in het geheel daardoor veranderde. Het was het grootste geluk in haar leven. Rond Kerstmis vorig jaar zijn alle klein- en achterkleinkinderen een heel weekend bij haar geweest. Alles stond in het teken van mijn moeder. Je zou de foto's moeten zien! Ze was de grootmoeder in al haar glorie, de onbetwiste mater familias.”

Ben je met het ouder worden je ouders beter gaan begrijpen?

“Ze zijn nooit een raadsel geweest voor mij. Ik begreep wat ze deden, en waarom ze het deden. Maar als je zelf ouder wordt en kinderen hebt, kun je beter inschatten wat je eigen ouders gevoeld moeten hebben. Het boeiende aan ouder worden is dat er antwoorden komen. Als kind, tiener en jongvolwassene stapelen de vragen zich op: je ondergaat de wereld, maar je doorziet ze niet. Je begrijpt niet wat mensen voelen, wat hen drijft en hoe heftig emoties kunnen zijn. Nu weet ik dat wél, en het maakt me rijker.

“Daarom ben ik ook heel gelukkig dat ik mijn moeder heb kunnen interviewen. En dat ik de brieven van mijn vader heb gelezen. Zijn zus, tante Anneke, had een heel intense band met hem. Hij heeft dat ook letterlijk geschreven: 'Jij bent mijn beste vriend.' Je moet je dat inbeelden: mijn vader kwam uit het katholieke, strak gedirigeerde Vlaanderen, waarin mannen een toonbeeld van daadkracht moesten zijn, en het liefst geen emoties toonden. Maar in die brieven was hij wél heel gevoelig, en hij liet zijn zus weten dat hij haar ongelooflijk graag zag. Dat is toch van een ontroerende schoonheid? (Enthousiast) Ik ben ook verliefd geworden op het handschrift van mijn vader. Zo elegant! Alsof hij met een pluim schreef.”

‘Je moeder kwetsbaar zien, haar zien aftakelen en sterven, dat is het heftigste wat je kunt meemaken.' (Foto: samen in 'De perfecte keuken' op VTM in 2006.)

Cuvée Cyriel

Hoe kijk je naar je eigen vaderschap?

“Met veel voldoening. Marie woont in Kansas City, waar ze voor brouwerij Moortgat werkt. Ze klimt op in de hiërarchie en heeft daar een huis gekocht. Ze is een echte Amerikaanse geworden, ja. De oceaan zit niet in de weg: we skypen elke dag.”

Toen ik je vijf jaar geleden sprak, zat je zoon Cyriel voor een jaar in Australië.

“Niet veel later mailde ik hem: 'In Likoké heb ik volk nodig in de zaal. Ik weet dat je graag in een rockbandje wilt spelen en dat dat geld kost. Heb je zin om hier te komen werken?' Hij liet me droog weten dat de horeca pas op plaats nummer zeven stond op zijn bucketlist. Maar toen hij in Australië als barista had gewerkt in een koffiebar, liet hij me weten dat hij het wilde overwegen. En nu staat hij op het punt om Likoké over te nemen. Cyriel, ik en Anthony Stoop, onze chef, zijn een triumviraat, maar Cyriel neemt steeds meer verantwoordelijkheid op zijn schouders. Dat gaat goed, en ik ben blij dat ik gas kan terugnemen.”

Herken je jezelf in hem?

“Ja, in zijn bevlogenheid, en in de manier waarop hij weigert om de dingen maar half te doen. Maar er zijn ook verschillen, hoor. Hij is bijvoorbeeld op een ontzettend gepassioneerde manier met wijn bezig, en hij heeft er aanleg voor. Ik heb ooit 250 wijnranken geplant op mijn domein, maar ze zijn niet meer dan versiering geworden. Cyriel wilde echt wijn maken en hij heeft die wijngaard genezen, wat een heel moeilijke klus is geweest. Hij heeft net zijn eerste wijn gebotteld, en volgende zomer kun je die in het restaurant proeven. (Trots) Toen ik een eerste slok nam, sprong mijn hart uit mijn borstkas.

“Cyriel vroeg me hoeveel hij voor die wijn moet vragen: 'Het is een eerste probeersel. Een bescheiden prijs zal wel volstaan, zeker?' Ik heb hem meteen gezegd dat hij genoeg moest vragen. Het is zijn eigen wijn, verdorie! (lacht) Ja, de commerçant in mij zal niet snel sterven.”

‘Mijn zoon Cyriel heeft net zijn eerste wijn gebotteld. Toen ik een slok nam, sprong mijn hart uit mijn borstkas.’

Vijf jaar geleden benoemde je heel helder je ambitie met Likoké, dat toen in de steigers stond: een Michelinster en 17 op 20 in de Gault&Millau. Het is je allebei gelukt.

(trots) “Bij Gault&Millau zeiden ze dat Likoké bij de vijftig beste restaurants van Frankrijk hoort. Ik stond in Parijs op het podium tussen alle grote Franse chefs met hun drie Michelinsterren. En het allerbelangrijkste: ik stond daar met Cyriel.”

Vijf jaar geleden zei je ook dat je de José Mourinho in jezelf nog één keer wilde wekken.

“Dat is wel gelukt, geloof ik. Meer nog: ik heb ook een stukje Mourinho in Cyriel en Anthony kunnen steken. Nu, FC Barcelona of Real Madrid zal Likoké nooit worden, we zullen Chelsea blijven. Dat heeft vooral met de locatie van het restaurant te maken, verscholen in de Ardèche. En ik heb niet meer de tijd om er een Champions Leaguewinnaar van te maken.

“Sinds de dood van mijn moeder wil ik alleen nog van het leven profiteren. Want het is zwaar geweest, hè. Ik hoor CEO's van bedrijven soms opscheppen over hoe hard ze werken. Maar een CEO zet om zes uur zijn pc uit en geeft zijn secretaresse nog enkele taakjes. Hij schenkt zich thuis een lekkere whisky in en stelt dan zijn zoetje voor om iets te gaan eten in het Hof van Cleve. Op dat moment heb ik al een werkdag achter de rug en begin ik aan een nieuwe. Dat ritme sloopt je. Ik ben lang een formidabele sportwagen geweest, maar nu moet ik erkennen dat de pistons in de cilinder beginnen te zwabberen. Het is op. Ik kan nog gas geven, maar ik haal geen topsnelheid meer. En weet je, dat is niet erg. Het is mooi geweest, en ik ben klaar om afstand te nemen. Om alleen nog te doen waar ik goesting in heb. Je ziet het ook aan mij: ik ben ontspannen geworden. Mijn moeder heeft dat als eerste opgemerkt.”

Honger je dan niet meer naar erkenning?

“Ik ben niet op zoek naar de grote onderscheidingen, naar lintjes en titels. Al wat ik wil is dat mensen erkennen dat ik een vakman ben. Een vakman: dat is voor mij het hoogste.”

Kinderen van de kolonie, Canvas, dinsdag , 21.20 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden