Donderdag 20/02/2020

Ecologie

Piepjonge durvers over hun groene start-up: ‘Als jouw concept anno 2020 geen positieve impact heeft, ben je wereldvreemd bezig’

Beeld Damon De Backer

Na de bosbrossers zijn er nu de start-ups for climate, piepjonge durvers die de wereld groener en ons leven leuker maken. De wapens: bananenbrood, fietsen van bamboe en stadswandelingen langs de hipste eco-adresjes.

Salomé Verduyckt (22) richtte Nana Café op in Gent, waar ze bananenbrood en eerlijke koffie serveert. Ze studeert International Business Management.

Vierhonderdéénenveertig kilo – zoveel bananen redde Salomé reeds van de vuilbak. Stuk voor stuk kregen ze een ereplaats in haar knusse Nana Café, met naast koffie ook allerlei ­bananenbaksels op de kaart. “Het eurekamoment kreeg ik toen ik na een tijdje in het buitenland weer thuis woonde, inclusief de typische conflicten met mijn ouders. Zo ging het ook over het feit dat ze hun overrijpe bananen wegsmeten, terwijl die zich net perfect lenen voor bananenbrood. Tijdens het bakken bedacht ik: zouden niet meer ­mensen die vergissing begaan?”

Beeld Damon De Backer

Geheel op eigen houtje ging Salomé op marktonderzoek. En jawel: bananen bleken het meest verspilde fruit ter wereld. “Mensen kiezen vooral groenere bananen, wetende dat ze toch nog even in de fruitschaal liggen. Rijpere stuks worden zomaar weggesmeten. Pure decadentie, zeker als je weet waar ze vandaan komen. Niet alleen leggen bananen tienduizenden kilometers af overzee, ook matten plantagewerkers zich ervoor af onder de blakke zon. Moderne slavernij, durf ik bijna zeggen.”

Sindsdien leeft Salomé met een allesoverheersende roeping: geen banaan mag nog verspild worden. Daartoe schuimt ze dagelijks lokale kruideniers af, waar ze bruine bananen ophaalt en tot diep in de nacht in haar befaamd bananenbrood omtovert. “Ik werk 90 uur per week, en toch ben ik nog niet gecrasht. Het voelt immers niet als een strijd, ik doe gewoon wat van mij verwacht wordt. Geen idee door wie – Moeder Aarde ­misschien? In elk geval blijf ik ­doorgaan tot ik nooit nog een doos bananen moet weigeren.”

Dat lijkt aardig te lukken, want na vier maanden als pop-upbar wordt Nana Café binnenkort een volwaardige ontmoetingsplek. In de nieuwe locatie, elders in Gent, kunnen voorbijgangers niet enkel genieten van een vieruurtje, maar ook deelnemen aan een workshop of hip event. “Groen leven is echt niet in een onverwarmde kamer zitten kniezen met een dikke trui aan. Vandaag is het een speelse en creatieve beweging, wars van ­opofferingen of schuldgevoel.”

Volgens Salomé kon de timing voor haar startup dus niet beter, zelfs al komen haar examens in het gedrang. “Het studeren verloopt moeizaam, in de les geraak ik nog amper. Tegelijk is het voor Nana Café nu of nooit. Ik heb nu nog geen huis of kinderen aan mijn been, en daarnaast kan ik meesurfen op de golf rond voedselverspilling, dankzij initiatieven als Too Good To Go. Het is hard werken en ver springen, maar er zit echt wel een generatie op te wachten.”

Nana Café, Kuiperskaai 35 in Gent. Op Facebook: nanacafegent

Rosine Uwayezu (25) startte met haar tweelingzus Iconics op, een webwinkel voor ‘preloved luxury’. Ze studeert rechtspraktijk en heeft Rwandese roots.

De ene tiener gaat na schooltijd roken op het kerkplein, de ­an­der doorspit het web om meer te weten te komen over een ­verwoeste kleding­fabriek in Bangladesh. Dat laatste geldt voor Rosine Uwayezu, in het zesde middelbaar zo ­aangegrepen door de ramp in Rana Plaza (een gebouw van 8 verdiepingen stortte in 2013 in, met 1.134 doden als gevolg) dat ze fast fashion voorgoed afzwoer. “Ik las over werknemers die er omringd door chemicaliën geschifte uren kloppen. Maar ik ontdekte ook dat de mode-industrie een van de meest vervuilende ter wereld is. En dat voor stuks die we amper dragen. Wist je dat drie op vijf kledingstukken binnen het jaar worden weggesmeten? Hallucinant, zeker als je bedenkt dat er jaarlijks 80 miljard nieuwe worden gemaakt.”

Beeld Damon De Backer

Sindsdien gelooft Rosine niet alleen heilig in de kracht van de consument, maar ook in die van de tegendraadse ondernemer. Op haar 21ste startte ze met de ­verkoop van tweedehandsdesignertassen op Facebook, de kiem van een succesvol businessmodel.

“Op zoek naar duurzame kleding, stootte ik op een groot struikelblok: enkel peperdure merken haalden de lat. Voor een student leek verantwoord shoppen simpelweg onbereikbaar.”

Enter de webshop Iconics, waarop Rosine samen met haar tweelingzus Nadine kostbare luxe-items een tweede leven biedt. Van een vintage Vuitton-tas tot iemands geliefkoosde Gucci-pumps: elk stuk komt met een verleden en verhaal. “Zelf bezit ik heel weinig stuks, maar allemaal draag en koester ik ze. Anders verkoop ik ze gewoon door. In tegenstelling tot budget­kleding behoudt hoogwaardig materiaal zijn waarde.”

Die filosofie leverde haar al de Gentse Gentrepreneur-award op, en intussen lopen zelfs bestellingen uit Azië en Amerika vlotjes binnen. Enkel Vlaanderen hinkt nog achterop. “Tweedehands heeft bij ons vaak nog de connotatie van ‘afdankertjes’. Nochtans heeft Iconics met een vlooienmarkt niets gemeen. We garanderen een zorgvuldige selectie, mooie presentatie en professionele service. Zo vervangen we de schoenzolen, of geven we het leder een behandeling.”

Tussen al dat inkopen en ­oplappen, zou je bijna vergeten dat Rosine ook nog studeert. Al hoopt ze dat diploma nooit te moeten gebruiken. “Duurzaam­heid is mijn passie, daar ligt mijn doel. Dat zou voor elk bedrijf moeten gelden: als jouw concept anno 2020 niet bijdraagt aan een positieve impact, ben je wereldvreemd bezig.”

Dat ze geen leuk studenten­leventje leidt, kan haar dan ook weinig schelen. “Misschien heb ik minder genoten van het studententijd, maar we maken wel een verschil. Niet door te wachten op de politiek, maar met concrete actie.”

Nahla El Mernissi (24) recycleert samen met haar man Imad (25) gebruikte frituurolie tot kaarsen en zeep. Ze komt uit Brussel en studeert economie.

Oma die ’s zondags ‘de beste’ frietjes bakt in een ijzeren ketel – een meer Belgische traditie valt nauwelijks te bedenken. Ook bij de Brusselse Nahla sudderen de aardappelen wekelijks in de olie, al ontdekte ze daarbij een sluipend probleem. “Iedereen houdt van frieten, maar bijna niemand weet wat achteraf te doen met de olie. Bij ons thuis belandde die in de afvoer of het toilet. Een ramp voor de natuur: met één liter frituurolie besmet je wel duizend liter water.”

Beeld Damon De Backer

De studente economie besloot in actie te schieten, en bundelde daartoe de krachten met haar ­echtgenoot Imad Moukkat. Samen vormen ze Enprobel, en is hun missie gebruikte frituurolie ophalen en verwerken tot kaarsen of zeep. “Voor snackbars bestaan er al ­bedrijven die de olie opkopen, maar particulieren kunnen enkel in het containerpark terecht. Daarom lanceerden wij de ‘oilerie’, een bidon waarin mensen thuis gratis olie kunnen deponeren, die wij recupereren. Voor hen is dat afval, voor ons een goudmijn.”

Inkomsten halen Nahla en Imad voorlopig vooral uit de doorverkoop aan olieraffinaderijen, al is het de droom rond te komen met de kaarsen en zeep die ze in hun keukentje fabriceren. “We hebben nog veel sensibiliseringswerk, want veel mensen doen enkel mee zolang het gratis is. Voor onszelf behouden we nu slechts een ­minimumloon. Dat is oké: geld kan komen en gaan, maar de natuur kan je niet herstellen. Proper water is ons veel meer waard.”

Een stevige duwtje in de rug kwam er wel dankzij Greenlab, de Brusselse wedstrijd voor duurzame ondernemers die ze wonnen. Nieuwe deuren gingen open, en dat was nodig ook. “Tijdens een inzameling werd onze camionette gestolen. Even overwogen we ermee te kappen; voor een nieuw voortuig hadden we immers geen geld. Uiteindelijk won de motivatie, en klopten we aan bij Finance Brussels voor een lening. Een gewone bank had ons geen cent gegeven, maar zij geloofden er wel in. Naast een nieuwe camionette, verwierven we er waardevolle contacten. Brussel is voor circulaire economie duidelijk dé place to be.”

Intussen ontvangt het koppel ook steun van het stadsbestuur, in de vorm van een campagne die de burger met de ‘oilerie’ vertrouwd moet raken. Verder staat er een sociale pijler in het toekomstplan: “We gaan kansarmen mee inzetten bij het ophalen van olie. Ook willen we met ons verhaal meer jongeren aansporen tot duurzaam onder­nemen. Of je nu peuken upcyclet of make-up maakt van bijenwas: start-­up per start-­up redden we de planeet.”

oncollectevoshuiles.be

Tibbe Verschaffel (24) brengt met Planet B bamboe­rietjes uit, en experimeert ook met o.a. fietsen. Hij is student innoverend ondernemen.

Natuurvriend in hart en nieren, die reputatie verwierf Tibbe Verschaffel al als 14-jarig knaapje. Na kerst ging hij met de kruiwagen van deur tot deur, om afgedankte kerstbomen op te halen en te ­herplanten in zijn tuin. Tien jaar later leidde dat engagement tot Planet B, waarmee hij bamboe inzet als wapen voor een betere wereld. “Het begon toen ik een centje bijverdiende als fietsen­maker. Van mijn nonkel hoorde ik over bamboefietsen in Vietnam, die je na gebruik praktisch op de composthoop kan gooien. Omdat ik het banden vervangen wel beu was, bouwde ik met vrienden zelf zo’n duurzaam exemplaar.”

Met zijn trendy tweewielers schopte Tibbe het tot student-ondernemer van het jaar 2019, maar de liefde voor bamboe gaat verder. Nadien ontwierp hij nog een fietshelm, een uurwerk en een zomerbar uit bamboe. Hij verkoopt de meeste duurzame rietjes op de markt. “Bamboe biedt eindeloze mogelijkheden, het wordt onderschat. Strikt genomen is het een snelgroeiende grassoort. Maar eens je de zachte binnenkant polijst, heeft het dezelfde kwaliteiten als zeldzaam hardhout. Met industrieel verwerkte bamboe zou je zelfs huizen kunnen bouwen – daarover schreef ik trouwens mijn thesis.”

Beeld Damon De Backer

Met die innovatieve ideeën wil Tibbe de plasticsoep te lijf gaan, al hoeft dat volgens hem allerminst haaks te staan op groei en winst. “Ik ben bewust niet op straat ­gekomen tijdens de klimaatmarsen. Een roepende massa brengt de noodzakelijke beweging op gang, maar liever draag ik al doende mijn steentje bij. Om grootse dingen te verwezenlijken heb je immers eerst macht en geld nodig. Kijk naar Bill Gates en alle goede doelen die hij nu opzet. Dat had hij zonder ­kapitaal niet gekund.”

Die centen beginnen nu aardig binnen te lopen, zeker sinds het Europese verbod op plastic rietjes. Al voelt de balans tussen groene en financiële doelen ook voor Planet B soms als koorddansen. “We staken veel energie in een zomerbar, waarmee we achteraf toch verlies boekten. Het ene moment heb je een goeie deal en loop je op roze wolkjes, de andere keer moet je een en ander bezinnen. 2019 was dan wel het jaar van het ­klimaat, toch blijft de wegwerp­cultuur ­hardnekkig.” Daarnaast krijgt Tibbe oneerlijke concurrentie van grote spelers, die niet terugdeinzen voor een stevige scheut greenwashing. “Zij claimen ook duurzame ­bamboe te gebruiken, maar vaak is dat pure marketingtaal. Al zie ik ook dat start-ups wel degelijk een kentering teweegbrengen in de vastgeroeste bedrijfswereld. Grote bedrijven houden ons in de gaten – het sneeuwbaleffect is begonnen.”

Jules Toebosch (18) zit in het laatste middelbaar en heeft een eigen, duurzame kledinglijn: Collé, met sokken en T-shirts.

Festivaltickets, een surfkamp of een muziekinstallatie: dat zijn zoal de aankopen waarvoor ­scholieren tijdens de vakantie de handen ­vuilmaken. Ook Jules Toebosch bracht de hele zomer door achter de kassa van Delhaize, maar gaf elke zuurverdiende euro weer uit aan Collé, zijn hoogst­eigen ecologische kledinglijn.

“Natuurlijk had ik er ook een nieuwe computer mee kunnen kopen. Maar in plaats ­daarvan schafte ik stoffen van ­gerecycleerd katoen aan. Die worden gemaakt van restjes uit de kledingcontainer, aangevuld met 30% organisch katoen. Een goede oplossing voor onze uit de hand gelopen ­koopwoede, dus.”

Beeld Damon De Backer

Sinds de zomer van 2019 ­lanceerde Collé al een sokken- en T-shirtcollectie, de hoodies staan in de steigers. Inspiratie voor het ontwerp haalt Jules uit de jaren 70 en 90, helemaal in lijn met de ­jongerentrends vandaag. “Ik mik op de jonge generatie, want het zijn wij die moeten gaan voor een koerswijziging. Ook hoop ik grote merken als Zara en H&M te ­inspireren, of ooit zelfs met ze samen te werken. Met organisch katoen werken ze al, maar in ­gerecycleerd katoen ben ik een van de weinige spelers in België. Ik heb me stevig verdiept in beide ­materialen, dus vanuit die kennis kan ik het verschil maken.”

Dit jaar werkt Jules zijn laatste jaar middelbaar onderwijs af, ­meetings en afspraken met klanten plant hij voorlopig na schooltijd. Toch slaagt hij erin serieus te ­worden genomen in het wereldje: “Misschien vinden sommige partners het gek om zo’n jonge gast voor hun neus te krijgen. Elke keer weer moet ik me bewijzen. Maar vervolgens kom ik wel met resultaten.” Jules werkt ook hard aan zijn geloofwaardigheid, met consistentie als stokpaardje. “Zelfs de factuur print ik op ecologisch papier, voor de verpakking werk ik met gerecycleerde petflessen. Klanten voelen het in hun ­portefeuille, maar achteraf ook in hun ­geweten.”

In zijn thuisgemeente Edegem zit Jules bovendien in een ­werkgroep rond de duurzame ­ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Het bewijs dat Collé niet zomaar zijn creatieve ­uitlaatklep is, maar ook een kompas voor zijn toekomst.

“Die klimaatmarsen hebben me enorm gemotiveerd: iedereen voelt dat het zo niet verder kan. Ik hoop dat ze zich blijven voortzetten, samen met al de andere initiatieven in duurzame economie. Totdat de machthebbers zo geïrriteerd zijn door ons activisme, dat ze wel móéten luisteren.”

Emilia Cantero (29) geeft ‘Mixua Eco Tours’ in Gent, Brugge, Antwerpen, Brussel, Leuven en Sint-Niklaas: leuke manier om hippe eco-adresjes te leren kennen.

Een veelbelovende carrière omgooien in naam van de ­planeet – velen zouden het weg­lachen als jeugdig idealisme. Toch is dat hoe het avontuur begon voor Emilia Cantero Dieguez, die Argentijnse roots heeft en nu in Antwerpen woont. In de schaduw van het klimaatprobleem liep ze een heuse ­quarterlifecrisis op.

“Na mijn studies wilde ik een job met positieve impact op de maatschappij”, zegt Emilia. “Redelijk naïef belandde ik zo in een groot farmabedrijf. Een ­teleurstelling: de industrie bleek verre van koosjer, zelf was ik er dood­ongelukkig. Je streeft zo lang naar iets, om dan te beseffen dat wat je doet totaal zinloos voelt.”

Toen ze in de put zat, ontdekte Emilia het concept circulaire economie. “Zodra ik me daarin begon te verdiepen, stootte ik op de ene na de andere inspirerende ­changemaker. Van eerlijke ­modeontwerpers tot gedeelde groentetuintjes: ik deed niet liever dan zulke initiatieven ontdekken en de voortrekkers ervan ontmoeten. Zo zijn mijn ecotours ontstaan. Enerzijds help ik zo mensen in hun zoektocht, anderzijds geef ik die start­-ups visibiliteit.”

Beeld Damon De Backer

Met haar bedrijfje Mixua organiseert Emilia inmiddels drie ecotours per maand, waarbij ze deelnemers rondleidt langs de groenste adresjes in Brussel, Gent en Antwerpen. Daarnaast heeft ze zich gespecialiseerd in teambuildings en office tours, op maat van bedrijven in duurzame transitie. “Ik merk dat er nog veel misvattingen zijn. Ecologie heeft nog steeds dat geitewollensokken­imago, of erger, de associatie met het wijzende vingertje. Daarom zet ik de fun factor centraal: je hoeft jezelf echt niet af te straffen als er eens een rietje in je drankje zit.”

Dat die laagdrempelige aanpak werkt, bewijst het groot aantal ­consumenten dat Mixua intussen bekeerde. Als zalmen zwemmen ze in tegen de stroom, al maken ­economische mastodonten dat niet altijd evident. “Soms word ik in mijn enthousiasme echt teruggefloten. Op Black Friday bijvoorbeeld, als je op het nieuws hoort dat die in België nooit eerder zo succesvol was. En het volgende item gaat over de onophoudelijke bosbranden. Dan denk ik: heeft dit nog zin? Tegelijk wil ik niet ­focussen op het negatieve, want ik geloof dat elke kleine stap telt.”

Positieve signalen ontvangt Emilia gelukkig wel in de ‘eco­warriors’-gemeenschap, waar ­bikkelharde concurrentie plaatsmaakt voor onvoorwaardelijke steun. “Het is een warme ­community. We delen ­hetzelfde doel: de planeet redden. Die onderliggende waarden ­brengen mensen samen: hoe meer start­­-ups het halen, hoe beter voor ons allemaal, uiteindelijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234