Zondag 19/05/2019

interview

Peter Van den Begin (54): “Een smerige, vieze vent spelen, dat is een cadeau”

Peter Van Den Begin Beeld Thomas Sweertvaegher

Smerige mannen neerzetten, dat kan Peter Van den Begin als geen ander, of het nu Risjaar Drei of Jean Van Hoof in Studio Tarara is. Maar in mei wordt het frivoler, als hij gaat toeren met een bigbandshow. “Na de dood van mijn moeder vroeg ik me steeds vaker af: wat wil ik nog? Zingen en dansen was het antwoord.”

Midden in het gesprek, als de dochter van 13 wervelend haar entree maakt, moet je denken aan Charles Aznavour, over wie haar vader vlak daarvoor verteld had. “Cette richesse d’avoir vingt ans, des lendemains pleins de promesses”, zingt de Fransman in ‘Sa jeunesse’, en ook al is ze nog lang geen 20, het zou zomaar over haar kunnen gaan. Charlie is de oudste dochter van Peter Van den Begin en actrice Tine Reymer, en net zoals de twee giechelende vriendinnen in haar kielzog praat ze met die typische zelfbewuste onbezorgdheid van de jeugd, vol goesting in wat komen gaat. In dit geval is dat een klimaatprotest de dag erop, en het avondeten dat ze zelf zullen maken.

Er hangt gemoedelijkheid hier. Dat kan ook te maken hebben met de rosse kat die in de zetel ligt te dutten. Of met de weelderige rododendrons die je vanuit de keuken ziet, en de berken die weer stilaan blad krijgen.

In Studio Tarara zet Van den Begin dezer dagen met verve Jean Van Hoof neer, een ranzige tv-vedette vol  frustraties die de vrouwen rondom hem seksueel ­intimideert en molesteert.

“Ja, ’t is een smerige, vieze vent”, zegt hij. “Personages met zo’n extreem gedrag zijn een cadeau voor een acteur.”

BIO

* acteur en regisseur, geboren op 25 oktober 1964 in Berchem

• studeerde aan Herman Teirlinck, maar maakte die studie niet af

• speelde in verschillende tv-series en films

• maakte theaterstukken en tv-reeksen als Raf en Ronny en Debbie en Nancy

• won in 2018 een Magritte du Cinéma voor zijn rol als koning Nicolas III in King of the Belgians

• was voor zijn hoofdrol in Risjaar Drei genomineerd voor een Louis D’Or

• woont met vrouw, actrice Tine Reymer, en twee dochters Charlie (13) en Thelma (10) in Schoten

In 2017 speelde je koning Richard III in Risjaar Drei, nog zo’n vilein figuur. Meestal ga jij als acteur bij zulke personages op zoek naar een mildere karaktertrek, las ik. Heb je die bij Jean Van Hoof ook gezocht, en gevonden?

“Ik heb het alleszins geprobeerd. Jean is een roofdier, het is ziekelijk wat hij doet. Omdat ik wist dat die donkere kant zo ging overheersen, wilde ik ook zijn grappige kant naar boven laten komen.”

Zelfs een heel assertieve vrouw als Sandra, gespeeld door Ruth Beeckmans, is compleet verlamd van angst als zij door Jean benaderd wordt.

“Als actrice kijkt Sandra op naar de grote Jean Van Hoof. Hij weet dat en maakt misbruik van zijn macht. Het is slim van de schrijvers om te laten zien hoe verwoestend zo’n gedrag kan zijn, en hoe zelfs heel krachtige vrouwen ineen kunnen krimpen als ze ermee te maken krijgen.”

Heeft een reeks zoals deze en de #MeToo-beweging in het algemeen jou doen nadenken over seksueel grensoverschrijdend gedrag?

“Er is een bombardement van #MeToo-berichten geweest, dus je kunt bijna niet anders dan erover nadenken. Maar ik vind het niet gemakkelijk om er iets over te zeggen. Als ik in een interview met een journalist vertel dat ik er zelf nooit iets van gezien of gehoord heb, dan antwoordt hij smalend dat ik duidelijk mensen wil beschermen. Nee dus, ik bén echt nog nooit getuige geweest van dergelijk machts­misbruik. Terwijl ik toch al op veel filmsets en theaterscènes heb gestaan.

(aarzelt) “Ik snap dat zelfs een ongepaste lichte aanraking heel heftig kan binnenkomen, maar er is toch nog een verschil tussen iets te lang naar iemands decolleté staren en iemand aanranden? Ik ben zelf van nature heel tactiel, ik hou ervan om mensen vast te pakken, mannen en vrouwen. En hoewel een man volgens mij heel goed weet wanneer hij grenzen overschrijdt, en ik dat nooit gedaan heb, denk ik, ga je het allemaal toch eens overlopen in je kop.”

Je bent voorzichtig in je antwoorden.

“Ja, omdat alles wat je hierover zegt zo snel ontploft. (aarzelt opnieuw) Het is heel goed dat erover gesproken wordt, maar ik vind toch dat er veel dingen op één hoop zijn gegooid. Zo werd in een recensie in De Morgen de klassieke man-vrouwverhouding in Risjaar Drei aan de kaak gesteld, omdat Risjaar een koning is die alles neukt wat los- en vastzit en Edward IV in de borsten van een koningin knijpt. Huh? Richard III is 400 jaar geleden door Shakespeare geschreven, en gaat over een machtsgeile, monsterlijke man die koste wat het kost de troon wil bestijgen. Hadden we van dat monster dan een aardige, welopgevoede vent moeten maken? Ik hou ­niemand tegen om het stuk vandaag op die manier te gaan bewerken, maar vind het heel vreemd dat de keuze om het op te voeren zoals het geschreven is niet meer zou kunnen.

“Daar bleef het trouwens niet bij. In onze revue Karst mist kerst – een familievoorstelling, met kinderen in de zaal en op het podium – verliest een actrice tijdens een muzikaal nummer haar lange jurk, waardoor ze ineens in een ­mini-jurk staat te zingen op het podium. Om die reden werd #MeToo gebruikt in een recensie. Sorry, maar dan zakt mijn broek af. (lacht) Al is dat misschien niet de meest gelukkige metafoor in dit geval. Als ik zulke dingen lees, denk ik: we zijn echt ver afgedwaald. Het haalt de noodzaak van de beweging alleen maar onderuit, vrees ik.”

Studio Tarara speelt zich af in 1993, de beginjaren van VTM. Jij hebt die periode heel bewust meegemaakt. Je bent zelfs mee op de kar gesprongen.

“In de beginjaren maakte VTM niet veel programma’s waar ik voor thuisbleef. Maar het idee van een commerciële zender vond ik wel spannend. Ik zat toen bij de Blauwe Maandag Compagnie. We speelden stukken als Wilde Lea en Joko onder regie van Luk Perceval. In het jaar dat VTM werd opgericht, in 1989, hadden we De meeuw van Tsjechov gebracht.

“In 1998 beslisten Stany Crets en ik om onze rol in Ten ­oorlog op te zeggen. We hadden even zin in iets anders dan theater. In café De Pallieter ontstond het idee om een serie te maken rond twee werkloze acteurs, wat wij waren. Eerst ­gingen we met dat voorstel en enkele scenario’s naar de ­toenmalige BRT, maar toen zij niet toehapten, zijn we naar VTM gestapt, en daar was men onmiddellijk enthousiast. De eerste Raf en Ronny Show was geboren. Daarna volgden er nog twee, en enkele jaren later bedachten we Debby & NancyBinnen het theater werd er met minachting gekeken naar wat wij deden. Maar ik heb daar nooit van wakker gelegen.”

Peter Van den Begin: “Ik heb mezelf twee maanden gegeven om een paar melodietjes te leren op de trompet.” Beeld Thomas Sweertvaegher

Tegenwoordig is het helemaal bon ton als acteurs zeggen dat ze niet van hokjesdenken houden.

(lacht) “Blijkbaar dacht ik er vroeger toch al zo over. Ik heb altijd bewust gekozen voor verscheidenheid. Nu weer. In mei gaan Jonas Van Geel en ik op tournee met een bigbandshow. Samen met veertien topmuzikanten brengen we Nederlandstalige nummers , apart of in duet. Dat gaat heel breed, van Raymond van het Groenewoud en André Hazes tot Charles Aznavour.”

De eerste keer dat je helemaal de kaart van de muziek trekt.

“Ik heb vroeger wel met El Tattoo Del Tigre opgetreden, en ook in bijvoorbeeld Oud België zat veel muziek, maar deze show is inderdaad wel buiten mijn comfortzone. Ik zing heel graag, maar het wordt toch afwachten of ik dit kan overleven. 

“Ik heb ook een trompet gekocht. In Karst mist kerst speelden enkele collega-acteurs trompet en ik was er enorm door gefascineerd. Ik heb mezelf nu twee maanden gegeven om een paar melodietjes te leren. Notenleer heb ik nooit gehad, nee. Tja, in het slechtste geval zit er een goeie sketch in. (lacht) Pas op, ik kan het begin al spelen van ‘O Margriet­je, de rozen zullen bloeien’. En het is ook de ­bedoeling om te gaan dansen in de show, ja.”

Naar het schijnt ben je een goeie danser. In die mate zelfs dat je ooit getwijfeld hebt om naar de balletschool te gaan.

“In het vierde leerjaar kregen we voor turnen een vervangleerkracht die ritmisch bewegen en dansen in haar lessen gaf. Ik deed dat ongelooflijk graag. Op een ouderavond had die leerkracht tegen mijn ouders gezegd dat ik het ook heel goed kon, en dus zaten we daar ineens over te praten aan de keukentafel. Want als ik naar de balletschool wou gaan, moest ik er niet langer meer mee wachten. Ik was 10, ik had er de leeftijd voor.”

Waarom heb je het dan toch niet gedaan?

“Mijn vader speelde en regisseerde amateurtoneel in zaal Oud België in Antwerpen (daarop is de serie ‘Oud België’ van Van den Begin gebaseerd, red.), en ik ben groot geworden in die wereld. Op mijn vijfde stond het voor mij al vast dat ik ook wilde acteren.

“Maar daarnaast zag ik in Oud België veel ballet en ­choreografie, en dat wou ik eigenlijk net zo goed. Ik danste ook veel met mijn moeder. Zij heeft mij eigenlijk leren ­dansen. Jive, quickstep, noem maar op.

“Kiezen was dus heel moeilijk toen ik 10 was. Uiteindelijk dacht ik: een danscarrière stopt als je een zekere leeftijd bereikt, een acteercarrière niet noodzakelijk. En dus besloot ik toch maar niet naar de balletschool te gaan.

“Maar ik ben altijd blijven hunkeren naar dansen. Die bigbandshow met Jonas komt dus niet helemaal uit het niets. Dat mijn moeder pas is overleden, heeft er ook mee te maken. De dood van je moeder is een kantelmoment, daar kun je niet onderuit. Je kijkt terug, je kijkt vooruit, en je vraagt je af: wat wil ik nog? Ik ben 54, bedacht ik toen, en ik wil nog dansen.”

Toch straf dat je als 10-jarige al doelbewust beslissingen neemt voor een toekomstige carrière.

“Een doel voor ogen hebben is me inderdaad niet vreemd. Hoe je er dan naartoe fietst, is iets anders. Ik heb nooit echt aan planning gedaan. Er is veel op mijn pad gekomen, maar er was slechts één drijfveer: plezier maken. Zoals mijn vader altijd had gedaan in die magische wereld van het theater.

“Alles is dus vertrokken vanuit een drang om te willen spelen en entertainen. Als kind probeerde ik al de buurmeisjes aan het lachen te brengen en dat is eigenlijk nooit veranderd. Mensen beroeren of ­ontroeren, hen iets doen ervaren, daar gaat het om. Of ik nu Jean Van Hoof speel of Risjaar. Als ik met een geweldige ploeg iets maak, dan weet ik weer waarom ik voor dit beroep gekozen heb. Voor mezelf zit er aan het theater wel net iets meer magie dan aan tv. Een schouwburg waar het publiek ­speciaal naartoe komt, de acteurs die doen alsof, de mensen die doen alsof ze het geloven en meegaan in het verhaal, dat is geweldig.

“Vóór Risjaar Drei had ik een tijdlang weinig theater gespeeld, en door die productie ontdekte ik weer hoe ­waardevol ik het vind. Zeker de reeks hernemingen eind 2018 was behoorlijk emotioneel voor mij. Omdat er toen veel bij elkaar kwam.

“Vlak ervoor was ik voor een productie vijf weken in Kroatië geweest, zo lang van huis zijn is sowieso al pittig. Terug thuis begonnen we meteen met de repetities voor Karst mist kerst. Ook de repetities voor de herneming van Risjaar Drei startten toen, maar zonder onze goede vriend Marc Van Eeghem als koning Edward IV. (Van Eeghem overleed in november 2017 op 57-jarige leeftijd aan prostaatkanker, red.). Diezelfde periode werd mijn moeder plots ziek. Zo ziek dat ze naar de intensieve afdeling moest in het ­ziekenhuis. Niet veel later is ze gestorven.

“Een paar dagen daarna, tijdens de laatste generale repetitie voor Risjaar Drei, ben ik gebroken. Mijn moeder was begraven, het was een emotionele rollercoaster geweest, en ineens kwam dat eruit, tijdens de scène waarin Risjaar op zijn eigen, gruwelijke manier Lady Anna probeert te verleiden. De tranen rolden over mijn wangen, en die scène kreeg ineens een heel andere betekenis, maar het klopte ­allemaal. (valt even stil)

“Waarom vertel ik dat nu allemaal? Juist, om mijn liefde voor theater te onderstrepen. Dat moment zal ik nooit meer ­vergeten. Er was geen publiek bij, enkel de ploeg was in de zaal, en ik voelde me enorm getroost.”

Els Dottermans citeerde enkele jaren geleden Bernard Dewulf toen haar moeder was gestorven en zij ook geen ouders meer had: ‘Het wordt koud in je rug’.

(zwijgt even) “Dat is mooi gezegd. Ja. Plots sta je zelf aan de top van die familiale piramide. Mijn vader is gestorven toen ik 23 was. Als je moeder dan ook wegvalt, weet je weer wat het betekent om iemand te verliezen. Om iemand los te laten. Zeker als enig kind. Ik denk wel dat het geholpen heeft dat ik erbij was toen ze stierf. Toen ze een ­longontsteking kreeg, was het snel duidelijk dat het niet de goede kant zou opgaan. De dokter was daar ook helder over. Haar lichaam wou niet meer mee. Mijn moeder en ik hadden het eigenlijk nooit gehad over wat er in zo’n situatie moest gebeuren. Dus ja, het was pittig. Maar we hebben afscheid kunnen nemen van haar. Onze meisjes gelukkig ook.”

Peter Van den Begin: “Zingen en dansen en de mensen amuseren, ik kijk er heel hard naar uit.” Beeld Thomas Sweertvaegher

Het doet je ook terugblikken, zei je daarstraks.

“De afscheidsdienst hebben we in het cafetaria van het ­cultureel centrum van Deurne gehouden, omdat mijn ­moeder daar heel lang heeft gewerkt. Toen mijn vader nog leefde, organiseerde ze samen met hem al thé dansants, en revueshows met sketches. Ze stonden er ook vaak achter de toog. Na zijn dood is zij dat blijven doen. Als voorbereiding op de dienst was ik op zoek naar foto’s van vroeger. En plots vond ik een houten sigarendoosje dat ergens achter in een kast verstopt zat, met foto’s van mezelf als kind aan zee, maar ook van mijn ouders voor ik geboren was. Toen ik die zwart-witbeelden zag, kwam er ineens een verleden terug dat veel verder ging dan mijn bestaan. Ik kwam bijvoorbeeld een foto tegen van mijn moeder op de Meir in Antwerpen toen ze de leeftijd had van mijn dochters Thelma of Charlie, met van die jeugdige, ondeugende ogen. (zoekt in zijn telefoon) Wacht, ik laat hem zien.”

José heette zijn moeder en je ziet het meisje José met een glimlach en een snode blik recht in de camera kijken. Ze draagt een wit jurkje tot net onder de knie, met een zwart riempje in het midden. Een leren boekentas bungelt ­achteloos in haar rechterhand. “Er zijn nog vaak momenten waarop ik afdwaal naar die tijd”, zegt hij. “Dan denk ik aan wat ik deed als kind. Welke band ik met mijn ouders had. Dan zie ik ons huis van vroeger voor me. Het had een ­keuken zoals deze, maar dan met een douche erin. Er stond één tafel. Je herinnert je de warmte en de gezelligheid en de liefde. En je komt ineens op plekken die je allang vergeten was. Dat vind ik mooi aan het geheugen, dat je in ­tijden kunt duiken die verder weg liggen dan het heden. Het ­herinneren van goede momenten geeft troost. Ik koester het warme nest waar ik uit kom heel hard.”

Je moeder heeft dertig jaar zonder je vader geleefd. Is ze nog gelukkig geweest, denk je?

“Ik denk van wel. Hij is altijd haar grote liefde geweest, en die liefde is blijven voortleven toen hij dood was, maar ze heeft zeker nog ­plezier gekend. Ook nog in haar laatste jaren. Toen was ze wel beperkter omdat ze in een rolstoel zat, maar ze is altijd heel helder van geest gebleven. We ­konden heel fijne gesprekken hebben.

“Elke week ging ik bij haar op bezoek in het rusthuis, dan speelden we rummikub. Ik keek daar elke week naar uit. Zij ook. Ze is ook altijd heel trots geweest op mij. Naar Risjaar Drei is ze nog komen kijken. Jean heeft ze niet meer gezien op tv. Misschien maar goed. (glimlacht) Aan de andere kant: ze zou het toch weer heel goed gevonden hebben.

(denkt even na) “Dat rusthuis maakte mij soms wel triest. Ze werd er met liefde en zorg omringd, maar zo’n plek blijft toch een eindstation. Ik heb al vaak gedacht: dat moet ik toch anders regelen voor mezelf. Hoe dan? Dat weet ik nog niet. Het kamertjesgevoel vermijden, dat zou al veel zijn.”

Ooit had hij zijn vader graag Richard III zien spelen, vertelt hij even later. Maar het was een andere tijd toen, en dus was het parcours ook anders. Zijn ouders hadden in de eerste plaats een bloemenwinkel, theater was de tweede bezigheid. “Nog elke dag ben ik blij dat ik er wel mijn beroep van heb kunnen maken en er mijn centen mee verdien.”

Wat er nog zit aan te komen ­binnenkort? Draaien in Nederland voor het derde seizoen van de misdaadserie Hollands hoop, waarin hij een psychopaat speelt. Een rol in de VTM-serie Fair Trade van Marc Punt. De film The Barefoot Emperor die nog moet uitkomen.

“En in het najaar zet toneelhuis Olympique Dramatique de tanden in het stuk Angels in America, waar ik ook een rol in heb. En dan stop ik. (lacht) Nee, zou ik niet kunnen. Maar het is wel veel geweest de afgelopen tijd. Hoe graag ik het ook doe, soms is het goed om even achterover te leunen en de dingen te overschouwen. Vandaar ook mijn drang om die bigbandvoorstelling met Jonas te maken. Zingen en dansen en de mensen amuseren, ik kijk er heel hard naar uit. (lacht)

“En als straks blijkt dat ik toch te slecht ben, kunnen we nog sleutelen aan mijn bijdrage. Dan zing ik maar twee liedjes, en doet Jonas de rest van de show. Of breng ik wel een goochelnummer. Of speel ik toch de hele avond trompet­solo’s.” (schatert)

Studio Tarara, dinsdag om 20u35 op VTM. De eerste 6 afleveringen zijn online te bekijken via vtm. Meer info over In concert (met bigband) via garifuna.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.