Dinsdag 23/04/2019

Interview

Paul Verhaeghe over intimiteit: "Samen slapen is intiemer dan vrijen”

Paul Verhaeghe. Beeld Jef Boes

Hij hoort veel vrouwen en steeds meer mannen in zijn consultaties klagen: “Ik verlang naar intimiteit en het enige wat ik krijg, is seks”. In zijn nieuwe boek Intimiteit legt hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe uit hoe we op dit vreemde punt beland zijn. “We willen vastgehouden worden, zodat we ons opnieuw beter in ons vel voelen.”

“Kijk, dit is ze.” Enthousiast toont Paul Verhaeghe op zijn smartphone een filmpje van zijn schattige kleindochter Edith, 2,5, aan wie zijn nieuwe boek Intimiteit is opgedragen. Haar armpje zit in het gips, maar het lijkt haar niet te deren. Vrolijk babbelt ze tegen haar mama. “Dit is toch fantastisch?”, zegt hij.

De professor psychologie, die in 1998 faam verwierf met zijn boek Liefde in tijden van eenzaamheid, staat bekend als cerebrale academicus met strenge blik, maar nu staat hij glunderend naar het filmpje van zijn kleinkind te kijken. Het is een beeld dat we zelden van hem te zien krijgen. “Maar ja, alle clichés over grootouders blijken dus gewoon waar. Ik heb twee kleinkinderen en er is er een derde op komst. Ik geniet er heel erg van.”

Is dat nog meer zo omdat u als hoogleraar psychologie de ontwikkeling van kinderen erg goed kent?

(wuift de vraag weg) “Ach nee. Ik zit echt niet door mijn academische bril naar hen te kijken. Ik zie dat ze goed in hun vel zitten, maar ben gewoon een grootvader die smelt als ik hen bezig zie. Ik ben er geen fan van om mijn privéleven te delen met de buitenwereld, maar kijk, ik wilde nu toch heel graag dat filmpje van Edith laten zien. Dat zegt toch genoeg?”

Als u ziet dat Edith zo jong al goed in haar vel zit, dan weet u wel als geen ander dat dat de basis is voor duurzame intimiteit later?

“Als die basis in de eerste jaren gelegd wordt, is dat duidelijk een enorme boost om je ook later, als volwassene, goed in je vel te voelen. En dat is een voorwaarde voor intimiteit. Loopt het mis, dan kan dat wel rechtgetrokken worden, maar het is beter wanneer dat niet nodig is.”

Is niet vooral onze geliefde doorslaggevend voor kwaliteitsvolle intimiteit?

“Niet in de eerste plaats. We denken dat intimiteit vooral gaat over wat je met iemand anders doet en wat iemand anders jou biedt. We verwarren het ook met seks. De twee vallen wel vaak samen en net zoals seks is intimiteit wel lichamelijk. Maar het is niet per se seksueel. Je kunt een goed seksleven hebben zonder intimiteit. En als vrijen alleen maar neuken is, is het zelfs een manier om intimiteit te vermijden. Omgekeerd kun je ook intimiteit beleven zonder seks.”

Seks gaat meer over macht?

“Ja. Het bevreemdende is dat het van de man een noodzakelijk geweld vraagt, een overgang van het tedere naar het harde. Met een zachte erectie kun je niet veel aanvangen. Ook van de vrouw vraagt het een grensoverschrijding, passief omdat ze het binnendringen ‘toelaat’, actief omdat ze de man opslokt. Macht speelt dan een rol. De man kan fysiek geweld gebruiken om over die grens te gaan. De kans op misbruik is altijd reëel. Sommige vrouwen aarzelen dan weer niet om een man te verleiden tot het punt waarop hij niets liever wil dan over die grens heen te gaan, zelfs als hij dat aanvankelijk niet wou.”

Intimiteit is zachter?

“Het betekent ‘het meest naar binnen’. We laten iemand binnen in ons nest en eventueel in onszelf. Het is je overgeven aan iemand, psychologisch en lichamelijk. Samen slapen is bijvoorbeeld zachter en ook intiemer dan vrijen, want in onze slaap zijn we weerloos. Dat weerloze kan beangstigend zijn, maar we verlangen er wel sterk naar.”

Waarom een boek over intimiteit?

“Het is me in mijn consultatiekamer beginnen opvallen dat veel vrouwen, maar steeds vaker ook mannen, zeggen: ‘Ik verlang naar intimiteit en het enige wat ik krijg, is seks’. Hoe komt het toch dat we, in deze bevrijde, taboeloze tijd, met zo’n tekort zitten?”

Is er een verband met #MeToo?

“Dat is niet de oorzaak, maar dat debat is nu wel zo oververhit dat beide seksen straks zodanig angstig zullen zijn dat er enkel nog iets mogelijk wordt als alles op voorhand in een contract staat. Welke seks kan er, welke niet? Niet verbazend dat we steeds vaker over ‘bindingsangst’ horen.”

We hebben wel meer bedpartners dan ooit.

“Ja, Tinder-contacten met seks, maar zonder relatie. Het voorspelbare resultaat is dat velen alleen blijven. Daardoor neemt de behoefte aan contact, zelfs in de meest primaire vorm van huidcontact, alleen maar toe. We willen vastgehouden worden, zodat we ons opnieuw beter in ons vel voelen. Wij zijn huidhongerig. Patiënten die vol emoties zitten maar niet kunnen spreken, raad ik eerst massages aan.”

Psychotherapie gaat toch over gedachten en gevoelens?

“Het is een grote misvatting dat die niet fysiek zijn. De wetenschap weet al geruime tijd hoezeer de scheiding tussen lichaam en geest achterhaald is. Emoties zijn bewuste ervaringen van wat er zich in ons lichaam afspeelt, als reactie op anderen, de buitenwereld. Je bloost eerst, dan noem je dat schaamte. We gebruiken medicatie die inwerkt op ons lichaam om gevoelens te verzachten. Niet-lichamelijke zaken, zoals verwachtingen en uitspraken van anderen, hebben een op scans waarneembare fysieke impact, zoals placebo-onderzoek aantoont. Chronische stress, een psychische factor, maakt fysiek ziek. Negeren wat je lijf je vertelt, leidt zowel tot psychische klachten als tot ziekte.”

Waarom benadrukt u dat zo in een boek over intimiteit?

“Omdat intimiteit in de eerste plaats de verhouding met je lijf is. Kom je er goed mee overeen of niet? Intieme kennis van wat jouw lichaam beweegt en hoe het reageert op de buitenwereld, is de voorwaarde voor een goed intiem leven. De soms mooie maar vaak ook moeilijke verhouding die wij hebben met anderen, heeft te maken met de mooie maar vaak ook moeilijke verhouding met ons lichaam.”

Hoe komt dat?

“Omdat alles daar start. Tot ongeveer een jaar of drie zíjn wij ons lichaam. Daarna hébben we een lichaam, omdat we ons ervan bewust worden. Het kan ons genot en plezier, maar ook pijn verschaffen. De mensen met wie we onze eerste liefdesverhoudingen hebben, meestal onze ouders, bepalen mee hoe onze relatie met ons lichaam zal zijn. Zij helpen ons verwoorden wat we voelen via en in ons lichaam. Dat is de basis voor wie we zullen worden.”

Concretiseer dat eens?

“Wie als kind altijd voelde hoe een ouder veel te dicht kwam, wordt vermijdend, zo’n volwassene die op recepties achteruit deinst wanneer er een omhelzing ‘dreigt’. Een dochter die van haar vader hoort dat ze mooi is, zal zich mooi voelen en zich daarnaar gedragen. Een kind dat systematisch negatieve reacties kreeg toen het huilde uit angst, zal angst onderdrukken en later onverklaarbare paniekaanvallen krijgen. We leren via anderen herkennen wat er in ons lichaam gebeurt en wat we mogen voelen. Daarop stoelt onze identiteit.”

Paul Verhaeghe: “Ik hoor geregeld: ‘Ik moet naar de sportles’. Hoe absurd is dat?” Beeld Jef Boes

Het lichaam is dus niet enkel de verpakking?

“Vergeet dat maar. Vanaf onze prille kindertijd bouwen we er een band mee op. We merken hoe het reageert op de buitenwereld, wat het bij anderen oproept, en geven daar een betekenis aan. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben groot. Mensen vinden mij groot. Dat voelt goed. Ze kunnen niet naast me kijken.’ Ons hele leven hebben we zo een relatie met ons lichaam. We houden er in meer of minder mate van. Het is de meest intieme band die we ooit zullen hebben en die bepaalt onze intimiteit met anderen.”

En als het misloopt, is het schuld van de ouders?

“Zeker niet. Parent blaming is een hardnekkige fout. De realiteit is veel complexer. Er zijn, naast de opvoeding, ook biologische en maatschappelijke redenen waarom het misloopt. De meeste ouders doen alles voor hun kroost en ze zijn ook ingebed in een maatschappijbeeld. Ik ben bijvoorbeeld streng opgevoed in een tijd waarin religie centraal stond en het lichaam zondig was. Maar dat neem ik mijn ouders niet kwalijk. De maatschappelijke norm kun je niemand verwijten.”

Heeft u onder die harde opvoeding geleden?

(grijnst) “Dat valt wel mee. Ik heb me uiteraard tegen dat religieuze verzet, maar ik kreeg zelfs te weinig weerwerk. Toen ik een jaar of vijftien was, ben ik gestopt met naar de kerk gaan en mijn ouders reageerden amper. ‘Doe maar’, zeiden ze.

“Zelfs toen ik al met mijn vrouw samen was en mijn eerste job had, eind jaren 70, woog het religieuze dictaat nog zwaar door. Ik herinner me hoe riskant het eigenlijk was dat ik met een gescheiden vrouw samenleefde terwijl ik in een katholieke instelling werkte. Was dat uitgekomen, dan riskeerde ik mijn baan. Dat is nu ondenkbaar.”

En hoe zit het met uw eigen verhouding met uw lichaam?

“Daarin ben ik geëvolueerd. Ik doe al zeker dertig jaar aan hardlopen met twee vrienden. Onze running gag is dat we ons afvragen: ‘Lopen we nu met of tegen onze opvoeding? Met of tegen ons lichaam?’ Want onze opvoeding was dus vrij hard. Pijn moest je negeren. Wie ziek was werd, zowel bij mij thuis als op het internaat, aan zijn lot overgelaten tot het over was. Wij drieën hebben marathons gelopen, een van ons behaalde een zwarte gordel in karate. Hardlopen was lange tijd iets om ons lichaam te harden. We liepen tégen ons lijf en pijn was een goed teken, alleen dan was de training goed geweest. Nu lopen we mét ons lichaam. Dat is veel plezieriger. Vroeger was het lichaam slecht, nu mag het er zijn.”

Maar ondanks de seksuele revolutie haperen onze intieme levens?

“Ja. Ik zie vanuit mijn praktijk wel vooral de problemen, natuurlijk. Maar die zijn vaak alleen maar een extremere vorm van wat breder speelt. Gelukkig is er sinds eind vorige eeuw dus een einde gekomen aan het eeuwenlange conflict met ons lichaam dat ‘bedwongen’ moest worden. Niemand dicteert ons nog van achter een altaar hoe we ermee moeten omgaan. Ik wil mensen echter wijzen op een nieuw, meer onzichtbaar dictaat dat onze intimiteit nu op andere manier verstoort.”

Een nieuwe Big Brother?

“Zoiets. Vanuit het monsterverbond tussen politiek, markt en samenleving worden ons heel specifieke beelden voorgehouden die ondertussen meer invloed dan onze ouders hebben op hoe we onze intimiteit en identiteit opbouwen. Het is een combinatie van maakbaarheid, wat op zich mooi is, en het idee dat je ‘nooit goed genoeg’ bent of genoeg hebt. Je lichaam kan vandaag niet mooi, strak, jong genoeg zijn. We moeten beantwoorden aan een ideaal waar we nooit aan kúnnen beantwoorden.

“Er is een permanente concurrentie met anderen én met jezelf. Dat zit in alle aspecten van onze levens. We wanen ons vrij van moralistische beperkingen, maar we zien niet dat alles in het teken staat van hedendaagse geboden: zo succesvol mogelijk zijn en dat zo veel mogelijk etaleren. Kinderen moeten ondernemers zijn van zichzelf. Talenten moet je te gelde maken, anders ben je een loser. Collega’s zijn concullega’s. Bescheidenheid is geen deugd, maar een reden om je op assertiviteitscursus te sturen. Zelfs mijn hardlopen zit nu via loopapps in een concurrentiemodel.”

Paul Verhaeghe: “We willen vastgehouden worden, zodat we ons weer beter in ons vel voelen. We zijn huidhongerig.” Beeld Jef Boes

Zijn competitie en prestatiedrang dan slecht?

“Zeker niet, en genieten van je succes ook niet. Wat wel nefast is, is de voortdurende dwang om dat te doen en het idee dat het nooit genoeg is. Er zijn nu volwassenen die in de put zitten wanneer ze te weinig likes hebben op Facebook. We moeten de anderen verslaan maar we hebben ze ook nodig om de hele tijd applaus te krijgen, wat van een enorme onzekerheid getuigt. En als we niet voldoen, als we zo niet gelukkig worden, falen of ziek zijn, is het onze eigen schuld en moeten we maar meer ons best doen. Maar van wie eigenlijk?”

We zijn toch meer bezig met zelfzorg, wellness?

“We staan stijf van de stress, dus zo vreemd is dat niet. Maar zelfs zelfzorg is door de commercie opgeslorpt. Onze bezorgdheid om ons lichaam is niet zorgzaam. Het is een bezorgdheid over de afstand die we nog moeten afleggen om dat ideale lijf te verwerven. Ongeveer iedere vrouw let op haar gewicht; gezondheid en schoonheid zijn een verplichting. En hoeveel stappen heb je vandaag gezet? Zelfs yoga en meditatie zijn consumptieproducten geworden om je imago op Instagram mee te boosten.

“De meest doortrapte list van de reclame is de boodschap om onze ‘individualiteit’ waar te maken. Resultaat: we kopen dezelfde, grotendeels overbodige spullen, doen aan dezelfde vormen van ontspanning, werken collectief steeds harder, gevolgd door hetzelfde soort vakantie dat we op hetzelfde soort Facebookpagina etaleren.”

U noemt die evolutie ziekmakend?

“Er is geen honger meer, maar er zijn wel meer eetproblemen en obesitas. Er is geen oorlog, maar we zitten de hele tijd in concurrentie met anderen en met onszelf. Mazelen en de pest zijn verleden tijd, maar het aantal diagnoses van depressie, burn-out, angststoornissen, auto-immuunaandoeningen, diabetes en bepaalde kankers nemen toe, allemaal aandoeningen die vaak verband houden met chronische stress. Ik zie ook veel schaamte. Zou dat allemaal toeval zijn? Zou het niet zeer goed kunnen dat die nieuwe normen de band met ons lichaam verstoren, ons vervreemden van onszelf, constant opjagen en dus ook ziek maken?”

Schaamte? In deze tijden?

“Wees maar gerust. Vroeger voelden we ons vooral schuldig want we hadden zondige verlangens, nu is er veel schaamte want we denken dat we falen. Ik hoor succesvolle hoogopgeleiden in mijn praktijk geregeld zeggen: ‘Op een dag gaan ze mij doorhebben en zien dat ik eigenlijk niets voorstel’. Die angst voor ontmaskering, voor falen is nieuw en alomtegenwoordig. Als perfectie de norm is, dan is elke fout een reden tot schaamte en angst voor ontmaskering.”

Heeft u zelf last van stress en schaamte?

“Toen er aan de Gentse universiteit een bikkelharde competitie was voor bevorderingen en fondsen, heb ik ervaren wat stress met je doet. Ik had al last gehad van lumbago en hernia door een verkeerde manier van spitten in mijn moestuin, en toen blokkeerde mijn rug helemaal. Nu heb ik veel minder last van stress. Ik leef bewuster en daardoor rustiger, ik draag meer zorg voor mijn lichaam en voor de mensen die ik graag zie.

“En omdat ik behoor tot de generatie die een schuldgevoel opgelepeld kreeg, zeker rond lichamelijkheid, heeft vooral daarvan loskomen mij zeer veel moeite gekost. Tot vandaag moet ik mij vaak verzetten tegen mijn inwendige, altijd strenge rechter. Schaamte heeft vooral te maken met de beoordelende blik van anderen, vaak over je uiterlijk en daar heb ik minder last van dan de jongere generatie, ook al omdat ik mij ver verwijderd hou van sociale media.”

Zeg nu niet dat het vroeger beter was.

(met klem) “Absoluut niet. Toen waren lichamelijkheid in het algemeen en seksuele gevoelens in het bijzonder verboden. Daar wil niemand naar terug. Maar nu moeten we heel veel, zonder te weten van wie. Ik hoor geregeld: ‘Ik moet naar de sportles’. Hoe absurd is dat? Vroeger konden we ons verzetten tegen bisschoppen en rijkswachters, nu gaan we gebukt onder een anoniem dictaat dat we via de beeldcultuur geïnternaliseerd hebben zonder dat we het beseffen. Je daartegen afzetten is veel lastiger. Ik zie mensen die fysiek een puinhoop zijn, maar die geen idee hebben van wat er met hen gebeurt, die verlangens nastreven die niet echt van hen zijn. Ze zijn een intieme onbekende voor zichzelf. Het zijn er veel meer dan je vermoedt.”

Wat die nieuwe normen met ons doen verklaart dat gebrek aan intimiteit?

“Ja. Met al het gedoe om er aan de buitenkant zo verkoopbaar mogelijk uit te zien, zijn we steeds minder afgestemd op de binnenkant. Dan wordt intimiteit helemaal moeilijk. Wanneer seks perfect moet zijn, tussen twee het liefst zo strak mogelijke lijven, dan is een vrijpartij een opvoering met spelers die toeschouwer en beoordelaar zijn. Wanneer een interne criticus de hele tijd zegt dat we niet goed genoeg zijn, dan remt ons dat heel erg af om ons over te geven aan een ander. Wanneer anderen vooral beoordelaars, potentiële critici en concurrenten zijn, is intimiteit onmogelijk. Dat is ook zo wanneer de competitieve buitenwereld ons privéleven binnendringt, en we de strijd om ter best, snelst, meest, meenemen naar huis. Dat we elkaar steeds minder live zien, waardoor onze capaciteit voor empathie afneemt, helpt ook niet. Om elkaar graag te zien, moet je elkaar zien.”

We zien onszelf niet graag genoeg, maar waren we niet net individualistischer dan ooit?

“Er is een enorm verschil tussen het huidige narcisme en jezelf graag zien. Zie je jezelf onvoorwaardelijk graag, of hangt het af van het oordeel van anderen? Voldoe je aan allerlei eisen omdat je dat echt graag doet, of omdat het goed is voor je imago? Jezelf echt graag zien, is je goed in en met je lichaam voelen, zonder publiek dat een score geeft. Zoals in je eentje dansen, zonder dat iemand je ziet, en daarvan genieten. Dat is intimiteit. Je goed in je vel voelen en daardoor dicht bij de ander kunnen komen zonder dat je applaus nodig hebt. Dat zijn we aan het kwijtspelen.”

Paul Verhaeghe: “Om je beter in je vel te gaan voelen, is het cruciaal stilte toe te laten.” Beeld Jef Boes

En? Hoe kunnen we onze intimiteit herstellen?

“Er zijn geen recepten, wel aanwijzingen. We kunnen eerst en vooral meer naar ons lichaam luisteren en er echt voor zorgen, niet in naam van een heersende norm. We kunnen meer stilstaan bij wat we van buitenaf opgedragen krijgen, en zien dat niets ons verplicht om die mallemolen te gehoorzamen. We kunnen uitzoeken wat we echt voelen, wat een goed leven echt voor ons betekent. Niet een beter leven of het beste leven, maar een goed leven dat bij jou past. Dat klinkt makkelijker dan het is. Ik zie hoe moeilijk mensen het vinden om hun werkelijke emoties en verlangens onder woorden te brengen.”

U put ook inspiratie uit uw eigen liefdesverdiet?

(glimlachend) “Ja. Ik was een prille twintiger. Het was zomer en ik voelde me doodongelukkig na een mislukte liefdesaffaire. De wereld was somber en leeg, mijn gedachten waren grijs en pijnlijk, goedbedoelde pogingen van vrienden om mij op te vrolijken maakten alles nog erger. Vanwaar het idee kwam, weet ik niet meer, maar ik besloot te gaan vissen. Avonden lang zat ik geconcentreerd te kijken naar het puntje van de dobber, dansend net boven het wateroppervlak. De zeldzame keren dat ik beet had, ergerde ik me blauw omdat het mijn gedachtestroom onderbrak. Op het einde van de zomer was mijn liefdesverdriet over. Ik voelde me zelfs stukken beter. Pas decennia later, toen ik praktijken zoals emdr (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een traumatherapie gebaseerd op oogbewegingen, red.) en meditatie leerde kennen, begreep ik waarom.”

Waarom?

“Omdat het een combinatie van die twee was, exact wat ik toen nodig had. We begrijpen niet hoe het werkt, maar de bewijzen voor de helende effecten van meditatie en emdr, yoga en aanverwanten stapelen zich op. Die meer fysieke methodes werken goed in combinatie met klassieke therapie en zijn zeer goeie manieren om van de vele spanningen in ons lichaam af te raken en beter met onszelf in contact te komen. Zelfs diehard wetenschapper Sam Harris publiceerde een boek met een pleidooi voor meditatie en spiritualiteit.”

Die zomer was u vooral ook alleen.

“Ja, ik wilde dat iedereen me met rust liet. Ook dat had ik toen niet door, maar om je beter in je vel te gaan voelen, is het cruciaal stilte toe te laten en te horen wat er dan komt over je angsten en verlangens, je kwaadheid en verveling, je pijn en genot.

“Ook daarvan krijgen we de aanzet al mee als kind, zoals Donald Winnicott dat in The Capacity to Be Alone beschrijft. Een peuter speelt in een hoekje, in zijn eigen wereld, en laat de ouder met rust. De ouder is er wel, maar is ook bezig en laat het kind met rust. Toch zijn ze samen. Ze zijn niet samen eenzaam. Bij de minste hapering reageren ze op elkaar. Ze zijn verbonden, zonder dat ze elkaar en elkaars applaus nodig hebben of elkaars afkeuring vrezen, zonder dat ze elkaar als een bedreiging ervaren. Die emotionele volwassenheid is nodig voor intimiteit. Maar dan moet je eerst met jezelf alleen kunnen zijn. En dat blijkt nu erg moeilijk.”

In welke zin?

“Ondanks de toenemende gevoelens van eenzaamheid zijn we nooit meer echt alleen en kunnen we het steeds minder goed. Onderzoekers ontdekten dat mensen nog nauwelijks in staat zijn gedurende een kwartier rustig alleen te zitten, met hun eigen gedachten. Na zes minuten waren velen zelfs bereid zichzelf een lichte elektrische schok toe te dienen om te ‘ontsnappen’. De vraag is aan wie of wat.”

Kunt u goed alleen zijn?

“Ik vind het niet onaangenaam en heb het ook nodig. Jarenlang sliep mijn vrouw al toen ik van mijn therapiesessies thuiskwam. Maar toen ze op pensioen ging, zat ze daar plots wel ’s avonds. Dat vond ik erg lastig na de intense gesprekken met mijn patiënten. Ik wilde toen echt even alleen zijn. Gelukkig begreep ze dat.”

We hadden het over hoe kritisch we voor elkaar en anderen zijn. Hoe goed kunt u zelf tegen kritiek?

“Kritiek op de psychoanalyse waarin ik gespecialiseerd ben, is soms op de man en niet op de bal en daar ging ik wel eens onder gebukt. Maar meestal is de kritiek van een erg zwak niveau want gebaseerd op algemeenheden en achterhaalde clichés, en dan heb ik er weinig last van.

Bent u hoopvol over de toekomst van onze intimiteit?

“Hier ben ik een vooruitgangsoptimist: we zijn vrijer dan ooit om ons te verzetten tegen huidige dictaten en voorgehouden beelden, alleen beseffen we het nauwelijks, maar dat bewustzijn neemt toe. Ik ben ook hoopvoller dan tien jaar geleden omdat er nu steeds meer bottom-upbewegingen komen, van stRaten-generaal tot kleinere projecten, kinderopvang na school of stadstuintjes. Daarin gaat het niet over competitie, maar zoeken mensen weer naar verbondenheid. Ik denk ook dat we steeds gezonder zullen omgaan met digitale communicatie.

“En ik zie meer mensen, die vervreemd waren van zichzelf, echte veranderingen in hun leven aanbrengen, waardoor intimiteit meer mogelijk wordt. Het hoopvolle is dat het allemaal van onderuit komt, zowel uit ons lichaam als uit het ‘sociale lichaam’. En wat van onderuit komt, dat hou je niet tegen.”

Beeld rv

Intimiteit van Paul Verhaeghe verschijnt op 15 november bij De Bezige Bij, 23,99 euro

Wie is Paul Verhaeghe?

• Geboren op 5 november 1955 In Roeselare

• Studeerde klinische psychologie en psychoanalyse aan de Universiteit Gent

• Schreef twee doctoraten: het eerste over hysterie (1985), het tweede over psychodiagnostiek (1992)

• Verwierf in 1998 nationale en internationale faam met zijn spraakmakende bestseller Liefde in tijden van eenzaamheid

• Bestudeert sedert 2000 vooral de invloed van maatschappelijke veranderingen op psychologische en psychiatrische moeilijkheden

• Publiceerde ook de boeken Het einde van de psychotherapie (2009), Identiteit (2012) en Autoriteit (2015), die een groot publiek bereikten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.