Dinsdag 18/06/2019
Pat Donnez is journalist en radiomaker voor Klara.

Interview Vragen van Proust

Pat Donnez: ‘Mevrouw Dutordoir, meneer Kesteloot, wanneer mogen wij eindelijk ook na 23 uur met de trein rijden?’

Pat Donnez is journalist en radiomaker voor Klara. Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: journalist en radiomaker Pat Donnez (60). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Hm. Ik heb het idee dat ik in de omgekeerde richting aan het leven ben. Ik ben oud geboren. Een ouwe ziel. Als puber sublimeer je de dood, je koestert het romantische idee om heel jong te sterven. (lachje) Alleen the good ones die young, hé. Naarmate ik ouder word laat ik het kind in mij meer los. Misschien word ik op den duur wel kinds en zal ik heel jong van geest sterven. Ik heb nog nooit zo veel energie gehad. Op dit ogenblik is mijn psychologische leeftijd 17. Laat maar komen, dus.

“Veertig vond ik een absoluut dieptepunt. Het is een huizenhoge gemeenplaats, maar op veertig zit je halverwege. Je staat in het toilet en vraagt je af: wat was het eigenlijk tot nog toe? Even je lul leegschudden en terug in je broek stoppen. Dat gele vlekje dat je achterlaat op je slipje, dat zijn die veertig jaar die gepasseerd zijn. Meer is het niet. Dus wat in hemelsnaam zou ik met de volgende veertig jaar aan moeten, om dan op mijn tachtigste weer in een toilet te staan, haperend en pruttelend, want die prostaat werkt allang niet meer, om vast te stellen dat je een iets groter vlekje in je onderbroek hebt achtergelaten? Die vergeefsheid heb ik jarenlang op een bijna pathetische manier gecultiveerd, tot ik al pratend bij de psycholoog inzag: goh, het was toch iets meer dan een geel vlekje in mijn onderbroek.”

BIO: geboren op 4 december 1958 in Mechelen • schrijver, dichter, performer, interviewer, radiomaker (Radio 1, sinds 2010 Klara) • bekend van radioprogramma’s als Titaantjes, Bromberen, Piazza, Zot van Elsschot • publiceerde onder meer gedichtenbundels en romans • presenteert elke zondag van 10 tot 11 op Klara Berg en dal • het boek Opa sneeuwt. Gedichten voor kinderen en andere grote mensen (2018), illustraties Hans Op de Beeck, is opnieuw beschikbaar, uitgeverij Kannibaal, 48 p., 24,95 euro

2.Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

(schraapt keel) “Empathie. Ik heb weinig moeite om mij in heel veel mensen te verplaatsen. Ik wil soms echt mensen binnenstebuiten keren, maar niet vanuit een ongezonde nieuwsgierigheid. Scoops interesseren me geen bal. Wat beweegt iemand, what makes Sammy run, dat interesseert mij en niet met wie hij of zij het doet, bijvoorbeeld.

“Dat inlevingsvermogen zou weleens een slinkse manier kunnen zijn om vooral mezelf niet te hoeven prijsgeven. Ik kan vrienden over de vloer krijgen die een hele avond zitten te vertellen, en na vijf, zes uur vragen ze: ‘Zeg en hoe is ’t eigenlijk met jou?’ Ik ben een luisteraar. Maar ik kan ook heel goed alleen zijn. Horror vacui, de angst voor de stilte of de leegte, als je ’s avonds thuiskomt na een lange dag buffelen, is mij volstrekt onbekend.”

3. Wat is uw passie?

“Schrijven, radio maken, mensen op een min of meer intelligente manier vermaken. Ik heb het zeldzame voorrecht om alleen maar de dingen te doen die ik graag doe. En ik hou ervan mij te omringen met schoonheid. Noem het een antidotum tegen de ontnuchterende lelijkheid van de wereld.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Van wie? Het leven is een sinistere grap.

“Stel dat iemand aan dat foetusje in de buik van je mama gezegd had: we gaan een deal sluiten. We droppen jou ergens in Vlaanderen, in een omgeving waar je niet echt vrolijk van wordt, tussen fermettes en pastoriewoningen langs een verkavelingsweg. Je huppelt daar een tijdje rond. Je loopt niet al te veel ziektes op, pas na je zestigste krijg je misschien een beetje kanker. Maar dan, zo rond je zeventigste, is het afgelopen, dan stoppen we je in een gat. Kom je uit de buik van je mama of niet? Hoeveel zouden er zeggen (klapt in handen): ja oké, yes! (lacht) Ik weet niet wat ik zou antwoorden. Ze maken je hoofd gek, ze winden je wat op en naarmate je er zin in begint te krijgen, is het alweer voorbij. Dat conceptje is toch niet echt doordacht hé?”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik lijd aan dyspraxie, dat is een heel chique manier om te zeggen dat ik eigenlijk te lomp ben om te helpen donderen. Als ik erin slaag om ’s ochtends een kop koffie te zetten die min of meer geslaagd is, ben ik een gelukkig man. Want meestal loopt het water achter het filterzakje om, en mag ik herbeginnen.”

6. Wat is uw zwakte?

“Ik moet uitkijken dat ik me niet verlies in empathie. Als ik de lift neem, kan het wel een tijdje duren voor ik op de bovenste verdieping beland, omdat ik de soms uitputtende gewoonte heb om iedereen te vragen hoe het gaat.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Ik leef al falend en al levend faal ik. Ik heb nergens spijt van. Geen seconde. Spijt is mij volstrekt onbekend, het is een begrip dat niet in mijn vocabularium past. Heb ik nog geen stommiteiten begaan? Ongeveer elke dag. Ben ik nog nooit met m’n bakkes tegen de muur gelopen? De muren zitten vol blutsen en builen van de keren dat ik ertegenaan ben gelopen, maar dat hoort bij het voortschrijdende inzicht. Heb ik nog nooit gedacht: shit, misschien had ik dat beter niet gedaan? Jawel. Heb ik daar spijt van? Da’s nog iets helemaal anders. Spijt heeft immers een morele implicatie. Spijt betekent dat je vol wroeging zit omdat je je schuldig voelt. Neen dus.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Ik zie met lede ogen en met een toenemende bezorgdheid die echt overgaat in angst, hoe onwetendheid vandaag een prestige wordt. Eclatante domheid is van alle tijden, maar de manier waarop vandaag onwetendheid als een soort van statussymbool wordt gebruikt, hoe machthebbers ongegeneerd onwetendheid verpakken als facts and figures, dat is iets wat mij zeer, zeer bezorgd maakt. Lezen is a priori verdacht geworden, feiten zijn meninkjes en meninkjes worden feiten. Latijns-Amerika, Brazilië, de States, hele delen van Europa worden gedomineerd door tafelspringers, mensen die het geen enkel probleem vinden om te regeren op basis van een slordig A4’tje dat een adviseur hen voor een persconferentie letterlijk in handen stopt.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Gisteravond, toen ik nog maar eens keek naar Zij gelooft in mij, die geweldig mooie documentaire van John Appel over André Hazes. Op een bepaald moment moet André in Ahoy in Rotterdam optreden. Dat is voor hem een klein beetje doodgaan want hij heeft ontzettend veel last van plankenkoorts. Hij slaat het servies aan diggelen, trekt zich terug in zijn hotelkamer, waar hij weer alles kort en klein slaat. De relatie met Rachel, zijn grote geliefde, moeder van zijn twee kinderen, staat op het spel, want het is godsonmogelijk geworden om dat elke keer te moeten verdragen. Ze weten dus allebei dat de scheiding zal worden ingezet.

“En dan komt dat grote concert in de Ahoy. De kijker is ervan overtuigd: hij staat er nu helemaal alleen voor, de grote André Hazes. Die eenzame man, verslaafd aan de alcohol, tegenover een uitzinnig publiek. We horen de eerste tonen van ‘Een beetje verliefd’. En dan gebeurt het, de camera zoomt in op André, en vanuit dat standpunt zien we ineens Rachel die daar staat, die tóch gekomen is. En dan begin ik te huilen. Dat is liefde.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Deze jongen heeft meer veiligheidskleppen dan de Boeing 707 die hier ooit in de buurt naar beneden is gestort (in Berg-Kampenhout, 1961, red.). Ik hou ervan mij theatraal op te winden, maar ik blijf altijd de controle behouden. Wellicht een effect van meditatie.”

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd?

“Zowel De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon en de beelden van Giacometti, als Afrikaanse kunst, die ik via mijn moeder, die een tijdje in Congo werkte, heb leren kennen. Er is zoveel wat mij vormt, elke dag opnieuw.”

12. Hoe was de band met uw ouders?

“Ik ben twee maanden te vroeg geboren. Toen ik rond m’n 2,5 bovendien een zware longontsteking kreeg, riep de kinderarts mijn moeder bij zich: ‘Mevrouw, uw kind is er heel erg aan toe, ik adviseer u om u niet te zeer te hechten.’ En ik moet zeggen dat mijn moeder dat advies tot op vandaag tamelijk goed respecteert. Ik was een couveusekind en nu ben ik een couveuseman. (lachje) Die kwetsbaarheid moet ik onder controle houden door distantie. In die zin heb ik een goed verstandshuwelijk met mijn moeder.

Pat Donnez: “Ik denk dat ik wel een charmeur ben, maar een heel behoedzame. Ik ben een lousy versierder. Met de handrem op.” Beeld Stefaan Temmerman

“Mijn moeder gaf les, bestierde het huishouden, had bovendien een druk sociaal leven als activiste en feministe. Ze heeft mij politieke gevoeligheid bijgebracht. Van mijn vader heb ik dan weer de liefde voor taal. Hij was Franstalig, werkte als manager voor een Amerikaans bedrijf en zat vaak in Japan. Mijn vader was een polyglot, een echte taalmagiër. Via taal creëerde hij een aparte wereld. Iedereen kreeg een bijnaam. Ik was Fats Domino, mijn zus Joséphine de Beauharnais, mijn broer Chris werd Clint. Mijn moeder bedacht hij met de raarste troetelnaampjes: muizenvel, slangennek, ma petite souris. Mijn ouders hadden een granieten relatie. Handje vasthouden, lieve woordjes fluisteren tot op zijn sterfbed.

“Je vader verliezen, dat is alsof het dak boven je hoofd wegwaait. Dan kom je helemaal alleen in de koude te staan. Maar doordat hij zo vaak uithuizig was, heb ik niet het gevoel dat ik hem écht gekend heb.”

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Als religieus betekent: ‘verbonden zijn met’, jazeker. Ik ben een religieuze mens. Agnost, gepassioneerd agnost, maar wel religieus, zeker. Ik trek me vaak terug in abdijen. Het monnikendom, alleen zijn met anderen, samen eten in stilte, samen in stilte door een gang lopen, zich samen al mediterend terugtrekken, dat is voor mij onmiskenbaar diep-religieus. Ook al vind ik het al dan niet bestaan van een God een volstrekt irrelevante vraag, toch voel ik me diep verbonden met die mannen.”

14. Wat betekent geld voor u?

“Ik zal nooit rijk worden. Ik trek me verschillende keren per jaar een dag of tien, twaalf terug in een abdij om te mediteren. Die tijd heb ik allang vrijgekocht, en dat heeft consequenties. Het gebeurt dat ik dagenlang niets doe. Niets hé. Niet lezen, geen filmpje kijken, niet op het displaytje van je iPhone zitten. Gewoon ‘zijn’. En urenlang door het raam kijken. Ik ben een aartsluie workaholic. Ik excelleer in heel hard werken om vaak niets te kunnen doen.

“Ik heb geen eigendom, geen spaargeld en geen schulden. Dat is dom, reactionair. Een econoom zou mij marginaal noemen.” (lacht)

15. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Eigenlijk goed. De Bijbel spreekt over het lichaam als een tempel Gods. Dat is als ideaal misschien wat te hoog gegrepen, maar ik vind nu ook niet dat ik er als een uitgewoond kraakpand bij loop. Als je het door een makelaar zou moeten laten taxeren, wordt het, denk ik, een ‘goed onderhouden vakantiewoning in niet-onaardige staat, wel hier en daar te verfraaien.” (gniffelt)

“Ik vind het belangrijk om in goede gezondheid oud te kunnen worden. Tot jolijt en misprijzen van mijn vrienden ben ik iemand die gezond leeft, gezond eet, veel beweegt. Dat is mijn trots.

“Of ik graag flirt? Ik ben een ladies’ man, Fernand. (lacht) Hm, ik denk dat ik wel een charmeur ben, maar een hele behoedzame. Ik ben een lousy versierder. Met de handrem op.”

16. Wat vindt u erotisch?

“Een middeleeuws manuscript. In het halfduister. Opengeslagen onder glas. Je wilt het aanraken, je wilt erin bladeren, je wilt de andere miniaturen zien, maar je kunt niet. Dat is voor mij het toppunt van sensualiteit.”

17. Wat is uw goorste fantasie?

“Nu peilen jullie naar bestialiteiten, maar dat is mij volkomen vreemd. Als ik fantaseer, kan dat dierlijk zijn, gepassioneerd, wild, ongeremd, liefst zwetend, spuitend als het moet, maar niet goor. Er zit toch altijd weer iets elegants in, iets schoons.”

18. Welk dier zou u willen zijn?

“Liefst iets met schubben. Ik zou het absoluut niet verdragen mochten ze de hele tijd over m’n rugje zitten aaien, zou daar heel erg gevaarlijk van worden. Doe mij maar een schildpad van een jaar of honderd. Ik heb een problematische verhouding met huisdieren, ben allergisch voor alles wat een vacht heeft. Mijn ervaring leert dat mensen die een huisdier hebben met een hoge aaibaarheidsfactor, vaak onaangenaam zijn.

“Of ik ook allergisch ben voor kinderen? (lacht) Ik heb een zoon, en dat is mijn buddy. Maar toen hij klein was – ik bedoel, iets groter dan een filet américain – zei hij mij inderdaad niets. Werkelijk niets! Een kind wordt pas interessant voor mij als het taal begint te krijgen. Mijn kind is een schitterend ongeluk, het mooiste wat mij ooit is overkomen, maar als het van mij alleen had afgehangen was ik kinderloos gebleven. Wat nog maar eens aantoont hoezeer je kunt dwalen, hé.”

19. Hoe definieert u liefde?

“Liefde, relationele liefde, is laveren tussen veel gedoe en een beetje genade. Vooral veel gedoe, maar het is voor de genade dat je het doet.

“In welke fase ik nu zit? (faustiaanse lach) Wachtend op de genade en het gedoe achter de rug. Hoe die tussenfase heet? Berusting. Net zomin als ik van iets spijt heb, kan ik naar iets snakken. Liefde overkomt je gewoon. Ik zou niet weten hoe ik op Tinder moet raken. Ik heb nog nooit gedatet, niet blind maar ook niet online. Ik ga ook niet achter iemand aan lopen, daar ben ik te trots voor. Berusting dus, we zien wel. Go with the flow.

(Fernand: ‘Geïnteresseerden kunnen misschien een lezersbrief insturen?’)

(lacht uitzinnig, klapt in handen) “Ja, de mooiste brief wordt geselecteerd. Help, help! De exploitatie van het vlees in de liefde is toch iets merkwaardigs, zowel in haar meest subtiele als haar meest platte vorm. Naar Temptation Island kan ik zitten kijken als een antropoloog. Voor mij zijn Pommeline en Fabrizio net zo fascinerend als George Clooney en z’n advocate, of m’n vader en m’n moeder of Romeo en Juliet. In de liefde bestaat er geen hiërarchie.”

20. Bent u een goede vriend?

“Ik heb voor het geëerde blad Dag Allemaal – ik geef zelden interviews, maar ik dacht: voor Dag Allemaal moet ik eens een uitzondering maken – ooit gezegd dat ik een genereuze vriend ben. Toen hebben al mijn vrienden mij begraven onder berichten. ‘Jij genereus? Sinds wanneer?’ Mijn vrienden zijn nogal materialistisch van aard. (lacht) Maar toch zeg ik dat ik genereus ben, in die zin dat ik voor een vriend door het vuur ga. Ik hou van mijn vrienden. Ik acht vriendschap trouwens hoger dan relationele liefde.”

21. Hoe zou u willen sterven?

“Als ik een beetje consequent ben in mijn betoog: niet! Maar je kunt niet blijven leven, ik zou iedereen alleen maar tot last zijn. Dus, mijn ideale dood is kerngezond van een trapladdertje in de kelder vallen en zozeer gehavend zijn dat er niet veel meer overblijft maar nog net genoeg om een paar dagen mijn beste vrienden te ontvangen om mij vervolgens te laten inslapen, want ik wil wel de regie over mijn eigen leven behouden.

“Mijn laatste avondmaal? Iets heel sobers. Ik blijf op mijn lijn letten, ook in de laatste uren. Een pasta pesto, zoals het hoort. En nu ga ik heel erg vloeken in de gastronomische kerk: met een colaatje zero. En neen, geen brunello.” (lacht)

(Ann: ‘Quelle horreur!’)

22. Wat is voor u de hel op aarde?

“Je zit in een groepje hartgrondig te discussiëren. Je houdt een verbaal steekspel, waarbij je elkaar prikken toedient, soms zelfs een genadiglijke dolkstoot, je strooit ongegeneerd je eruditie in het rond en dan is er één iemand die het spel verbrodt en zegt: (met sullenstem) ‘Ik heb dat hier efkes opgezocht, da klopt niet zenne.’

(opgewonden) “Da’s érg! Daar gaat het niet om. (opnieuw met sullenstem) ‘Ja maar ja, het staat hier’. Dat doodt elke discussie, dat doodt alles in de pot, dat ding hé, dat díng! Nu, onder vrienden hebben we een stilzwijgende afspraak. Dat díng komt niet boven hé, punt!”

23. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens?

“Tuurlijk. Jullie niet? De vraag is: wat doe je ermee? Er is een verschil tussen racistisch denken en racistisch gedrag. Daaraan toegeven is ontoelaatbaar.”

24.Wat is uw vreselijkste vakantieherinnering?

“Een regenachtige zomer in Wenduine. Het soort zomer dat voor de klimaatopwarming schering en inslag was. Op een van de zeldzame zonnige dagen ben ik met een vriendin op het strand gaan liggen, in zwembroek. En ik heb dat drie uur volgehouden. Ik denk dat heel België op dat stukje wilde liggen waar wij lagen, opgestapeld. Keffende hondjes, van die kutlikkertjes. Krijsende kinderen met lelijke schepnetjes en plastieken schopjes en vieze ballen. Links een obese vrouw die bezig was een hartaanval te kweken. Rechts een luidruchtige vent die alleen maar staccato tegen zijn vrouw kon praten. Roodgebrand ben ik terug van het strand gekomen en ik heb gezworen: never ever again!”

25. Wie zou u hier uw gedacht willen zeggen?

(tikt met vingers op tafel) “Sophie Dutordoir, de baas van de NMBS, en Roger Kesteloot, de baas van De Lijn, nodig ik bij deze uit, vergezeld van hun voogdijministers. Ga zitten. Geef mij twee minuten. Dan haal ik heel diep adem. En dan zeg ik: ‘Mevrouw Dutordoir, meneer Kesteloot, geachte ministers, wanneer mogen wij eindelijk ook na elf uur ’s avonds met de trein rijden? En de bus nemen, en de tram? Wanneer mogen we eindelijk weer eens uitgaan zonder dat we godverdomme na drieën ’s nachts uren moeten ronddolen, wachtend op de eerste trein, bus of tram om halfvijf of halfzes? Dat is een beschaving onwaardig! En dan zeggen ze: ‘Ja maar, wete gij hoeveel dat da kost?’ En dan zeg ik aan die voogdijministers: ‘Leg het maar eens uit, dat wij vier miljard veil hebben voor de autoindustrie en twee miljard voor alles wat openbaar vervoer heet in België. Leg dat eens uit!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden