Maandag 14/10/2019

interview

Otto-Jan Ham: "Zelfdestructieve versie van mezelf mag stilaan met pensioen"

Beeld Karel Duerinckx

Hij is naar eigen zeggen cynisch, zwartgallig en zoals de meeste mensen een laffe hond. Welkom in de op het eerste gezicht niet zo ideale wereld van presentator Otto-Jan Ham (39). 

Eigenlijk is het simpel. “De Otto-Jan die je bezig ziet in De ideale wereld en straks weer in Hotel Römantiek (het tweede seizoen is vanaf 8 februari te zien op Vier, red.) is natuurlijk voor een groot stuk gemodelleerd op de Otto-Jan die hier nu zit.” Vrijwel onmiddellijk, zonder veel plichtplegingen en koetjes en kalfjes, steekt Otto-Jan Ham van wal. Ad rem en cynisch dus? “Ik heb nooit echt een rooskleurig wereldbeeld gehad. Dat helpt om moppen te maken.

“Cynisme op zich vind ik trouwens niet verkeerd. Het was Hans Teeuwen die ooit zei dat het ons onderscheidt van de dieren. Zolang het je basisinstelling maar niet wordt: je mag er niet mee opstaan.

Bij momenten kan ik zeer zwartgallig en pessimistisch zijn, maar dan moet je jezelf daarvan bewust zijn en toch proberen om open te blijven staan voor silver linings. Die moet je zien en opslaan en dat dan een paar keer hardop zeggen.”

Zo, de toon is gezet. Of hoe een ­programma kan samenvallen met de blik van zijn presentator. “Cynisme is ook maar een manier om gehoor te geven aan onvrede. Ik wil niet zomaar alles slikken. Misschien heb ik dat meegekregen van thuis of zit het in mijn Nederlandse genen. Kritisch in het leven staan en dingen in twijfel durven ­trekken, heeft altijd in mij gezeten. En hoe ouder en wijzer je wordt, hoe beter je cynisch leert te zijn.”

Hij moet er zelf om lachen. Ham praat snel en vlot en meermaals zal hij in het ­midden van zijn zin plots stoppen om zich luidop af te vragen wat de vraag nu ook alweer was. Het brengt hem niet van de wijs, integendeel, hij lijkt precies te weten wat hij kwijt wil, en vooral ook wat niet. Vlot is geen synoniem voor open.

Na een welgekomen winterstop is het satirische De ideale wereld terug. Al vijf jaar lang is Otto-Jan Ham de presentator en meer. Daar is hij fier op en nog fierder is hij op de ploeg die hard – “Oké, er zijn een paar luizakken maar dat ben ik ook” – achter de schermen werkt. Dat wil hij expliciet gezegd hebben. De unsung heroes, noemt hij hen. “Ze zijn jong, hun lichaam is nog perfect – maar daar zullen ze zich pas bewust van worden als het te laat is – en vooral, ze ­hebben talent.

“Er hebben wat mensen de ploeg verlaten en er komen nieuwe mensen bij. Die veranderingen zijn goed en houden de ploeg scherp. Maar natuurlijk denk ik ook zelf na over nieuwe plannen. Of dat dan na of naast De ideale wereld is, zien we wel. Het is niet dat ik plots ‘fuck’ tegen alles ga zeggen en voor een jaar vertrek met mijn rugzak. Ik denk al in een concrete richting, maar de tijd is nog niet rijp om daarover te praten.”

Ook dat nog

Dat De ideale wereld al eens op hem weegt, is een feit. De twee weken kerstvakantie ­hebben hem dan ook deugd gedaan. Even het hoofd leegmaken. Even niet constant aan de lijn hangen met de producer of eindredacteur. Even elkaar én de actualiteit loslaten. “Even niet hoeven te lezen over al die fucking banaliteiten waarmee kranten gevuld worden, is heerlijk. Al zet ik de knop nooit volledig uit. Ik ben altijd geëngageerd geweest en veel kranten lezen deed ik bij Studio Brussel ook al. Het is een natuurlijke, aangeboren belangstelling voor alles wat er gebeurt. Als je een actuaprogramma maakt, volg je alles nog nauwgezetter.

“Ik spel de krant niet, hè. Maar ik moet wel precies weten hoe het zit met bijvoorbeeld Tom Meeuws. ‘Ongeveer’ is niet goed genoeg. In mijn vrije tijd ben ik geneigd om dat allemaal op een grote hoop te gooien en laat ik de details van zo’n moedeloos makend verhaal graag aan mij voorbijgaan. Ik ben ook maar een mens met een beperkt incasseringsvermogen. De misselijkmakende ­artikels over de Hoorn van Afrika, de Rohingya of die Sudanese kwestie: allemaal zo verdrietig als je dat leest. En dan komt die verschrikkelijke politieke staart nog... Je hoeft heus niet hoogsensitief te zijn om daar last van te hebben.

“Ik heb ook soms moeite met de stompzinnigheid van de ‘Ook dat nog’-nieuwtjes in de krant of op de nieuwssite van de VRT. Het vulsel. Ik heb ondertussen geleerd om ­kritisch een krant of een nieuwssite te lezen. En pas op, ik ga niet mee in het idee dat de journalistiek aan het afglijden is. Er is gewoon veel meer en het moet allemaal gevuld worden. Er is zo’n kwak stompzinnigheid bij gekomen die me wel eens ontmoedigt.

“Neem nu Wout van Aert, die gesponsord wordt door Red Bull. Een krant belt dan naar een dokter met de vraag of het niet raar is dat een energiedrank daar achter zit. Uiteraard, zegt die dokter dan, natuurlijk. Tja. En wat dan met de Jupiler Pro League of de Croky Cup! Dat wordt gecreëerd, Twitter ontploft...”

Ham breekt zijn zin af en bijna verontschuldigend voegt hij eraan toe: “Ik ben alweer aan het gaan. Eigenlijk zouden we er geen aandacht aan mogen besteden.”

Hij is te laat voor het gesprek. Zonder een poging tot excuus. “Ik ben gewoon te laat ­vertrokken.” En hij is met de fiets gekomen. Vijfentwintig kilometer langs het kanaal van Halle naar Vilvoorde. Vergezeld door hagel, maar dat wuift Ham weg. “Niks van gevoeld.” Ook een compliment over zijn presentatorschap wordt snel van tafel geveegd. “Als ­presentator van 
De ideale wereld kan ik ­ongefilterd meningen ventileren. Dat zijn niet altijd die van mij, maar ik vind het heerlijk om de boel op te stoken, en dan moet iedereen het maar voor zichzelf uitmaken. Wat doen mijn meningen ertoe? Echt niets. Niks. Ik wil gewoon dat iedereen op z’n minst gaat fucking nadenken.

"Ik heb niet het gevoel dat ik mezelf aan het herhalen ben, of dat ik iets aan het doen ben dat overbodig is, of irrelevant." Beeld Karel Duerinckx

Fishy vingertje

“Ik ben heel voorzichtig met mijn mening. Al was het maar omdat  ik wel eens van gedacht verander en dat waardevol vind. Ik vind dat je voorzichtig moet zijn met boodschappen verkondigen zoals sommige ­comedians dat zo graag doen. Voor je het weet, sta je met het vingertje te zwaaien en dat vind ik fishy.

“Wat ik bijna altijd doe, is mijn gast het tegenovergestelde voorleggen. ‘Is het toch niet zo dat...’, of: ‘Kwade tongen beweren...’ Het is geen Terzake of zo; ik ben niet geïnteresseerd in dat soort gesprek. In het beste geval wil ik dat ze het achterste van hun tong laten zien, wat niet altijd lukt. Maar het is niet mijn bedoeling om iemand in een hoek te drijven of voor schut te zetten. Het is al geen gemakkelijk programma om te gaan zitten. Mijn gasten mogen ook schitteren en ­ontspannen. En ik ben oprecht benieuwd naar ieders mening.

“Ik wil presenteren zonder vooroordelen. Ik bedien mij van een soort grenzeloze naïviteit. En onnozelheid. Dat is mijn wapen.”

Naïviteit en cynisme gaan hand in hand bij Ham. Gespeeld verwonderd, maar het zou net zo goed echt kunnen zijn, zegt hij: “Hoe krijg ik ze toch in één lichaam? Hoe doe ik het toch?” Uit zijn mond klinkt het grappig.

Neus voor onrecht

“Er zijn maar een paar mensen met wie ik echt problemen heb. Ik kan ze op één hand tellen. Ik noem ze ‘de manifest boosaardigen’. Als jij bijvoorbeeld aan het hoofd staat van een bedrijf en jij weet dat je kinderen uitbuit om jouw diamanten uit de grond te halen... Wat ben je dan? Ook zulke mensen fascineren mij en wil ik graag interviewen. Dat ze mij maar eens overtuigen dat ze niet slecht zijn! Maar De ideale wereld is daar niet het juiste programma voor.”

Een hint naar de toekomst? Ja, in de zin dat hij zeker eens op een andere manier wil interviewen, met een andere jas aan, zoals hij het noemt. Nee, omdat hij de lippen voor de rest stijf op elkaar houdt. Leraar zijn, lijkt hem wel wat, maar dat is nog niet voor nu. Theater, schrijven, misschien iets in Nederland. “Ik ben zeker niet uitgekeken op televisie, verre van. Ik heb niet het gevoel dat ik mezelf aan het herhalen ben, of dat ik iets aan het doen ben dat overbodig is, of irrelevant. Dat zou geen zin hebben.

“In mijn familie (Ham heeft een broer en een zus, red.) hebben we allemaal een neus voor en een afkeer van onrecht, in alle soorten en gewichten. Als een leraar iets over je zei dat je niet juist vond of onrechtvaardig, dan zeiden we dat. Daar waren we mondig genoeg voor. Dat is, denk ik, Hollands. Dat wordt wel eens verward met arrogantie, maar dat is het niet. Het is gewoon voor jouw ideeën opkomen. Wij worden sneller kwaad als we iets zien dat we onrechtvaardig ­vinden.

“Ik kan dingen moeilijk naast me neerleggen. Als iemand voor mij in de file zijn raampje opendoet om vuilnis weg te gooien, dan stap ik uit en raap ik dat ostentatief op en gooi het in mijn eigen auto. Ruzie ga ik niet maken, dat haat ik en ik ben er ook veel te bang en te laf voor. Meestal sla ik dan echt een modderfiguur omdat ik van de zenuwen wat raars brabbel. Ik probeer in actie te komen, maar ik moet er meteen bij vertellen dat ik ook, net als iedereen of de meesten, een laffe hond ben. Ik weet niet of ik op elk moment een stap naar voor zou zetten. Mijn broer en zus zijn daar straffer in.”

Pindakaas

Het is duidelijk dat het potje gesloten blijft als het over zijn familie gaat. Over zijn ouders zegt hij: “Die genieten van hun pensioen en hun kleinkinderen en spelen golf”. Méér niet, buiten: “Mijn moeder is zo’n typische, bezorgde moeder”. En dat ze, toen hij één jaar oud was, naar België verhuisd zijn en hier nog steeds wonen. Of hij het soms lastig vindt om telkens weer als Nederlander bestempeld te worden? “Ik ben Nederlander noch Belg, maar ik voel me wel verbonden met beide landen.” Nee, integendeel, zo blijkt.

“Het tekent me wel. Ik ken het idee van een nationale identiteit niet, maar aan een volkse aard ontkom je niet. Dat zit in je. Ik word ook gewoon een blije aap als het Nederlands elftal gaat voetballen, en ik voel een ongepaste trots als een Nederlander een medaille haalt. Dat blijft. Ik wou dat ik kon zeggen dat het niet zo was en dat ik daar helemaal vrij van ben, maar dat is niet zo.

“Ik voel me niet honderd procent Nederlander. Ik baal even hard van dat land als dat ik ervan hou. En dat geldt ook voor België.” Ja, hij werd als kind wel eens gepest met zijn Nederlands zijn, zelfs door leerkrachten. “Dat pesten bleef beperkt tot: ­pindakaas, kroket, hartstikke. Mijn andere afkomst heeft me voor de rest niet in de weg gezeten, wat bij een bijvoorbeeld Marokkaanse Belg helaas vaak anders is. Ik heb kansen gekregen om verder te studeren. Stereotiepe moppen over Hollanders? Ze doen maar. Het kan me geen hol schelen.

“Een Marokkaan wordt erdoor belemmerd in zijn of haar ontwikkeling. Voor mij is het een exotisch element dat maakt dat ik ‘interessanter’ lijk. Ik heb een tijdje in Nederland gewerkt en daar zien ze mij als een Vlaming. Hier ben ik die Nederlander. Telkens wordt het verschil omarmd en is het een voordeel. Dat geldt niet voor iemand die pakweg uit de Balkan komt. Ik vind die ­vaststelling heel pijnlijk.”

Dat lijkt wel op een mening. Wil hij eigenlijk impact hebben en op bepaalde debatten wegen, ook al vindt hij zijn eigen mening niet interessant voor de gemeenschap?

“Ik vind dat mijn engagement verder moet gaan dan mopjes maken, ja. Maar ik ben heel voorzichtig met en ik heb zelfs een beetje afkeer van het morele superioriteits­gevoel van een bekende mens die vanuit zijn bekendheid gaat zwaaien met het vingertje. Ik denk dat je engagement ook op een ­anoniemer niveau kunt laten gelden.

“Neem nu het geval van het peterschap. Daar krijg ik veel vragen over. Ik hou de boot altijd af omdat ik denk: er zijn zoveel mensen die dat doen, die dan peter of meter van ­zestien goede doelen zijn, en tegelijkertijd reclame maken voor keukens. Wat is het dan nog waard? Als je naar Nigeria gaat om daar met eigen ogen te zien wat er allemaal aan de hand is, waar zit dan precies je engagement? Ik vind dat je dat op z’n minst in vraag moet durven stellen. Tegelijk weerhoudt niets jou of mij ervan om je achter de schermen voor iets in te zetten.

Otto-Jan Ham: "Ik heb altijd de neiging gevoeld om mensen te entertainen. Ik vind het trouwens een eervol beroep." Beeld Karel Duerinckx

“Ik heb er geen nood aan om te roepen: kijk wat ik allemaal doe! Laatst vroeg men mij in een interview hoeveel ik aan het goede doel geef. Wel, dat gaat niemand een zak aan. Ik meen het. Als ik daar iets over zeg, is dat dan een soort standaard? Ik vind dat het mijn plicht is om engagement te tonen en iets te doen, maar ik vind dat iets heel persoonlijks.”

Zijn engagement en privé mag hij dan afschermen, op een podium staan, wilde Ham al in zijn kinderjaren. “Toen ik klein was en met de fiets naar school reed, deed ik al interviews met mezelf. Fuck it, ik moet daar niet flauw over doen. Ik denk dat ik altijd al beroemd wou worden. Ik heb altijd de neiging gevoeld om mensen te entertainen. Ik heb daar geen schroom over. Ik vind het trouwens een eervol beroep.

“Het risico van op een podium te staan, vind ik heerlijk. Ik hou van de zenuwen, van het applaus, van het gevoel dat je iets overbrengt. Ongetwijfeld is dat ook ijdelheid, maar ik vind het cool. In al zijn verschijningsvormen. Ik vind het even waardevol om met mijn hobbyband voor vier dronken mensen te spelen. In mijn vrije tijd daaren­tegen zoek ik het podium nooit op. In gezelschap ben ik doorgaans vrij rustig. Zeker als ik de mensen niet zo goed ken, ben ik stil en timide. Als ik door een winkelstraat loop, is dat met de kop naar beneden. Hoe minder aandacht, hoe beter.”

Om negen uur in bed

Dit jaar wordt hij 40. “Ja, ik word ouder. Dat is een feit. Er was iemand die naar aanleiding van het eerste seizoen van Hotel Römantiek zei: ‘Die met zijn ongepaste opmerkingen, die beseft niet dat hij zelf ouder gaat worden’. Als er nu één ding is dat ik goed besef, is dat ik ouder word en dat oud zijn er heel snel zal zijn. Ik maak er af en toe harde moppen over om het voor mezelf behapbaar te maken.

“Oud en afhankelijk worden, is geen prettig vooruitzicht. Juist daarom is het heerlijk om in zo’n programma zestigplussers dingen te laten doen die ze waarschijnlijk anders niet zouden doen. Maar dat je liever super­viriel blijft: natuurlijk! Wat is een plezante leeftijd? Vijfentwintig? Iedereen ziet zichzelf liever als hij nog superknap en atletisch is. Maar voor alle andere leeftijden geldt ook iets waardevols. Een baby heeft iets, een ­vierjarige is ook fantastisch.

“Op oudejaarsavond ben ik om negen uur gaan slapen en als ik de kans krijg, ga ik samen met mijn kinderen slapen. Als mijn oudste dochter op dansles is, in een soort clubhuis, vind ik het heel tof om daar te ­zitten en iets te lezen. Dat maakt dat ik me ouder voel, maar daar geniet ik van. Ik kan nu al niet wachten tot de verbouwingen in ons huis klaar zijn, en er weer wat orde komt. Huiselijkheid: ik vind dat heerlijk.

“Er zit nog een stuk in mij dat zich daartegen verzet, maar ik ben het langzaam monddood aan het maken. Burgerlijkheid, ouder worden, rust. Ik heb heel lang een zeer aanwezige, zelfdestructieve versie van mezelf in mij gehad. En die zit er nog altijd, maar ik heb het gevoel dat die de strijd aan het ­verliezen is. En dat vind ik zeer oké. Ik heb lang gedacht: ik moet die bijhouden, want dat is wie ik ben, en bla bla bla. Het is zeker voor een stuk wie ik ben, maar het mag eens met pensioen.”

Otto-Jan Ham lacht. Zijn oprechtheid is ontroerend oprecht. Onder zelfdestructie verstaat hij trouwens ook écht zelfdestructie. “Met tweehonderd kilometer per uur ergens tegenaan lopen, en dat is dan nog te zacht uitgedrukt. Ik heb altijd het imago gehad, al van in het begin bij Studio Brussel, van de wildebras te zijn die niet sliep, die superveel zoop en de meest ongepaste dingen zei. Dat kleeft in De ideale wereld ook nog aan mij: de rouwdouwer die zich nergens iets van ­aantrekt. Dat ben ik ook wel voor een stuk, maar ik hoef dat niet altijd in de praktijk te brengen. Soms word je ook verplicht om zo te zijn.

“Je kunt je afvragen in hoeverre je iets doet omdat je denkt dat je het hoort te doen, of omdat je je er gewoon prettig bij voelt. Nu ja, dat heeft elk mens. Zoeken naar vrede met jezelf. Dat is wel interessant aan ouder worden, aan leven. En daarbij jezelf niet uit het oog verliezen. Je hebt genoeg mensen die een leven leiden dat niet het hunne is."

Alles kan beter

“Alles kan altijd beter. Ik ben nogal angstig aangelegd. Ik tob veel. Over de toekomst, de kinderen (Ham heeft twee jonge dochters, red.), het klimaat. Alle grote en kleine thema’s. Als er íéts verandert door kinderen te krijgen, is het wel dat het leven niet meer vrijblijvend is. Ik kan nergens nog over denken: so be it. Een vervelende consequentie van kinderen hebben. Ik heb natuurlijk twee toffe kinderen. Ze zullen er wel geraken, maar de toekomst die voor hen ligt, is er niet eentje die ik zelf bedacht zou hebben. Ik zie het nogal zwart. Mijn vriendin noemt het negatief. Ik noem dat realistisch.

“Als ik iets optimistisch zie aan de toekomst, is het dat mijn kinderen in een diverser milieu opgroeien. En hopelijk brengt het empathie met zich mee. Ik vind het superbelangrijk dat kinderen weten dat niet iedereen in ons land wit is, dezelfde taal spreekt, dezelfde vermogens heeft. Dat is al een ­vooruitgang tegenover mijn generatie die zeer beschermd opgevoed is. Niet dat het iemands schuld is. Onze kinderen gaan het beter doen. Dat kan haast niet anders. Silver linings! Ze zijn er.”

“Mag ik naar de wc?”, vraagt hij plots. Het lijkt zijn manier om beleefd maar even ­kordaat komaf met het gesprek te maken. Even later zien we elkaar terug terwijl hij, iets of wat knorrig maar professioneel, de fotosessie ondergaat. De grote baas van Woestijnvis, Erik Watté, loopt langs. Zonder intro of begroeting somt Watté goede en slechte punten op van de uitzending van ­gisteren. Of hij dat altijd doet, zo’n uitgebreide feedback geven, vraag ik. Watté kijkt mij speels aan en met een grote grijns en knipoog zegt hij: “Alleen als ik indruk kan maken op de krant”. En weg is hij, even geruisloos als hij gekomen is. Net als Otto-Jan Ham, die telefonerend van het toneel ­verdwijnt, De ideale wereld tegemoet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234