Vrijdag 24/05/2019

Interview

Opgroeien met mei 68-ouders: "De enige regel was dat er geen regels waren. Ultieme chaos. Vreselijk"

Nic Balthazar: 'Wat wij niet allemaal opgelost hebben! Franco verslagen, door niet naar Spanje op vakantie te gaan. Apartheid afgeschaft, door geen Zuid-Afrikaanse appelsienen meer te eten. Daar waren ze daar niet goed van, hoor.' Beeld BAS BOGAERTS

De generatie van mei ’68 trok de revolutie ook door in haar manier van opvoeden. Weg met het autoritaire gezag! Regisseurs Nic Balthazar en Dorothée van den Berghe mochten, nee, moésten, van hun ouders hun eigen grenzen stellen. "De littekens aan het huis bleven nog jaren zichtbaar."

Hoe hij nu precies is opgevoed? "Gewoon, niet", grinnikt regisseur Nic Balthazar.

Ze zitten gezellig samen op de bank in het appartement van vader Herman, met zicht op de Gentse Sint-Baafs­abdij. De chemie tussen vader en zoon zit goed, dat merk je meteen. De een (vader Herman, 80) geeft rustig uitleg over die belangrijke en hoopvolle jaren 60 en alle vrijheden die daarmee gepaard gingen. De ander (zoon Nic, 53) vertelt gretig over hoe het soms fout liep met zijn ‘vrije’ opvoeding. Want neen, antiautoritair opvoeden is – in de Balthazar-versie althans – niet eenvoudig. Het vraagt van zowel ouders als kinderen een hoop vaardigheden.

En dan komt het verhaal van het ‘mythische feestje’ al vlug op tafel. Een klassiek scenario: ouders paar dagen op reis en tienerzoon besluit om enkele vrienden uit te nodigen voor een feestje. Dat verloopt goed. Stevig feestje, maar niets wat een goede poetsbeurt en een tapijt­reiniger niet konden oplossen. “En dus mocht ik het jaar daarop nog eens een feestje geven van mijn ouders”, grinnikt Nic. “Alleen had mijn feestje ondertussen zo’n mythische klank gekregen dat er drie keer zoveel volk op afkwam als was uitgenodigd.”

En dus liep het redelijk uit de hand. Om half­drie ’s nachts bleek de drank op, waarop minder galante genodigden in de wijnkelder van pa belandden. Na het feestje bleek er veel schade aan het huis en gaten in het tapijt. De littekens aan het huis bleven nog jaren zichtbaar.

Nic: “En dan herinner ik me nog zeer goed dat mijn pa na het feestje weer thuis kwam en tegen mij zei: ‘Manneke, had ik je nu geen anti­autoritaire opvoeding gegeven, dan kreeg je het pak rammel van je leven.’ Geloof me, dat had dezelfde impact als zo’n pak rammel daadwerkelijk krijgen. Het was bijna erger, omdat je weet dat hij denkt: ‘Gast, ik heb je zover vertrouwd en je hebt dat vertrouwen beschaamd.’ Ik had op dat moment veel liever gehad dat hij desnoods zijn riem boven­haalde. Dan had ik de volgende dag kunnen zeggen: ‘Mijn pa heeft mij geslagen, de smeerlap.' Dat was makkelijker geweest.” (lacht)

Het vroeg van vader Herman een bijna boven­menselijke inspanning om rustig te blijven, die keer. Maar dat was de consequentie van de keuze om je kinderen vrij, of beter gezegd antiautoritair, op te voeden, wist hij. En dat was een heel bewuste keuze.

Herman: “Mijn vrouw en ik waren heel blij om in die woelige jaren 60 te leven. Heel wat conventies en regels werden overboord gegooid en voor jonge mensen als wij kwamen er veel nieuwe vrijheden. De meeste van onze vrienden waren mensen die ook meegingen in die stroom van vrijheden: seksuele vrijheid, anticonceptie­pillen, de eerste gevechten voor abortus. Alles lag open. En dat wilden we ook meegeven aan onze kinderen. Je probeert je kind mee een plaats te laten zoeken in die maatschappij van vrijheden.” En zo gebeurde het dat het gezin Balthazar zonen Nic en Tom meenamen naar naturisten­campings, dat de huis­bibliotheek beladen was met prenten­boekjes over seksuele op­voeding en dat er heel vaak feestjes en hevige discussie­avonden waren in hun huis in Sint-Amands­berg.

Vader Herman: 'We waren de eersten met kinderen, dus om geen baby­sit nodig te hebben, kwam iedereen gewoon bij ons feesten en flink debatteren.' Beeld BAS BOGAERTS

“We hadden een open huis, ja”, zegt Herman. “We waren de eersten met kinderen, dus om geen baby­sit nodig te hebben, kwam iedereen gewoon bij ons feesten en flink debatteren. De jongens hebben dat heel bewust meegemaakt.”

Twijfel

Over vrij opvoeden bestonden in die tijd veel opvattingen. Sommige ouders vonden dat ze hun kinderen volledig vrij moesten laten om zich te ontplooien, anderen probeerden hun kinderen dan weer vooral te wapenen tegen mensen die hen wilden beïnvloeden. De Balthazars kozen voor een eerder gematigde vorm van antiautoritair opvoeden, al was dat vooral iets dat ze pas later zo zijn gaan benoemen.

Herman: “We zagen onze kinderen als autonome persoonlijkheden die best wel in staat waren om hun eigen weg te vinden. Maar het leek ons geen goed plan om hen zomaar volledig los te laten. Je moet als ouder je kind wat sturen.”

Nic: “Mijn pa was er wel behoorlijk sterk in om je het gevoel te geven dat je helemaal alleen tot een beslissing gekomen was, die in wezen grotendeels de zijne was. De subtiele kracht van overtuigen, zeker?”

En vader Herman had daar zo zijn truken voor. Nic: “Bij het uitgaan vroeg mijn pa dan: ‘Wanneer denk je dat het verstandig is om thuis te zijn?’ Ik was 16 jaar en verstandig zijn was niet meteen mijn beste punt. (lacht) Als enige ‘sukkel zonder uur’ krijg je als tiener wel een vreselijke verantwoordelijkheid op je schouders. Je moet namelijk zelf nadenken over wat nu verstandig zou zijn. Bij mij liep dat wel eens fout. Mijn vader zei dan ook af en toe: ‘Ik denk dat ik jullie toch beter naar een jezuïeten­college had gestuurd.’ Wat aangeeft dat hij toch ook wel eens twijfelde.

"Bij mij zal het wel met karakter te maken hebben. Ik ben vandaag, vrees ik, nog altijd degene die in elke horeca­zaak als laatste blijft hangen en op elk feestje nog op de dans­vloer staat als de lichten weer aangaan. Wat dat betreft heeft het geen eind­uur hebben niet echt geholpen.” (lacht)

Dolle mina

Bij de Balthazars betekende ‘antiautoritair’ ook duidelijk ‘geëngageerd’. Het is een van de vroegste herinneringen van zoon Nic: hoe hij op de arm van zijn moeder actie voerde voor de opening van een crèche. “Die crèche was gebouwd, met zandbak en al. Maar de opening werd tegen­gehouden. Vrouwen die hun kind naar de crèche deden, werden in die tijd onwaardige moeders bevonden. Mijn moeder, een van de eerste dolle mina’s, en haar vriendinnen vonden dat onzin en streden voor de opening van die crèche. Ik heb de hele namiddag in de zandbak gezeten, maar het was wel mijn eerste daad van politiek verzet.”

Zulke daden kwamen er nog veel. Want het gezin Balthazar nam de zonen mee naar allerhande betogingen en acties. Nic: “Wat wij niet allemaal opgelost hebben, zeg! Franco verslagen. Door niet naar Spanje op vakantie te gaan. Apartheid afgeschaft, door geen Zuid-Afrikaanse appelsienen meer te eten. Daar waren ze niet goed van. Salvador Allende, de Chileense president, hebben we proberen te redden, maar dat is niet helemaal gelukt. Het zinnetje ‘El pueblo unido jamás será vencido!’ (het verenigde volk zal nooit verslagen worden, CG) zit wel voor altijd in mijn geheugen. Dat mijn ouders de eerste anti­atoom­marsen organiseerden, vind ik nog altijd behoorlijk cool. Alle kern­raketten hebben ze helaas niet weg­gekregen.”

Als kind ging hij naar betogingen, marsen en acties. En vond dat voor­al waanzinnig spannend. “Ik herinner me nog levendig chargerende rijks­wachters te paard en mijn vader die ons mee­sleurde on­der zijn arm. Het was aan zulke dingen dat ik als kind zag dat mijn ouders toch anders waren dan an­de­re ouders. Het werd ons altijd mee­gegeven om niet lijdzaam toe te kijken. De bedoeling was om te participeren en er een stem in te krijgen.”

Iets wat bij beide zonen Balthazar duidelijk is blijven hangen. De oudste zoon Tom stapte in de politiek en was jarenlang schepen in Gent voor de sp.a. Jongste zoon Nic werd televisie­maker, regisseur én geëngageerde milieu- en klimaat­activist. Hij is mede­oprichter van de Klimaat­zaak en zijn evenementen Dance en Sing for the Climate brachten maar liefst 380.000 mensen op de been. Hij is er nog altijd best trots op.

Beeld BAS BOGAERTS

Kanaries in de koolmijn

Zoon Balthazar is ook best tevreden over de manier waarop hij opgevoed is. Al vroeg zo’n vrije opvoeding ook van hem best wat inspanningen. Maar op een paar mis­stapjes na liep het toch behoorlijk. En dus besloot hij om zijn eigen kinderen gelijk­aardig op te voeden. Gelijkaardig, maar niet helemaal hetzelfde.

Nic: “Mijn vader is de liefste man ter wereld, maar hij was tegelijker­tijd behoorlijk veel­eisend, met de beste bedoelingen. Hij geloofde nogal sterk in ‘plus est en vous’, er zit meer in u. Het type dat zegt: ‘Sta op uw tenen en kijk wat je nog meer kan dan wat je dacht te kunnen.’ Een typisch kenmerk misschien van die jaren 60, waarin alles open lag en alles kon. Maar dat perfectionisme, daar knallen onze kinderen nu keihard tegenaan, de kinderen aan wie men ook met alleen maar goede bedoelingen heeft gezegd dat alles kan en dat iedereen alles kan bereiken. In deze burn-out­tijden zijn zij de kanaries in de koolmijn. En dus probeer ik tegen mijn kinderen vooral te zeggen dat ‘goed genoeg’ ook echt wel goed genoeg mag zijn.

'Als de lat erg hoog ligt, kun je er evengoed ook op je gemak onderdoor wandelen, als dat nodig is'

"De jongens gingen nogal een gang met hun piemel"

Regisseur Dorothée van den Berghe (48) groeide op in een hippie-commune, zag haar vader vrijen met andere vrouwen en ging naar een school waar kleuters met hamers en eigen uitwerpselen mochten spelen, onder het goedkeurend oog van moeder Colette. Dorothée herinnert zich een jongen die altijd in een plastic transparant pak rondliep. “Telkens als hij kakte, moesten wij daarop kijken. Onderbroeken waren not done.” Dorothée van den Berghe was amper een jaar of vier, maar de tijd die ze doorbracht in een antiautoritaire kleuterschool in Amsterdam staat in het geheugen gegrift. “De enige regel”, zegt de regisseur, “was dat er geen regels waren. Ultieme chaos. Vreselijk.”

Dorothée van den Berghe met haar moeder Colette: 'Op de kleuterschool was de enige regel dat er geen regels waren. Ultieme chaos! Vreselijk!' Beeld Damon De Backer

Kleuters mochten vrijuit spelen met verf, etensresten, maar ook met spijkers, ijzeren hamers en hun eigen uitwerpselen. Vanuit de idee: als je wilt dat kinderen zich maximaal ontplooien, mag je ze niet remmen in hun drang, wil of lusten. "De jongens gingen nogal een gang met hun piemel", vertelt moeder Colette Van Landuyt, terwijl ze koffie zet in haar appartementje in Amsterdam-Oud Zuid.

Gezag was burgerlijk en dus uit den boze. Ingrijpen bij ruzies deden de verzorgsters bewust niet. Kinderen moesten zelfredzaam zijn. Dorothée: “Dat ging heel ver. Ik werd als Vlaams meisje gepest. Eén keer hadden de andere kinderen besloten om mij te ‘vergiftigen’. Met zelfgebrouwde, afschuwelijke drankjes. Gevaarlijk spul, maar de verzorgsters lieten begaan.”

Tijdens oudermeetings werd voortdurend gedebatteerd over pedagogie.

Dit was niet louter grootbrengen, wel ‘een nieuwe, betere mens’ creëren. Het kind op gelijke hoogte zetten. In de hoop dat ze zelfstandiger, creatiever, vrijdenkender zouden worden. Colette: “We wilden het anders doen dan de generatie van onze ouders.”

Al was het vooral Dorothées vader die begin jaren 70 absoluut van Gent naar de Nederlandse hoofdstad wilde verhuizen. Roland van den Berghe – kunstenaar, marxist, rebel – werd aangetrokken door de anarchistische revolte die was gestart door de Nederlandse Provo-beweging. Colette volgde in naam van de liefde en het avontuur, niet uit ideologische overtuiging. “Ze waren hier extremer dan in België. Maar Roland wilde absoluut dat Dorothée in volle vrijheid zou opgroeien.”

Mama bestaat niet

Zelf komt Colette uit een Oost-Vlaams katholiek gezin van acht. Haar vader droeg de schaal rond in de kerk. Haar oudste zus ging volgens de traditie naar het klooster. “Ik wilde kunstacademie volgen. Dat mocht niet.” Bij Roland vond ze vrijheid. “We deden waar we zin in hadden, maakten kunst, feestten. Dorothée, toen een jaar of vijf, bleef alleen thuis en wij gingen tot laat op café. Andere ouders deden hetzelfde. We dachten daar niet bij na.” Dorothée heeft het met haar eigen zoon, nu tien, nooit gedaan. “Maar ik was 37 toen ik Yaro kreeg, Colette was 22. Een heel andere levensfase, besef ik nu. Ze had veel in te halen. Het was ook een generatie vrouwen die zich probeerde los te maken van het patriarchale rollenpatroon.” Ze heeft haar moeder altijd Colette genoemd, legt ze uit. Nooit mama, moe of moeke. Dat mocht niet. Te burgerlijk, te bezitterig.

Dorothée: “We hebben altijd een heel goede band gehad. Maar als kind wil je stiekem toch gewoon mama zeggen. De ironie is dat die antiautoritaire opvoeding en scholen op hun manier best autoritair waren. Want je zegt: kinderen moeten hun eigen boontjes doppen! Je legt regels op terwijl je zegt dat er geen regels zijn. Dat was heel verwarrend en moeilijk. Ik begon als kind dan maar zelf structuur te creëren. Ik was enorm gedisciplineerd. Tanden poetsen moest niet, maar ik deed het toch.”

Colette: “Je was zo’n makkelijk kind. Thuis was die structuur er wel meer. Daar had je toch een mooi, eigen kamertje? Gemaakt met spulletjes die we op straat hadden gevonden.”

Dorothée: “Ja. Maar dan werd ik wakker, en dan lagen er wel soms vreemde figuren in mijn bed. Vrienden van mijn ouders, kunstenaars, die op bezoek kwamen. Toen was dat normaal. Vandaag zou het not done zijn.”

Vrije liefde

Colettes appartement ademt de sobere sfeer van de jaren 60-70: gezellig en bescheiden. Aan de muren: kunst van vrienden en een grote poster van My Queen Karo, de tweede langspeelfilm van haar dochter. Dorothée baseerde My Queen Karo op haar eigen jeugd. “De film is een verdichting. Maar niets is overdreven, eerder verzacht. Anders ging het te ver.”

Net als in de film leefden Dorothée en haar ouders een tijdlang in een hippiecommune. In een kraakpand, in de mei-’68-sfeer van antibezit, vrij wonen en – jawel – vrije liefde. Ze woonden er op een bepaald moment met twee gezinnen. In een gemeenschappelijke ruimte, met een grote ronde matras. Roland begon een tweede relatie, met Elly, de vrouw van de ontwerper met wie Colette even een winkel deelde.
 Colette: “Twee dagen later trok ze bij ons in. Zo ging dat toen. Dat werd niet overlegd.”

'Ik heb mijn moeder altijd Colette genoemd. Nooit mama, moe of moeke. Dat mocht niet. Te burgerlijk, te bezitterig.' Beeld Damon De Backer

Dorothée: “Ik moest mijn nieuwe kamertje van de ene dag op de andere delen met haar twee kinderen. Voor iemand die zo hard antiautoritair was, was mijn vader vreemd genoeg een heel autoritair man. His way or the highway. Vooral vrijheid voor hem.”

Colette: “Elly had een totaal ander karakter, echt een moederfiguur, leuk met kinderen. Ik ben dat nooit geweest. Ik was een moeder op een andere manier. Ik voelde wel een hechte band met Dorothée, nam ze mee naar mijn werk en op reis. Maar Elly ging met haar zwemmen en naar de speeltuin.”

Dorothée: “Ik had haar graag en kwam goed overeen met haar kinderen. Ik kon ook kiezen naar welke ‘moeder’ ik ging: ergens wel een luxe. Maar voor een kind blijft het heel verwarrend. Ik heb veel stiefmoeders zien passeren. Je hecht je aan mensen, en dan verdwijnen ze weer.”

Colette: “Overdag waren er veel mooie vormen van samenwonen, maar de nachten waren afschuwelijk. Daar wil ik niet over uitweiden. De film was duidelijk genoeg.”

Hasj in de boter

Wie My Queen Karo heeft gezien, herinnert zich de bewuste scène meteen. Het negenjarig hoofdpersonage Karo hoort haar moeder ’s nachts buiten huilen. Haar vader (gespeeld door Matthias Schoenaerts) zit enkele meters verder verwikkeld in een nogal expliciet seksstandje met een andere vrouw. Voor de ogen van zijn gezin en de andere huisbewoners.

Colette: “Dat ging zo toen. Het lag ook niet in mijn karakter om me te verzetten. Ik ging mijn eigen weg, focuste me op ontwerpen, zocht geen conflict.”

Dorothée: “Het communeleven was leuk omdat je altijd volk om je heen had. Maar er was geen privacy. Je deelde alles. Ook dingen die je als kind niet echt wilt delen. Redelijk gênant. Ik hoor dat veel kinderen die in die periode zijn opgegroeid daarmee worstelen. Je komt in de intimiteit en crisissen van volwassenen terecht, terwijl je daar zelf op die leeftijd nog niet mee bezig bent.” Ook de drugs die bij het communeleven hoorden (“cocaïne, spacecakes, hasj in de boter”), hadden voor Dorothée niet gehoeven. “Als kind begrijp je niet waarom je ouders ineens vreemd en anders doen. Niet zo lollig.” Zelf heeft ze nooit één joint aangeraakt. De puberteit heeft ze overgeslagen. Het gevolg van een overdosis aan rock-’n-roll en vrijheid. “Al het geëxperimenteer was al opgesoupeerd door mijn ouders. Er was ook geen ruimte voor rebellie. Als er geen regels zijn, kun je je nergens tegen verzetten.”

Anderzijds heeft ze veel te danken aan haar opvoeding, zegt ze. “Mijn ouders gingen altijd consequent voor hun kunst, hun engagement, hun passie. Ze hebben me geleerd dat het vooral gaat om wat je met je werk vertelt, niet wat je ermee verdient.” Op haar 18de kwam ze terug naar België om haar eigen artistieke weg na te jagen. “Maar in tegenstelling tot mijn vader ben ik niet het type dat op barricaden klimt. Dat deel van de opvoeding is mislukt. (lacht)”

Als moeder heeft ze best veel gelijkaardige keuzes gemaakt, bedenkt ze zich nu. Yaro gaat ook naar de steinerschool, net als Dorothée na de antiautoritaire kleuterschool. “Al denk ik dat het volgend jaar toch een klassieke opleiding wordt. Yaro is een cognitief kind. 'Moet ik nu weer een tekening maken?', zegt hij vaak. Ik probeer hem ook veel in mijn leven te betrekken. Als ik op reis moet voor het werk, gaat hij vaak mee. Net als ik vroeger met Colette.” Op een manier koos ze net als haar ouders ook voor een samengesteld gezin. Yaro’s vader heeft ook twee kinderen uit een vorige relatie.

Beeld Damon De Backer

Dorothée: “Door mijn opvoeding weet ik dat complexiteit bij het leven hoort.”

Colette: “Een week bij de moeder, een week bij de vader, zoals het nu vaak bij een scheiding gaat, vind ik problematisch. Dat was bij ons beter geregeld.”

Colette en Roland gingen uiteindelijk toch apart wonen. Maar wel dicht genoeg bij elkaar zodat Dorothée van het ene huis naar het andere kon. Vandaag hebben ze geen contact meer. Dorothée ziet haar vader, na een periode van afstand, nu weer wel.

Dorothée: “Hij was heel trots op
My Queen Karo. Als hij hier nu had gezeten, had hij die opvoeding en levensstijl nog steeds fel verdedigd.”

Colette: “Vandaag zijn veel ouders te voorzichtig en beschermend. Onze generatie was ook té. Zeker wat die kleuterschool betreft. Maar de vrijheid die wij toen nastreefden, en de protesten tegen de Vietnamoorlog waren een breuk met het koloniale verleden van onze ouders. In 1968 was de verbeelding aan de macht. Ik had het voor geen goud willen missen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.