Donderdag 22/08/2019

Barcelona

Op tijdreis door Barcelona: met de Ruta Emblemàtics ontdek je de magie van het modernisme

Beeld rv

Een honderdjarige snoepwinkel omgetoverd tot hippe cocktailbar of een designwinkel in een art-nouveauvilla: de magie van het modernisme in Barcelona gaat zoveel verder dan Gaudí alleen. Wie de Ruta Emblemàtics volgt, stuit op de glorie van vervlogen jaren én ontdekt de coolste plekken van het moment.

De Sagrada Família. Parc Güell. Gaudí’s huizen, Montaners hospitaal. Zeggen dat Barcelona een baken is van art-nouveau-architectuur is zoals vertellen dat in Parijs een zekere ijzeren toren staat. Waar nog heen als alle Gaudí-gebouwen zijn afgevinkt, Park Güell vanuit elke hoek is gefotografeerd en de Ramblas afgedweild? Voor een keer ligt het antwoord niet in één of andere obscure buitenwijk, maar wel tussen de straatstenen zelf. Dat ontdekte ik heel ­toevallig.

Tijdens één van mijn eerdere omzwervingen in het centrum struikelde ik bijna over een mysterieuze gouden plaat. Daarop geschreven: Guapos per sempre, ‘mooi voor altijd’. Tegen mijn verwachting in verwees de steen niet naar één of ander monument, maar naar een prachtig winkeltje met de naam El Ingenio. Een vrouw vol verhalen begroette me van achter de toonbank. “Kom gerust eens kijken in ons atelier, we zijn druk aan het werk voor carnaval.” Voorzichtig mocht ik voelen aan haar zelfgemaakte poppen in papier-maché. “Al sinds 1838 klopt hier het hart van de Catalaanse folklore. Ik erfde de winkel van mijn grootvader”, klonk het toen. “Maar weldra komt ook mijn pensioen eraan. Wat er dan gebeurt, is een groot vraagteken.”

Dat was een jaar geleden. Ondertussen is El Ingenio niet meer. Op de plek waar ooit nog grote namen als Salvador Dalí en Cirque du Soleil vaste klant waren, prijkt nu een zielig bordje ‘Te huur’. Ook stoffenwinkel El Indio uit 1902 en het al even oude postzegelwalhalla Filatelia Monge sneuvelden. De gestegen huurprijzen maken overleven simpelweg onmogelijk. Grote ketens nemen het over, antieke interieurs worden ingeruild voor gyproc en witte verf. Gelukkig gingen in 2017 ook heel wat alarmbellen aan het rinkelen. Een nieuwe organisatie werd opgericht, met een duidelijke missie: het erfgoed vervat in al deze honderdjarige winkels, bars en restaurants nieuw leven inblazen. De Ruta Emblemàtics was geboren.

Tweede leven

In mijn strijd tegen blauwe maandagen en andere winterkwaaltjes sta ik samen met een vriendin nu opnieuw in Barcelona, klaar voor twee dagen in de voetsporen van ons vroeg-20ste-eeuwse alter ego. Gewapend met een lijst van het vijftigtal modernistische adressen op de Ruta Emblemàtics, beginnen we onze wandeling door de Barri Gòtic. Plots krijgt de meest toeristische buurt van Barcelona een heel andere dimensie: in plaats van ons te vergapen aan de kathedraal of het Desigual-geweld, belanden we eerst in een prachtige hoedenwinkel (Sombrería Obach), dan bij een hemdenwinkel met glamoureuze kassa (Camisería Bonet) en in een immens messenhuis (Ganiveteria Roca).

De bohemienne in mij maakt een sprongetje: het waren deze interieurs waardoor Gaudí himself zich ooit liet inspireren. Anderzijds: echt alles ademt hier het verleden, en de omzet van de winkels ligt veelal stil. Veel uitbaters leggen hun hoop om te overleven bij het stadsbestuur. Ze willen erkend worden als erfgoed, en zo financiële steun krijgen voor hun zaak. Het is verontrustend: is een kunstmatig leven echt de enige optie voor deze architecturale ­pareltjes?

We merken van niet. Achter de toonbanken ontmoeten we ook heel wat jonge mensen, gebeten om deze zaakjes voort te stuwen in de 21ste eeuw. In plaats van verder te zetten wat altijd is geweest, durven zij het decor op te knappen met nieuw design, de invulling volledig om te gooien of het aanbod aan te passen aan de moderne mens. Een goed voorbeeld is Casa Gispert, waar we even halt houden voor een dosis powerfood. Hier vind je niet alleen gedroogd fruit en noten: de laatste jaren ontpopte de kneuterige delicatessenzaak zich tot hippe natuurwinkel. “Al sinds 1851 is Casa Gispert beroemd om zijn luxevoeding, en vandaag nog krijgen we sjeiks uit Qatar over de vloer voor onze saffraan”, vertelt een werknemer trots. Toch scheelde het geen haar of de winkel was opgedoekt. Toen de laatste eigenaar stierf, stond zijn overgebleven weduwe op het punt de winkel over te laten aan projectontwikkelaars. Gelukkig kwamen twee gemotiveerde macadamiakwekers tussenbeide. “Nu roosteren we terug al onze noten zelf, en branden we onze eigen koffie. De winkel floreert, en af en toe komt de weduwe nog eens langs”, klinkt het tevreden. We proeven wat noten en het is waar: dit vind je niet in de doorsneesupermarkt.

Beeld rv

Voor de lunch kiezen we eens niet voor de standaardbagelbar, maar belanden we bij Grill Room. Verdoken achter de beroemde Plaça Reial ziet het er vanbuiten wat ouderwets uit, maar niets blijkt minder waar. Stralende designlampen steken fris af tegen de smeedijzeren pilaren, houten drankkasten deinen mee met het gewelfde plafond en achter de marmeren bar prijkt een trendy menu. Ook de prijzen zijn in niets te vergelijken met wat de rijke klanten van het voormalige Petit Torino ooit neertelden: voor 11,5 euro krijgen we een driegangenmenu mét wijn voorgeschoteld. Genietend van een verse tonijnsteak voeren we lange gesprekken, en lijkt de drukke stad even te verdwijnen achter de caleidoscoop van glas-in-loodramen. Zelfs zonder dat er sangria aan te pas komt, voelt mijn hoofd hier vederlicht.

Dat serene sfeertje houden we ook na de siësta nog even in stand. We steken de Plaça Reial over – ook ‘s winters baden de palmbomen hier in een stevig zonnetje – en slaan een schimmig achterpoortje in. Het brengt ons bij El Rei de la Màgia, naar eigen zeggen de oudste goochelwinkel van Europa. Nog enthousiaster dan de bende Spaanse tieners voor de vitrine verlies ik mezelf tussen de houten curiositeiten en gekke fopspullen.

Toverhuis

Want hoewel het toverhuis nu vooral kinderharten zal bekoren, was het ooit dé broedplaats van de Catalaanse avant-garde. De absint vloeide er rijkelijk, en een van de eerste bioscopen in Barcelona vond er een thuis. Achter een rood gordijntje projecteerde een goochelaar filmfragmenten van de iconische illusionist Méliès – ook dát was ooit magie. Daarna werd het vak niet overgedragen van vader op zoon, maar van leerling op meester.

Laatste telg in de rij is de geheimzinnige Pau Martinez, die naast de winkel ook een theater, museum en toverschool voor toekomstige Houdini’s opende. “Catalonië was altijd al pionier in het goochelvak, het zit in onze traditie. Die magie wil ik beschermen.” Passanten maakt hij graag (letterlijk) warm met zijn vuurbal, die hij ook voor ons uit de hoed haalt. “Ook wie niets wil kopen, is welkom voor een truc. Het is precies zo dat ik zelf de microbe te pakken kreeg.”

Ultieme hotspots

Steeds meer besef ik hoe verbonden deze route is met de Catalaanse cultuur, en het recent weer opgeflakkerde nationalisme. Als Vlamingen zijn we nu extra graag gezien. Meer dan eens worden we uitgezwaaid met een vurig “Zorg goed voor onze president”. (voormalig Catalaans premier Puigdemont week naar ons land uit nadat het Catalaanse parlement voor onafhankelijkheid koos in oktober, red.). Ook de interieurs zijn niet zomaar een Spaans afkooksel van art-nouveau-architectuur: de zaakvoerders spreken zelf van ‘Catalaans modernisme’. Net als bij art nouveau ontstond de stijl onder vakmannen, als reactie op de opkomende industrie. Maar in Catalonië stond de nieuwe vormtaal ook voor hoop in de toekomst. Het was een uitlaat­­­klep voor de manier waarop de streek zich wou profileren in een tijd van culturele heropleving: als traditioneel én kosmopolitisch.

Meer dan in Brussel of Parijs ging de kunstbeweging in Barcelona gepaard met een radicale visie en liederlijke levensstijl. Kloppend hart was El Raval, een arbeiderswijk die haar volkse karakter tot vandaag behield. De buurt was bekend om haar nachtleven en cabaret, met Picasso, Gaudí en Hemingway als vaste gezichten. Maar al snel namen criminaliteit en prostitutie er de overhand. De ooit zo legendarische bars werden groezelig en versleten. Pas in de jaren 80 riep een opkuisactie verdere verwaarlozing een halt toe. Grote trekkers zijn Enric Rebordosa en Lito Baldovinos, twee jeugdvrienden die zich specialiseerden in het opkopen van authentieke bars om ze om te toveren tot de ultieme hotspots van het moment.

Wij trekken naar hun nieuwste verovering, Bar Muy Buenas. Meer dan twee jaar werd er non-stop aan gesleuteld. “Het proces was even artistiek als archeologisch”, vertellen de mannen. “We wilden zoveel mogelijk bewaren van de originele meubels en materialen. Dat respect voor duurzaamheid trokken we zelfs door naar het menu. Ons gerookt of geconfijt vlees, de kazen: we bewaren ze nog net zoals in 1900.” Wanneer we informeren naar de drankkaart, antwoordt de ober simpelweg dat hij kan maken waar we zin in hebben. Geïnspireerd door de setting kies ik voor een oldskool vermout. Een openbaring! De kruidige smaak is tegelijk fris en warm, het keramieken glas handgemaakt en de topping van vruchten perfect. Geen wonder dat ‘een vermoutje doen’ ofte fer el vermut in Barcelona een werkwoord werd.

Niet veel verder opende het duo een tweede café, La Confitería 1912. We vinden een oude snoepjeswinkel, volledig gerestaureerd tot hippe cocktailbar. Extra leuk zijn de klassieke cocktails uit 1912, exact bereid volgens hetzelfde recept als toen. Terwijl ik wacht op mijn ‘Alice in Wonderland’, kan ik mijn ogen niet van de muren afhouden. Die rood verlichte snoepjespotten. Die mastodont van een bar. Die letters aan de muur. En die kasten… Ik voel me nostalgisch én modern, precies zoals de modernista’s het ook beoogden. De gezellige drukte doet me vermoeden dat anderen er net zo over ­denken.

Beeld rv

Hoewel we onze pub crawl gerust nog even kunnen verderzetten naar legendarische plekken als Café Almirall of Bar Marsella, beslissen we dat het nu toch echt wel tijd is om onze maag met iets anders te vullen dan (weliswaar erg verfijnde) alcohol. We eindigen in El Sortidor, een stokoude tapasbar met een twist. Het interieur is opvallend kleurig voor zijn leeftijd, en op de kaart maakten vlezige klassiekers plaats voor heel wat vegetarische opties. Zeker hun signature maki’s van spinazie zijn onvergetelijk en ook de gevulde aubergines verdienen een eervolle vermelding. Opnieuw zijn we verbaasd als de rekening maar een fractie blijkt van wat de smaak ons waard was.

Peren met pit

Onze tweede dag begint in Eixample, een iets rustigere wijk waar statige herenhuizen en brede boulevards de dienst uitmaken. Geen beter decor voor een ontbijt in stijl dan Pastelerias Mauri, waar Catalaanse dametjes en internationale cool kids vredig samen tafelen. Alle taartjes bestaan ook in minivorm en worden aangerekend per gewicht, waardoor we met een heel arsenaal aan lokale specialiteiten op ons bord eindigen. Ik val voor het perengebak met pijnboompitten, mijn vriendin smult van de boleda – een goed bewaard familierecept.

Na die suikerige exploten blijven we nog even in het culinaire thema bij Queviures Múrria, een delicatessenzaak waarvoor liefhebbers van artisanale kazen spontaan een extra koffer zouden bestellen. Mijn zintuigen draaien er overuren: de vintage reclamepanelen zijn een streling voor het oog, de geurige charcuterie een feest voor de neus. Naast in huis gemaakte worst en geitenkaas wordt hier ook nog de tijd gevonden om zelf cava te brouwen. Ik koop een flesje als souvenir, veel beter dan de obligate rommel op de lucht­haven.

We wandelen verder noordwaarts de Rambla de Catalunya af: minstens zo mooi als de parallelle Passeig de Gràcia, maar dan zonder de toeristenhordes bij Casa Batlló en Casa Milà. Onderweg zien we nog wat oude apothekers, maar ons is het vooral te doen om Casa Thomas. Dit modernistische paleis werd gebouwd door Domènech i Montaner, die andere grote architect naast Gaudí. Vandaag huist er een prachtige designwinkel, waar je zowel terechtkunt voor originele interieurobjecten als meubeladvies op maat. Het is een mooi contrast: het neusje van de zalm qua hedendaags design tegen een achtergrond van houten wanden en glasramen van een eeuw oud. Zeker wanneer ik hoor dat ze ook in België leveren, heb ik bijna een nieuw salon aan mijn been.

Wulpse zeemeerminnen

De Ruta heeft tientallen gelijkaardige verhalen en verrassingen in petto, maar voor ons zit de trip erop. We eindigen in Great Gatsby-stijl, met een diner in het gesofistikeerde Hotel Espanya. Ook hier is de decoratie van Montaner. We eten er onder een sierlijke kroonluchter, met zicht op muur­schilderingen van wulpse zeemeerminnen en exotische bloemen. Smijt daar een erkenning in de Michelin-gids bij, en we hebben niets meer nodig om ons Zelda Fitzgerald op vakantie te wanen. We besluiten de avond met een laatste vermout en zijn het er erover eens: met hun moderne spirit zijn deze pareltjes van historische architectuur ook anno 2018 nog lang niet passé. Op de volgende ­honderd jaar!

Een kaart en overzicht van de Ruta Emblematics vind je op rutadelsemblematics.cat. Ook op rutadelmodernisme.com/guapospersempre staat heel wat info.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden