Vrijdag 18/10/2019

reportage

Op bedevaart naar Bauhaus: veel meer dan naar mooie gebouwen kijken

De Duitse Bauhaus-school in Dessau van architect Walter Gropius, met de iconische letters. Beeld Tadashi Okochi

Dit jaar is het een eeuw geleden dat design- en architectuurschool Bauhaus werd ­opgericht. ‘Onze’ Henry Van de Velde speelde daarbij een cruciale rol. Maar hoe actueel is het Duitse instituut nog tijdens dit feestjaar? Wij gingen kijken in Weimar, Dessau en Berlijn. 

Duitsland beschikt over een uitstekend hogesnelheidstreinnetwerk, dus beslis ik om naar Weimar te sporen. De dag voor mijn vertrek zie ik dat ik daarvoor zes treinen moet nemen. Het wordt een reis voor aanhangers van het adagium: ‘It’s the journey, not the destination that matters.’ Bij mijn vierde trein, van Keulen naar Frankfurt, loopt het mis. Ik zit er al op als blijkt dat we een omweg moeten maken en er 90 (!) minuten langer over gaan doen. Gevolg: aansluiting naar Weimar weg.

Maar als ik eindelijk arriveer, na een reis van 11 uur, verdwijnen de sores snel bij het zicht van dit sprookjesachtige, slapende stadje. Weimar is een van de meest interessante Duitse steden. Goethe en Schiller woonden er. Bach speelde er op het orgel in de Jakobskirche en Nietzsche sleet er zijn laatste zieke jaren.

Mijn Bauhaus-bad begint de volgende ochtend in het Haus Hohe Pappeln, dat ‘hoge populieren’ betekent. Henry Van de Velde, die we vooral kennen van de Gentse Boekentoren en het Kröller-Müller Museum op de Nederlandse Veluwe, bouwde het tussen 1907 en 1908 voor zijn gezin van vijf kinderen. Het was zijn vriend, de kosmopolitische graaf Harry Kessler, toen directeur van het Museum für Kunst und Kunstgewerbe, die Van de Velde naar Weimar haalde om er directeur te worden van een kunstacademie die de stijl van de Britse arts-and-craftsbeweging in Duitsland moest introduceren.

Haus Hohe Pappeln is – typisch arts-and-crafts – een totaalkunstwerk. De woonkamer en ontvangstruimte zijn het hart van het huis, met een statige trap naar het bovengedeelte. Voor zijn kinderen en bedienden ontwierp Van de Velde een tweede trap in de inkomhal, zodat ze hem niet zouden storen terwijl hij werkte of bezoek ontving. Het huis heeft overal lichtpunten aan het plafond, want vloer- en tafellampen gaven te veel rommel. Het interieur liet hij in het donkerrood verven, een kleur uit de Japanse kunst, die rond de eeuwwisseling erg populair was. Grappig detail: Van de Velde bouwde later nog een huisje in de tuin, omdat hij de stilte die hij nodig had niet kon vinden in zijn goedgevulde huis.

Haus Hohe Pappeln, het stulpje van Henry Van de Velde in Weimar. Beeld Tillmann Franzen

Net als vandaag was de wereld begin 20ste eeuw bezig met het heruitvinden van zowat alles. Er waren nieuwe industrieën en technologie. Vrouwen lieten hun haar kort knippen en dumpten hun korsetten. Het was, net als nu, een tijd van ‘disruptie’ en in Weimar zaten veel interessante denkers bij elkaar. Rudolf Steiner, vader van de Steiner-opvoedingsleer, werkte bijvoorbeeld in het Nietzsche-archief en was vriend aan huis bij Henry Van de Velde.

Dat brengt ons bij de volgende stop in Weimar: het Nietzsche-archief, waarvoor Van de Velde het interieur en het logo ontwierp. “Kijk,” zegt mijn gids, “het logo lijkt een voorloper van dat van de Belgische spoorwegen!” Het logo van het Nietzsche-archief is inderdaad een grote gestileerde ‘N’, zoals de ‘B’ van ons spoor.

De vlucht van Van de Velde

Na een bezoek aan de werf van het nieuwe Bauhaus-museum, dat in april 2019 opent naar een ontwerp van Heike Hanada en Benedict Tonon, komen we bij wat vandaag bekendstaat als de Bauhaus-universiteit, ook ontworpen door Van de Velde. Hij leidde hier de kunstacademie tot 1918, tot hij onder invloed van het oprukkende conservatieve gedachtegoed zijn job verloor.

Van de Velde wou vertrekken naar Zürich, maar ook dat werd hem verhinderd. Hij woonde nog een tijdje in Weimar, in penibele finan­ciële omstandigheden. Toen hij er eindelijk weg kon, keerde hij nooit meer terug.

Als opvolger droeg hij Walter Gropius voor. Die veranderde de naam van de school in ‘Bauhaus’. Het is 1919, de oorlog was voorbij. Het was een tijd van heropbouw en heroriëntering voor Duitsland. Zo mochten vrouwen in Duitsland al stemmen vanaf 1919. Politiek gezien was Duitsland de grondvesten aan het leggen voor haar eerste democratie, want tot voor kort was alles in handen van de adel. Het Bauhaus moest mee vormgeven aan deze nieuwe tijd. 

Maar in 1924 koos Weimar ultraconservatief, de stad werd de bakermat voor de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP). De subsidies van het Bauhaus werden gehalveerd. Gro­pius pakte zijn biezen, met school en al, naar Dessau. Ik dus ook.

Studenten van de bouwafdeling in Dessau. Beeld Stiftung Bauhaus Dessau, Foto: u

Over de schreef

Na een rustige treinrit en dito nacht sta ik voor het iconische Bauhaus-gebouw. De letters die ik al zo lang ken, blijken origineler dan ik had aangenomen. “Herbert Bayer, student van het Bauhaus, was de eerste die de schreef uit de typisch Romeinse schreefletters haalde”, vertelt mijn gids. We schrijven 1925.

Het idee van het Bauhaus was van bij de start dat de school architecten en ontwerpers zou opleiden, zodat er vormgevers waren voor de opkomende industrieën. Wat de opleiding apart maakte, was dat iedere student ook een ambacht leerde. Als de studenten een vak zouden leren naast ontwerper zijn, dan hadden ze iets waar ze sowieso hun brood mee konden verdienen.

Een vrouw in een Marcel Breuer-stoel, met een masker van Oskar Schlemmer, circa 1926. Beeld rv

Gropius, architect, ontwierp zelf het gebouw en liet zich inspireren door universiteitscampussen in de VS. Maar hij ging een stapje verder. Alle gebouwen zijn met elkaar verbonden. Ook hij zag zijn ontwerp als een totaalkunstwerk. Gropius lanceerde met dit ontwerp het idee ‘form follows function’. Je moest de functies van het gebouw al kunnen zien aan de buitenkant. Elk onderdeel heeft daarom verschillende soorten ramen.

Eigen aan goede architectuur is in dit gebouw niets toevallig, dus ook de kleurenkeuze niet. Roodtinten dienen om de mensen de weg te wijzen. Gropius gebruikte alleen primaire kleuren, in lijn met zijn ‘functionalistische’ architectuur. Groen kun je buiten al zien, dus hoefde hij dat binnen niet te gebruiken.

Bende rare snuiters

Ook typisch Bauhaus is dat de studenten cursus ­kregen van ­kunstenaars zoals Oskar Schlemmer, Paul Klee en Wassily Kandinsky. Onder impuls van Schlemmer moesten de studenten bijvoorbeeld theatervoorstellingen spelen en vormgeven. Ook ­kregen ze een tijdlang experimentele-jazzlessen.

Omstreden in 1925 was dat mannen en vrouwen in hetzelfde studentenhuis woonden. Alleen de beste studenten, weliswaar. Het bekendste koppel dat daaruit voortkwam, was Josef en Anni Albers. Over Anni loopt nog tot 
27 januari een grote overzichtstentoonstelling in Tate Modern.

Walter Gropius ontwierp deze woning in Dessau voor Bauhaus-docenten Klee en Kandinsky. Beeld Tillmann Franzen

“Het Bauhaus in Dessau lag wat buiten de stad,” vertelt de gids, “en dat was een bewuste keuze, want de bewoners van Dessau vonden hen maar een bende rare snuiters. Ouders dreigden hun kinderen ermee af: ‘Als jullie jullie niet gedragen, sturen we ­jullie naar die gekken’.”

Mijn gids neemt me mee naar de prachtige Meester­woningen waar de Bauhaus-docenten in woonden. Aan de buitenkant is de vormgeving, zelfs na honderd jaar, nog altijd superfris. Binnenin is dat anders. We zijn intussen gewend aan grote ruimtes met open keukens en in de jaren 20 was alles nog onderverdeeld in kleine kamertjes. In de badkamer wijst mijn gids me op het feit dat de verwarming hoog aan de muur prijkt. Een ideetje van Gropius dat de tand des tijds niet heeft overleeft, wegens totaal niet praktisch, laat staan energiezuinig. Lunchen doen we in het Kornhaus, een Bauhaus-restaurant van architect Carl Fieger met zicht op de Elbe.

Na een laatste rustige treinrit van twee uur naar Berlijn beleef ik een ander aspect van vernieuwend denken, 2019-style: ik mag gaan eten in Kopps, een gas­tronomisch veganrestaurant. Tijdens het eten vertelt de oprichter dat Woody Harrelson en Thom Yorke hier komen als ze in Berlijn zijn. Het is een unieke plek en het eten is verrukkelijk.

De volgende ochtend loodst alweer een uitstekende gids mij langs de bekende en onbekende Bauhausplekken van Berlijn. Ook in Dessau moest het Bauhaus de deuren sluiten onder druk van de politiek in 1931. De school verhuist naar Berlijn, onder impuls van Ludwig Mies van der Rohe.

Het einde

Met trots troont mijn gids me mee naar een van de weinige volledig bewaarde Bauhaus-interieurs, de chocoladewinkel van Erich Hamann, die in 1926 aan de kleurenleerspecialist Johannes Itten vroeg om het interieur te ontwerpen. Heerlijke plek.

Op 11 april 1933 viel de politie het Berlijnse Bauhaus binnen, pakte de studenten op en verzegelde het gebouw. De Gestapo eiste in een brief dat er nazidocenten kwamen. Alle docenten, onder wie Gropius en Herbert Bayer, vluchtten naar het buitenland. Dat was het einde van het Bauhaus.

Terwijl ik een laatste Milchkaffee drink in het recent gerenoveerde Kaufhaus Bikinihaus in Berlijn, met zicht op de Berlijnse zoo, bedenk ik dat deze ‘bedevaart naar Bauhaus’ me veel meer bijgebracht heeft dan mooie gebouwen kijken. Terwijl ik al een paar jaar meedobber op de constante vernieuwingsgolf vandaag en me vaak afvraag hoe ik daarmee moet omgaan, heb ik door deze trip geleerd dat de mensen van 1919 onze beste gidsen zijn in deze disruptieve tijden. Zij hebben het al meegemaakt.

Volledig origineel Bauhaus-interieur: de chocoladewinkel van Erich Hamann in Berlijn, uit 1926. Beeld rv

Jammer genoeg met een apocalyptisch einde: de Tweede Wereldoorlog.

Deze reis kwam tot stand met de hulp van de Duitse toeristische dienst.

Op ­bauhaus100.de vind je het hele programma en alle locaties. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234