Dinsdag 23/07/2019

De gids

Ontwerper Jonathan Anderson: "Handwerk is tegengif voor de online­cultuur"

JW Anderson. Beeld Getty

Nog maar 33 is Jonathan Anderson. Maar de cultstatus die hij verwierf met zijn uniseks kleding is hij al ontgroeid. Welke favorieten doen de inspiratie borrelen bij de ontwerper van Loewe en zijn eigen merk J.W. Anderson?

Iedereen die in de mode werkt, kijkt naar Jonathan Anderson. Want er zijn maar weinig ontwerpers met zo’n scherp oog en zoveel talent als hij. Zijn aanpak is uniek. Mode, vindt hij, moet boven alles cultureel zijn. Vraag hem naar zijn functieomschrijving en hij zegt dat hij zich liever ‘curator’ dan ‘ontwerper’ noemt. “Ik breng dingen bij elkaar; mensen, kleren, voorwerpen. Dát is mijn werk”, zegt Anderson in een gesprek in Milaan, waar het Spaanse modemerk Loewe een collectie wandkleden presenteert.

Zijn werk, vindt Anderson, behelst meer dan het ontwerpen van een kledingstuk. Toen hij zes jaar geleden als creatief directeur bij Loewe begon, wachtte hij een jaar met het presenteren van zijn eerste kledingcollectie omdat hij de tijd wilde hebben om mee te denken over de vormgeving van de kledinghangers, de deurklinken, de toonbanken, de visitekaartjes – over alles.

Aan de interviewafspraak is een hoop getouwtrek voorafgegaan, want Anderson heeft eigenlijk nooit tijd. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat hij toeziet op twaalf collecties per jaar – buiten de samenwerking met Uniqlo en Converse. Naast Loewe heeft hij zijn eigen merk: J.W. Anderson, waarmee hij tien jaar geleden debuteerde.

Wie is Jonathan Anderson? 

- geboren in 1984 in Magherafelt (Noord-Ierland)  

- begint een acteeropleiding in Washington D.C., maar is meer geboeid door de kostuums en stapt over naar London College of Fashion, waar hij in 2007 afstudeert 

- werkt na zijn studie als visual merchandiser voor Prada 

- begint in 2008 zijn eigen label: J.W. Anderson 

- presenteert in 2010 zijn eerste vrouwencollectie

- modebedrijf LVMH koopt in 2013 een minderheidsaandeel 
in zijn merk 

- wordt in 2013 creatief directeur van het Spaanse modemerk Loewe 

- ontwerpt in 2017 collecties voor Uniqlo en Converse

Zijn debuutcollectie leverde hem meteen een cultstatus op, want hij was de eerste van zijn generatie die aan de slag ging met uniseks kleding (inmiddels gemeengoed in de mode). Zijn belangrijkste inspiratiebron voor die eerste collectie was een foto van Robert Mapplethorpe en Patti Smith, waarop ze allebei een T-shirt dragen.

Hij vond, en vindt, dat mannen en vrouwen vaker dezelfde kleren kunnen dragen. Hij gaf kritiek op de traditionele grenzen door typisch vrouwelijke materialen zoals kant en zijde in een mannencollectie te verwerken. De cultstatus uit zijn beginjaren is hij allang ontgroeid: hij wordt getipt als een van de grote namen van de toekomst.

Want waar zijn voorgangers niet in slaagden, is hem wel gelukt: hij heeft Loewe weer hip gemaakt. Dankzij Anderson staat het merk opnieuw op de modekaart.

MODE: T-shirt

“Ik neem niet graag ingewikkelde beslissingen als ik me aankleed: meestal trek ik min of meer hetzelfde uit mijn kast. Om te beginnen een T-shirt. Ik hou van een goed gemaakt T-shirt. Ik heb een tijdje voor het Britse merk Sunspel gewerkt, dat er erg mooie maakt.

“In mijn kast liggen er ook een stuk of honderd van de Japanse modeketen Uniqlo. Die zijn precies goed. Vorig jaar heb ik voor het eerst een collectie voor Uniqlo gemaakt; daar ben ik erg trots op. Bij Uniqlo maken ze kleding die veel mensen willen dragen en die kleding is nog goed geprijsd ook.”

VERZAMELING: Damast

“Ik ben opgegroeid in The Loup, een dorp in Noord-Ierland. Mijn grootvader werkte als textiel­ontwerper in een fabriek en nam mij weleens mee. Van hem leerde ik om te kijken naar stoffen en hoe ze gemaakt worden. Ik ben vooral geïnteresseerd in damast, een bijzondere textielsoort met een ingewikkeld maakproces.

“Omdat ik mijn verzamelwoede binnen de perken wil houden, heb ik me toegelegd op wit damast uit de 15de, 16de en 17de eeuw. Het leuke aan verzamelen is dat je niet per se veel geld moet hebben. Je moet vooral bereid zijn om er tijd en energie in te steken.”

KUNST: Anthea Hamilton

“Dankzij Loewe kan ik kunstenaars helpen en met hen samenwerken. Kunst is ontzettend belangrijk voor mij, omdat het een manier is om de tijdgeest te onderzoeken. Ik heb Anthea voor het eerst ontmoet in 2015, toen ik haar benaderde met de vraag of ze mee wilde werken aan een expositie in de Loewe-winkel in Miami. Ik bewonder haar werk: het is ongecompliceerd en compromisloos.

“Hoewel ze in 2016 de Turner Prize heeft gewonnen, is ze wat mij betreft nog steeds een van de meest ondergewaardeerde kunstenaars van Engeland. Maar daar zal wel snel verandering in komen: sinds kort is haar werk te zien in de Duveen Galleries van Tate Britain. Ik heb geen seconde getwijfeld toen ze mij vroeg om kostuums te maken voor die installatie, getiteld The Squash. Het was een geweldige opdracht voor mij en mijn team. Heel vrij. En The Squash is met zijn zevenduizend witte tegeltjes en bewegende dansers natuurlijk een geweldig kunstwerk. Er gebeurt iets met je als je in die ruimte staat.”

STYLIST: Manuela Pavesi

“Ik ben in de modewereld begonnen als assistent van Manuela Pavesi, de stylist van Miuccia Prada. Voor mij was zij een soort god. Pavesi was het toppunt van mode, vond ik. Ik heb ontzettend veel van haar geleerd. Mijn werkwijze en mijn kijk op mode zijn sterk door haar beïnvloed. Ze was geobsedeerd door mode, maar niet op een irritante manier. Ze had een ongelooflijk goede smaak, ontzettend veel ­kennis en ze wilde altijd alles weten.

“De kennis van en de liefde voor mode zoals zij die had, worden steeds zeldzamer omdat het allemaal steeds sneller moet. Dat vind ik weleens jammer. Een van haar belangrijkste adviezen aan mij is geweest om altijd te blijven leren, omdat je eigenlijk nooit genoeg weet.”

KERAMIEK: Sara Flynn

“Ik ben geobsedeerd door keramiek. Die liefhebberij heb ik van mijn grootvader. Van hem kreeg ik ooit een Delfts blauwe vaas uit de 17de eeuw. Een van de eerste stukken die ik zelf kocht, was een zwart-witte vaas van John Ward. Ik kocht ze een jaar of tien geleden in de museumwinkel van het British Museum. Inmiddels heb ik een serieuze verzameling aangelegd met drie steunpilaren.

“Om te beginnen heb ik werk van Lucie Rie, zij was al overleden toen ik mijn verzameling begon. John Ward leeft nog wel, maar maakt niet meer zoveel; hij vertegenwoordigt het middelste deel van mijn verzameling.

“Toen ik iemand van mijn eigen generatie zocht om mijn collectie aan te vullen, kwam ik terecht bij Sara Flynn. Zij is ontzettend getalenteerd. In haar werk zit een bizarre hoeveelheid handwerk, experimenteerdrift, materiaalkennis en tijd. Ik kan daar uren naar kijken. Van alle dingen die ik in huis heb, haal ik oprecht het meeste plezier uit keramiek. Ik vind het inspirerend om naar iets te kijken wat ik zelf niet kan maken. Sommige stukken gebruik ik ook gewoon. Ik zet bijvoorbeeld bloemen in de vazen van John Ward; geen idee wat hij daarvan vindt.”

MODE: Handwerk

“Bij Loewe heb ik de mogelijkheid om op een experimentele manier met fabrikanten en ambachtslieden samen te werken. Dat heeft bijvoorbeeld een serie wandkleden opgeleverd. Voor mij voelt dit soort projecten als een laboratorium: ik kan dingen proberen, zonder dat het meteen een nieuw ­ontwerp op hoeft te leveren.

“Natuurlijk gebruiken we de uitkomsten die goed werken later alsnog in de modecollecties. Zo hebben we nu een serie tassen die is gemaakt van wandkleden, waaronder tassen van tapijtwerk met een digitale fotoprint. Maar het gaat mij om de aandacht voor het ambacht: je kunt namelijk alleen maar nieuwe dingen ontdekken als je tijd en ruimte hebt om iets nieuws te ontwikkelen. Ik vind dat handwerk onterecht een suf imago heeft. Ik wil dat graag veranderen, want handwerk is een belangrijk tegengif voor de onlinecultuur. Een paar jaar geleden heb ik daarom de Loewe Craft Prize geïnitieerd; die is bedoeld om mensen en objecten die meestal over het hoofd worden gezien de erkenning te geven die ze verdienen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden