Dinsdag 18/06/2019

Reportage Alpinisme

Onrust onder alpinisten door falend klimmateriaal: ‘Velen praten niet over de doden, omdat ze bang zijn’

Beeld EPA

Nu in de Himalaya het klimseizoen gestart is, staan alpinisten weer te drummen om de hoogste bergen ter wereld te bedwingen. Booming business voor expeditieleiders, die in hun winstbejag steeds vaker besparen op klimmateriaal, met desastreuze gevolgen.

Op een bevroren strook rots dicht bij de top van Mount Everest zag bergbeklimmer Adrian Ballinger hoe de zuurstofregelaars van zijn team het een voor een begaven. Enkele begonnen te sissen toen in snel tempo zuurstof ontsnapte aan de flessen waarmee honderden alpinisten elk jaar de Everest proberen te bedwingen. Andere spoten “als vuurwerk” wolken de lucht in, zegt Ballinger.

Er ontstond paniek bij de 25 klimmers. Van de paar tientallen regelaars die op de flessen bevestigd waren en de toevoer van zuurstof controleerden, lieten er negen het binnen een uur afweten tijdens hun expeditie in de lente van vorig jaar. “Het was veruit de gevaarlijkste dag die ik op de berg heb meegemaakt”, zegt Ballinger, die al meer dan tien jaar Everest-expedities begeleidt.

Het gevaar dat de twee teams van Ballinger dicht bij de top trotseerden, is geen alleenstaand incident. Nog 21 andere bergbeklimmers meldden gevaarlijke problemen met hun materiaal, blijkt uit gesprekken en officiële documenten in de voorbije twintig jaar. Vaak hadden die te maken met lekkende zuurstofflessen, slecht functionerende regelaars of menselijke fouten van onervaren bergbeklimmers.

Gidsen, bergbeklimmers en technici zeggen in interviews dat pogingen van sommige organisatoren van expedities om hun winst te maximaliseren leiden tot een epidemie van oude, gebrekkige apparatuur. Volgens hen is het probleem schromelijk onderbelicht.

Crisis dichtbij

Alpinisme is een miljoenenbusiness die amper gereguleerd is in Nepal. Maar naarmate het lenteseizoen op gang komt in Nepal en Tibet, gaat de regering over tot actie. Vorige maand kondigde ze een verbod op flessen ouder dan tien jaar aan en voerde ze normen in voor de zuurstofkwaliteit. Een controleorgaan zal inspecties van de uitrusting uitvoeren.

“Het is een ernstig thema”, zegt Mira Acharya, die werkt voor het ministerie van Toerisme. Ze houdt er rekening mee dat het leger wordt ingezet bij de basiskampen.

Een winkel in Kathmandu (Nepal) die illegaal gerecycleerd klimmateriaal verkoopt. Alpinisten lopen sowieso al grote risico’s, dus is het van levensbelang dat de uitrustingen voldoen aan alle normen. Beeld NYT

Zonder grondige hervormingen is een crisis onafwendbaar, zegt Dawa Steven Sherpa, de managing director van Asian Trekking, een van de oudste bedrijven in Nepal die klimexpedities organiseren. “Er is zo veel dat de markt niet weet over zuurstofflessen.”

In de jaren 90 was er een verschuiving naar grotere commerciële expedities in de Himalaya. Die werd gedeeltelijk aangedreven door de introductie van betaalbare, lichte zuurstofflessen van één bedrijf: het vanuit Rusland opererende Poisk. In de voorbije 25 jaar leverde de firma naar schatting meer dan 90 procent van de zuurstofsystemen voor op hoge hoogte die in Nepal gebruikt worden, zegt Igor Ashmarin, een woordvoerder van Poisk.

Toen Poisk hervulbare flessen lanceerde, begonnen klimgidsen gebruikte exemplaren af te leiden naar de zwarte markt. Klimmers konden zo kosten besparen doordat Poisk uitgeschakeld werd voor het vullen en onderhouden van de flessen. Volgens Ashmarin was het verkeerde gebruik – alsook de inzet van versleten flessen – het probleem, en niet zozeer het ontwerp van de flessen.

De verdwijning van de jonge Britse klimmer Michael Matthews (22) dicht bij de top van de Everest in 1999 richtte de aandacht op de zuurstofapparatuur. Toen Matthews en andere leden van de expeditie in april vertrokken in het basiskamp, stelden sommigen vast dat hun zuurstofapparatuur, die soms tweedehands was, lekte of geen zuurstof vrijgaf, staat te lezen in gerechtsdocumenten. Matthews besloot het toch te wagen. Op 13 mei bereikte hij de top. Dat was de laatste dag dat hij levend gezien werd. Vermoed wordt dat Matthews viel terwijl hij tijdens een storm aan het afdalen was.

In 2005 spande zijn vader, David Matthews, een proces wegens doodslag aan tegen leden van de organisatie achter de expeditie en de leverancier van de zuurstofapparatuur. Een jaar later verwierp een rechter de klacht omdat er geen bewijs was dat Michael Matthews, wiens lichaam nooit gevonden werd, problemen met zijn materiaal had op de dag dat hij verdween.

De sector bleef grotendeels ongereguleerd, en alpinisten bleven problemen met hun materiaal melden.

Eerst geld, dan veiligheid

Robin Moore, een Amerikaanse arts, bevond zich dicht bij de top van de Everest in 2017 toen ze naar lucht begon te happen. Gidsen zeiden haar dat het materiaal functioneerde en dat ze zuurstof kreeg, maar toch viel ze flauw. Een sherpa verving de zuurstoffles en de zuurstof begon opnieuw te vloeien, waardoor ze weer bijkwam, vertelt Moore.

In 2012 was Ted Atkins, een Britse ingenieur die Topout oprichtte, een bedrijf dat zuurstofapparatuur produceert en een van de eerste concurrenten van Poisk, een Russische regelaar op een Europese fles aan het draaien toen de fles ontplofte. Na het incident stelde Atkins vast dat de problemen met de zuurstofsystemen ernstiger waren dan algemeen gedacht werd. Tien procent van de Poisk-flessen die hij uittestte, lekten via de ventielen, een verbazend hoog aantal als je bedenkt dat de meeste klimmers verscheidene flessen gebruiken voor hun poging.

Zuurstofflessenproducent Ted Atkins bond de kat de bel aan. Intussen zelf overleden tijdens het klimmen, maar niet door een gebrekkige uitrusting. Beeld RV

De regelaars die de zuurstofvoorraad aangeven, bevroren soms, waardoor er geen zuurstof vrijkwam, of de informatie was incorrect. Onlangs kwam Atkins erachter dat een beperkt aantal flessen zuurstof verloren via de wand van de fles zelf, wat zichtbaar was in de vorm van luchtbellen als je de fles onder water hield.

“Elke keer als je een fles vult en druk op het gas zet, dan zet het vat uit”, zei hij vorig jaar in een interview met The New York Times. (Atkins kwam in augustus om tijdens het klimmen, in omstandigheden die hier niets mee te maken hebben.) “Door die uitzetting ontstaat metaalmoeheid.”

Ashmarin, de woordvoerder van Poisk, zegt dat zijn bedrijf niet verantwoordelijk is voor problemen die ontstaan met materiaal waarop het zelf geen onderhoud heeft uitgevoerd. Hij stelt dat Poisk een paar jaar lang niet echt actief was in Nepal, en dat zijn bedrijf is blijven waarschuwen voor het risico op explosies en andere problemen als mensen gebruikmaken van “verlopen of illegaal hervulde flessen”. “Voor sommige expeditieleiders is geld de prioriteit, niet de veiligheid.”

Sommige aanbieders van klimvakanties zijn er inderdaad niet happig op oude flessen te vervangen en laten ze goedkoop vullen in Kathmandu of India, ook al zijn ze al jaren verlopen, stelde Atkins en anderen in de sector. Nieuwere flessen dragen een houdbaarheidsdatum en worden onderhouden bij verhuur. Bij oudere flessen is niet altijd duidelijk hoe oud ze precies zijn.

Vage aandoeningen

Divas Amatya, de CEO van S.D. Gases, een bedrijf dat zuurstofflessen bijvult in Kathmandu, zegt dat het heel moeilijk is om in te schatten hoeveel sterfgevallen in de Himalaya te wijten zijn aan haperende apparatuur.

Volgens de Himalayan Database, een archief over het alpinisme, wordt van minstens veertien bergbeklimmers vermoed dat ze in de voorbije tien jaar gestorven zijn door hoogteziekte, een van de grote moordenaars op de Everest. Dat kan leiden tot het opzwellen van de hersenen en vloeistof in de longen. Anderen stierven aan vage aandoeningen zoals ‘uitputting’ of ongevallen die verband kunnen houden met desoriëntatie als gevolg van hypoxie. Extra zuurstof is geen perfecte buffer tegen hoogteziekte, maar het vermindert het risico aanzienlijk.

De overheid van Nepal heeft weinig inspanningen gedaan om de kwestie te onderzoeken. Aanbieders van expedities laten de lichamen van bergbeklimmers – en hun materiaal – vaak achter op de berg, omdat het moeilijk is ze mee naar beneden te nemen. “Velen praten niet over de doden, omdat ze bang zijn”, zegt Amatya. Hij maakte zich zorgen over het materiaal en drong er een tiental jaar geleden bij de officiële instanties op aan oude en ongeregistreerde Poisk-flessen die nog volop gebruikt werden uit circulatie te halen. Zijn raad werd nooit opgevolgd.

In de lente van vorig jaar beklommen honderden alpinisten de Everest langs de twee kanten van de berg in Nepal en Tibet. Onder hen de twee teams van Adrian Ballinger, die in een bijzonder hachelijke situatie terechtkwamen. Op 16 mei begaven de regelaars het, en Ballinger had alle moeite van de wereld om de klimmers veilig beneden te krijgen. Sherpa’s gaven hun zuurstofmasker aan elkaar door of deden het zonder. De reserveregelaars werden allemaal gebruikt.

Op lagere hoogte begaven nog eens vier regelaars het. “Het was de eerste keer dat ik dat meemaakte”, zegt Ballinger. Volgens hem had de Britse firma die de apparatuur produceert, Summit Oxygen, een goede reputatie.

Minstens twee andere expedities meldden vergelijkbare problemen in Tibet. Rond dezelfde tijd werden ook incidenten gemeld in Nepal.

De Britse radio- en televisiemaker Ben Fogle had bijna de top van de Everest bereikt toen twee regelaars van Summit Oxygen leken te ontploffen toen ze aan de Poisk-flessen werden vastgemaakt. Een sherpa en de expeditieleider gaven Fogle hun materiaal, waardoor een ramp vermeden werd.

Gevraagd naar de incidenten wijt Neil Greenwood, afgevaardigd bestuurder van Summit Oxygen, de incidenten aan de grote vochtigheid op de berg en “minuscule lekjes” bij de regelaars. Hij wijst erop dat de problemen zich voordeden in een korte tijdsspanne en dat in een aantal gevallen de incidenten in de hand werden gewerkt door een slecht gebruik van het materiaal door de klimmers. “Het was een reëel probleem”, zegt hij. “We hebben een oplossing uitgewerkt. We hebben het materiaal teruggeroepen. Het zal niet meer gebeuren.” Greenwood biedt sinds kort opleidingen aan om klimmers te leren hoe ze het materiaal moeten gebruiken.

Voor zijn beklimming van de Everest bereidde Fogle zich voor op lawines, aardbevingen en kloven. Met de veiligheid van zijn zuurstofapparatuur was hij niet bezig. “Nogal naïef”, zegt hij. “Ik ging ervan uit dat het enige wat mensen echt heel goed kunnen de productie is van materiaal dat het niet begeeft.”

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden