Maandag 14/10/2019

Reportage Nederland

Observatorium Tij: het walhalla van de vogelaar

De bouw van het observatorium - 11 meter lang en 8 meter hoog - nam iets meer dan drie maanden in beslag. ‘De planning werd bepaald door de natuur, want we wilden zo weinig mogelijk vogels storen.’ Beeld Katja Effting

Het net geopende Tij aan de Nederlandse kust lijkt met enige fantasie op het reuzenei van een of ander voorhistorisch wezen. In feite is het ‘gewoon’ een vogelobservatorium, maar dan wel een in disguise.

“Kom eens kijken, is dat geen buizerd?” “Wacht even, pap, ik heb net een biddende grote stern in het vizier.” Vader en dochter staan elk aan een kant van het observatorium, gewapend met telelens en verrekijker de omliggende wateren af te turen. Ik heb uiteraard geen attributen bij me en mijn outfit is ook niet meteen camouflageproof. Er is, kortom, geen groot vogelaar aan me verloren gegaan, maar met het blote oog herken ik toch kwik­staartjes, een ­aalscholver en nijlganzen die elkaar met veel kabaal te lijf gaan. “Echt rotbeesten zijn dat”, gromt ‘pap’. “Zeer agressief. Waar nijlganzen zijn, sterven weidevogels uit.”

Komiek kuifje

Tij in Stellendam op Goeree-Overflakkee, een dik uur rijden van Antwerpen, werd anderhalve maand geleden voor het publiek geopend. Het observatorium lijkt op een rieten ei, met een kuifje. Of een nest met scheuren in. Een vogelkop met twee ­priemende ogen. “Je kan er ­van alles in zien”, lacht Thomas Rau van het Nederlandse architectenbureau Rau, dat dit project samen met RO&AD Architecten ontwierp. “Dit natuurgebied is echt een bijzondere plek, we wilden zo dicht mogelijk bij de vogels komen, zonder ze te storen.” Zo’n plek verdient een kunstwerk, vond hij, en “de allermooiste kunstenaar is natuurlijk de natuur zelf.” Het ontwerp van Tij is gemodelleerd naar het ei van de grote stern, die in het omliggende natuur­domein volop broedt. Net als het ­observatorium heeft dat beest een komiek opstaand kuifje. 

Tij is een zogenaamd file-to-factory Zollinger bouwpakket, dat in Finland verzaagd werd. Een soort mikado: zolang de laatste balk niet geplaatst werd, was de constructie instabiel en moest die extra ondersteund worden.  Beeld Katja Effting

De naam verwijst ook naar de getijden, die bij het deels openzetten van de ­nabijgelegen Haringvlietsluizen een dik half jaar ­geleden, weer vrij spel kregen. Dat zorgde voor een natuurlijke overgang tussen het zoute zee- en het zoete rivierwater, en het herstel van het ecosysteem. Steltlopers, visdieven, oeverzwaluwen, dwerg- en grote sternen hadden zwaar te lijden onder de afsluiting van de zoete binnenwaters in de jaren zeventig. Verontreiniging en een tekort aan voedsel en broedplaatsen ­verdreef hen naar andere oorden. Sinds enkele maanden komen ze opnieuw aangevlogen. “Meermaals per jaar zal er water in het ­observatorium staan, maximaal een meter. En door het open, opstaande kuifje, zal de ­bezoeker dan wel droog staan, maar ook weer en wind voelen. Zo is het duidelijk dat de natuur krachtiger dan de mens is.”

Bouwpakket

Thomas Rau is internationaal gerenommeerd om zijn duurzame en circulaire visie op ­architectuur en economie. Hernieuwbare energiebronnen en herbruikbare materialen vormen de essentie van zijn toekomstgericht denken. In een notendop: “Alles is tijdelijk, maar de ­gevolgen zijn vaak blijvend. De consequentie voor de toekomst moet volgens mij zijn dat er geen consequentie is. Wie weet wat men over tien of vijftig jaar met deze plek wil doen”, aldus Rau. “Het observatorium is een honderd ­procent ecologisch project en volledig demonteerbaar, zonder schadelijke gevolgen voor de natuur of de gebruikte materialen.”

Beeld Katja Effting

De houten constructie werd als een groot bouwpakket uit Finland overgevlogen, deels duurzaam accoyahout, voor de onderkant die onder water komt te staan, en deels grenen. Daarna werd het ei bezet met riet, afkomstig uit het omliggende natuurgebied. De kwikstaartjes die ik eerder spotte, blijken hun nest in de kuif van het observatorium te hebben gebouwd.

De laatste meters naar het ei loop je door een tunnel opgetrokken uit tweedehands ­steenschotten en meerpalen. In de ene buitenwand zijn artificiële nesten voor de oeverzwaluw gemaakt, de tunnel zelf is met zand bedekt, zodat ook daar naar lieve lust gebroed kan worden. Aan het gekwetter en getjilp te horen, werd daar de laatste maanden gretig gebruik van gemaakt.

Schuilt er in Thomas Rau eigenlijk een waardig vogelaar? “Ik kan een grote stern van een dwergstern onderscheiden, ja. Maar laat ons zeggen dat ik tot voor kort niet wist dat die bestonden. Ik ben een echte vogelliefhebber geworden.”

Tij, Deltahaven 69 in Stellendam, Nederland. Meer info via natuurmonumenten.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234