Woensdag 16/10/2019

interview

Nora Gharib: "Ik heb geen schrik om een rolmodel te zijn"

Nora Gharib: "Als ik K3 gewonnen had, zou ik voortdurend op mijn tellen moeten passen." Beeld Tim Coppens

In K3 zoekt K3 bezweek ze nog onder de druk van haar gemeenschap en de racistische reacties van sommige Vlamingen. Maar haar deelname leverde haar wel een carrière als vlogster, presentatrice en actrice op. In Patser, de nieuwe film van Adil El Arbi en Bilall Fallah, schittert Nora Gharib als een stoer gangsterliefje met meer haar op de tanden dan Sven Mary op zijn kruin.

Ze was meteen gewonnen voor de Afrikaanse toets van deze fotoshoot. Haar roots zet Nora Gharib graag in de verf, om te tonen dat het niet altijd negatief is. “Als je het woord ‘Marokkaan’ uitspreekt, ­denken mensen aan rellen, diefstallen en inbraken, niet aan een leuke shoot in De Morgen. Dat is jammer. Maar ik laat me daar niet door afremmen. Het heeft een averechts effect op mij: als sommige Marokkanen zich misdragen, laat ik graag zien dat de meeste Marokkanen totaal anders zijn.”

Ze is pas 24, maar beseft al welke rol ze kan spelen: die van jonge en frisse brugfiguur, met een eigen YouTube-kanaal en Instagram-account met ruim 60.000 volgers. Ze is opgevoed in een Marokkaans gezin, opgegroeid op Linkeroever, waar ze ­kennismaakte met de straatcultuur die ook in
Patser zit, ze eet geen varkensvlees, drinkt geen alcohol en volgt de ramadan. Maar ze spreekt even Antwerps als Bart De Wever, voelt zich even Vlaams als haar blanke vriendinnen en eigenlijk gomt ze al haar hele leven interculturele verschillen weg met haar stralende lach.

Patser gaat over een groep Marokkaanse hangjongeren van het Kiel die een partij cocaïne scheefslaat en daardoor een drugsoorlog ontketent. Op een bepaald moment zegt hoofdrolspeler Matteo Simoni dat niet alle Marokkanen hangjongeren worden. “De meesten worden sociaal werker, advocaat of flik.” Die boodschap was nodig?

Nora Gharib: “Ja. De film toont het straatleven in de Antwerpse volksbuurten. Daar horen drugs en hangjongeren bij. Maar we willen ook niet het verkeerde beeld creëren. Er zijn zoveel goede voorbeelden in de Marokkaanse gemeenschap. Kijk naar Adil en Bilall (El Arbi en Fallah, filmmakers, red.), naar Said (Boumazoughe, hiphopper, acteur en sociaal werker, red.) en Junes (acteur en danser, red.). Er zijn veel Marokkanen die keihard studeren, werken en hun best doen. De laatste tien jaar komen ze ook steeds vaker op tv. Dat leeft in onze gemeenschap. Iedereen is altijd superblij. ‘Dat is ene van ons!’ (lacht) Beeld je in dat je als Belg in een ander land woont en daar wordt een Belg geïnterviewd in een programma over topadvocaten, zoals Abderrahim Lahlali in Strafpleiters. Dan zou je toch ook fier zijn?”

Dus jij torst een zekere druk op je schouders?

“Zeker! Ik denk heel erg na over de keuzes die ik maak. ‘Als ik dít doe, zijn ze dan trots of niet?’ Over mijn deelname aan K3 zoekt K3 heb ik erg getwijfeld. Ik wou dat supergraag, maar sommige moslims beschouwen dansen en zingen als zondig. Dat heb ik ook gemerkt aan de reacties. Veel mensen waren trots, omdat een Marokkaanse kans maakte om tot de nieuwe K3 te behoren, maar een minderheid vond me een slechte moslima, omdat ik rokjes droeg. In het begin heb ik daarmee geworsteld. Ik begon na te denken over mijn geloof. Een moslim die een andere moslim afkeurt omdat ze een rokje draagt, is óók een slechte moslim. Iedereen maakt fouten. Alleen Allah mag daarover oordelen.”

Ga je in discussie met zulke mensen?

“Nooit. Dat heb ik geleerd van Kristel van K3. Tijdens de opnames merkte ze dat ik triestig was en mezelf begon af te sluiten. Ze nam me apart en vroeg wat er scheelde. Ik vertelde haar over de negatieve reacties. ‘Waarom léés jij dat?’, vroeg ze. ‘Dat zijn mensen die níks te doen hebben. Bij mij gaat dat erin en eruit.’ Sindsdien lees ik die onzin niet meer. Dat heeft veel veranderd.”

Was het door al die reacties dat je opgelucht leek toen je uit de wedstrijd lag?

“Ja. De druk was te groot geworden. Ik zag mijn deelname als een test om eens te zien wat een professionele jury van mijn zang- en danstalent vond. Ik hield er nooit rekening mee dat ik kon ­winnen. Tijdens de liveshows werd die kans plots reëel en steeg de druk. Bij de andere meisjes was dat minder extreem. De hoop van een hele gemeenschap lag op mijn schouders: ‘Komaan hè, we willen er een Marokkaanse bij’. Ik kreeg ook racistische opmerkingen van Vlamingen en negatieve commentaren van mijn eigen volk. Al die stress sloeg op mijn stem, waardoor ik in de voorlaatste liveshow de mist in ging. Als ik gewonnen had, zou die druk gebleven zijn. Ik zou voortdurend op mijn tellen moeten passen.”

Is dat nu dan zo anders?

“Ja. Als Nora kan ik m’n eigen keuzes maken. In K3 wordt veel in jouw plaats beslist. De kans is groot dat ik dingen zou moeten doen, zeggen of dragen die gevoelig liggen in mijn gemeenschap.”

Die druk heb je ook ervaren door je relatie met Anson.

“Ja. Mijn man is van Ghanese afkomst. Ik ken hem al sinds mijn vijftiende, we zijn allebei opgegroeid op Linkeroever. De eerste zes jaar wilden mijn ouders onze relatie niet accepteren. Ze ­vreesden dat we te veel culturele verschillen zouden moeten ­overwinnen.

“Nog voor we een koppel werden, zei Anson al dat hij zich ooit wilde bekeren. Hij had veel Marokkaanse vrienden en vond de islam een mooie godsdienst. Toen we een koppel werden, ­herhaalde hij dat. Ik zei dat hij het niet voor mij of mijn ouders moest doen, maar voor zichzelf. Als hij het deed om anderen te paaien, zou hij mijn geloof oneer aandoen. Dat begreep hij. Twee jaar later belde hij me op om te zeggen dat hij zich had bekeerd in een kleine moskee in Borgerhout. Ik was heel blij, omdat het uit hemzelf was gekomen.”

Beeld Tim Coppens

Hebben je ouders hem sindsdien ­aanvaard?

“Dat is pas later gebeurd. Tijdens K3 zoekt K3 moesten ze samen in het publiek zitten. Dat bezorgde mij nog meer stress. Ik smeekte hen om geen ruzie te maken of vies naar elkaar te kijken. Gelukkig hielden ze zich daaraan.

“Na de tweede liveshow nam mijn vader me apart. Hij zei dat Anson een goede indruk op hem had gemaakt. ‘Als K3 achter de rug is, moet je trouwen, je kunt zo niet blijven leven’, zei hij. Ik was dolblij. Als het aan mij lag, was ik op mijn zestiende al met hem getrouwd. Het was alleen jammer dat mijn ouders nooit hadden willen zien wat een goeie gast hij is. Zijn ruige uiterlijk zet mensen soms op het verkeerde been. Hij heeft tattoos en is enorm gespierd, maar hij is ook heel lief en behulpzaam. Dat heeft mijn ouders verrast.”

In sommige moslimgezinnen zou je totaal verstoten zijn.

“Dat heeft niet veel gescheeld. Vooral de eerste twee jaar waren heel zwaar. Als ik zei dat ik met vriendinnen de stad in ging, dachten mijn ouders dat het wel weer met hem zou zijn. Ik werd voortdurend gecontroleerd, alle vertrouwen was weg. Ik begreep niet hoe ze zich zo konden gedragen, gewoon omdat ik iemand graag zag. Vanaf mijn achttiende ben ik alleen gaan wonen. Dat was helemáál not done. In onze gemeenschap moet je eerst trouwen voor je het huis uitgaat. Ofwel woon je bij je ouders, ofwel bij je partner. Een tijdlang had ik heel weinig contact met mijn ouders. Ik zat nog in het zesde middelbaar en leefde van een leefloon. Geld om op schoolreis te gaan, had ik niet. Ik weet hoe het is om aan het einde van de maand nog maar één euro op je rekening te hebben en thuis te ­zitten wachten tot je uitkering wordt gestort.

“Na mijn studies droomde ik van een toneelopleiding, maar ook die kon ik niet betalen. Daarom ben ik als verkoopster gaan werken in een kledingwinkel op de Meir. Vanaf mijn vijftiende had ik in alle schoolvakanties studentenjobs gedaan. Ik wilde ­zelfstandig zijn, zelf spullen kunnen kopen. Papa zei wel dat er genoeg geld was om ons gezin te onderhouden, maar door zijn rugproblemen en gebrekkig Nederlands geraakte hij moeilijk aan werk. Mama had wel een job: als modeontwerpster in een chique kledingwinkel. Maar we waren met zes thuis. Ik vond het fijn om meer verantwoordelijkheid te dragen en mijn eigen spullen te betalen. Met mijn eerste loon kocht ik mijn eerste eigen gsm, een Nokia Xpress Music, en deed ik mijn papa een vliegtuigticket naar Marokko cadeau. Hij is pas na zijn twintigste naar België gekomen. Zijn vrienden en familie wonen nog daar. Hij probeert een paar keer per jaar terug te gaan.”

Wat heb je geleerd uit de periode waarin je alleen woonde?

“Door die periode waardeer ik alles nu tien keer harder. Met sommige fotoshoots verdien ik bedragen waar ik vroeger maanden van moest rondkomen. Ik ben blij dat mijn ouders alles een kans hebben gegeven. Ze zijn opener geworden door die hele situatie.

“Vorige zomer ben ik met Anson getrouwd, op 1 juli, de dag waarop we acht jaar samen waren. We hebben geen traditioneel Marokkaans feest gehouden, maar een intieme ceremonie met 35 gasten. Ik hou meer van kleine dingen, dan geniet je intenser. Het stoorde me zelfs dat de pers wist dat ik zou trouwen. In een interview over Patser vroeg een journalist me wat ik vond van Matteo Simoni. ‘Knappe gast, hè’? Zó typisch! Ik antwoordde dat ik een vriend had en dat we deze zomer zouden trouwen. Het hele artikel ging over die bruiloft! Andere media namen het over met grote koppen: ‘Nora trouwt met haar onmogelijke liefde’. Ik vond dat een rotstreek. Met sommige ‘boekskes’ praat ik nooit meer.”

Nu we toch bij ‘de boekskes’ zijn beland, tijd voor een Flair-vraag. Je bent al samen met je man sinds je zestiende. Ga je je nooit afvragen hoe het met een andere man is?

“Nee. Mijn vriendinnen vragen me dat soms ook. In het begin zal zoiets spannend zijn, maar na een tijd verval je in hetzelfde ­stramien en kun je je weer gaan afvragen of het met de derde niet beter zou zijn. Zo blijf je bezig. Er zijn miljarden mannen op de wereld, ik hou het netjes bij de mijne. Als ik een relatie echt niet meer zie zitten, ben ik weg en zoek ik een nieuwe levenspartner. Seks met iemand anders, als amusement, heeft voor mij geen waarde.”

Het is wellicht geen feilloos bruggetje, maar hoe ben je met Adil El Arbi in contact gekomen?

“Via Facebook. Toen hij in De slimste mens zat, stuurde ik hem een berichtje om te zeggen dat hij goed bezig was. Tijdens K3 zoekt K3 deed hij hetzelfde voor mij. Een tijd later kreeg ik de kans om video’s te maken voor Generation M (het digitale platform van de VRT, red.). In een van die filmpjes had ik het over mijn ‘verboden’ relatie. Adil kreeg dat ook te zien. Daardoor besefte hij dat ik al wat had meegemaakt in mijn leven. Hij zag de gelijkenissen tussen mij en mijn personage Badia. Zij heeft een zwarte vriend en een olifantenhuid. Die heb ik ook moeten kweken. Als ik vroeger met Anson door Borgerhout liep, werd ik met de ogen afgeknald. Een Marokkaanse met een zwarte, dat kon niet. Adil herinnerde zich dat ik hem ooit had gevraagd waar ik acteerlessen kon volgen. Daarom nodigde hij me uit voor een auditie. Gelukkig wist ik niet dat het een hoofdrol was.” (lacht)

Heb je die acteerlessen gemist?

“Eigenlijk niet. Adil en Bilall werken graag met onervaren acteurs. Ze vinden dat veel geschoolde acteurs iets te gemaakt spelen, ze gebruiken trucs. Ik wéét niet hoe ik moet spelen dat ik verdrietig ben, ik haal het uit mijn eigen gevoel, waardoor het echter wordt. Je moet het dan nog wel durven voor een camera. Die drempel is niet te onderschatten.

“Ik heb Badia niet gespeeld, ik ben haar gewéést. Op de set bleef iedereen ook tussen de takes in zijn rol. Matteo bleef Marokkaans Antwerps praten, omdat hij zijn Limburgs even wilde vergeten. En ik bleef stoer doen. Zelfs als ik thuiskwam, bleef ik Badia. Als mijn vriend in de zetel voor tv lag, zei ik: ‘Kom, hef je luie reet maar uit de zetel!’ Hij vond dat hilarisch. Ik had hem vooraf gewaarschuwd dat ik thuis zou moeten oefenen. Zeker op schelden. Telkens als ik een tirade afstak, schoot hij in de lach, want dat doe ik normaal nooit.”

Nora Gharib: "Ik heb maandenlang elke dag kickbokstraining gevolgd bij Carlos Schram, een ex-wereldkampioen in de mixed martial arts." Beeld Tim Coppens

Jullie zijn voor de opnames met alle hoofdrolspelers gaan teambuilden in de Ardennen. Hoe was dat?

“We hadden daar een chalet gehuurd, om elkaar beter te leren kennen. Zo konden Matteo en ik zien hoe Marokkaanse jongens zich onder elkaar gedragen. Het was krankzinnig: drie dagen makakkengedrag, vuile moppen, gekke moves, jongens die proberen te koken, Mortal Combat spelen op de Playstation… Matteo en ik hebben vaak blikken van verstandhouding uitgewisseld, omdat het er zo over was. Fantastische ervaring!”

Badia is een vechtersbazin met een kort lontje die tot de patserbende behoort. Ze ontploft als iemand haar een ­‘lekkere chick’ noemt. Jij ook?

“Ik vond het zalig dat ik daar zo op mocht reageren. Geen man moet denken dat hij me zo kan aanspreken. (imiteert) ‘Hey, ­lekkere chick!’ Wat is dát nu, zeg?”

Sommige mannen zullen denken: dan geef je eens een ­compliment…

“Een compliment moet gegeven worden tussen twee personen. Als je zoiets zegt in een groep vrienden, is het om indruk te maken. En iets wat lekker is, daar heb je zin in, daar wil je aan likken. Ik heb liever dat ze me een mooie vrouw noemen. Daar schuilen niet zulke vieze bedoelingen ­achter.”

In een bepaalde scène ram je een kerel in elkaar. Heb je hard moeten trainen voor je rol?

“Ik heb maandenlang elke dag kickbokstraining gevolgd bij Carlos Schram, een ex-wereldkampioen in de mixed martial arts. Vechtsporten waren altijd al mijn ding. Als kind heb ik taekwondo gedaan en ik wilde graag thai­boksen, maar dat mocht niet van mijn ouders. Mama vreesde dat het mijn modellenwerk zou kunnen schaden.

“Na twee maanden trainen, merkte Carlos dat ik nog altijd geen blokjes op mijn buik had. Ik liet hem mijn buikspieren voelen. Keihard. ‘Maar er zit zo’n vetlaagje over’, zei hij. ‘Let je wel op je eten?’ Nee dus. Ik at alles, zoals altijd. Mijn vetpercentage lag op 27 procent. Dat moest 21 worden. Plots mocht ik geen snoep, ­vetten, brood, deeg en pasta meer eten. Enkel vlees, vis, groenten, fruit en water. De eerste week had ik hoofdpijn, een afkickverschijnsel van de suiker, daarna voelde ik me geweldig. Na drie weken heb ik één keer gezondigd: een focacciabroodje in de oven. Het viel als een steen op mijn maag. Ik werd ineens moe en onpasselijk. Zo zie je maar wat deeg doet met je lichaam. Nadien heb ik het nog een maand volgehouden, maar intussen is mijn sixpack weg. Ik ben klein en fijn, en wil niet te veel spieren. Een vrouw is mooier met rondingen. Ik probeer gezond te eten en af en toe te sporten, maar een perfect bikinilijf boeit me niet.”

De teaser van Patser werd door Facebook offline gehaald, omdat er een tepel in te zien was. Wat vond je daarvan?

“Eerst vond ik dat logisch. Er zitten naakte beelden in en die horen kinderen niet te zien. Maar Adil begreep er niks van. ‘Hebben ze niet gezien dat er in die teaser ook mensen worden afgeknald? En dat mag dan wel?’ Daar had hij gelijk in. Waar gaat de wereld naartoe als we geweld minder erg vinden dan een blote tiet?”

Zou jij zulke scènes doen?

“Nee, zelfs nog los van mijn geloof. Ik vind mijn lichaam te privé. Dat reserveer ik voor mijn man. Ik heb Adil en Bilall voor de opnames duidelijk gemaakt wat ik wel en niet zag zitten. De kusscène wou ik bijvoorbeeld liever niet met de tong doen. Maar ik denk niet dat ze veel moesten aanpassen.”

Jullie hebben tijdens de opnames de ramadan gevolgd. Viel dat mee?

“Ja, want we hebben de opnames naar de nacht verplaatst, van zes uur ’s avonds tot zes uur ‘s morgens. En tussen de takes stortten we ons telkens op de tafels vol eten en drinken, tot het weer licht werd.” (lacht)

Hoe waren de opnames in Marokko?

“Heftig! Er was veel groepsvorming rond de set. We moesten de mensen soms bijna uit beeld dúwen. Nabil Mallat (die de Marokkaanse flik Yasser speelt; red.) had geen scènes in Marokko, maar was er toch bij omdat hij de taal zo goed spreekt. Na twee dagen was hij zijn stem kwijt van het roepen tegen de mensen.”

Voel je je thuis in Marokko?

“Het is dubbel. In België worden we gezien als Marokkanen, in Marokko als Europeanen. Ze proberen ons daar net zo goed af te rippen als een blanke toerist.”

Hoe kunnen ze zien dat jij Europees bent?

“De kleren. Het gebit. De manier van lopen. Aan de manier waarop een Marokkaan loopt, zie ik óók of hij van hier of van Marokko is. Wij heffen onze voeten nog op, daar slenteren ze meer. Ze lopen op straat zoals in hun living, soms in pyjama.”

Heb je in België veel racisme ervaren?

“Ik heb altijd geloofd dat, als je jezelf niet ziet als een slachtoffer, je ook niet zo wordt behandeld. Ik heb mezelf nooit beschouwd als buitenlander. Daardoor zien de Vlamingen mij ook niet zo.

“Maar enkele maanden geleden heb ik voor het eerst racisme ervaren en dat heeft me diep geraakt. Ik zat met twee zussen en twee vriendinnen in de auto van mijn zus. We reden mee in een trouwstoet. Op een bepaald moment stopte de karavaan. Flikken. Elke auto werd gecontroleerd. Mijn vriendin droeg een Marokkaans vestje. Ik zei: ‘Snel, trek dat uit, anders gaan ze ons sowieso linken aan de stoet’. Helaas vergat ze haar gordel weer aan te doen. De agent deed teken dat we mochten doorrijden, maar plots riep hij ‘Stop’. Hij klopte op onze auto. ‘Deur open! Jij daar, jij had je gordel niet aan!’ Mijn vriendin probeerde uit te leggen dat ze hem amper tien seconden had uitgedaan en smeekte om het zo te laten. Dat wou hij niet: ‘Identiteitskaart, alstublieft!’ Had ze niet bij zich. Ze belde iemand op om haar handtas thuis op te halen. Ik vroeg de agent of hij onze gegevens ook nodig had. ‘Nee, enkel die van haar’. Twee minuten later kwam hij terug en vroeg hij de identiteitskaarten van de drie meisjes achteraan. Hij beweerde dat we alledrie onze gordel niet aan hadden. Op zijn gezicht stond te lezen dat hij loog. Mijn jongste zus riep dat hij een racist was. Mijn bloed kookte ook, maar ik probeerde haar te kalmeren, want ze maakte het alleen erger. Ik vroeg die agent of hij gezíén had dat we onze gordel niet droegen en zei dat ik alles had gefilmd. ‘Dan leg je dat maar voor aan de rechter’, zei hij. Nadien kwam er een vrouwelijke agente bij. Ze excuseerde zich voor het gedrag van haar collega. We zijn meteen klacht gaan indienen. De vrouw aan de balie zei dat ze zulke verhalen wel vaker hoorde. Enkele weken later mailde ze dat er nog altijd geen pv was opgemaakt. Die agent had dat gewoon gedaan om ons op stang te jagen. Of misschien had hij schrik gekregen na mijn bewering dat ik alles had gefilmd, de smeerlap.

“Vroeger was ik altijd de eerste om te zeggen dat het niet altijd racisme is. Nu ik het zelf heb ondervonden, snap ik het mechanisme van actie en reactie helemaal. Niet iedereen blijft zo rustig als ik. Als je dit soort streken uithaalt met opstandige jongeren, moet je niet schrikken dat ze agressief worden en de flikken gaan haten. Die jongens kiezen daar meestal niet voor. Hun situatie heeft ook te maken met opvoeding, leefmilieu, vrienden die elkaar ophitsen en agenten die hen unfair behandelen.”

Heb je die straatcultuur als kind ook gezien?

“Ik ben daarin opgegroeid. Ik ken de beide kanten. Daarom wou ik ook zo graag meewerken aan Generation M. De bedoeling was om de gelijkenissen tussen jongeren van verschillende achtergronden te benadrukken. We moeten allemaal onze huur betalen, hebben dezelfde examenstress en dromen allemaal van een gelukkig leven en een gezin. Er wordt te veel nadruk gelegd op de verschillen.”

Zie je het goed komen met de multiculturele samenleving?

“Momenteel niet. Als je het nieuws ziet… Ik vrees dat de racisten daar hun gelijk uit halen en dat gematigde mensen begrip krijgen voor racisme. De jongeren die actief waren bij de rellen in Brussel en Borgerhout waren nog zo jong. Dat is de volgende generatie en we dreigen hen te verliezen. Ik maak me ook zorgen over de strengere antivreemdelingenwetten. Sommige beleidsmakers willen steeds verder gaan om mensen het land uit te zetten of rechten af te nemen, zelfs als ze hier geboren zijn. Daar kunnen ook onschuldigen het slachtoffer van worden. Ik heb medelijden met kinderen van vluchtelingen die hier zijn geboren, of jaren naar school zijn gegaan en plots worden teruggestuurd, zoals dat Armeens meisje onlangs. Zij komt terecht in een vreemd land, waarvan ze misschien de taal niet eens begrijpt.

“Aan de andere kant merk ik dat veel blanke jongeren beseffen dat we niet allemaal slecht zijn. Ze hebben in hun vriendenkring een Mohammed of Amina die ook alleen maar een goed rapport wil. De generatie die opgroeit met diversiteit kan misschien voor verandering zorgen.”

Maar zelfs daar zie je nog veel gescheiden werelden. Mijn zoontje nodigde in het eerste studiejaar tien kinderen uit, onder wie zijn Turkse vriendje. Helaas mocht die als enige niet komen van zijn ouders.

“Zo ben ik gelukkig niet opgevoed. Ik had haast alleen maar Belgische vriendinnen en ik mocht naar hun feestjes. Meestal informeerden mijn ouders vooraf naar wat we gingen doen, wat er op het menu stond en of er geen drank in de buurt was. Tegen mij zeiden ze dat ik moest opletten dat ik geen vlees at. Maar als ze me daarvan hadden weggehouden, zou ik misschien alleen Marokkaanse vrienden hebben gehad. Dat maakt dat je je gaat afzonderen van anderen.

“Ik heb het geluk gehad dat mama al sinds haar zes maanden in België woont. Vanaf de kleuterschool sprak ik Nederlands met mijn zussen en mama, tot ergernis van papa. Hij vond het goed dat we buiten Nederlands spraken, maar thuis moest het Marokkaans zijn. Hij wou dat we in Marokko nog met zijn ouders konden praten. Ik heb het gevoel dat ik al mijn hele leven in een spreidstand sta: met één been in de Marokkaanse gemeenschap en met het andere in het blanke Vlaanderen.”

En wat zie je vanuit die positie?

“Dat het aan beide kanten wel meevalt. Alleen zien die twee kanten dat niet van elkaar, omdat ze bang zijn. De meeste Vlamingen zijn geen racisten en de meeste Marokkanen zijn brave mensen die niks te maken hebben met terreur. Daarom word ik woest als pipo’s zich opblazen in naam van Allah. In naam van uw zotte ­verzinsels, ja! Die gasten zijn heel slechte moslims die de Koran blijkbaar niet gelezen hebben. Daar staat in dat een goede moslim zich openstelt voor andere culturen en niemand mag pijn doen.”

Jij hebt geen schrik om een rolmodel te zijn, hè?

“Nee, omdat ik weet hoe belangrijk dat is voor mijn gemeenschap. Het is tijd dat de stereotypen worden doorbroken. Ik heb 62.000 volgers op Instagram en dat geeft me een bepaalde macht. Maar ik wil niet mobiliseren tégen iets. De rellen in Brussel ­hebben aangetoond hoe snel het uit de hand kan lopen. Ik ijver liever voor positieve zaken. Mijn schoonzus is trajectbegeleidster op de arbeidsmarkt. Onlangs heb ik haar gegevens op mijn account gepost met de boodschap dat al wie een job zocht, bij haar terechtkon. Daar kwam superveel reactie op. Veel mensen uit mijn buurt gaan ervan uit dat geen enkele werkgever zit te wachten op een Marokkaan. In een sollicitatiegesprek brengen ze dat ook over. Met zo’n houding geraak je natuurlijk niet aan een job. In mijn schoonzus hebben ze wel vertrouwen.

“Anson en ik zijn zowat het enige koppel uit onze wijk van wie beide partners werken. We wonen nu in Lier, maar als wij terugkeren naar Linkeroever, bekijken ze ons alsof we Barack en Michelle Obama zijn. (lacht) Mijn man geloofde vroeger ook niet in zijn kansen, omdat hij een andere afkomst heeft en geen klik had met blanken. Toen hij mijn Vlaamse vriendinnen leerde kennen, is dat stilaan gekeerd. Hij heeft nu een goede job als procesoperator, een mooie auto en een ruime huurwoning. Ik gebruik hem vaak als voorbeeld om zijn vrienden te stimuleren ook een job te zoeken. Veel bedrijven vinden geen volk meer. Zelfs voor wie vroeger moeilijk aan een job geraakte, om de verkeerde redenen, is het nú het moment. Alleen als we ons best doen, kunnen we de vooroordelen over ons keren.”

Nora Gharib: "De generatie die opgroeit met diversiteit kan misschien voor verandering zorgen." Beeld Tim Coppens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234