Zaterdag 21/09/2019

De Vrouwenafdeling

Nina Van Eeckhaut: "Er zijn geen grotere vrouwenhaters dan vrouwen"

Nina Van Eeckhaut. Beeld Jef Boes

Strafpleiter Nina Van Eeckhaut (38), dochter van de even mythische als betreurde Piet Van Eeckhaut, staat er niet van te kijken dat vrouwen momenteel zowat overal ter wereld hun rechten opeisen. "Mijn vader zei jaren geleden al: ‘De 21ste eeuw wordt de eeuw van de vrouw.’ Zoals wel vaker waren zijn woorden profetisch."

Ik hou van volwassenen die nog altijd de woorden mama en papa gebruiken. Nina Van Eeckhaut is zo iemand. Ze zegt niet: ‘Mijn moeder heeft een geweldig gevoel voor humor’, ze zegt: ‘Mama heeft een geweldig gevoel voor humor’. Het geeft aan dat het meisje in de 38-jarige strafpleiter nog niet bezweken is onder de plechtstatigheid van haar ambt.

Nog meer ondersteunend bewijs voor die stelling: ze heeft ooit overwogen om een tattoo van Vrouwe Justitia in haar huid te laten krassen. Niet in de gekende Romeinse uitvoering, maar in een wat swingender pin-upversie. Dat het er uiteindelijk niet van gekomen is, had meer te maken met een chronisch gebrek aan tijd dan met een plotse opwelling van pudeur.

Ter voorbereiding van ons gesprek plukte ze Het seksuele masker van Camille Paglia uit de boekenkast van haar vader: een feministische turf waarin wordt aangevoerd dat de meesterwerken uit de kunst vrijwel altijd geïnspireerd zijn door de verhoudingen tussen de seksen.

“Paglia beweert dat de duistere macht die seks heet, ons gedrag veel ingrijpender bepaalt dan we zelf erkennen. En daar volg ik haar wel in. Zie ook: Tom Meeuws en Liesbeth Homans. Ik geloof niet dat Bart De Wever Tom Meeuws enkel omwille van zijn affaire met Homans kapot wil. Maar het speelt wellicht meer mee dan hij bereid is om toe te geven.”

Haar vrouwen- en advocatenhart juicht als ze ziet hoe jonge meisjes na de #MeToo-orkaan korte metten maken met mannen die zich aan seksuele onwelvoeglijkheden bezondigen. Maar ze ergert zich met evenveel toewijding aan wat ze zonder omwegen genderexcessen noemt.

“Kristin Rose-Möhring, de Duitse minister bevoegd voor Gendergelijkheid, heeft onlangs gepleit voor een tekstaanpassing in het Duitse volkslied: ze wil het woord Vaterland vervangen door het genderneutrale Heimatland. Dat is toch van een lachwekkende absurditeit? Moeten we het woord boeman dan ook vervangen door boemens?”

“Dat soort initiatieven heeft niks met gendergelijkheid te maken, maar alles met de profileringsdrang van politici. Weet je wat een écht genderonrecht is? Dat er minder wetenschappelijk onderzoek verricht wordt naar ziektes die vooral vrouwen treffen omdat de topposities in de medische wetenschap overwegend door mannen bekleed worden. Dát is genderongelijkheid.”

Op de website van haar advocatenkantoor staat een zin die tegelijk een geruststelling en een waarschuwing inhoudt: ‘Nina Van Eeckhaut zal tot het uiterste strijden in zaken die zij rechtvaardig acht.’

Ik vraag of haar rechtvaardigheidsgevoel sneller geactiveerd wordt wanneer er vrouwelijke slachtoffers in het spel zijn. “Het is niet zo dat ik meer vrouwelijke dan mannelijke cliënten heb. Maar ik ben als advocate wel gevoeliger voor de pijn van een vrouw, denk ik. Zeker als het over verkrachtingen gaat: je moet als vrouw niet eens uitzonderlijk empathisch zijn om je te kunnen inbeelden hoe ingrijpend een inbraak in je eigen lichaam moet zijn.”

“Ik vind trouwens al lang dat de maximumstraffen voor verkrachters een stuk zwaarder mogen zijn. Verkrachters krijgen ongeveer dezelfde straf als schriftvervalsers. Dat is absurd.”

Is justitie een mannenwereld?

Nina Van Eeckhaut: “Steeds minder. (Haalt er een document bij) In 2012 waren er 3.747 vrouwelijke advocaten, in 2017 waren het er al 4.604. Dat is een stijging met 23 procent. Bij de twintigers zijn er zelfs meer vrouwelijke dan mannelijke advocaten: 62 procent ten opzichte van 38 procent. Bij de dertigers en de veertigers zijn de heren dan weer in de meerderheid, maar een mannenwereld kun je justitie zeker niet noemen.”

Ook niet als we ons beperken tot de categorie van de strafpleiters?

“Dát is iets anders. (lacht) Nauwelijks twee op de tien strafpleiters zijn vrouwen.”

Hoe komt dat?

“Wat meespeelt, is dat strafpleiters in fysiek opzicht een erg belastende job hebben. Ze moeten overal tegelijk zijn en voortdurend van de ene gevangenis naar de andere rijden. Plus: in het burgerlijk recht kun je je agenda nog onder controle houden, maar in het strafrecht lukt dat niet. Als ik straks gebeld word door iemand die zegt: ‘Mijn broer zit in de gevangenis, kun je komen helpen?’, stuikt mijn zorgvuldig geconstrueerde agenda helemaal in elkaar. Dat is voor mij al niet gemakkelijk, laat staan voor advocates die kinderen hebben.”

Moeten vrouwelijke strafpleiters ‘een groot bakkes’ hebben, zoals uw collega Nathalie Buisseret beweert?

“Ik zie niet in waarom je je als advocate stoerder zou moeten voordoen dan je bent. Als je goed bent, hoef je in de rechtszaal helemaal niet de bitch uit te hangen. Dan maak je duizend keer meer indruk door rustig je zaak te bepleiten. Wat wél klopt, is dat je je als advocate vaak wat feller moet opstellen ten opzichte van moslimcliënten: ze hebben de neiging om een vrouw in een toga te wantrouwen. Zeker in het begin van een zaak. Zodra ze je horen pleiten, smelt hun scepsis meestal als sneeuw voor de zon.”

Bekeek uw vader het beroep van advocaat door een genderbril? Zag hij wezenlijke verschillen tussen een mannelijke en een vrouwelijke advocaat?

“Nee. Papa behandelde mij als advocaat, nooit als vrouwelijke advocaat. Wel vond hij dat vrouwen veel slimmer waren dan mannen. Maar dan had hij het niet alleen over advocaten.” (glimlacht)

Hij zei ook dat vrouwen intentioneel betere wezens zijn dan mannen. ‘Behalve als het echt mis gaat’, voegde hij eraan toe. ‘Dan kent hun sluwheid geen grenzen.’

“Ik voel mij niet geroepen om dat tegen te spreken. Was het niet Shakespeare die ooit zei: ‘Geen grotere furie dan een versmade vrouw?’” (lacht)

Zijn er typisch vrouwelijke en typisch mannelijke misdaden?

“Vrouwen gaan bij het plegen van een misdaad wat subtieler te werk. Als ze iemand vermoorden, gebruiken ze meestal gif. Terwijl mannen makkelijker naar steekwapens en geweren grijpen. Een exclusief vrouwelijk fenomeen is het münchhausen-by-proxysyndroom. De vrouwen die daaraan lijden, maken hun kind opzettelijk en herhaaldelijk ziek omdat ze verslaafd zijn aan de aandacht die ze dan krijgen: ‘Wat een moedige vrouw. Haar kind is altijd ziek en toch houdt ze zich staande.’ Münchhausen-by-proxy is een vorm van kindermishandeling waaraan alleen vrouwen zich schuldig maken.”

Zijn pedofielen voornamelijk mannen?

“Ja. Er zijn ook wel vrouwen die pedofiele zedenfeiten plegen, maar ze zijn een weinig bestudeerde groep. Ik heb voor een zaak eens onderzoek gedaan naar jeugdige, vrouwelijke zedendelinquenten: meisjes van 13 of 14 jaar die zich vergrijpen aan jongens van 5 of 6 jaar. Wel, ik vond er in de literatuur vrijwel niks over terug. Vrouwelijke pedofielen zijn zo mogelijk een nog groter taboe dan mannelijke.”

Als de man-vrouwverhoudingen in de samenleving veranderen, merkt u dat dan ook in de rechtbank? Staan vrouwen ook juridisch sterker dan tien jaar geleden?

“De juridische positie van vrouwen is vooral na de zaak-Dutroux verbeterd. In het post-Dutroux-tijdperk hebben de slachtoffers van misdrijven meer rechten gekregen. En aangezien slachtoffers heel vaak vrouwen zijn, leidde dat de facto tot meer juridische rechten voor vrouwen: ze kregen meer inzage in hun dossier en konden ook bijkomende onderzoeksdaden vragen.”

“In echtscheidingszaken is het dan weer de man die erop vooruitgegaan is. Papa’s zijn juridisch lang als tweederangsouders behandeld. Die tijd is voorbij.”

Zijn er in de advocatuur genderspecifieke domeinen? Hebben mannen een voorkeur voor vennootschapsrecht en vrouwen voor familierecht?

“Ik heb de indruk dat dat allemaal nogal door elkaar loopt. Maar ik zou het niet per definitie verkeerd vinden, mochten er mannelijke en vrouwelijke rechtsdomeinen zijn. Zolang alle disciplines zowel voor vrouwen als voor mannen toegankelijk zijn, zie ik het probleem niet. Mannen en vrouwen hebben veel met elkaar gemeen, maar verschillen ook van elkaar. We hoeven dus niet precies hetzelfde te doen. Gelijkheid is geen synoniem van uniformiteit.”

Begin dit jaar was Nina Van Eeckhaut uitgenodigd om te komen spreken op het – pomp even wat verse lucht in uw longen – Interfacultair Welsprekendheidstornooi van het Vlaamse Rechtsgenootschap: een verbale krachtmeting tussen studenten van de KU Leuven. Eenmaal ter plaatse constateerde ze dat er onder de dertien deelnemers geen enkele vrouw was. “Blijkbaar zijn vrouwen nog altijd banger om op een podium te staan dan mannen. Dat is jammer, maar ik herken het wel: ik hou hartstochtelijk veel van het pleidooi, maar wat minder van de bühne.”

Pleit een vrouwelijke strafpleiter anders dan een mannelijke?

“Ja. Een man zal vaker over technische kwesties uitweiden. Terwijl ik geneigd ben om in te zoomen op de menselijke dynamiek in een zaak: hoe verhouden de protagonisten zich op relationeel gebied ten opzichte van elkaar?”

Gebeurt het dat een mannelijke tegenstrever uw geloofwaardigheid in twijfel trekt omdat u een vrouw bent?

“Mannelijke strafpleiters proberen van een vrouwelijke tegenstrever weleens een karikatuur te maken. ‘Het wordt u door de tegenpartij molenwiekend uitgelegd’, zei een confrater ooit over mij tegen de rechter. Omdat ik tijdens mijn pleidooi toevallig een ‘vrouwelijke’ armbeweging had gemaakt. Hij suggereerde dat mijn emoties op hol waren geslagen. Dat mijn blik op de zaak vertroebeld werd door mijn hysterische vrouwelijkheid. Ik vond dat een zwaktebod.”

Dat hebt u hem met uw lage stem ongetwijfeld ook gezegd.

“Je lacht, maar mijn stem is in de rechtbank wel degelijk een voordeel. Een advocate met een hoge stem roept bij veel mensen het beeld op van een viswijf dat staat te roepen op de markt. Zeker anderstalige cliënten hebben meer vertrouwen in een grote man met een lage stem dan in een frêle vrouw met een piepstem. Ook al slaat de vrouw nagels met koppen en verkondigt de man de grootst mogelijke nonsens.”

Bent u even ijdel als uw mannelijke collega’s?

“‘O ijdelheid, uw naam is vrouw’, luidt een Latijns gezegde. (lacht) Laat ik je vraag als volgt beantwoorden: ook vrouwelijke strafpleiters ontsnappen niet aan de tirannie van het schoonheidsideaal.”

En dat terwijl jullie in de rechtbank een allesbehalve modieuze toga moeten dragen.

“Heerlijk toch? Dankzij die toga worden we niet beoordeeld op de kleren die we dragen. Iets wat – laten we eerlijk zijn – veel vaker bij vrouwen gebeurt dan bij mannen. Ik herinner me dat ik op een snikhete zomerdag eens erg zomers was uitgedost onder mijn toga. Op een gegeven moment zei de toenmalige voorzitter van de raadkamer: ‘Het is hier veel te warm, laten we allemaal onze toga’s uitdoen.’ Ik heb dat geweigerd. Mijn verzet leidde zelfs bijna tot een incident.”

“Achteraf kwam een vrouwelijke medepleitster mij zeggen: ‘Allee, Nina, dat je zo’n kans hebt laten schieten!’ Ze bedoelde dat ik met mijn zomerse outfit mijn voordeel had kunnen doen in de rechtbank. Maar zo zit ik totaal niet in elkaar.”

Pleit u anders wanneer de rechter een man is?

“Nee. Hooguit zal ik wat sneller een voetbalmetafoor in mijn pleidooi smokkelen. Je moet een rechter of een jury ook zin geven om je gelijk te geven. Een zekere luchtigheid kan daartoe bijdragen.”

Is de man-vrouwverdeling in jury’s voor u een aandachtspunt?

“Wanneer ik een vrouwelijke dader bijsta, wil ik zo weinig mogelijk vrouwen in de jury. Er zijn namelijk geen grotere vrouwenhaters dan vrouwen: wij kunnen echt ongelooflijk hard zijn voor elkaar. Mannen hebben ook veel gebreken, maar aan ongezonde onderlinge wedijver zullen ze zich zelden bezondigen. Een man zal bijvoorbeeld nooit een als compliment vermomde belediging uitspreken. Een vrouw wel. (In plat Gents) ‘Amai, gij hebt een schoon kleedje aan, ik heb dat vorige week ook gezien in de uitverkoop, maar ik heb het laten hangen.’ (lacht) Heel venijnig en helaas: typisch vrouwelijk.”

Kunt u zich situaties inbeelden waarin een cliënt beter af is met een vrouwelijke dan met een mannelijke advocaat?

(na lang nadenken) “Een verkrachter kan voor een vrouwelijke advocaat opteren in een poging om zijn imago wat te verzachten. Maar dat is louter een kwestie van beeldvorming. Inhoudelijk kan een man een verkrachter even goed verdedigen als een vrouw.

(verandert van onderwerp) “Weet je wie ík graag eens zou verdedigen? Een vrouw die betrapt wordt op het bezit van pepperspray. In België is pepperspray een verboden wapen. Maar ik zou weleens willen beargumenteren dat een vrouw – in tegenstelling tot een man – wél het recht zou moeten hebben om pepperspray te bezitten.”

“Mannen en vrouwen zijn fysiek ongelijk: een man zal een vrouw vrijwel altijd kunnen overmeesteren. Waarom mogen vrouwen ter compensatie van dat mannelijke overwicht dan niet in het bezit zijn van een busje pepperspray? Gelijkheid betekent niet alleen dat gelijke situaties gelijk behandeld worden, maar ook dat ongelijke situaties ongelijk behandeld worden. Met zo’n case zou ik weleens naar het grondwettelijk hof willen stappen.”

In het Canvas-programma Winteruur las ze op de sofa van Wim Helsen het gedicht ‘Winterochtend’ van Herman de Coninck voor. Nadat de woorden van De Coninck gedegusteerd waren, vertelde ze dat ze zelf soms ook gedichten schrijft. Ik vraag of ze zo goed wil zijn om me een van haar verzen voor te dragen. Ze kucht en zegt vervolgens: ‘In de zevende hemel kus ik gedachteloos de leden van je ogen / Leek het maar alsof of hebben we écht bewogen? / Als je weg bent, herinner ik me niet of je wakker was of sliep / Alleen nog maar je lippen en het vallen naar heel diep.’

Mooi.

“Dit gedicht heb ik geschreven toen ik zestien of zeventien jaar was. Maar het is stilistisch vrij representatief voor mijn oeuvre. (lacht) Mijn gedichten zijn altijd vrij zinnelijk. Donker ook. Behalve als ik gedichten schrijf voor vrienden of vriendinnen: die zijn vrolijker van toon.”

Zelfs in interviews laat u zich soms op poëzie betrappen. ‘Mijn beroep vergt zoveel praten dat ik ’s avonds vaak wil zwijgen’, zei u ooit in De Tijd. Los van de dichterlijke kwaliteiten van die uitspraak: is het voor uw partner niet vervelend dat u zich ’s avonds in zwijgzaamheid wil hullen?

“Met die uitspraak bedoelde ik vooral dat ik ’s avonds niet altijd over de mentale ruimte beschik om nog buren of vrienden te entertainen. Over mijn man en mij hoef je je geen zorgen te maken: wij stoppen zelden met praten. (lacht) Mijn grootste relationele nachtmerrie is the dining death: het echtpaar dat op restaurant zwijgend tegenover elkaar zit waardoor je enkel nog het gekletter van het bestek op het bord hoort. Vréselijk.”

U hebt geen kinderen. Dat lijkt me voor een advocate die ook familierechtelijke zaken doet een nadeel.

“Toch niet. Ik hoef ook geen drugs te gebruiken om me te kunnen verplaatsen in de wereld van een drugsverslaafde. Ik vind het storend wanneer een vrouwelijke advocaat tegen een familierechter zegt: ‘Ik heb zelf kinderen, dus ik zal het wel weten, zeker?’ Dat is een absurd en ongepast argument. L’avocat n’est pas témoin. Wij zijn nooit getuigen. Noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks.”

Welk vrouwbeeld hebt u thuis meegekregen? Wat voor iemand is uw moeder?

“Mama is een van de grappigste en meest onafhankelijke vrouwen die ik ken. Ze is een scherp observator en vertaalt de wereld in verrassende inzichten. Als ik een zeker talent heb ontwikkeld om mensen te doorgronden, heb ik dat in belangrijke mate aan haar te danken. Ze was tijdens mijn jeugd zeker geen achtergrondfiguur. Integendeel: ze was heel aanwezig. Als puber heb ik me meer afgezet tegen papa dan tegen mama. Als je op elkaar lijkt, kom je vaker met elkaar in conflict.”

Was uw vader een geëmancipeerd man?

“Ja. Alle echte mannen zijn trouwens feministen. Mannen die geen gelijke rechten willen, zijn bang voor vrouwen, dat zijn geen venten. Vroeger, toen ik nog niet zo bekend was, deed ik hier bij wijze van test soms zelf de voordeur open als er iemand aanbelde. Mannen die mij dan denigrerend behandelden omdat ze dachten dat ik máár de secretaresse was, hadden er bij mij meteen gelegen. Al moet ik zeggen dat er ook veel vrouwen faalden voor mijn secretaressetestje.”

In Humo getuigde u over uw depressie tijdens uw puberteitsjaren. ‘Ik voelde me weerloos en verloren’, zei u. Had uw ontluikende vrouwelijkheid daar iets mee te maken? Had u het moeilijk om als jonge vrouw uw plaats in de samenleving te vinden?

“Deels wel, ja. Ik voelde me als meisje bijvoorbeeld heel vaak schuldplichtig aan jongens, vraag me niet waarom. Tijdens mijn studententijd ging ik dikwijls uit. Wanneer ik met een jongen aan de toog stond, zei ik al na vijf minuten: ‘Ik drink met plezier een pint met jou, maar ik wil je nu al zeggen dat ik straks niet mee naar je kot ga.’ Ik was enorm bang om als cockteaser gezien te worden. En vooral: ik had het idee dat ik het geflirt binnen de perken moest houden omdat ik anders moreel verplicht was om all the way te gaan. Ik heb me gaandeweg van die onnodige schuldgevoelens bevrijd, maar ze hebben mijn omgang met jongens toch een tijdlang bemoeilijkt.”

Tot slot: wie is anno 2018 een uitstekend vrouwelijk rolmodel?

“Ik heb weinig met heldinnen zoals Beyoncé. Mijn rolmodellen situeren zich in mijn onmiddellijke omgeving. Marjan Vandegehuchte is een van hen: een bijzonder grappige en intelligente advocate. Tijdens De Revue, het jaarlijkse cabaret van de balie, is ze elk jaar opnieuw de ster. Ze heeft net met een bewonderenswaardige veerkracht kanker overwonnen. Als ik in geweeklaag dreig te vervallen, hoef ik maar aan Marjan te denken om mezelf weer op het juiste spoor te krijgen.”

Vroeger voerde u vaak lange en intense gesprekken met uw vader. Na zijn overlijden werd Etienne Vermeersch een van uw intellectuele sparringpartners. U omringt zich graag met oude, wijze mannen?

“Ja. Mijn eerste ontmoeting met Etienne Vermeersch – niet lang na de dood van papa – heeft mij enorm getroost. Je moet weten: papa was mijn schild tegen de banaliteit. Tegen de dwaze praat die maar niet verstomt. Die beschermende rol speelt Etienne ook. Hij omgeeft me met een laagje beschaving waar de brutaliteit van de buitenwereld op afketst. Nu ik erover denk: ik moet dringend nog eens met hem afspreken.”

Lees alle voorgaande afleveringen op demorgen.be/vrouwenafdeling

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234