Vrijdag 19/04/2019

Interview

Nederlands koppel gaf alles op en trok met drie kleine kinderen naar de indianen in Michigan

Rolf Winters en Renata Heinen bouwden een oude kippenstal in Zuid-Engeland om tot droomhuis. Of eerder, tot uitvalsbasis voor hun missie: de wereld weer op het juiste spoor krijgen. Lang geleden gaven ze alles op om met hun kinderen bij de indianen te gaan wonen in Michigan. Het begin van een avontuur dat leidde tot een waanzinnig sterke film. Hun verhaal is het perfecte leesvoer voor vandaag, op Earth Day.

Beeld Stefaan Temmerman

Rolf Winters en Renata Heinen wonen met hun kinderen in een oude kippenschuur in de waterrijke bossen van Zuid-Engeland. Dat klinkt primitiever dan het is. Ze hebben het bouwvallige krot mooi gerenoveerd tot een originele houten woning waarin woonkamer en keuken zich in één grote hal bevinden. Het licht valt binnen via de glazen gleuf in het plafond en langs het grote schuif­raam dat uitgeeft op een prachtige, wilde tuin. Binnen ruikt het naar wierook, buiten geuren Renata’s kruiden en geneeskrachtige planten. Die heeft ze in een cirkelvormige structuur aangelegd rond het kampvuur: een plek waar het ’s avonds heerlijk mijmeren moet zijn, terwijl de zon achter de groene glooiingen van Kent zakt. 

“Dit huis lijkt op de schuur die we in de bossen van Michigan hebben gebouwd”, zegt Rolf. “Wij houden niet van hokjes. Liever een grote, open ruimte waarin alles gebeurt. We proberen het huis te zien als een onderdeel van de natuur. Daarom hebben we het rond de tuin gebouwd. We leven zoveel mogelijk buiten, telen onze eigen groenten, en bij mooi weer zitten we altijd bij het vuur.”

Wat verderop staat een sweat lodge, een zweethut. De sauna van de indianen, zeg maar. De native Americans gebruikten die voor hun ceremonieën: om de ziel te zuiveren en zich klaar te maken voor de jacht. Het procedé? In de donkere tent schaart de clan zich (half)naakt rond een stapel gloeiende stenen. Iedereen mag vrijuit spreken. Iemand onderbreken of beoordelen is verboden. “Tijdens onze vier jaar bij de indianen hebben onze kinderen geleerd hoe fijn het is om urenlang in stilte bij het vuur te zitten. Of om in een zweethut te luisteren naar de verhalen en emoties van anderen. We doen dat nog altijd met ons vijven. Onlangs heeft onze dochter Zoeli (18) een sweat lodge georganiseerd voor haar vrienden. Na drie uur kwamen ze helemaal verbroederd buiten. Daarna hebben ze lang nagekaart, over de impact die het had op hun onderlinge verbinding.”

Tabula rasa

Maar we zouden het over Down to Earth hebben, de film die in 90 minuten een waanzinnige reis van vijf jaar behapt. Een trip waaraan bitter weinig mensen zich zouden wagen, met drie kinderen die destijds tussen de 2 en 6 jaar oud waren.

Begin deze eeuw hadden Rolf en Renata het aardig voor mekaar. Zij verdiende haar brood als kunstenares en actrice in Londen. Hij, gediplomeerd bedrijfseconoom, was een grote jongen bij een multinational. “Ik mocht naar het hoofdkantoor in Londen. Lekker voor mijn ego. Tot ik kennismaakte met de slangenkuil en de elleboogjes. Het ging niet meer over wat goed was voor de klanten of het bedrijf. Iedereen was alleen bezig zijn eigen hachje te redden. Macht, geld en ego’s. Het waren vier vreselijke jaren die me deden inzien dat het anders kon.”

Winters startte een consultantbureau om bedrijfsleiders te coachen. Het geld stroomde binnen. Maar toen er kinderen kwamen, gingen de vaste patronen van de Britse grootstad knellen. Een verhuizing naar Amsterdam bood weinig soelaas. Het gezin wilde met de kinderen de natuur in, op zoek naar “een nieuw perspectief op het leven en meer verbondenheid met de aarde”.

Hun huis in Zuid-Engeland. Beeld Stefaan Temmerman

Renata: “Vroeger waren we gelukkig in de grootstad. Met de komst van de kinderen groeide het besef dat onze maatschappij de foute kant opging. Dingen die we altijd vanzelfsprekend achtten, begonnen te storen. Om een alternatief te vinden, was het nodig om de banden met de westerse maatschappij te verbreken. In Europa vonden we geen plek die ruig en puur genoeg was.”

Putje winter trok het gezin naar het noorden van Michigan, tegen de grens met Canada, een bosrijk gebied ter grootte van de Benelux met amper 300.000 inwoners. Het kon er tot -30°C worden. Aanvankelijk woonden ze in een trailer aan de oever van Lake Michigan, zonder stromend water of elektriciteit. Het vuur bood warmte, het meer deed dienst als bad. Ze herademden. Op een aangekochte lap grond in het bos bouwden ze een houten woonst en een blokhut die dienstdeed als schooltje voor de kinderen, die elke voormiddag thuisonderwijs kregen.

Rolf: “We leefden basic, maar niet primitief. We hadden internet, maar geen tv of radio. In onze tuin teelden we voedsel en we hielden dieren. We woonden heel afgelegen en hadden veel tijd om dingen samen te doen. Wij kunnen zeggen dat we onze kinderen écht hebben zien opgroeien. In het Westen geven veel ouders hen af aan de crèche, en daarna aan het schoolsysteem.”

Het gezin leefde van de spaarpot die het had aangelegd door alles te verkopen. Om het contact met de westerse wereld te behouden, liet Rolf af en toe een groep bedrijfsleiders overkomen, met wie hij de natuur introk.

Renata: “We krijgen soms te horen dat niet iedereen kan doen wat wij hebben gedaan. Waarom niet? Ik heb altijd gevonden dat je niet over dingen moet praten, maar ze gewoon moet dóén. Veel mensen laten zich afremmen door angst. We hebben daar in de bossen ook dipjes gekend.”

Rolf: “Renata zit niet zo vast in patronen. Ze maakt mij al dertig jaar losser, meer onthecht. Ik was nogal geconditioneerd door mijn opvoeding. Maar als je je hart volgt, verandert alles, ook de relaties met anderen. We hebben vrienden verloren, maar ook nieuwe vriendschappen opgebouwd.”

Renata: “Als je doet wat je écht wil, kan dat confronterend zijn voor anderen. Het doet hen ook nadenken. ‘Ga ik weg bij mijn partner?’ ‘Zeg ik mijn baan op?’ Het onbegrip waarop we soms zijn gestuit, heeft daarmee te maken, denk ik.”

Rolf: “Mijn ouders begrepen het ook niet. Ze kwamen wel één keer per jaar op bezoek. Het tweede jaar lieten we hen deelnemen aan een sweat lodge-ceremonie. De mooiste ervaring die ik ooit met hen heb gehad. Het onbegrip was zó weg. Daar voelden ze hoe waardevol de levensfilosofie van de native Americans is.”

Medicijnmannen

De indianen in Michigan wonen niet in wigwams, maar in huizen, verspreid in het bos. Ze dragen geen vodjes van bizonleer voor hun sjokkedijzen, maar rijden in trainingspak naar de supermarkt. Ze jagen niet met speren, maar bakken hun vlees in de pan, of op de barbecue. En de meesten hebben een normale job.

Renata: “Jagen en vissen doen ze nog, maar alleen voor eigen gebruik. Hun veren en relikwieën dragen ze alleen nog de ceremonies. Dan lijkt het alsof je honderden jaren teruggaat in de tijd. Als je allemaal naakt rond het kampvuur staat en samen de zweethut ingaat voor een zuivering, is de gejaagde maatschappij ver weg.”

Rolf: “De clan die wij hebben leren kennen, heeft opnieuw aangeknoopt met zijn roots. Hun ouders leefden in reservaten en werden onderdrukt. Tot de jaren 80 mochten ze geen ceremonies doen. In bars hingen bordjes: ‘Not allowed for dogs and indians.’ Die mensen zijn opgegroeid met het mantra dat ze zich moesten gedragen als westerlingen. Dat begon zo te knagen dat ze de reservaten verlieten en zich gingen vestigen in de buurt van een oude spirituele leider die hen hielp om de gebruiken, wijsheden en medicijnen van hun voorouders te herontdekken. Die leider was Nowaten. Hij woonde diep in de bossen. Pas na bijna drie jaar hebben we hem voor het eerst ontmoet. Je kon niet zomaar naar hem toe, hij moest je uitnodigen.”

Renata: “Voor die eerste ontmoeting had ik een chili met bizonvlees gekookt. We hebben eerst samen gegeten en in zijn groententuin gewandeld. Daar liep ook een wolf waarmee hij al twintig jaar samenleefde.”

Rolf: “Zijn naam betekent Hij Die Luistert, maar Nowaten sprak de hele tijd. Hij vertelde ontelbare verhalen. Als je een vraag stelde, negeerde hij die meestal. Dan dronk hij van zijn koffie en begon een nieuw verhaal. Tijdens de nachtelijke terugritten kwam ik er telkens achter dat hij met zijn verhalen vragen had beantwoord die ik niet eens had gesteld: zaken waarvan hij had aangevoeld dat ik ermee worstelde.”

Renata: “Door die gesprekken met Nowaten kwamen we op het idee om een film te maken. De wereld moest kennismaken met zijn wijsheid. In het begin ging hij daar niet op in. Pas na zeven bezoeken zei hij: ‘Ik ben klaar.’ Eigenlijk bedoelde hij: ‘Jullie zijn klaar.’ Hij had ons uitvoerig gewogen.”

Rolf: “‘De tijd is rijp’, zei hij. ‘De bewustwording over de planeet groeit. De blanken willen eindelijk luisteren.’ Toen hij had ingestemd, wilden we ook wisdom keepers van andere stammen, zoals de Aboriginals en de Masai, aan het woord laten.

“Die mannen kijken dwars door je heen. Wij kunnen maar op één frequentie waarnemen, zij staan in verbinding met verschillende energielagen. En met de voorouders. Dat laat hen toe om mensen te helpen. Hoe vaak wordt een ziekte niet aan stress geweten, aan emoties die vastzitten? Die blokkeren je systeem, waardoor de energie niet lekker door je lichaam stroomt. We hebben meerdere zieken gezien die door de medische wetenschap waren opgegeven, en die gezond naar huis terugkeerden na een ceremonie met een medicijnman. Over gezondheid vertelden de wisdom keepers allemaal hetzelfde: als je leeft naar je hart, kan niks je in de weg staan. Dan word je niet ziek.”

Renata: “Het consumentisme en de westerse groeiverslaving maakt hen heel verdrietig. Zij hoeven geen duur horloge. Ze vragen zich af waarom wij al die spullen wel nodig hebben.”

Rolf: “Dat is dé vraag: waarom zijn we zo bang om niet genoeg te hebben, om the next big thing te missen? Volgens hen komt het omdat we geen connectie meer hebben met de natuur. Als die wegvalt, kun je enkel nog connectie maken met materiaal.

“Wij hebben een systeem gecreëerd waarin we alle basistaken uitbesteden en ons indekken tegen allerlei mogelijke risico’s. En toch zijn wij veel banger dan die ‘primitieve’ stammen. Zij hebben geen hospitalisatie- en brandverzekering, maar wel een onverwoestbare levenskracht.”

Renata: “Maar ze ervaren wel de gevolgen van ónze levensstijl. Ze komen in aanraking met vervuiling, klimaatverandering en verwoestende economieën. Toen we in het Amazonewoud ­kwamen, wilden ze eerst weten of we niets te maken hadden met de oliebedrijven. Anders konden we gelijk inpakken. Veel stammen wilden niet gefilmd worden. Tot we hen onze bedoeling uitlegden. Zij beseffen ook dat het hoognodig is dat hun boodschap gehoord wordt.”

In de kippenschuur die ze omtoverden tot warme thuis. Beeld Stefaan Temmerman

Rolf: “We hebben eraan gedacht om een filmcrew in te schakelen, aangezien ik nog nooit een filmcamera had vastgehad. Maar Renata vond dat we dit als gezin moesten doen. Ze had gelijk. Met een filmploeg hadden we nooit in die gemeenschappen kunnen wonen. Onze kinderen waren deuropeners. Als ze leeftijdsgenoten zagen, begonnen ze meteen samen te spelen, ook al spraken ze elkaars taal niet. Dat nam barrières weg.

“Het Amazonewoud was het grootste vraagteken. In zulke woeste gebieden waren we nog nooit geweest. Was dat wel veilig met drie kleine kinderen? Ook dat voelde als thuiskomen. Op een avond gingen we met de boot de Amazone-rivier op. Dan zag je al die piranha’s en alligators bewegen. De volgende middag namen we opnieuw de boot. Het was snikheet. De gids trok zijn shirt uit en sprong het water in. ‘Kom maar zwemmen’, riep hij tegen onze kinderen. Zonder verpinken sprongen ze het water in. Ze dachten: ‘Die vent woont hier, als hij het water in springt, zal het wel oké zijn.’ Wij keken verbijsterd toe. Achteraf legde hij uit dat piranha’s overdag niet bijten.” (lacht)

Bungeefilmen

Zeven jaar geleden stopte de reis. Het spaargeld raakte op, de kinderen werden tieners en het gezin vond het tijd om te settelen. Na een korte zoektocht stootten ze op hun kippenschuur.

Rolf: “We wilden een plek in de natuur die niet té ver was van een grootstad. Om de film af te werken, hadden we specialisten nodig. De luchthaven van Gatwick is ook niet zo veraf. En we vonden het belangrijk dat de kinderen naar een goede steinerschool konden.”

Renata: “In het begin was het aanpassen. Ze waren die lange dagen op school niet gewoon. Maar voor hun ontwikkeling werd het tijd dat ze met vaste leeftijdsgenoten konden omgaan. Pas na onze terugkeer zijn ze gaan beseffen hoe bijzonder onze reis was. Zij vonden het normaal om op te groeien in de bossen en te spelen met kinderen van andere culturen. Hun referentiekader was niet de PlayStation, de tv of kindercrèche.

“Zelf heb ik het ook moeilijk gehad om weer te aarden. Ik wist dat we hier goed zaten, maar mijn hart zat er niet in. Sinds twee jaar heb ik het aanvaard. Ik heb mijn land, mijn tuin en mijn kunst. Nu de film klaar is en de vertoningen op gang komen, snak ik naar rust, naar een kans om weer met mezelf en de natuur in balans te komen.”

Rolf: “Bij onze terugkomst veranderde alles. We kwamen opnieuw in een gemeenschap terecht, ik moest opnieuw gaan werken en die film moest af: een van de moeilijkste dingen die we ooit samen hebben gedaan. Na vijf jaar in de natuur zaten we plots twee jaar lang vast aan computerschermen, om een film te puren uit 200 uur aan beeldmateriaal. Toen we dachten dat hij klaar was, wilden de distributeurs hem niet. Ze vonden dat we onszelf erin moesten steken. Daar hebben we ons lang tegen ­verzet, maar bij testscreenings bleek het publiek hetzelfde te verlangen. We hadden geen idee hoe we dat konden doen, omdat we onszelf nooit gefilmd hadden. Tot we de filmpjes bekeken die de kinderen hadden gemaakt. Daar vonden we een kwartiertje aan bruikbaar materiaal, dat we in de film hebben verwerkt. Uiteindelijk heeft het ons vijf jaar gekost om de film af te werken.

“Het mooie is dat we alles op onze eigen manier hebben gedaan, niet gehinderd door enige kennis, en zonder groot budget. Er zitten een aantal spectaculaire luchtbeelden in die normaal veel geld kosten. Maar wij zijn creatief geweest. In Amerika hebben we luchtshots van de bossen, meren en rivieren gemaakt met een power parachute (met een motortje, RL). Maar de grootste uitdaging waren de luchtbeelden van de Namibische zandwoestijn. Normaal heb je daar een vliegtuig met een glazen bodem voor nodig. Dat kost 20.000 dollar (zo’n kleine 19.000 euro) per dag. Ik heb geprobeerd om door het raam van een huurvliegtuigje te filmen, maar dat werkte niet. Ik grapte tegen de piloot dat het alleen zou lukken, als hij de deur van het vliegtuig eruit haalde. Hij nam dat serieus. ‘Kom morgenvroeg maar terug’, zei hij. De volgende ochtend had hij de deur eruit geschroefd. Hij snoerde me vast met een soort bungeekoord, zodat ik niet te pletter zou storten als ik eruit viel. Ik heb de beelden gemaakt terwijl ik uit het vliegtuig hing. Een shot van 100 dollar. Kicken, man!”

Renata Heinen en Rolf Winters. Beeld Stefaan Temmerman

Klimaatconferentie

Maar hoe krijg je een film die in geen enkel hokje past in de bioscoopzalen, zonder marketingbudget, zonder media-aandacht en zonder grote distributeurs? Ook daarin bewandelde het koppel koppig en met engelengeduld haar eigen pad.

Rolf: “Als je deze manier van leven volgt, gebeuren heel veel dingen toevallig. Iemand zei dat onze film thuishoorde op de ­klimaatconferentie. Via via kwamen we in contact met de Franse secretaris-generaal voor het klimaat. Toen zijn en ons gezin elkaar ontmoetten, zei hij dat hij de film graag wou zien. Ik zeg: ‘Nou, dan moet je naar onze allereerste screening in Den Bosch komen. Dat is vijf uur rijden vanuit Parijs’. Hij kwam. En na de voorstelling kon hij geen woord uitbrengen. De tranen liepen over zijn wangen. Hij zorgde ervoor dat onze film werd getoond aan alle onderhandelaars op de conferentie, vóór ze aan tafel gingen.”

Renata: “Daarna kregen we aanvragen van distributeurs om de film in Frankrijk uit te brengen. Maar dit is geen film om zomaar te consumeren: hij moet mensen in beweging krijgen. Daarom wilden we hem ook in scholen, bedrijven en op congressen krijgen, zodat we achteraf in dialoog konden gaan met het publiek. Onze distributeur zag dat niet zitten. Uiteindelijk werd de film er alleen in de bioscopen vertoond. Een wijze les voor ons.”

Rolf: “In Nederland hebben we zonder distributeur gewerkt. Slechts drie kleine bioscopen wilden ons een kans geven. Gelukkig had het magazine Happinez wat buzz rond de film gemaakt. In een paar uur waren onze voorstellingen uitverkocht. Plots wilden tientallen bioscopen, die eerst de boot hadden afgehouden, de film toch vertonen. Uiteindelijk zijn we in 70 steden geraakt en zagen al meer dan 100.000 mensen de film.”

Renata: “Mijn zus kwam speciaal over vanuit Italië. Ze geraakte niet eens aan een ticket, alles was uitverkocht! (lacht) Het mooie is wat het met mensen doet. De film triggert iets, maar ze weten niet wat. Een week later krijgen we dan e-mails. Een vrouw schreef dat zij en haar man al een hele tijd buiten adem waren, vanwege hun fulltime job. Na de voorstelling nam zij ontslag. Ze wilde kleiner gaan wonen en meer tijd doorbrengen met haar kinderen. Dat was wat zij uit de film haalde. Je hoeft niet de wereld te veranderen. Het begint heel klein, bij jezelf en je eigen gezin.”

Rolf: “We weten van een vijftiental mensen dat ze na de film hun baan hebben opgezegd. Een van hen werkt nu voor ons. We hebben een sociale organisatie gebouwd met vijf vaste medewerkers en 65 vrijwilligers. Zij brengen de film in scholen, bedrijven en congressen, en koppelen er een dialoog aan. We bekijken ook met bedrijven hoe ze hun maatschappelijke rol beter kunnen invullen: door hun voetafdruk te verminderen, anders met hun mensen om te gaan, op langere termijn te werken…

“De vertoning van de film is slechts het beginpunt. We willen het duurzaamheidsdenken in de haarvaten van organisaties krijgen. Een systeem dat niet duurzaam is, gaat dood. Steeds meer mensen beseffen dat het zo niet meer verder kan, ook politieke leiders. Bedrijven die nu niet veranderen, staan over vijf jaar buitenspel. Toen ik afstudeerde, stond Shell in de top drie van meest begeerde werkplaatsen. Nu niet meer. Vervuilende bedrijven verliezen klanten en werknemers, omdat die zich niet meer kunnen verzoenen met hun filosofie.”

Onderwijssysteem

Rolf: “Als consulent probeer ik CEO’s te overtuigen van hun verantwoordelijkheid. Ik werk alleen nog met leiders bij wie ik  voel dat ze het écht anders willen. Eén keer per jaar trek ik met hen naar de indianen, om hen te tonen wat leiderschap op basis van respect, wijsheid, nederigheid en liefde betekent. Indianen denken zeven generaties vooruit, onze politieke en economische leiders niet eens enkele jaren. CEO’s zijn alleen bezig met de beurskoers en de kwartaalcijfers. En politici kijken niet verder dan de krant van morgen en de volgende peiling. Nowaten vergeleek de politiek met een hoop ingewanden. Politici gaan erin met goede bedoelingen, maar na een tijd worden ze gecorrumpeerd door de macht en lijken ze allemaal op elkaar.”

Renata: “We worden ook benaderd door mensen die geloven dat de film het onderwijssysteem kan transformeren. Dat moet minder vanuit het hoofd, en meer vanuit de intuïtie, vanuit het hart. Ons onderwijs gaat alleen over kennis, niet over dingen ervaren. Kinderen moeten buiten spelen, niet hele dagen op een bankje zitten om allerlei informatie in hun hoofd te stoppen. Op school worden hun zintuigen afgestompt.”

Rolf: “Daarmee volgt de school de rest van de maatschappij: die is ook kennisgedreven. We zijn steeds verder van onze kern afgedreven. Als leiderschapsconsultant moet ik de knapste koppen in onze maatschappij iets heel basic aanleren: verbinding maken met elkaar. Ze hebben een fantastisch IQ, maar ze hebben mij nodig omdat ze elkaar niet aanvoelen en slecht kunnen luisteren. Bij de inheemse stammen luisteren ze zelfs naar kinderen van vier, omdat die de wereld op een pure manier waarnemen. Niet alleen via de cognitieve bewustzijnslaag, maar in álle bewustzijnslagen. De westerse maatschappij zit slechts op één frequentie. Alles wordt beredeneerd en geanalyseerd. Mensen leven in hun hoofd, in een concept van morgen of volgende week. Plannen en doelen. Bij het bekijken van de film ervaren ze dat, daarom raken ze zo geëmotioneerd.

“Soms krijgen we het verwijt dat de film geen antwoorden biedt. Die mensen hebben het niet begrepen. Zij willen een rationele hapklare oplossing, of vijf tips om het beter te doen. Die zijn er niet. De problemen zijn te groot, de wereld te complex. De boodschap van de earthkeepers is: jij moet doen wat jij kunt doen.”

Renata: “De film maakt duidelijk dat we de macht over ons eigen leven hebben weggegeven. De opvoeding van onze kinderen geven we af aan het schoolsysteem. De zorg voor onze ouderen geven we af aan ouderenzorg. Onze voeding zit in handen van de voedingsindustrie, waardoor we niet meer weten wat we eten. Alle essentiële zaken besteden we uit, omdat we te druk bezig zijn met geld verdienen. Geld om materiaal te kopen dat we niet nodig hebben. Geld voor verzekeringen die ons indekken voor elk denkbaar risico.”

Rolf: “Ons spaargeld vertrouwen we toe aan banken, waarvan we niet weten wat ze met dat geld doen. Misschien sponsoren we zo wapenhandel of kinderarbeid. We weten het niet, omdat we geen tijd hebben om het te onderzoeken. Die onverschilligheid is schadelijk, want ze versterkt het systeem.

“Als consumenten gebruiken we onze macht te weinig. In welke school laat je je kinderen opgroeien? Waar koop je je eten? Steun je multinationals of lokale duurzame handelaars? Als wij samen beslissen dat we geen producten meer kopen van Mon­santo (omstreden Amerikaanse multinational die producten maakt voor de landbouw, RL), kunnen ze de boeken sluiten. Dat zou een goeie zaak zijn. Met alles waar je geld aan uitgeeft, draag je bij tot het ­systeem óf verzet je je ertegen. Daarom hopen we dat iedereen na het bekijken van de film in de eerste plaats zichzelf in vraag stelt.”

Down to Earth, de film van Rolf en Renata, gaat deze week in première in verschillende Belgische zalen, meer info via de website.

Earth Day, wereldwijd op 22 april, staat dit jaar in het teken van de wetenschap. Wereldwijd wordt vandaag een March for Science georganiseerd, ook in Brussel, meer info via marchforscience.eu en earthday.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.