Zondag 21/04/2019

Mode

Modeontwerper Christian Wijnants: "Elke keer weer denk ik: dit komt niet goed"

Christian Wijnants tijdens de voorbereidingen van zijn najaarsshow in de Parijse Holy Trinity Church. Beeld Jef Jacobs

Dit jaar viert de Antwerpse ontwerper Christian Wijnants (1977) de 15de verjaardag van zijn merk. De Morgen Magazine dook mee de backstage in van zijn najaarsshow.

Maart, dit voorjaar. In de coulissen is de opluchting voelbaar als er applaus opstijgt uit de Holy Trinity Church, een Amerikaanse kerk in Parijs. Hier vond geen mis plaats, wel Christian Wijnants’ najaarsshow: een Perzisch geïnspireerde wereld van bloemen- en ruitenprints en royaal gelaagde stoffen.

Terwijl de middenbeuk leegloopt, stromen de backstage en de champagneglazen nog snel vol alvorens de schoonmaakploeg de zaal weer kerkklaar maakt. Tussen de ­uitgelaten menigte bekomt Wijnants van zijn hoogtepunt. De ontwerper glundert: uitgeput maar voldaan. Zelfs na vijftien jaar blijft het spannend tot de allerlaatste tel. “Je blijft verder denken en werken”, zegt hij. “En dan die adrenaline en het feit dat het bijna gedaan is, maar nog nét niet. En dan de stress en de vermoeidheid. En héél veel plezier. Het is een super­emotioneel moment.”

Wie is Christian Wijnants?

 Geboren in 1977

 Studeerde aan de Antwerpse Modeacademie 

 Begon in 2003 zijn dameslijn 

 Heeft sinds drie jaar een flagshipstore in de Antwerpse Steenhouwersvest 

 Breidt zijn collectie dit najaar uit met schoenen 

Enkele uren voor de show is de spanning nog te snijden. Al dan niet omgeklede modellen en make-upartiesten zigzaggen door de sacristie annex backstageruimte. Wijnants zelf kijkt, herschikt, oordeelt en loodst nog enkele internationale journalisten langs de kledingrekken. Om op zelfgewaxte stoffen en het handgemaakte kantwerk in te zoomen die zijn imaginaire muze vormgaven. “Een soort van Iraanse Charlotte Gainsbourg, iemand met karakter die al wat heeft mee­gemaakt.” En dan moet iedereen weg, de fotografen buiten, want de show nadert.

Koffiedik kijken

De suspense naar deze dag werd sinds enkele weken stevig opgeschroefd. Aan een collectie start je zo’n zes maanden op voorhand, pas tegen het einde geraakt alles in een stroomversnelling. Dan komen de eerste stukken aan van de fabrikanten. Vóór dat moment is het eigenlijk koffiedik kijken omdat je de stukken nog niet in het echt hebt gezien. Zitten er ­fouten in het breiwerk? Werden de instructies nauwgezet gevolgd? Een uitdagende opdracht, want het gaat om honderden stuks.

Wijnants: “Drie weken voordien ben ik vaak pessimistisch omdat de collectie nog niet klaar is. Kom, we stoppen, want dit komt niet goed, denk ik dan. Vijf dagen voor de show is er de ommekeer en komt er duidelijkheid. Dan stromen de accessoires binnen en kan het combineren beginnen.”

Beeld Jef Jacobs

Staan op dat moment nog altijd niet vast: de modellenselectie – altijd karakterkopjes gekozen op ­charisma want Wijnants houdt niet van “modelachtige perfectie” – en de muziek. Hoewel de Antwerpse producer Senjan Jansen meestal al een aanzet heeft, moet hij soms tot enkele uren, soms zelfs minuten, voor de show nog tweaken omdat de soundtrack gechronometreerd wordt met de choreografie van de modellen. Niet alleen de kleren, álles moet goed zitten.

Wat voor een manager geldt, gaat ook op voor een modeontwerper. Wijnants: “Je moet leren delegeren. In dit vak kun je onmogelijk alles zelf doen. Er zijn een heleboel dingen die anderen beter kunnen. Taken uit handen geven is niet makkelijk; je moet mensen ­ kunnen vertrouwen. Maar als het werkt, is het fijn omdat je de druk kunt verdelen. Dat helpt om het kalmer en beter te doen. Zeker in de aanloop naar een show. Op dat moment zie je alle fouten en alle gebreken en kijk je niet objectief meer.” Afstand nemen, 'recul' zoals de tweetalige ontwerper het noemt, is essentieel.

En daarom voegt Tom Van Dorpe zich ­tijdens de modeweek bij Wijnants’ team. De Belg maakte aanvankelijk naam als modellenscout in de Verenigde Staten, maar ging zijn oog voor schoonheid ook aanwenden voor styling. Magazines als Vogue en Interview en modehuizen als Calvin Klein en Max Mara zijn maar enkele van zijn opdrachtgevers. Wijnants kent Van Dorpe al meer dan tien jaar en vertrouwt op diens esthetiek en staat van dienst. Voor de tweede keer staat Van Dorpe hem nu bij als modellenscout en stilist. Hij geeft met brede glimlach snelle instructies: hier nog een sjaal goed leggen, daar een hemd nakijken en “Hey, geen make-up, gewoon een drupje, niet meer!”

Vullen elkaar perfect aan: stilist Tom Van Dorpe en Christian Wijnants. Beeld Jef Jacobs

Christian Wijnants ontwerpt in losse stukken, wat wil zeggen dat hij eerder rokken, jurken en blouses tekent dan outfits die van kop tot teen vastliggen. “Veel boeiender en intuïtiever”, vindt Wijnants. Maar ook nogal stressy, waardoor een stilist zoals Van Dorpe goed van pas komt.

Climax

Beeld het je in: als alle kleding binnenstroomt, is het net een lappendeken. Daaruit moet één verhaal komen dat zowel het grote internationale cliënteel moet aanspreken als de pers, altijd op zoek naar visueel aantrekkelijke triggers, en belangrijkst van al: de aankopers.

Met de opbouw van de silhouetten drukt de stilist zijn stempel mee op de show. Van Dorpe: “Je moet ervoor zorgen dat er een duidelijk verhaal is met hoogtepunten. En je hebt een sterk begin nodig.

De stoere outfit – wapperende broek, geknoopt hemd, stola – van het eerste model is helemaal lichtblauw. Haar achterban wisselt tussen outfits volledig in één kleur, met geblokte looks, waarna de prints in crescendo verschijnen “om de show spannend te houden”. Van Dorpes selectie is intuïtief: "Ik hang alles per kleur op de rekken, en begin te combineren. Bij Christian starten we clean en minimal. En eindigen we met uitbundige prints.”

Nog voor de gewatteerde mantels met contrasterende bloemenprints van de catwalk wandelen, zijn ze de key pieces van Wijnants’ collectie.

Nog relevanter

De resultaten van de show zijn luttele uren later al online te zien, en die snelle verspreiding die ook klanten ongeduldig maakt, doet de jongste jaren de vraag rijzen of de (dure en stresserende) runway shows nog wel nodig zijn.

Voor Wijnants is het antwoord duidelijk: dit moment, waarop hij zijn nieuwe collectie toont, in een door hem geregisseerde wereld voorzien van de juiste modellen, muziek en sfeer, blijft essentieel. “Kleren in beweging zijn fantastisch. Ik maak ze niet voor het museum. Je moet dat kunnen zien op een meisje en de emotie ervaren. Enkel daar komt het verhaal tot leven.”

Beeld Jef Jacobs

Vijftien jaar geleden zag je na de show hooguit drie, vier foto’s in de krant en wanneer de collectie in de winkel lag, verscheen er misschien nog een ontwerp in een tijdschrift. Wijnants: “Als klant was je afhankelijk van de selectie van iemand anders. Vandaag heb je nog steeds reviews, en die zijn belangrijk, maar kun je ook zelf beslissen wat je wil zien. Het maakt de shows in feite nog relevanter dan vroeger.”

Maar het internet haalt ook het meest perfectionistische uit de ontwerper naar boven. Een modedinosaurus als Giorgio Armani staat tijdens voorstellingen steevast als allerlaatste in de duisternis om, nadat hij nog een kraagje goed zet of een lok verlegt, een finale “Go!” te geven aan de modellen. Wijnants kan het perfect begrijpen: “Tot de allerlaatste minuut heb je het zelf nog in ­handen. De foto’s die van een meisje worden gemaakt, blijven. Een knoop die niet goed zit, dat beeld is voor eeuwig.”

Leiding geven is loslaten, maar de allerlaatste touch blijft voor de meester himself. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.